Geschiedenis van Villajoyosa in het kort
Vroegste geschiedenis: bewoning is bekend vanaf de bronstijd; vanaf de zesde eeuw voor Christus ontwikkelde zich hier een belangrijke Iberische gemeenschap.
Romeinse tijd: Allon werd rond 74 na Christus een Romeins municipium en bestuurde een gebied dat ongeveer overeenkwam met de huidige Marina Baixa.
Middeleeuws keerpunt: Bernat de Sarrià stichtte op 8 mei 1300 de christelijke Vila Joiosa met een Carta Pobla; in 1443 werd de plaats een koninklijke villa.
Historisch kenmerk: havenhandel, scheepsbouw, kustverdediging, visserij en chocolade hebben de economische en stedelijke ontwikkeling eeuwenlang bepaald.
Moderne ontwikkeling: Villajoyosa kreeg in 1911 officieel de titel stad en werd vanaf 1914 per spoor verbonden met Alicante en later Dénia.
Laatst gecontroleerd: 31 oktober 2026
Villajoyosa ligt aan de Middellandse Zee in de Marina Baixa en behoort tot de historisch rijkste kustplaatsen van de provincie Alicante. De geschiedenis van Villajoyosa loopt van bronstijdbewoning en een belangrijke Iberische nederzetting via het Romeinse Allon naar de middeleeuwse stichting van 1300. Daarna bepaalden kustverdediging, havenhandel, scheepsbouw, visserij en chocolade de ontwikkeling. Ook de Morisco-uitwijzing, de aanvallen van zeerovers, de spoorlijn van 1914 en het toerisme van de twintigste eeuw lieten duidelijke sporen achter.

Een kuststad met diepe wortels
Lang voordat de kleurrijke gevels langs de boulevard van Villajoyosa hun iconische status bereikten, was deze kustplaats al het toneel van wisselende beschavingen, stoere vissersverhalen en perioden vol strijd, handel en hoop. De geschiedenis van Villajoyosa, in het Valenciaans ook La Vila Joiosa genoemd, is een gelaagd mozaïek waarin de geur van zout, het geluid van hamers op scheepshout en het gefluister van oude talen nog altijd na-echoën. Het is geen geschiedenis van snelle sprongen, maar van laag op laag opgebouwde identiteit. Wie vandaag door de oude straten loopt of uitkijkt over zee, ziet niet alleen een charmante kustplaats, maar ook een plek die al eeuwenlang een rol speelt in het verhaal van deze hoek van de Middellandse Zee. Villajoyosa is daardoor meer dan een rij gekleurde huizen aan het water. Achter dat bekende beeld ligt een geschiedenis van Iberiërs, Romeinen, middeleeuwse stadsrechten, kustverdediging, visserij, chocolade en groei.
De ligging verklaart veel van die lange geschiedenis. De Marina Baixa wordt aan de landzijde omgeven door bergen, waardoor de zee duizenden jaren een van de belangrijkste verbindingen met de buitenwereld vormde. Via de kust kwamen mensen, goederen, technieken en ideeën het gebied binnen. Tegelijk liepen vanuit Villajoyosa routes naar het achterland en richting Alcoy. Daardoor werd deze plek een kruispunt tussen zee en binnenland.
Die maritieme functie is buitengewoon oud. Voor de kust bij La Fonda lag al vanaf ongeveer de zevende eeuw voor Christus een ankerplaats. Eeuwenlang werden passagiers en goederen met kleinere boten van en naar schepen gebracht die verder uit de kust lagen. Pas in de twintigste eeuw ontstond de moderne haven zoals die tegenwoordig herkenbaar is.
Prehistorie en Iberische bewoning
De wortels van Villajoyosa reiken diep, veel dieper dan het zand waarin nu de palmbomen staan. De eerste duidelijk gedocumenteerde bewoners van het gemeentelijke gebied dateren uit de bronstijd. De gunstige ligging aan zee, de aanwezigheid van landbouwgrond en de routes naar het binnenland maakten het gebied aantrekkelijk voor permanente bewoning.
Later ontwikkelde zich op de heuvel waarop tegenwoordig het historische centrum ligt een belangrijke Iberische nederzetting. Daarmee ontstond al eeuwen vóór de Romeinen een stedelijke kern op vrijwel dezelfde strategische plek waar in de middeleeuwen opnieuw een versterkte stad zou worden gebouwd.
De necropolis van Poble Nou
Een van de belangrijkste archeologische vindplaatsen voor deze periode is de Necropolis van Poble Nou. De begraafplaats werd vanaf ongeveer de zesde eeuw voor Christus gedurende vele eeuwen gebruikt en behoort tot de langst gebruikte Iberische begraafplaatsen die tot nu toe bekend zijn.
Uit de graven kwamen wapens, sieraden, keramiek en dagelijkse gebruiksvoorwerpen tevoorschijn. Ze geven niet alleen inzicht in begrafenisrituelen, maar ook in handel, sociale verschillen en contacten met andere mediterrane culturen. Een bijzonder voorwerp is de zogenaamde Olpe del Umbral del Más Allá, een beschilderde Iberische kan uit de eerste eeuw voor Christus waarop symbolen zijn afgebeeld die met het hiernamaals in verband worden gebracht.
De vondsten laten zien dat de inwoners van het gebied geen geïsoleerde gemeenschap vormden. Via zee en handelsroutes waren zij verbonden met Fenicische, Griekse, Punische en later Romeinse werelden. Daardoor werd de kust bij Villajoyosa al vroeg onderdeel van een veel groter mediterraan netwerk.
De Malladeta en oude handelsroutes
Ook de Iberische heiligdommen en nederzettingen rond La Malladeta behoren tot dit vroege verhaal. Op deze heuvel ten zuiden van het huidige centrum lag een heiligdom dat tussen ongeveer de vierde eeuw voor Christus en de eerste eeuw na Christus werd gebruikt.
Een andere constante was de route richting het binnenland. De oude Camí del Peix, letterlijk de visweg, werd volgens archeologisch onderzoek al ongeveer 2.500 jaar geleden gebruikt. Via deze route gingen vis en kustproducten richting de valleien in het binnenland, terwijl goederen uit gebieden als Alcoy juist naar de haven werden gebracht.
Dat patroon van uitwisseling tussen zee en binnenland zou in de Romeinse tijd nog belangrijker worden en eeuwen later opnieuw een basis vormen voor de commerciële bloei van Villajoyosa.
Allon in de Romeinse tijd
Met de komst van de Romeinen kreeg de regio een nieuwe impuls. Zij zagen in deze plek aan zee een uitgelezen kans voor handel, verbinding en bestuur. In de Romeinse tijd groeide hier Allon, ook wel in historische bronnen met varianten als Alonis in verband gebracht, een stad die in de archeologie van Villajoyosa een centrale plaats inneemt.
Een belangrijk vroeg hoofdstuk speelde zich af tijdens de Sertoriaanse Oorlogen van 83 tot 72 voor Christus. Midden in het huidige stedelijke gebied is de gracht van een tijdelijk Romeins legerkamp gevonden. Het kamp bood waarschijnlijk plaats aan ongeveer vijfhonderd tot duizend soldaten en controleerde zowel de toegang tot de Iberische stad als de haven. Het geldt als het eerste bekende Romeinse legerkamp van dit type in de Comunidad Valenciana.
De echte stedelijke bloei kwam later. Rond 74 na Christus, tijdens het bewind van keizer Vespasianus, kreeg Allon de status van municipium. Daarmee werd de plaats een officieel Romeins stedelijk bestuurscentrum. Het grondgebied van Allon besloeg ongeveer de huidige Marina Baixa en omvatte verschillende kleinere nederzettingen en landbouwvilla's.
Thermen en stedelijk leven
De betekenis van Allon werd definitief bevestigd toen in 2006 grote Romeinse openbare thermen werden ontdekt. Deze baden waren tussen ongeveer 85 en 110 na Christus gebouwd en lagen dicht bij het forum, dat onder de omgeving van de huidige Plaza de la Generalitat wordt geplaatst.
De thermen beschikten over warme en koude baden, verwarmde ruimten, massagevertrekken en open zones voor lichaamsbeweging. Hun omvang en kwaliteit maken duidelijk dat Allon geen kleine plattelandsnederzetting was, maar een stedelijk centrum met monumentale openbare voorzieningen.
Resten van villa’s, wegen, grafmonumenten en handelsactiviteit laten eveneens zien dat dit geen onbeduidende buitenpost was, maar een plek met echte betekenis aan de kust van het huidige Alicante.
De zee speelde daarbij een hoofdrol. Visserij, handel en verwerking van producten uit zee waren belangrijk voor de economie. Producten werden in amforen, grote aardewerken kruiken, vervoerd en via de Middellandse Zee verspreid. Archeologisch onderzoek heeft bovendien resten opgeleverd van werkplaatsen waar materiaal voor de visserij werd vervaardigd.
Dat Villajoyosa vandaag nog altijd zo sterk op zee georiënteerd is, voelt daardoor niet als toeval, maar als een voortzetting van een veel ouder patroon. In het huidige Vilamuseu komt dat verleden mooi samen, met vondsten die laten zien hoeveel lagen geschiedenis hier onder de oppervlakte verscholen liggen. Voor bezoekers die de stad beter willen begrijpen, is dat museum een logische aanvulling op een wandeling door het oude centrum.
De Torre de Sant Josep
Een van de indrukwekkendste Romeinse monumenten bevindt zich bij het huidige Playa de Torres. De Torre de Sant Josep is geen middeleeuwse wachttoren, maar een monumentaal Romeins graf uit ongeveer 150 tot 170 na Christus.
Het bouwwerk is de grootste nog bewaarde Romeinse graftoren van Spanje. Het werd opgericht voor een vooraanstaande inwoner van Allon. Onderzoek heeft een grafinscriptie voor Lucius Terentius Mancinus met het monument in verband gebracht.
Rond de toren lag bovendien een omvangrijk funerair terrein met tuinen, beelden en monumentale grafarchitectuur. Het geheel laat zien hoeveel rijkdom en maatschappelijke hiërarchie er in het Romeinse Allon bestond.
Van oudheid naar middeleeuwen
Na de val van het Romeinse Rijk brak ook hier een onrustiger periode aan, met machtswisselingen en veranderingen in bestuur en cultuur. De laat-Romeinse en Visigotische periode is archeologisch minder zichtbaar dan de bloeitijd van Allon. De stedelijke betekenis nam af en de kustbevolking raakte meer verspreid.
Vanaf de achtste eeuw kwam het oosten van het Iberisch Schiereiland onder islamitisch bestuur. Anders dan het latere christelijke Villajoyosa ontstond hier tijdens deze eeuwen geen grote stad op exact dezelfde schaal als het Romeinse Allon. De bevolking leefde voor een belangrijk deel verspreid in landelijke nederzettingen.
Archeologische resten, waaronder verschillende alquerías en een moskee in het gebied van l’Almiserà, bevestigen wel degelijk islamitische bewoning tussen ongeveer de tiende en dertiende eeuw. Een alquería was een kleine agrarische nederzetting die bestond uit woningen, akkers en vaak eigen watervoorzieningen.
Landbouw en waterbeheer
De islamitische periode drukte een blijvend stempel op het landschap en de manier van leven. In die eeuwen veranderde niet alleen de organisatie van het gebied, maar ook de landbouw. Irrigatiesystemen, terrassen en een verfijndere omgang met water en teelt hielpen de streek vooruit. De invloed daarvan werkte nog lang door in het landschap rond Villajoyosa en in de landbouwstructuur van de regio.
Juist in een gebied waar water schaars en waardevol was, bepaalde goed waterbeheer voor een groot deel de mogelijkheden van bewoning en voedselproductie. Landbouwgronden lagen vaak verder landinwaarts dan de vroegere Romeinse stedelijke kern aan de kust.
De islamitische aanwezigheid gaf het gebied bovendien een extra laag in taal, bouw en dagelijks leven. Niet alles uit die tijd is nog tastbaar zichtbaar in de stad zoals bezoekers die nu kennen, maar de erfenis leeft voort in patronen van bewoning, in oude routes en in de manier waarop kust en achterland met elkaar verweven raakten.
De geschiedenis van Villajoyosa is dan ook geen rechte lijn van de ene beschaving naar de andere, maar eerder een langzaam verschuivend geheel waarin elke periode iets achterliet voor de volgende. Dat maakt de stad historisch interessant: onder het zichtbare kustbeeld liggen oudere lagen die het karakter van de gemeente mede hebben gevormd.
Stichting van Villajoyosa in 1300
Een beslissend moment in de geschiedenis van Villajoyosa kwam op 8 mei 1300. De admiraal Bernat de Sarrià, een belangrijke edelman in dienst van koning Jaume II van Aragón, verleende toen de Carta Pobla waarmee de middeleeuwse Vila Joiosa werd gesticht.
Een Carta Pobla was een stichtings- en bevolkingsdocument waarin onder meer de rechten en plichten van nieuwe bewoners werden geregeld. Het is daarom nauwkeuriger om 1300 te zien als de officiële stichting van de middeleeuwse christelijke plaats dan als het moment waarop Villajoyosa de moderne titel van stad kreeg. Die laatste titel volgde pas vele eeuwen later, in 1911.
De stichting was een strategische keuze. Na de christelijke verovering was de kust van de Marina Baixa dunbevolkt en kwetsbaar. De nieuwe nederzetting moest de kust bewaken, handel mogelijk maken en nieuw land in gebruik nemen. De plaats werd hoofdzakelijk bevolkt door christelijke kolonisten uit delen van de Kroon van Aragón.
De naam Vila Joiosa betekent ongeveer ‘vreugdevolle’ of ‘aangename stad’. De positieve naam was waarschijnlijk bewust gekozen om nieuwe bewoners naar deze kwetsbare kustplaats te trekken.
De nieuwe stad werd aangelegd op dezelfde strategische heuvel waar eeuwen eerder een Iberische nederzetting had gelegen. Het stratenplan kreeg een relatief regelmatige vorm en werd omgeven door verdedigingswerken.
Vanaf dat moment begon de stad steeds meer haar eigen contouren te krijgen. De ligging aan zee maakte haar aantrekkelijk, maar ook gevoelig voor gevaar. Villajoyosa moest dus niet alleen groeien, maar zich ook kunnen verdedigen. Juist die combinatie van openheid en waakzaamheid heeft het karakter van de stad lang bepaald.
Een belangrijke middeleeuwse haven
In de veertiende en vijftiende eeuw groeide Villajoyosa dankzij haar havenfunctie in betekenis. De plaats kreeg van de Kroon privileges voor het verschepen van landbouwproducten zoals graan, olijfolie, wijn, rozijnen en amandelen. Daarmee werd de haven een belangrijke economische uitgang voor de Marina Baixa.
Ook scheepsbouw kreeg al vroeg betekenis. Vanaf de vijftiende eeuw waren in Villajoyosa koninklijke scheepswerven actief waar vaartuigen werden gebouwd voor de Kroon en later ook voor particuliere zeevaarders.
Koninklijke villa vanaf 1443
Een volgend belangrijk bestuurlijk keerpunt kwam in 1443. Koningin María van Aragón, echtgenote van Alfonso V, verbond Villajoyosa rechtstreeks aan de Kroon. De plaats kreeg daarmee de status van villa real, een koninklijke stad of villa die niet langer onder een plaatselijke adellijke heer viel.
Dat gaf Villajoyosa meer bestuurlijke zelfstandigheid. De inwoners kregen een eigen lokaal bestuur met vertegenwoordigers die namens de Kroon rechtspraak en gemeentelijke zaken regelden. De plaats mocht bovendien een eigen vlag voeren en als koninklijke gemeente deelnemen aan de Valenciaanse Cortes.
Deze status versterkte de positie van Villajoyosa en gaf haar een steviger plaats binnen het bestuur en de kustverdediging van het Koninkrijk Valencia.
Kustverdediging en zeerovers
De eeuwen daarna maakten duidelijk waarom die waakzaamheid nodig was. De Middellandse Zeekust had in de zestiende en zeventiende eeuw regelmatig te lijden onder invallen van zeerovers en kapers uit Noord-Afrika. Daarom ontstond langs de kust een uitgebreid verdedigingssysteem van muren, uitkijkpunten, kastelen en wachttorens.
De aanval van 1538
Een bepalende gebeurtenis vond plaats op 29 juli 1538. Villajoyosa werd aangevallen door Barbarijse zeerovers. Volgens de plaatselijke traditie wist de bevolking de aanval af te slaan en werd de overwinning toegeschreven aan de tussenkomst van Santa Marta, de heilige van die dag.
Deze gebeurtenis werd een belangrijk onderdeel van het collectieve geheugen van de stad. Santa Marta werd patrones van Villajoyosa en de herinnering aan de aanval vormt eeuwen later nog altijd de historische achtergrond van de grote Moren en Christenen-feesten.
De dreiging was daarmee niet voorbij. In 1543 werd Villajoyosa opnieuw zwaar aangevallen. De bestaande verdedigingswerken en de kerk liepen grote schade op. Daarna werden de stadsmuren en verdedigingswerken grotendeels opnieuw opgebouwd.
Stadsmuren en versterkte kerk
De nog zichtbare muren van Villajoyosa dateren daarom voornamelijk uit de zestiende eeuw. Ze behoren tot de bijzondere voorbeelden van renaissanceverdediging langs de Valenciaanse kust.
Ook de kerk van Nuestra Señora de la Asunción maakte deel uit van dit defensieve systeem. Het gebouw combineerde een religieuze functie met verdedigingsmogelijkheden en behoort tot het kleine aantal kerk-fortificaties in de provincie Alicante.
Villajoyosa was bovendien hoofdplaats van een zogenoemd requerimiento, een kustverdedigingsdistrict. Vanuit de stad werd een groot deel van de bewaking van de Marina Baixa georganiseerd. Dat onderstreept dat Villajoyosa in de zestiende en zeventiende eeuw veel meer was dan een gewone vissersplaats.
Torens langs de kust
De Torre de l’Aguiló is een van de bekendste overgebleven onderdelen van dit kustverdedigingssysteem. De toren werd rond 1530 gebouwd op een hoge klif aan de noordkant van het huidige gemeentelijke gebied.
Vanuit de toren hielden soldaten dagelijks de kust en nabijgelegen baaien in de gaten. Bij de nadering van vijandelijke schepen konden zij met rook overdag en vuur in de nacht andere wachttorens en de stad waarschuwen. Via deze keten van signalen kon Villajoyosa zich voorbereiden op een mogelijke landing.
Ook de Torre del Xarco maakte deel uit van dit netwerk. Verder landinwaarts stonden aanvullende torens die berichten vanuit de kust snel naar landbouwgebieden en nederzettingen konden doorgeven.
Zulke bouwwerken gaven de stad niet alleen bescherming, maar ook een reputatie van standvastigheid.
Niet elk oud monument in de omgeving hoorde trouwens bij dat verdedigingssysteem. De Torre de Sant Josep, die soms in één adem met de wachttorens wordt genoemd, is in werkelijkheid een Romeins grafmonument en dus veel ouder. Het is een van de belangrijkste Romeinse grafmonumenten van Spanje en wordt verbonden met de Romeinse stad Allon. Juist dat verschil laat goed zien hoe rijk en gelaagd de geschiedenis van Villajoyosa is. In één gemeente komen resten van Romeinse monumentaliteit en latere kustverdediging samen.

Moriscos en bevolkingsverandering
De uitwijzing van de Moriscos in 1609 had ook voor Villajoyosa en de Marina Baixa grote gevolgen. Moriscos waren voormalige moslims die officieel tot het christendom waren bekeerd, maar als afzonderlijke bevolkingsgroep bleven worden beschouwd.
Veel plaatsen in het bergachtige achterland van de Marina Baixa hadden een overwegend Morisco-bevolking. Na de uitwijzing raakten verschillende dorpen vrijwel ontvolkt en moesten zij opnieuw worden bevolkt.
Villajoyosa zelf had een andere bevolkingssamenstelling dan veel van deze dorpen, maar werd indirect sterk geraakt. Verschillende inwoners van de kustplaats verhuisden naar verlaten nederzettingen in het binnenland om daar landbouwgrond en woningen over te nemen. Daardoor daalde ook de bevolking van Villajoyosa tijdelijk.
De zeventiende eeuw was bovendien economisch moeilijk. Slechte oogsten, oorlogsuitgaven en voortdurende onzekerheid aan de kust remden de groei. Toch bleef de haven functioneren en behield Villajoyosa haar bestuurlijke betekenis binnen de Marina Baixa.
Haven, scheepsbouw en visserij
Vanaf de achttiende eeuw begon een nieuwe periode van groei. Het stedelijke gebied breidde zich buiten de oude muren uit en langs zee ontstond een echte maritieme wijk. Het huidige Passeig Sant Pere ligt op een zone waar in de Romeinse tijd al havenactiviteiten plaatsvonden.
De haven werd de belangrijkste zee-uitgang voor het achterland. Goederen uit plaatsen als Alcoy werden via oude routes naar Villajoyosa gebracht en vervolgens verscheept. Vooral textiel en papierproducten maakten deel uit van deze handel.
Scheepsbouw en zeehandel
Villajoyosa ontwikkelde een opvallend sterke scheepsbouwtraditie. Vanaf de vijftiende eeuw bestonden er al scheepswerven en in de negentiende eeuw groeide de sector sterk. Er werden onder andere goeletten en pailebotes, grote zeilende vrachtschepen, gebouwd.
Rond 1860 bereikte Villajoyosa zelfs de tweede maritieme scheepsregistratie van Spanje. De lokale handelsvloot voer richting andere Middellandse Zeehavens, Noord-Afrika, Amerika en de Spaanse koloniën.
In de negentiende eeuw was Villajoyosa ook een belangrijk centrum voor het vervaardigen van touwen en visnetten. Aanvankelijk werd veel espartogras gebruikt, later vooral hennep. Langs speciale lange werkbanen werden kabels en netten gemaakt voor vissersboten, grote zeilschepen en almadraba-installaties voor tonijnvisserij.
In 1778 werkte volgens lokaal historisch onderzoek een zeer groot deel van de bevolking in deze nijverheid. In de negentiende eeuw behoorde de plaatselijke productie van touwen en visnetten tot de belangrijkste van Spanje.
Vissersstad met kleur
De zeevaart en visserij waren al eeuwen aanwezig, maar vooral toen de commerciële havenactiviteit in de twintigste eeuw minder belangrijk werd, kreeg de visserij een nog centralere economische rol. Generaties leefden van zee, van wat zij opleverde en van wat ermee verhandeld kon worden. Het ritme van de stad werd bepaald door uitvaren, binnenkomen, lossen, verkopen en herstellen.
Aan de kust ontstond al vanaf de achttiende eeuw een stedelijk beeld dat vandaag nog altijd het bekendst is: de rijen huizen in verschillende kleuren, dicht op elkaar gebouwd en uitkijkend over zee en riviermonding. In de negentiende eeuw stond een deel van deze maritieme wijk zelfs bekend als de Rincón de La Habana, vanwege de opvallende gevelkleuren en de sterke handelsrelaties met Cuba en andere Amerikaanse gebieden.
Die combinatie van water, gevels en dagelijks vissersleven gaf Villajoyosa een gezicht dat inmiddels tot de meest herkenbare beelden van de Costa Blanca behoort.
Over die kleuren bestaat een hardnekkig en geliefd verhaal. Vissers zouden hun huizen van opvallende tinten hebben voorzien zodat ze vanaf zee meteen konden zien waar thuis was. Een overtuigende historische bron die deze verklaring als vaststaand feit bevestigt, is echter moeilijk aan te wijzen. Het verhaal moet daarom vooral als lokale overlevering worden gezien.
Dat doet weinig af aan de historische betekenis van de kleurrijke gevels. Ze behoren tot een maritieme wijk die werkelijk sterk verweven was met zeevaart, handel en visserij. De kleuren zijn inmiddels uitgegroeid tot het bekendste beeld van de stad, maar hun betekenis reikt verder dan alleen schoonheid.
Meer over het huidige karakter van de stad staat op MijnAlicante.nl bij Villajoyosa in Alicante.

Chocolade als nieuwe industrie
Villajoyosa kreeg naast haar maritieme identiteit ook een tweede economische specialisatie: chocolade. De oorsprong daarvan ligt verder terug dan vaak wordt gedacht. In de lokale historische documentatie is chocoladeproductie in Villajoyosa al vanaf ten minste 1748 aantoonbaar.
De ontwikkeling hing waarschijnlijk nauw samen met de zeehandel. Schepen uit Villajoyosa vervoerden onder andere textiel en papier vanuit Alcoy richting Amerika en keerden terug met cacao en andere koloniale producten. Zo kon in de stad een lokale verwerking van cacao ontstaan.
De eerste bedrijven waren klein. Chocolade werd vaak achter in familiehuizen geproduceerd als aanvulling op landbouw of andere werkzaamheden. Chocolademakers verkochten hun producten vervolgens per kar in andere delen van Zuidoost-Spanje en Castilla-La Mancha.
In de negentiende eeuw kreeg Villajoyosa er steeds duidelijker een tweede identiteit bij, naast die van haven- en vissersstad: die van chocoladestad. Dankzij handelscontacten en ondernemende families ontstond hier een chocolade-industrie die zou uitgroeien tot een van de bekendste van Spanje.
Merken als Valor, Clavileño en Pérez zijn nauw met de stad verbonden. In de loop van de geschiedenis hebben in Villajoyosa tientallen verschillende chocolademerken bestaan. Wat begon als ambachtelijke productie groeide uit tot een economische pijler en een cultureel herkenningspunt.
Valor vanaf 1881
Vooral Chocolates Valor groeide uit tot een naam met nationale en later internationale bekendheid. Valeriano López begon in 1881 met zijn chocoladebedrijf. De onderneming bleef generaties lang binnen dezelfde familie en ontwikkelde zich van ambachtelijke productie tot een moderne fabriek.
Het huidige Museo Valenciano del Chocolate bevindt zich bij de fabriek en laat zien hoe machines, productietechnieken en verpakkingen door de tijd veranderden. Het museum werd in 1998 geopend en kreeg in 2008 officieel de status Museo Valenciano del Chocolate.
Chocolade is in Villajoyosa dan ook niet zomaar een lekkernij, maar een stuk industriële geschiedenis. Tegelijk vertelt het iets over Villajoyosa zelf: over een stad die niet alleen van de zee leefde, maar ook van ondernemerschap en vakmanschap.
De combinatie van visserij en chocolade lijkt misschien onverwacht, maar in Villajoyosa vormen die twee samen juist een belangrijk deel van haar moderne identiteit. Wie vandaag door de stad loopt, merkt dat chocolade geen los toeristisch thema is, maar een herkenbaar onderdeel van het lokale verhaal.
Twintigste eeuw en groei
De twintigste eeuw bracht, zoals overal in Spanje, jaren van verandering, spanning en vernieuwing. Villajoyosa begon die eeuw nog sterk afhankelijk van zeehandel, landbouw, scheepsbouw, nettenproductie en andere traditionele bedrijvigheid, maar kreeg in korte tijd nieuwe verbindingen en moderne infrastructuur.
Van villa naar officiële stad
Een symbolisch moment kwam in 1911. Koning Alfonso XIII verleende Villajoyosa op 6 april van dat jaar officieel de titel ciudad, stad. Daarmee werd formeel erkend dat de oude middeleeuwse villa zich had ontwikkeld tot een belangrijk economisch en stedelijk centrum.
Dat gebeurde in een periode waarin Villajoyosa zich sterk moderniseerde. Elektriciteit deed rond de eeuwwisseling zijn intrede en nieuwe wegen en stedelijke uitbreidingen veranderden het dagelijks leven.
De spoorlijn van 1914
Ook de spoorweg betekende een grote verandering. In 1911 werd in aanwezigheid van Alfonso XIII en premier José Canalejas de eerste steen gelegd voor de spoorverbinding. In 1914 ging de lijn tussen Alicante en Villajoyosa in gebruik en werd ook de verbinding richting Dénia geopend.
De trein doorbrak een eeuwenoud geografisch probleem. De Marina Baixa was door haar bergen relatief geïsoleerd van omliggende gebieden en was voor langeafstandsverkeer sterk op zee aangewezen. De spoorweg maakte personenvervoer en goederenverkeer over land veel gemakkelijker.
Tegelijk verminderde het commerciële belang van de traditionele rede en haven geleidelijk. De visserij nam daardoor in de twintigste eeuw een belangrijker plaats in binnen de maritieme economie.
Een moderne haven
De ontwikkeling van een echte beschutte haven kwam eveneens in de twintigste eeuw op gang. Tussen 1923 en 1936 bouwden inwoners van Villajoyosa de eerste grote havendam bij Alcocó. Daarmee kwam geleidelijk een einde aan de eeuwenoude situatie waarin schepen grotendeels voor de kust moesten ankeren en goederen met kleine boten werden overgeladen.
Ook de scheepswerven bleven nog lang belangrijk. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werden in Villajoyosa enkele van de grootste plaatselijke goeletten en pailebotes gebouwd. In 1918 verhuisden belangrijke werfactiviteiten naar Alcocó omdat daar grotere schepen te water konden worden gelaten.
Burgeroorlog en naoorlogse jaren
Ook Villajoyosa werd geraakt door de grote gebeurtenissen van de eeuw, waaronder de Spaanse Burgeroorlog en de moeilijke jaren erna. De economie stond onder druk en veel gezinnen hadden te maken met schaarste en onzekerheid.
Na verloop van tijd verbeterden de infrastructuur, de bereikbaarheid en de economische kansen. De visserij moderniseerde, de chocolade-industrie ontwikkelde zich verder en andere vormen van bedrijvigheid pasten zich aan nieuwe omstandigheden aan.
Toerisme verandert de kust
Vanaf de tweede helft van de twintigste eeuw begon ook het toerisme steeds meer betekenis te krijgen. Villajoyosa profiteerde van dezelfde groei van het internationale kusttoerisme die grote delen van de Costa Blanca veranderde.
Anders dan sommige andere plaatsen aan de Costa Blanca koos Villajoyosa daarbij niet voor een volledig nieuwe skyline vol hoogbouw, maar bleef een belangrijk deel van het bestaande stadsbeeld en het historische centrum herkenbaar. De oude straten, de haven, de gekleurde gevels en tastbare herinneringen aan eerdere eeuwen bleven onderdeel van het dagelijkse beeld.
Tegelijk kreeg de stad moderne voorzieningen, betere verbindingen en een grotere aantrekkingskracht op bezoekers. Juist die combinatie van behoud en ontwikkeling maakt Villajoyosa interessant: het is geen openluchtmuseum, maar ook geen plaats die haar verleden volledig heeft opgeofferd aan snelle groei. Het moderne toerisme sluit hier daardoor sterker aan op een al bestaande stedelijke identiteit.
Feesten en historische herinnering
De geschiedenis van Villajoyosa leeft niet alleen in stenen, musea en documenten, maar ook in de grote feesten van de stad. De feesten van Moren en Christenen ter ere van Santa Marta worden elk jaar van 24 tot en met 31 juli gehouden en hebben internationale toeristische erkenning.
De historische basis ligt bij de aanval van 29 juli 1538. Volgens de lokale overlevering vroeg de bevolking Santa Marta om bescherming tegen de aanvallers en werd de succesvolle verdediging aan haar tussenkomst toegeschreven. De feesttraditie in haar naam is vanaf 1694 gedocumenteerd.
Het bekendste onderdeel is tegenwoordig de landing op het strand, waarbij de vroegere aanvallen vanaf zee en de verdediging van de stad op indrukwekkende wijze worden uitgebeeld. Daarbij is het belangrijk onderscheid te maken tussen historische gebeurtenissen en latere feestelijke verbeelding. De huidige optochten en landing zijn geen letterlijke reconstructie van één zestiende-eeuws gevecht, maar een traditie die zich door de eeuwen heen heeft ontwikkeld.
Voor Villajoyosa is dit feest geen los spektakel, maar een manier om herinnering, gemeenschap en kustgeschiedenis samen te brengen. De zee, die eeuwenlang bron van handel en voedsel was, verschijnt dan ook als plaats van dreiging, verdediging en verbondenheid.
Juist door deze feesten blijft de geschiedenis van Villajoyosa voor bewoners en bezoekers tastbaar. Muziek, kostuums, optochten, religieuze traditie en de betrokkenheid van families en verenigingen zorgen ervoor dat het verleden niet alleen in boeken blijft staan. Het wordt opnieuw beleefd, gedeeld en doorgegeven.
Dat verklaart waarom de feesten zo belangrijk zijn voor de identiteit van de stad. Ze laten zien dat Villajoyosa haar geschiedenis niet alleen bewaart, maar ook blijft gebruiken om zichzelf te begrijpen. Voor wie de stad tijdens deze dagen bezoekt, wordt meteen duidelijk hoe sterk zee, geloof, verdediging en gemeenschapszin hier met elkaar verweven zijn.
Erfgoed aan zee
Vandaag profileert Villajoyosa zich steeds duidelijker als een stad waar kusttoerisme en cultureel erfgoed elkaar versterken. Vilamuseu, de Torre de Sant Josep, de Torre de l’Aguiló, de oude stadsmuren, de kerk, de haven, de gekleurde huizen en de chocoladetraditie vormen samen een breed historisch beeld.
Dat is belangrijk, omdat Villajoyosa daarmee meer is dan een strandbestemming. De stad laat zien dat een kustplaats ook historische diepte kan hebben: archeologisch, maritiem, industrieel en sociaal. Wie de gemeente rustig verkent, ontdekt dat veel van de bekendste plekken direct verbonden zijn met oude functies: verdedigen, varen, vissen, handelen, wonen en produceren.
Het historische centrum kreeg mede vanwege deze bijzondere combinatie van middeleeuwse structuur, renaissanceverdediging en traditionele bebouwing beschermde status. De stadsmuren en de kerk-fortificatie van Nuestra Señora de la Asunción behoren tot de belangrijkste overgebleven onderdelen.
Dat erfgoed maakt Villajoyosa ook aantrekkelijk voor bezoekers die de Costa Blanca al kennen, maar een rijkere laag zoeken. De stad is toegankelijk genoeg voor een dagtocht, maar interessant genoeg om langer te blijven. Het oude centrum, het museum, de haven, de stranden en de chocoladegeschiedenis vullen elkaar aan.
Wie daarnaast meer wil lezen over het toeristische aanbod, kan verder kijken bij toerisme in Villajoyosa. De geschiedenis vormt daarbij de rode draad, omdat vrijwel elke belangrijke historische plek in de stad teruggrijpt op een oudere laag.
Een stad met vele lagen
Zo is de geschiedenis van Villajoyosa er één van veerkracht, verbinding en variatie. Van Iberische sporen tot de Romeinse stad Allon, van islamitische invloed op landbouw en landschap tot de officiële stichting in 1300, van wachttorens aan zee tot kleurrijke vissershuizen en van cacao tot chocoladefabrieken: elke tijd heeft hier iets achtergelaten.
Dat maakt de stad meer dan een mooie kustplaats. Ze is een plek waar verschillende werelden door elkaar heen zichtbaar zijn gebleven. Juist die gelaagdheid verklaart waarom Villajoyosa zo’n eigen positie inneemt aan de Costa Blanca.
Wie vandaag door de oude straatjes dwaalt, Vilamuseu bezoekt of vanaf de haven omhoog kijkt naar de gevels, voelt het meteen: hier heeft de tijd niet stilgestaan, maar heeft hij laag na laag opgebouwd. Villajoyosa leeft in haar geschiedenis, in haar mensen en in de merkwaardige maar prachtige combinatie van zeezout en chocoladegeur.
Juist daardoor blijft deze stad hangen. Niet alleen als ansichtkaart, maar als verhaal dat nog altijd verder geschreven wordt. Voor wie de provincie Alicante beter wil leren kennen, is Villajoyosa daarom geen kleurrijke voetnoot aan zee, maar een stad waarin de geschiedenis van kust, handel, verdediging en dagelijks leven op een bijzonder tastbare manier samenkomt.
De oudste bekende bewoners leefden hier al in de bronstijd. De Iberische stad en necropolis laten vervolgens zien dat Villajoyosa al vóór de Romeinse overheersing deel uitmaakte van uitgebreide mediterrane handelsnetwerken. Met Allon bereikte deze ontwikkeling in de Romeinse tijd een nieuwe schaal. De municipiumstatus, monumentale thermen, de haven en de Torre de Sant Josep bevestigen dat hier een belangrijk regionaal bestuurscentrum lag.
Na eeuwen van veranderingen en verspreide bewoning creëerde Bernat de Sarrià in 1300 een nieuwe christelijke kustplaats. De keuze voor precies deze plek was geen toeval: dezelfde combinatie van haven, heuvel en toegang tot het achterland die Iberiërs en Romeinen had aangetrokken, bleef strategisch waardevol. De koninklijke status vanaf 1443 en de verdedigingsfunctie in de zestiende eeuw versterkten die positie verder.
Ook de latere economische geschiedenis bleef met zeevaart verbonden. Scheepsbouw, handel, touwproductie en uiteindelijk visserij boden generaties werk. Zelfs de chocolade-industrie dankt een deel van haar ontstaan aan de maritieme contacten waardoor cacao Villajoyosa bereikte.
De officiële stadstitel van 1911, de spoorlijn vanaf 1914, de nieuwe haven en het groeiende toerisme brachten Villajoyosa uiteindelijk de moderne tijd binnen. Toch bleef de historische structuur opvallend zichtbaar. Daardoor is het huidige Villajoyosa niet alleen het resultaat van toeristische groei, maar van ruim drieduizend jaar voortdurende wisselwerking tussen mensen, zee, handel en landschap.
Dit artikel is voor het laatst bijgewerkt op 31 oktober 2026.