Middeleeuwse wortels
Wie vandaag door de straten van Benferri wandelt, ziet een rustig dorp in de Vega Baja del Segura. Achter die kalme uitstraling gaat echter een geschiedenis schuil die vele eeuwen teruggaat. Benferri behoort tot de plaatsen in het zuiden van de provincie Alicante waar landbouw, waterbeheer, familiebezit en geloof lange tijd de basis van het bestaan vormden. Het dorp mag bescheiden van omvang zijn, maar zijn verleden is nauw verweven met de grotere geschiedenis van Orihuela en het zuidoosten van Spanje.
De huidige dorpskern ontstond niet in één keer. Benferri groeide langzaam vanuit een kleine landelijke nederzetting, omringd door akkers, wijngaarden en olijfbomen. Door de eeuwen heen wisselden islamitische machthebbers, Castiliaanse koningen, de Kroon van Aragón, adellijke families en lokale bestuurders elkaar af. Toch bleef één element opvallend constant: het land rondom het dorp moest voldoende opleveren om de gemeenschap in stand te houden.
De naam Benferri wijst waarschijnlijk op een Arabische oorsprong. In oude beschrijvingen komen ook vormen als Beniferri en Partida de Ferri voor. Het voorvoegsel beni komt in veel plaatsnamen uit de islamitische periode voor en kan verwijzen naar een familie, stam of groep bewoners. Over de precieze betekenis van Ferri bestaat geen volledige zekerheid, maar de naam bevestigt wel hoe sterk het dorp verbonden is met de islamitische geschiedenis van deze streek.
In de vroege middeleeuwen maakte de omgeving van Benferri deel uit van het uitgestrekte gebied rond Orihuela. Na de komst van islamitische legers in het begin van de achtste eeuw wist de Visigotische bestuurder Teodomiro in 713 een overeenkomst te sluiten met de nieuwe machthebbers. Daardoor behield hij binnen een deel van het zuidoosten tijdelijk een zekere mate van plaatselijk bestuur in ruil voor belasting en trouw.
Het is niet duidelijk wanneer op de exacte plaats van het huidige Benferri voor het eerst permanent werd gewoond. Wel staat vast dat de islamitische periode grote veranderingen bracht in het landbouwlandschap. Waterwielen, dammen, irrigatiekanalen en andere waterwerken maakten het mogelijk om meer grond te gebruiken en oogsten beter over droge perioden te verdelen.
Een irrigatiekanaal wordt in het Spaans een acequia genoemd. Zulke kanalen vormden samen met waterputten, kleine dammen en reservoirs een netwerk dat voor de ontwikkeling van de Vega Baja van groot belang was. Rond deze landbouwgronden ontstonden boerderijen en kleine gehuchten. Uit zulke nederzettingen groeiden later dorpen als Benferri, Redován, Cox en Almoradí.
Benferri groeit rond een toren
Tijdens de islamitische periode bestond Benferri waarschijnlijk uit niet veel meer dan een toren of versterkt landbouwgebouw met enkele woningen en werkplaatsen in de directe omgeving. Rondom lagen wijngaarden en olijfgaarden. De toren kon dienen om landbouwbezit te bewaken, bewoners te beschermen en toezicht te houden op de wegen en velden.
Van deze eerste bebouwing zijn bovengronds geen duidelijk herkenbare resten bewaard gebleven. Toch is de oude structuur van grondbezit en landbouw nog steeds terug te zien in de omgeving. De ligging op de overgang tussen de vlakte van Orihuela en de drogere gronden richting Murcia maakte Benferri geschikt voor verschillende vormen van landbouw.
Een ander belangrijk element was de Balsa de Benferri. Dit was een oud waterreservoir dat vermoedelijk uit de islamitische periode stamde. Een balsa is een bassin waarin water wordt opgeslagen voor irrigatie. Rond het einde van de zestiende of het begin van de zeventiende eeuw gaf het lokale bestuur opdracht het reservoir schoon te maken. Tegenwoordig zijn er geen zichtbare resten meer van deze wateropslagplaats.
Het verdwijnen van de balsa betekent niet dat de rol van water uit het landschap verdween. De landbouw bleef afhankelijk van regenwater, waterlopen en de onregelmatige toevoer vanuit de Rambla de Abanilla. Daardoor leefden de bewoners voortdurend tussen twee uitersten: langdurige droogte aan de ene kant en plotselinge wateroverlast aan de andere.
Christelijke machtswisseling
In de dertiende eeuw veranderde het bestuur van de streek ingrijpend. Orihuela werd in 1242 ingenomen door troepen van de Castiliaanse kroon onder leiding van de toenmalige infante Alfonso, de latere koning Alfonso X. Benferri en de omliggende landbouwgronden kwamen daarmee eveneens onder christelijk bestuur.
De politieke grens tussen Castilië en Aragón was in deze periode nog niet definitief. Het Verdrag van Almizra uit 1244 bepaalde welke gebieden door beide kronen mochten worden veroverd. Anders dan soms in lokale samenvattingen wordt vermeld, bleef Orihuela na dit verdrag onder Castiliaans bestuur. De streek ging dus niet onmiddellijk na Almizra over naar Aragón.
Dat veranderde aan het einde van de dertiende eeuw. Koning Jaime II van Aragón nam Orihuela en andere delen van het koninkrijk Murcia in 1296 in. Na jaren van onderhandelingen werden de grenzen opnieuw vastgesteld in de uitspraak van Torrellas uit 1304 en de overeenkomst van Elche uit 1305. Vanaf dat moment maakte Orihuela, en daarmee ook Benferri, definitief deel uit van de Kroon van Aragón en het koninkrijk Valencia.
De overgang naar christelijk bestuur betekende niet dat alle bestaande landbouwsystemen verdwenen. Veel irrigatiekanalen, waterverdelingen en landbouwtechnieken bleven in gebruik. Nieuwe kolonisten namen verschillende praktische onderdelen van het bestaande systeem over, omdat landbouw zonder georganiseerd waterbeheer in deze droge omgeving nauwelijks mogelijk was.
Het grondbezit werd na de christelijke verovering opnieuw verdeeld. Grote stukken land kwamen in handen van adellijke families, religieuze instellingen en militaire of bestuurlijke leiders. Voor gewone bewoners betekende dit vaak dat zij het land bewerkten zonder er zelf volledig eigenaar van te zijn. Deze verhouding tussen grootgrondbezitters en landbouwers zou de geschiedenis van Benferri eeuwenlang beïnvloeden.
Rocamora vormt het dorp
De familie Rocamora speelt een centrale rol in de ontwikkeling van Benferri. De familie bezat in de omgeving van Orihuela verschillende landgoederen en kreeg door huwelijken, aankopen en bestuurlijke functies steeds meer invloed. Ook andere plaatsen in de Vega Baja, waaronder Granja de Rocamora en Puebla de Rocamora, dragen nog altijd de familienaam.
In 1464 werd de heredad, oftewel het landgoed, van Benferri samen met de bijbehorende toren door Juan of Jaume Rocamora gekocht. Deze bezittingen vormden de kern van het latere heerlijkheidsgebied. Een heerlijkheid was een gebied waar een adellijke heer niet alleen grond bezat, maar afhankelijk van zijn rechten ook invloed kon uitoefenen op bestuur, rechtspraak en belastingen.
Rond 1494 bestond Benferri volgens de historische beschrijvingen nog voornamelijk uit een toren en omliggend landbouwgebied. Jaime de Rocamora begon vervolgens huizen te bouwen en families naar de nederzetting te halen. Zijn zoon Jerónimo zette deze ontwikkeling voort. Uiteindelijk vestigden zich volgens de gemeentelijke geschiedschrijving 29 families rond de oude toren.
Voor de familie Rocamora was bevolkingsgroei niet uitsluitend een sociaal doel. Meer bewoners betekenden ook meer landbouwers, een groter bebouwd gebied en hogere inkomsten uit pacht en belastingen. De nieuwe families kregen grond of woningen in gebruik en werkten op de bezittingen van de heer.
De groei verliep langzaam. Benferri bleef een kleine gemeenschap waarin vrijwel iedereen direct of indirect afhankelijk was van landbouw. Huizen stonden dicht bij elkaar, terwijl achter de bebouwing akkers, boomgaarden en wegen naar verspreide boerderijen lagen.
De invloed van de Rocamora’s was niet beperkt tot Benferri. Verschillende takken van de familie verwierven titels en landgoederen in de streek. Daardoor raakte de geschiedenis van het dorp verbonden met die van de markiezen van Rafal, de graven van Granja de Rocamora en andere adellijke lijnen in de Vega Baja.
Zelfstandigheid krijgt vorm
Aan het begin van de zeventiende eeuw had Benferri voldoende huizen en bewoners om een duidelijker bestuurlijke positie te krijgen. In de gemeentelijke geschiedschrijving wordt 1619 genoemd als het jaar waarin de vereiste vijftien huizen waren bereikt en Benferri de zogeheten alfonsijnse jurisdictie kreeg.
De alfonsijnse jurisdictie was een middeleeuws juridisch recht dat grootgrondbezitters onder bepaalde voorwaarden een beperkte vorm van rechtspraak en bestuur over een nederzetting gaf. Daarvoor moest onder meer een minimumaantal gezinnen of huizen aanwezig zijn. Voor kleine plaatsen als Benferri was deze status een belangrijke stap richting een eigen bestuur.
Niet alle historische overzichten dateren deze ontwikkeling precies hetzelfde. Een academische databank van de Universiteit van Valencia plaatst de toekenning van de alfonsijnse jurisdictie in 1622. De gemeentelijke informatie behandelt 1619 als het begin van het proces en 1622 als het jaar waarin de zelfstandige positie ten opzichte van Orihuela verder werd bevestigd.
Wat in ieder geval duidelijk is, is dat 1622 een sleuteljaar was voor Benferri. De plaats kreeg een zelfstandiger bestuurlijk karakter en in hetzelfde jaar werd de nieuwe parochiekerk van San Jerónimo gebouwd. De nederzetting was daarmee niet langer alleen een groep woningen op een particulier landgoed, maar ontwikkelde zich tot een gemeenschap met een eigen kerk, plaatselijk bestuur en herkenbare identiteit.
In 1632 creëerde koning Filips IV de titel Baron van Puebla de Benferri voor Jerónimo de Rocamora y Thomas. De titel bevestigde de belangrijke positie van de familie in het gebied. Het feodale en adellijke grondbezit bleef vervolgens nog lange tijd een grote invloed uitoefenen op het dagelijkse leven.
Voor gewone inwoners veranderde de formele status niet onmiddellijk alles. Zij bleven afhankelijk van de landbouw, de oogst en de beslissingen van grondbezitters. Toch ontstond vanaf deze periode steeds duidelijker het Benferri zoals het dorp zich later zou ontwikkelen: een zelfstandige kern met een eigen parochie, lokale tradities en een gemeenschap die zich onderscheidde van Orihuela.
San Jerónimo als dorpshart
De parochiekerk van San Jerónimo is het belangrijkste historische gebouw van Benferri. De kerk werd in 1622 gebouwd met steun van de familie Rocamora en kreeg een laat-renaissancistische vormgeving. Sindsdien vormt het gebouw het religieuze en symbolische middelpunt van het dorp.
De kerk bestaat uit drie schepen: een hoger middenschip en twee zijbeuken. In de buurt van het hoofdaltaar komen deze delen samen onder een koepel. Aan de zijkanten bevinden zich gewelfde vlakken die in de architectuur pendentieven worden genoemd. Daarmee kan een ronde koepel op een vierkante of rechthoekige ruimte worden geplaatst.
Opvallend is ook de kleine verhoogde constructie met glas-in-loodramen die licht in het centrale deel van de kerk brengt. Voor een dorp van deze omvang is het gebouw relatief belangrijk en ruim. Dat laat zien welke plaats de parochie in de zeventiende eeuw binnen de nieuwe gemeenschap kreeg.
De kerk was veel meer dan alleen een gebouw voor de zondagse mis. Generaties inwoners kwamen er samen voor dopen, huwelijken, begrafenissen en religieuze feestdagen. Belangrijke gebeurtenissen in het leven van families werden daardoor steeds opnieuw verbonden met dezelfde plaats.
Ook het openbare leven concentreerde zich rond de kerk. Processies begonnen en eindigden er, klokken waarschuwden bij gevaar of overlijden en het nabijgelegen plein werd een ontmoetingspunt. De kerk bepaalde daardoor niet alleen het silhouet van Benferri, maar ook het ritme van de dag en het jaar.
De beschermheilige van het dorp is San Jerónimo, in het Nederlands de Heilige Hiëronymus. Hij deelt het patroonschap van Benferri met de Virgen del Rosario, Onze-Lieve-Vrouw van de Rozenkrans. De feesten rond beide religieuze figuren behoren nog altijd tot de belangrijkste momenten van de plaatselijke kalender.
Pest en langzaam herstel
De opbouw van Benferri werd in de zeventiende eeuw zwaar getroffen door ziekte. In 1648 verspreidde zich een ernstige pestepidemie door Orihuela en de omliggende streek. De bevolking liep terug en een deel van de landbouwgrond kon tijdelijk minder intensief worden gebruikt.
Voor een kleine plaats kon het verlies van enkele gezinnen al grote gevolgen hebben. Er waren minder mensen om het land te bewerken, waterwerken te onderhouden en belastingen te betalen. Wanneer een oogst tegelijkertijd tegenviel, ontstond snel een neerwaartse beweging van armoede, vertrek en verder verval.
Benferri verdween echter niet. Nieuwe stukken grond werden ontgonnen en de landbouw in de omgeving van Benferri en La Matanza ging door. Volgens de gemeentelijke geschiedschrijving telde de plaats in 1712 nog slechts 22 inwoners. Historische bevolkingscijfers uit deze periode moeten voorzichtig worden gelezen, omdat tellingen niet altijd iedereen op dezelfde manier registreerden.
In de loop van de achttiende eeuw herstelde de gemeenschap zich. Voor 1769 wordt in de bronnen een aantal van 544 vecinos genoemd. Het historische Spaanse woord vecino kon een huishouden, belastingplichtige of geregistreerde bewoner aanduiden en is daardoor niet altijd rechtstreeks vergelijkbaar met een modern inwonertal. De cijfers laten desondanks duidelijk zien dat Benferri na de crisis opnieuw groeide.
Het herstel was afhankelijk van nieuwe bewoners, betere landbouwopbrengsten en het opnieuw gebruiken van verlaten percelen. Het dorp werd geleidelijk groter, maar bleef klein genoeg om een hechte gemeenschap te vormen waarin families elkaar generaties lang kenden.
Jezuïeten en grootgrondbezit
Aan het einde van de zeventiende eeuw kregen ook de jezuïeten belangen in Benferri. Doña María Valenzuela, markiezin van Rafal, liet de orde een landbouwbezit met geïrrigeerde grond en twee andere landerijen na. Daar stond de voorwaarde tegenover dat de jezuïeten een huis en onderwijsinstelling in Orihuela zouden openen.
De orde nam de bezittingen op 21 mei 1695 in gebruik. Daarmee ontstond binnen het dorp een nieuwe machtsverhouding. Naast de familie Rocamora bezat nu ook een religieuze orde landbouwgrond en rechten op een deel van de opbrengsten.
Een bevolkingsregister uit 1735 vermeldde dat de plaatselijke bewoners zelf nauwelijks eigenaar van de landbouwgrond waren. Een groot deel van de bezittingen behoorde toe aan Francisco Rocamora of aan andere grote eigenaren. De bewoners waren vooral pachters en landbouwers die het land tegen betaling of een deel van de oogst bewerkten.
In de achttiende eeuw ontstond een langdurig geschil tussen de jezuïeten en de familie Rocamora over de inkomsten uit verschillende landgoederen. Zulke conflicten laten zien dat de geschiedenis van een landbouwdorp niet alleen draaide om oogsten en het weer, maar ook om eigendomsrechten, pacht en de verdeling van inkomsten.
Voor de gewone inwoners bleef het dagelijkse werk grotendeels hetzelfde. Zij onderhielden bomen, zaaiden graan, verzorgden dieren en probeerden voldoende water naar de percelen te krijgen. De juridische strijd speelde zich boven hun hoofden af, maar de uitkomst kon wel gevolgen hebben voor de pacht en de verplichtingen die aan een eigenaar moesten worden betaald.
Landbouw houdt dorp overeind
Landbouw vormde eeuwenlang de economische basis van Benferri. De omstandigheden waren niet eenvoudig. Een groot deel van het grondgebied was droger dan de rijk geïrrigeerde huerta direct rond de rivier de Segura. Daardoor waren bewoners sterk afhankelijk van gewassen die tegen warmte en onregelmatige regenval konden.
In historische beschrijvingen worden onder meer olijfbomen, vijgenbomen, druiven, tarwe en gerst genoemd. Ook werden planten geteeld die als grondstof dienden voor de productie van soda en zeep. Barrilla was bijvoorbeeld een zoutminnende plant waarvan de as kon worden gebruikt bij de vervaardiging van glas en schoonmaakmiddelen.
Water uit de Rambla de Abanilla kon tijdens regenperioden naar landbouwgrond worden geleid. Een rambla is een natuurlijke bedding die meestal droogstaat, maar na hevige regen plotseling grote hoeveelheden water kan afvoeren. Bewoners probeerden dit water zo veel mogelijk op te vangen en te gebruiken voor de akkers.
Die afhankelijkheid maakte de landbouw kwetsbaar. Wanneer regen uitbleef, verdroogden gewassen. Wanneer er in korte tijd te veel regen viel, konden velden, wegen en huizen juist overstromen. De inwoners moesten voortdurend proberen een evenwicht te vinden tussen het vasthouden en veilig afvoeren van water.
Landbouw bepaalde niet alleen de economie, maar ook het sociale leven. Werkdagen volgden de seizoenen en families hielpen elkaar bij oogsten en onderhoud. Goede en slechte landbouwjaren waren direct voelbaar in vrijwel ieder huishouden.
Deze eeuwenlange band met het land is nog altijd herkenbaar. Rond de huidige dorpskern liggen citrusgaarden, akkers en irrigatiestructuren. De geteelde producten zijn in de loop van de tijd veranderd, maar het landschap herinnert nog steeds aan de historische afhankelijkheid van landbouw.
Negentiende eeuw vol verandering
Een beschrijving uit 1828 geeft een opvallend concreet beeld van Benferri. Het dorp bestond toen uit ongeveer 98 huizen. De meeste woningen hadden slechts één verdieping. Slechts drie of vier panden waren hoger. De bebouwing vormde drie verharde straten en een ruim plein.
Het omliggende land werd voornamelijk gebruikt voor droge landbouw. Er stonden olijfbomen en enkele vijgenbomen. Alleen wanneer de Rambla de Abanilla voldoende water aanvoerde, kon een deel van de grond worden bevloeid. De belangrijkste producten waren tarwe, gerst, olie, vijgen en planten die voor industriële grondstoffen werden gebruikt.
Dit beeld laat zien hoe klein Benferri aan het begin van de negentiende eeuw nog was. Toch beschikte het dorp al over de belangrijkste elementen van een vaste gemeenschap: straten, een plein, een kerk, woningen en landbouwgrond. Het dagelijkse leven speelde zich af binnen een gebied dat vrijwel iedereen te voet kon doorkruisen.
Op 21 maart 1829 werd de Vega Baja getroffen door een van de zwaarste aardbevingen uit de Spaanse geschiedenis. Vooral Torrevieja, Almoradí, Benejúzar, Rojales, Guardamar del Segura en verschillende andere plaatsen werden zwaar beschadigd. De beving was ook in Benferri voelbaar, maar volgens de plaatselijke geschiedschrijving ontsnapte het dorp aan de verwoesting die veel andere gemeenten trof.
Dat Benferri minder schade opliep, was voor de bewoners een groot geluk. In verschillende omliggende dorpen moesten complete straten opnieuw worden opgebouwd. De ramp leidde bovendien tot nieuwe ideeën over bredere straten, lagere huizen en open pleinen die bij toekomstige aardbevingen meer veiligheid moesten bieden.
In 1837 kwam Benferri korte tijd in aanraking met de Eerste Carlistenoorlog. Carlistische troepen onder leiding van Forcadell en regeringstroepen onder kolonel Hidalgo ontmoetten elkaar in de omgeving. Volgens de lokale geschiedschrijving kwam het niet tot een daadwerkelijk gevecht.
De afschaffing van feodale heerlijkheden en andere negentiende-eeuwse hervormingen veranderde ondertussen de positie van de adel. De oude rechten van families als de Rocamora verloren geleidelijk hun bestuurlijke betekenis. Grondbezit bleef belangrijk, maar de heer van het gebied kon niet langer op dezelfde manier rechtspreken en besturen.
Water brengt leven en gevaar
De geschiedenis van Benferri kan niet worden begrepen zonder de Rambla de Abanilla. Deze waterloop voert regenwater vanuit de hogere en drogere gebieden van Murcia richting de vlakte van Orihuela. Het grootste deel van het jaar kan de bedding vrijwel droogstaan. Tijdens zware regenval verandert zij echter in korte tijd in een krachtige waterstroom.
Voor landbouwers was het water eeuwenlang waardevol. Het kon grond vochtig maken, reservoirs vullen en slib achterlaten dat de bodem vruchtbaarder maakte. Tegelijk vormde dezelfde rambla een bedreiging voor woningen, wegen en landbouwgrond.
Door de eeuwen heen kende Benferri meerdere perioden van wateroverlast. Oudere inwoners en familieverhalen herinneren aan momenten waarop water wegen afsloot en grond meenam. De exacte omvang van historische overstromingen is niet altijd goed gedocumenteerd, maar de ligging van het dorp maakte het risico blijvend zichtbaar.
In september 2019 werd Benferri getroffen door een uitzonderlijk zware regenperiode. Een geïsoleerde depressie op grote hoogte, in Spanje meestal aangeduid als een DANA, veroorzaakte extreme neerslag in Murcia en de Vega Baja. De Rambla de Abanilla voerde enorme hoeveelheden water af en veroorzaakte in Benferri en Redován ernstige overstromingen.
Straten, bedrijven, woningen en landbouwgrond liepen onder water. Modder, stenen en ander materiaal werden met grote kracht meegevoerd. De overstroming liet opnieuw zien dat een bedding die jarenlang rustig lijkt, tijdens extreem weer in korte tijd gevaarlijk kan worden.
De schade van 2019 leidde tot discussies over de inrichting van de rambla, bebouwing in overstromingsgevoelige gebieden en de manier waarop water vanuit Murcia naar de Vega Baja wordt afgevoerd. Voor Benferri werd waterbeheer daarmee opnieuw een actueel onderwerp dat rechtstreeks verbonden is met eeuwenoude problemen.
De wederopbouw na de overstromingen past bij een patroon dat vaker in de geschiedenis van het dorp terugkomt. Bewoners maakten huizen schoon, herstelden landbouwpercelen en hielpen elkaar bij het verwijderen van modder en beschadigde spullen. Benferri ging verder, maar de sporen en herinneringen aan de ramp verdwenen niet onmiddellijk.
Twintigste eeuw verandert Benferri
In de twintigste eeuw bleef Benferri in de eerste plaats een landbouwdorp, maar het dagelijkse leven veranderde ingrijpend. Elektriciteit, leidingwater, verharde wegen, gemotoriseerd vervoer en nieuwe landbouwmachines maakten werkzaamheden en verplaatsingen eenvoudiger.
Tegelijkertijd nam het aantal mensen dat uitsluitend van landbouw leefde af. Jongeren vertrokken naar Orihuela, Murcia, Elche, Alicante of verder weg om werk te zoeken. Deze ontwikkeling kwam in veel Spaanse dorpen voor. De landbouw bleef zichtbaar, maar kon steeds minder gezinnen volledig onderhouden.
De Spaanse Burgeroorlog en de moeilijke jaren daarna lieten ook in kleine gemeenschappen hun sporen na. Schaarste, politieke verdeeldheid en beperkte economische mogelijkheden bepaalden een deel van het leven. Lokale familiegeschiedenissen dragen herinneringen aan deze periode, ook wanneer die niet altijd zichtbaar zijn in monumenten of officiële gebouwen.
Vanaf de tweede helft van de twintigste eeuw verbeterde de bereikbaarheid van Benferri. Orihuela en Murcia kwamen door betere wegen dichterbij te liggen. Bewoners konden buiten het dorp werken zonder meteen te hoeven verhuizen. Daardoor veranderde Benferri langzaam van een vrijwel volledig agrarische gemeenschap in een woonplaats waarvan veel inwoners dagelijks naar andere gemeenten reizen.
Nieuwe huizen en woonwijken werden aan de bestaande kern toegevoegd. Toch bleef de schaal beperkt in vergelijking met de snelle verstedelijking aan de kust. Benferri kreeg geen grote toeristencomplexen, boulevard of uitgestrekte hoogbouw. Het historische centrum bleef daardoor herkenbaar.
Vanaf het einde van de twintigste en het begin van de eenentwintigste eeuw vestigden zich ook meer buitenlandse bewoners in en rond het dorp. Zij kozen vaak bewust voor rust, ruimte en een woonomgeving met een Spaans karakter. Benferri werd daardoor iets internationaler, zonder zijn plaatselijke identiteit volledig te verliezen.
Tradities bewaren geschiedenis
De geschiedenis van Benferri leeft niet alleen voort in documenten en gebouwen. Ook feesten, religieuze gebruiken en familiegewoonten houden het verleden zichtbaar. De belangrijkste plaatselijke vieringen zijn verbonden met San Jerónimo en de Virgen del Rosario.
San Jerónimo wordt op 30 september herdacht en de feestdag van de Virgen del Rosario valt op 7 oktober. Een groot deel van het feestprogramma wordt vaak al in augustus georganiseerd, wanneer families vakantie hebben en voormalige inwoners tijdelijk naar het dorp terugkeren. Het precieze programma verschilt ieder jaar.
Tijdens de feestperiode worden religieuze plechtigheden gecombineerd met muziek, sport, activiteiten voor kinderen, optochten en gezamenlijke maaltijden. Daardoor komen verschillende generaties en families samen. De kerk en straten rondom het centrum vormen daarbij opnieuw het middelpunt, net zoals zij dat eeuwen geleden al deden.
Voor bezoekers lijken processies en dorpsfeesten misschien vooral folkloristisch. Voor inwoners zijn ze ook een manier om familiebanden, geloof en herinneringen door te geven. Kinderen lopen mee in dezelfde straten waar hun ouders en grootouders eerder deelnamen.
De tradities veranderen met de tijd. Muziek, activiteiten en de organisatie worden moderner, terwijl sommige religieuze onderdelen minder vanzelfsprekend zijn dan vroeger. Toch blijven de feesten een belangrijk moment waarop Benferri als gemeenschap zichtbaar wordt.
Daarom is het dorp geen openluchtmuseum. Het verleden wordt hier niet uitsluitend bewaard achter glas, maar krijgt ieder jaar opnieuw betekenis. Geschiedenis maakt deel uit van het gewone leven, ook wanneer bewoners daar tijdens hun dagelijkse bezigheden niet voortdurend bij stilstaan.
Verleden blijft zichtbaar
Benferri is geen dorp van koninklijke paleizen, beroemde veldslagen of grote archeologische parken. De waarde van zijn geschiedenis zit juist in het gewone en het volgehouden. Dit is een plaats waar islamitisch waterbeheer, christelijke machtswisselingen, adellijk grondbezit, landbouw en dorpsgemeenschap samenkomen.
De kerk van San Jerónimo is het duidelijkste historische monument, maar de omgeving vertelt minstens zo veel. De compacte straten herinneren aan een klein landbouwdorp. De velden laten zien waarvan bewoners generaties lang leefden. De Rambla de Abanilla verklaart waarom water tegelijkertijd welkom en gevreesd was.
Ook de naam Rocamora duikt op verschillende plaatsen in de omgeving op. Dat herinnert aan een periode waarin enkele families grote delen van de Vega Baja bezaten en bestuurden. De moderne gemeente is al lang geen heerlijkheid meer, maar het historische patroon is nog herkenbaar in plaatsnamen, kerken en oude documenten.
Wie Benferri bezoekt, kan de geschiedenis het beste langzaam bekijken. Wandel door de kern, bekijk de kerk en let op de overgang tussen huizen en landbouwgrond. Vanuit verschillende straten zijn de bergen rond Orihuela en Redován zichtbaar. Zij vormen het decor waartegen de geschiedenis van het dorp zich afspeelde.
Voor Nederlanders en Belgen die overwegen te emigreren naar Spanje of te gaan wonen in Alicante biedt die geschiedenis extra achtergrond. Benferri is niet zomaar een goedkope of rustige woonplaats bij Orihuela. Het is een gemeenschap die zich gedurende eeuwen heeft aangepast aan nieuwe machthebbers, ziekten, droogte, overstromingen en economische veranderingen.
Juist de schaal van het dorp maakt het verleden begrijpelijk. Afstanden zijn klein en veel gebeurtenissen concentreerden zich rond dezelfde kerk, hetzelfde plein en dezelfde landbouwgronden. Wie vandaag door Benferri loopt, volgt daardoor vaak letterlijk de routes die generaties inwoners vóór hem gebruikten.
De geschiedenis van Benferri is uiteindelijk een verhaal van volharding. Het dorp werd nooit een grote stad en speelde geen centrale rol in de nationale politiek. Toch wisten bewoners hun gemeenschap generatie na generatie in stand te houden. In die bescheidenheid schuilt de historische rijkdom van Benferri.
Wie meer over de huidige plaats wil lezen, kan op MijnAlicante.nl verder kijken bij Benferri tussen bergen en velden, wonen in Benferri en natuur rond Benferri.
Dit artikel is voor het laatst bijgewerkt op 23 juli 2026.