Geschiedenis van La Romana

Historisch straatbeeld met traditionele huizen in La RomanaDorp van steen en druif

De geschiedenis van La Romana leest als een kroniek van doorzettingsvermogen en verbondenheid met het land. In deze vallei, waar de zon de kalkrijke grond fel beschijnt en de wind langs oude terrassen waait, ligt een dorp dat zijn identiteit in de loop der eeuwen heeft opgebouwd met handenarbeid, geloof en seizoen na seizoen van hard werken. Het huidige La Romana is niet plots ontstaan, maar groeide langzaam uit een landelijk gebied dat eeuwenlang in de schaduw van grotere plaatsen lag.

La Romana werd pas in 1929 een zelfstandige gemeente, maar de geschiedenis van het grondgebied gaat veel verder terug. Prehistorische vondsten, oude wegen, islamitische en morisco plaatsnamen, adellijke bezittingen, kapellen, verspreide boerderijen en honderden weefgetouwen vertellen samen een veel rijker verhaal dan alleen dat van wijnbouw en natuursteen.

Het dorp ontwikkelde zich niet rond een groot kasteel, een haven of een machtige middeleeuwse stad. De kern ontstond juist langzaam tussen landbouwpercelen, landelijke huizen en bezittingen van de markiezen van La Romana. Pas in de negentiende en vroege twintigste eeuw groeide daaruit het herkenbare dorp dat tegenwoordig tussen de wijngaarden en bergen van de Midden-Vinalopó ligt.

Wie vandaag door La Romana wandelt, ziet daardoor meer dan rustige straten en moderne woningen. Achter de kerk, het oude washuis, het calvarie, de landelijke gehuchten en de wegen naar de steengroeven schuilt een geschiedenis waarin iedere economische en maatschappelijke verandering haar sporen heeft achtergelaten.

Wie meer wil weten over de ligging, het landschap en het huidige karakter van de gemeente, kan verder lezen op de algemene pagina over La Romana. Verschillende tastbare overblijfselen uit het verleden komen daarnaast terug op de pagina met bezienswaardigheden in La Romana.

Oude sporen vóór het dorp

Over de vroegste bewoning van La Romana bestaan minder geschreven bronnen dan over grotere steden als Elche, Novelda of Alicante. Er is tot nu toe geen bewijs gevonden voor een grote permanente prehistorische nederzetting op de plaats van de huidige dorpskern. Wel staat vast dat mensen het gemeentelijke gebied al duizenden jaren geleden gebruikten.

Het belangrijkste bewijs daarvoor is Els Calderons, een grot in de omgeving van de Sierra de la Cruz. De grot werd gebruikt als begraafplaats en bevatte menselijke botresten, aardewerk en stenen werktuigen. De vondsten worden in verband gebracht met verschillende prehistorische perioden, waaronder het Magdalénien en de middenfase van het Neolithicum.

Het Magdalénien vormde de laatste fase van de oude steentijd in West-Europa. Het Neolithicum, in het Nederlands de nieuwe steentijd genoemd, was de periode waarin mensen zich steeds vaker blijvend vestigden, landbouw bedreven en aardewerk gebruikten. De vondsten in Els Calderons tonen dus niet aan dat er toen al een dorp bestond, maar wel dat de omgeving van La Romana zeer vroeg bekend en belangrijk was.

De ligging maakte het gebied aantrekkelijk. De bergen boden schuilplaatsen en uitzicht over de omgeving, terwijl de lagere delen gebruikt konden worden voor jacht, het houden van dieren en later voor landbouw. Natuurlijke waterplaatsen en droge waterlopen bepaalden waar mensen en dieren zich konden verplaatsen.

Ook tijdens de Romeinse tijd lag La Romana niet buiten de belangrijke verkeersroutes. De gemeente verwijst in haar geschiedschrijving naar onderzoek waaruit blijkt dat een route die met de Via Augusta was verbonden via Monóvar en het pad van La Romana richting de Sierra de la Horna liep. Deze verbinding stond plaatselijk bekend als de Camino de la Alcaná.

De Via Augusta was de grote Romeinse noord-zuidroute langs de oostzijde van het Iberisch Schiereiland. Wegen en zijroutes verbonden steden, landbouwgebieden, mijnbouwlocaties en kusthavens met elkaar. De nabijheid van zo’n route betekent niet dat La Romana een Romeinse stad of grote nederzetting was, maar maakt wel duidelijk dat mensen en goederen al vroeg door deze streek trokken.

Over de herkomst van de naam La Romana bestaan verschillende verklaringen. De meest verbreide plaatselijke theorie legt een verband met het Arabische Al-Rumana, dat als “de granaatappels” wordt vertaald. Mogelijk groeiden deze vruchten vroeger in het gebied. Het blijft een verklaring en geen volledig bewezen taalkundig feit, maar de naam past wel bij de islamitische invloed die in de plaatsnamen van de omgeving herkenbaar is.

Novelda, moriscos en markiezen

In de middeleeuwen maakte het gebied van La Romana deel uit van een veel groter bestuurlijk en feodaal geheel. In 1449 werd de Baronie van Novelda gevormd. Niet alleen Novelda, maar ook La Romana, Monóvar en Chinorla behoorden tot deze adellijke bezittingen. De baronie kwam in handen van Pedro Maza de Lizana, admiraal van Aragón en heer van Moixent.

Een baronie was een gebied waarover een adellijke heer bestuurlijke en economische rechten bezat. Boeren en andere bewoners gebruikten de grond, maar moesten een deel van hun opbrengsten afstaan of andere verplichtingen nakomen. Ook molens, water, ovens en landbouwrechten konden onder het gezag van de heer vallen.

In het gebied woonden islamitische inwoners en later moriscos. Met moriscos worden moslims en hun nakomelingen bedoeld die zich onder christelijk bestuur tot het christendom hadden moeten bekeren. Zij behielden vaak delen van hun taal, landbouwkennis, familietradities en cultuur.

De aanwezigheid van deze bewoners is nog herkenbaar in plaatselijke namen. In historische beschrijvingen wordt bijvoorbeeld Els Palaus genoemd, dat vroeger bekendstond als Des Coraixis. De familie Agarena zou daar grotere gebouwen hebben bezeten dan de eenvoudige woningen die normaal in het gebied stonden.

Ook de naam Els Canissis wordt met deze periode verbonden. Mogelijk is de naam afgeleid van een woord waarmee christelijke kerken werden aangeduid. Volgens een plaatselijke interpretatie kan hier ooit een kleine Mozarabische kapel hebben gestaan. Mozaraben waren christenen die onder islamitisch bestuur leefden en daarbij delen van de Arabische taal en cultuur overnamen. Een gebouw is niet bewaard gebleven, waardoor deze verklaring voorzichtig moet worden gelezen.

In 1609 beval koning Filips III de verdrijving van de moriscos uit Spanje. Vooral in het toenmalige koninkrijk Valencia waren de gevolgen groot, omdat veel landbouwgebieden sterk afhankelijk waren van hun arbeid en kennis. Ook het grondgebied rond La Romana verloor bewoners en arbeidskrachten.

De bestaande landbouwgrond verdween natuurlijk niet, maar moest door andere families en pachters opnieuw worden gebruikt. Het gebied bleef nog lange tijd bestaan uit verspreide landgoederen, boerderijen en kleine woonkernen. Van een compact dorp zoals we dat tegenwoordig kennen, was nog geen sprake.

De adellijke band kreeg in de achttiende eeuw een nieuwe naam. De Spaanse koning Filips V creëerde in 1739 de titel van markies van La Romana voor de familie Caro en Maza de Lizana, die ook rechten en bezittingen in Novelda en andere gebieden had. Een markiezaat was een adellijke titel en betekende niet dat La Romana op dat moment al een zelfstandige gemeente was.

Tien jaar later, op 13 juli 1749, werd via een testament een capellanía verbonden aan San Pedro Apóstol. Een capellanía was een kerkelijke stichting waarmee inkomsten of land beschikbaar werden gesteld voor het onderhoud van een geestelijke en het verzorgen van missen. De financiering kwam mede uit landbouwgrond bij Els Palaus die door verschillende boeren werd bewerkt.

De kleine kapel van San Pedro Apóstol bestond toen al. Zij wordt in documenten uit 1729 genoemd en vormde een van de eerste herkenbare religieuze centra van het verspreid bewoonde gebied. In de omgeving van Les Coves zou daarnaast een kapel voor San Antonio hebben gestaan. Rond zijn feestdag werden daar volgens kerkelijke archieven volksfeesten en paardenrennen gehouden.

Textiel bracht onverwachte bedrijvigheid

La Romana wordt tegenwoordig vooral met druiven, amandelen, olijven en natuursteen verbonden. Aan het einde van de achttiende eeuw speelde echter ook textiel een opvallend belangrijke rol. Dit onderdeel van de geschiedenis raakt gemakkelijk ondergesneeuwd, maar laat zien dat de plaatselijke economie veelzijdiger was dan alleen landbouw.

In 1793 bestond La Romana uit verschillende caseríos en cortijos. Een caserío is een klein gehucht of een verzameling landelijke woningen. Met een cortijo wordt een boerderij of landgoed bedoeld, vaak met woonruimte, stallen en opslagplaatsen rond een erf.

Verspreid over deze nederzettingen woonden volgens de historische gegevens 173 families. Opvallend is dat er maar liefst 200 weefgetouwen voor linnen in gebruik waren. Daarnaast bestonden tien weefgetouwen voor het maken van serge, ceinturen en andere stoffen van wol en katoen.

Een serge is een stevig geweven stof met een herkenbare schuine structuur. De productie gebeurde niet in één grote moderne fabriek, maar waarschijnlijk grotendeels in woningen en kleinere werkplaatsen. Gezinnen konden landbouw combineren met spinnen, weven en het afwerken van stoffen.

De hoeveelheid weefgetouwen laat zien dat La Romana aan het einde van de achttiende eeuw deel uitmaakte van een regionaal handelsnetwerk. De gemaakte stoffen waren niet uitsluitend voor de eigen inwoners bestemd. Grondstoffen, afgewerkte producten en handelaren moeten zich tussen La Romana, Novelda en andere plaatsen in de Vinalopó hebben verplaatst.

Het textielwerk bood inkomsten buiten de landbouwseizoenen. Wanneer er op het land minder werk was, konden gezinnen thuis of in een werkruimte verder produceren. Ook vrouwen en kinderen leverden binnen de toenmalige huishoudelijke economie vaak een belangrijke bijdrage, al werden hun werkzaamheden in oude administratieve documenten lang niet altijd afzonderlijk geregistreerd.

De textielnijverheid verloor later haar dominante positie. Grotere productiecentra, mechanisering en veranderende handelsroutes maakten kleinschalig thuisweven steeds minder concurrerend. Toch heeft deze periode geholpen om het verspreid bewoonde gebied economisch te versterken en de basis te leggen voor een hechtere gemeenschap.

Dorpskern groeide rond de kerk

In de negentiende eeuw werd La Romana langzaam herkenbaarder als dorp. Die ontwikkeling verliep niet spectaculair en ook niet volgens een groot vooraf ontworpen plan. Woningen verschenen rond bestaande wegen, landbouwbezittingen en religieuze plekken. De verspreide bevolking kreeg geleidelijk een duidelijker centrum.

In 1854 telde de eigenlijke dorpskern nog maar ongeveer 25 dicht bij elkaar gelegen huizen. Daarnaast stonden in het buitengebied veel verspreide woningen. Ook bevond zich er een grote bezitting van de markies en was er een sacristan die door het bisdom werd aangesteld.

Een sacristan hielp bij het beheer van de kapel of kerk en bij de voorbereiding van missen en andere plechtigheden. Dat zo’n functie officieel werd vervuld, laat zien dat het religieuze leven inmiddels een blijvende plaats in de gemeenschap had gekregen.

De oude kapel van San Pedro werd uiteindelijk te klein voor de groeiende bevolking. Het huidige kerkgebouw van San Pedro Apóstol dateert uit 1910. In april 2010 vierde het dorp het honderdjarig bestaan van de kerk, die nog altijd een belangrijk herkenningspunt en ontmoetingscentrum vormt.

De kerk gaf het dorp niet alleen een religieus middelpunt. Rond het gebouw en het nabijgelegen plein kwamen straten, woningen en voorzieningen dichter bij elkaar te liggen. Processies, feestdagen, dopen, huwelijken en begrafenissen maakten de kerk tot een plaats waar vrijwel iedere familie op belangrijke momenten kwam.

Ook waterpunten droegen bij aan de ontwikkeling van het centrum. Het oude gemeentelijke washuis dateert uit het begin van de negentiende eeuw en behoort tot de oudste bewaard gebleven gebouwen van La Romana. Hier konden inwoners kleding wassen met water dat via de Fuente de los Cuatro Chorros en een ondergronds watersysteem werd aangevoerd.

Het washuis was tegelijk een sociale ontmoetingsplaats. Vooral vrouwen brachten er veel tijd door en wisselden tijdens het zware werk nieuws en ervaringen uit. Het gebouw werd in 1993 met hulp van inwoners gerestaureerd en herinnert nog altijd aan een periode waarin stromend water in huis niet vanzelfsprekend was.

Naast het gemeentehuis ligt het Calvario, een kruisweg op de plaats van een oude begraafplaats. Tien kalkstenen zuilen en vier centrale pilaren dragen afbeeldingen van de veertien staties van de kruisweg. Daarmee is ook op het centrale plein zichtbaar hoe sterk geloof en openbare ruimte vroeger met elkaar verbonden waren.

Het oude slachthuis vertelt weer een ander verhaal. In dit gebouw slachtten slagers en families dieren voor eigen gebruik en verkoop. Het gebouw is tegenwoordig gesloten, maar bleef voor veel oudere inwoners een herkenbare plaats uit het vroegere dorpsleven.

Druiven bepaalden het boerenleven

Landbouw bleef gedurende de negentiende en twintigste eeuw de basis van La Romana. De kalkrijke en relatief droge grond was geschikt voor gewassen die tegen hitte en beperkte neerslag konden. Druiven, amandelen en olijven werden daardoor beeldbepalend.

Werken op het land bepaalde het ritme van gezinnen. Snoeien, ploegen, het onderhouden van terrassen, het beschermen van de oogst en het plukken van druiven volgden elkaar door het jaar heen op. Het inkomen was afhankelijk van regen, temperatuur, ziekten en de prijs die handelaren voor de producten wilden betalen.

De druiventeelt kreeg verschillende vormen. Een deel van de oogst werd gebruikt voor wijn, terwijl tafeldruiven later steeds belangrijker werden. La Romana behoort tegenwoordig tot het productiegebied van de beschermde Uva de Mesa Embolsada del Vinalopó, de verpakte tafeldruif uit de Vinalopó.

Bij deze traditionele teelt wordt iedere druiventros tijdens het rijpen met de hand in een papieren zak verpakt. Die zak beschermt het fruit tegen insecten, directe zon, weersinvloeden en beschadigingen. Het is arbeidsintensief werk dat nog altijd veel handelingen op het land vraagt.

Ook de wijnbouw gaf La Romana een plaats binnen het bredere wijnlandschap van Alicante. De gemeente werd geen grote wijnstad met tientallen beroemde wijnhuizen, maar druiven voor wijn maakten wel deel uit van de plaatselijke landbouw en handel. Vooral de Monastrell-druif is sterk verbonden met het droge binnenland van de provincie.

Amandelbomen groeiden op stenige en drogere percelen waar andere gewassen moeilijker konden overleven. De bloesem kleurde aan het einde van de winter delen van het landschap wit en roze. Olijfbomen leverden vruchten voor olie en konden zeer oud worden wanneer zij goed werden onderhouden.

De landbouw gaf La Romana niet alleen inkomsten. Zij bepaalde ook gerechten, feestdagen, familieverhoudingen en het uiterlijk van de omgeving. Oude paden, stenen terrassen, boerderijen en reservoirs zijn daardoor historische sporen, ook wanneer ze niet officieel als monument worden beschermd.

Wijngaarden, akkers en traditionele landbouw rond La RomanaDe overgang naar moderne landbouw bracht machines, nieuwe druivenrassen, betere verpakkingsmethoden en andere handelskanalen. Tegelijk verdwenen kleine percelen wanneer de opbrengsten niet meer opwogen tegen de hoeveelheid werk. De geschiedenis van het boerenleven is daardoor ook een geschiedenis van aanpassen, investeren en soms stoppen.

Natuursteen veranderde de economie

Naast de landbouw kreeg La Romana steeds meer betekenis door de winning en verwerking van natuursteen. De bergen rond het dorp bevatten kalksteen en verschillende steensoorten die als marmer worden verhandeld. De bredere regio rond Novelda, Monóvar, Pinoso, Algueña en La Romana groeide uit tot een belangrijk Spaans centrum voor natuursteen.

In de Sierra del Reclot wordt onder meer roodachtige steen gewonnen die kenmerkend is voor de plaatselijke industrie. Steengroeven maakten het mogelijk om grote blokken uit de berg te halen. In werkplaatsen werden deze gezaagd, gepolijst en verwerkt tot vloeren, gevelbekleding, trappen, grafstenen en andere bouwproducten.

De sector bood een alternatief voor mensen die niet uitsluitend van de landbouw konden of wilden leven. Werk in de groeve en steenfabrieken was zwaar en niet zonder gevaar, maar leverde vaak een regelmatiger inkomen op dan een oogst die volledig van het weer afhankelijk was.

De groei van de natuursteenindustrie bracht nieuwe bedrijven, vrachtverkeer, machines en gespecialiseerde kennis naar La Romana. Het dorp werd daardoor economisch sterker verbonden met nationale en internationale markten. Plaatselijke steen werd niet alleen in de omgeving gebruikt, maar ook naar andere landen geëxporteerd.

De bedrijvigheid veranderde tegelijkertijd het landschap. Berghellingen werden aangesneden, wegen kregen zwaar verkeer en stof en geluid werden onderdeel van de dagelijkse werkelijkheid. Wie de geschiedenis van La Romana alleen romantisch beschrijft als een verhaal van stille wijngaarden, mist daarom een belangrijk deel van de plaatselijke identiteit.

Landbouw en steen vormden samen twee economische pijlers. Wanneer een oogst tegenviel, kon werk in de steenindustrie gezinnen extra zekerheid bieden. Wanneer de bouwsector of export terugliep, bleef de landbouw voor andere inwoners van belang. Die combinatie hielp La Romana om als gemeenschap verder te groeien.

Zelfstandig sinds 24 mei 1929

Het belangrijkste bestuurlijke keerpunt kwam op 24 mei 1929. Op die datum kwam voor het eerst een eigen voltallige gemeenteraad van La Romana bijeen. Daarmee werd de plaats juridisch losgemaakt van Novelda en ontstond een zelfstandige gemeente.

De eerste burgemeester was Manuel Abad Aracil. De nieuwe gemeenteraad kreeg verantwoordelijkheid voor lokale wegen, openbare voorzieningen, belastingen, onderwijs, veiligheid en de verdere ontwikkeling van de dorpskern en het uitgestrekte buitengebied.

De zelfstandigheid was meer dan een administratieve verandering. Bewoners hoefden hun plaats niet langer uitsluitend als een afgelegen deel van Novelda te zien. La Romana kreeg een eigen bestuur, een eigen gemeentelijke identiteit en de mogelijkheid om plaatselijke belangen rechtstreeks te verdedigen.

De nieuwe gemeente stond direct voor grote uitdagingen. Woningen en gehuchten lagen verspreid over een groot grondgebied. Wegen waren niet overal goed begaanbaar en moderne voorzieningen als leidingwater, elektriciteit, riolering en uitgebreid onderwijs moesten in de daaropvolgende decennia verder worden ontwikkeld.

De datum 24 mei 1929 vormt daarom het officiële geboortejaar van La Romana als gemeente, maar niet van de gemeenschap zelf. De mensen, landbouwgronden, kapellen, werkplaatsen en landgoederen bestonden al veel langer. De zelfstandigheid gaf een bestuurlijke vorm aan een dorp dat zich gedurende de voorgaande eeuwen langzaam had gevormd.

Oorlog, vertrek en herstel

Slechts enkele jaren na het verkrijgen van de zelfstandigheid werd Spanje getroffen door de Spaanse Burgeroorlog van 1936 tot 1939. La Romana lag niet bij een van de bekendste grote slagvelden, maar de oorlog en de politieke verdeeldheid bereikten ook kleine landbouwgemeenten.

Inwoners werden opgeroepen voor militaire dienst, families raakten van elkaar gescheiden en tekorten maakten het dagelijkse leven moeilijk. Religieuze en politieke verhoudingen kwamen onder zware druk te staan. Na het einde van de oorlog volgde de dictatuur van Francisco Franco, waarin armoede, schaarste en politieke controle lange tijd het leven bepaalden.

Voor veel gezinnen bleven landbouw en onderlinge hulp noodzakelijk om rond te komen. Producten werden thuis verbouwd, dieren werden gehouden en kleding en gereedschap werden zo lang mogelijk hergebruikt. Dorpsgemeenschappen konden in moeilijke tijden veel steun bieden, maar sociale verschillen en politieke wonden verdwenen niet vanzelf.

In de jaren na de oorlog vertrokken inwoners naar grotere Spaanse steden of naar andere Europese landen op zoek naar werk. Frankrijk, Duitsland, Zwitserland en industriële gebieden binnen Spanje boden kansen die in een klein agrarisch dorp niet altijd aanwezig waren.

Deze emigratie had grote gevolgen. Gezinnen leefden soms jarenlang gescheiden en geld dat vanuit het buitenland naar huis werd gestuurd, hielp bij de verbouwing van woningen of de aankoop van grond. Mensen die terugkeerden, brachten nieuwe ideeën, gewoonten en verwachtingen mee.

Vanaf de jaren zestig en zeventig verbeterden wegen, vervoer, onderwijs en huishoudelijke voorzieningen geleidelijk. Elektrische apparaten, auto’s en moderne landbouwmachines veranderden de manier waarop mensen werkten en leefden. Het dorp verloor oude functies, maar kreeg tegelijkertijd meer comfort en verbinding met de omliggende steden.

Oude landelijke bebouwing en historisch landschap rond La RomanaNieuwe bewoners, nieuw hoofdstuk

Vanaf de laatste decennia van de twintigste eeuw veranderde La Romana opnieuw. De kust van Alicante trok al veel langer buitenlandse toeristen en huizenkopers, maar geleidelijk ontdekten ook steeds meer mensen het achterland.

Britten, Nederlanders, Belgen, Duitsers, Fransen en andere Europeanen vonden in La Romana woningen met grotere percelen, landelijke rust en lagere prijzen dan in veel kustplaatsen. Sommigen kochten een tweede huis, terwijl anderen zich permanent in de gemeente vestigden.

Vooral tijdens de sterke groei van de Spaanse woningmarkt aan het einde van de twintigste en het begin van de eenentwintigste eeuw nam het aantal buitenlandse inwoners toe. Bestaande landhuizen werden gerenoveerd en op verschillende plekken kwamen nieuwe vrijstaande woningen.

De komst van deze bewoners had invloed op de plaatselijke economie. Makelaars, bouwbedrijven, tuinonderhoud, zwembaddiensten, horeca en andere ondernemingen kregen een nieuwe klantenkring. Ook Engels en andere Europese talen werden vaker gehoord.

De financiële en vastgoedcrisis vanaf 2008 remde de bouw sterk af. Niet alle voorgenomen projecten werden voltooid en sommige aangelegde straten of bouwterreinen bleven lange tijd grotendeels leeg. De periode liet zien hoe afhankelijk een lokale economie kan worden van vastgoed en bouw.

De landbouw verdween ondertussen niet. Sommige verlaten percelen werden opnieuw in gebruik genomen voor druiventeelt en andere gewassen. Ook de natuursteenindustrie bleef door internationale export een belangrijke rol spelen.

Modern dorpsleven en woningen in La RomanaLa Romana werd internationaler, maar verloor zijn Spaanse dorpskarakter niet. Feesten, familieverbanden, verenigingen, kerkelijke momenten en het dagelijkse leven op straat bleven belangrijk. Buitenlandse bewoners werden een nieuwe laag in een gemeenschap die al eerder verschillende perioden van verandering had doorgemaakt.

Voor Nederlanders en Belgen die tegenwoordig overwegen te emigreren naar Spanje of te wonen in Alicante, is dit verleden relevant. La Romana is geen nieuw gebouwde emigrantenplaats, maar een bestaand Spaans dorp waar nieuwe bewoners zich hebben aangesloten bij een veel oudere gemeenschap.

Geschiedenis blijft overal zichtbaar

Vandaag de dag is La Romana meer dan een dorp met een verleden. De geschiedenis blijft zichtbaar in het landschap, de straten en de manier waarop het dagelijkse leven is georganiseerd. Niet ieder historisch spoor heeft een informatiebord of officiële monumentenstatus, maar samen vertellen ze het verhaal van de gemeente.

Els Calderons herinnert aan de eerste mensen die deze bergen duizenden jaren geleden gebruikten. De oude weg door het gebied laat zien dat La Romana dicht bij historische verbindingen door de Vinalopó lag. Namen als Els Palaus, Els Canissis en l’Algaiat bewaren herinneringen aan vroegere talen en bewoners.

De kerk van San Pedro Apóstol staat voor de langzame groei van een verspreide bevolking naar een herkenbare dorpskern. Het washuis en de Fuente de los Cuatro Chorros tonen hoe belangrijk gemeenschappelijk water was. Het calvarie en de oude begraafplaats vertellen over geloof, dood en herinnering.

De wijngaarden, olijfgaarden en amandelpercelen laten zien hoe generaties inwoners zich aan een droog klimaat aanpasten. De steengroeven en fabrieken herinneren aan een tweede economische pijler die het dorp werk, groei en internationale handel bracht.

Ook de verspreide landelijke woningen vormen erfgoed. Sommige gebouwen begonnen als eenvoudige boerderijen of opslagplaatsen en werden later uitgebreid en gemoderniseerd. Andere staan leeg of zijn omgebouwd tot woningen voor nieuwe inwoners. Hun muren laten zien hoe functies en levenswijzen in de loop van de tijd veranderden.

De zelfstandigheid van 1929 blijft een belangrijk onderdeel van de plaatselijke identiteit. La Romana is pas relatief kort een eigen gemeente, maar heeft sindsdien bewezen een gemeenschap met eigen belangen, tradities en toekomstplannen te zijn.

Wie door La Romana wandelt, ziet daardoor een dorp dat voortdurend veranderde zonder zijn samenhang volledig te verliezen. Van een prehistorische grafgrot en morisco plaatsnamen tot weefgetouwen, druiventeelt, steengroeven en internationale bewoners: iedere periode voegde iets toe.

De geschiedenis van La Romana is niet die van koningen, grote veldslagen of wereldberoemde monumenten. Het is vooral de geschiedenis van boeren, wevers, steenhouwers, pachters, geestelijken, emigranten, ondernemers en gezinnen die op deze plaats een bestaan probeerden op te bouwen.

Juist daarom blijft het verleden hier zo dichtbij. Het is niet alleen terug te vinden in archieven, maar ook in het licht over de wijngaarden, het geluid van vrachtwagens bij de steenbedrijven, de klokken van San Pedro en de verhalen van families die La Romana al generaties lang hun thuis noemen.

Dit artikel is voor het laatst bijgewerkt op 20 juli 2026.