Natuur rond Beniarrés

Bergen, water en stilte

Stuwmeer en berglandschap bij Beniarrés in El ComtatDe natuur rond Beniarrés laat een heel andere kant van de provincie Alicante zien dan de bekende stranden en kustplaatsen. Hier komen bergen, landbouwterrassen, rivierlandschap en een groot stuwmeer samen. Aan de ene kant ligt de markante Sierra de Benicadell, terwijl aan de andere kant het water van de rivier Serpis en het stuwmeer het landschap bepaalt. Daartussen liggen olijfgaarden, oude stenen muren, dennen, mediterrane struiken en kleine landbouwpercelen.

Beniarrés ligt in de streek El Comtat, in het noordelijke binnenland van Alicante. De omgeving is groener en bergachtiger dan veel bezoekers van de Costa Blanca verwachten. Het landschap is niet overal ongerept, maar juist gevormd door een eeuwenlange wisselwerking tussen mens en natuur. Boeren legden terrassen aan, groeven irrigatiekanalen en plantten bomen op plekken waar de bodem en hoeveelheid water dat toelieten.

Die menselijke invloed doet weinig af aan de schoonheid. De stenen terrassen volgen de vorm van de hellingen, oude paden verdwijnen tussen struiken en boven het dal tekent de lange bergrug van de Benicadell zich af tegen de lucht. Voor wandelaars, fietsers, vogelliefhebbers en mensen die graag rustig buiten zijn, vormt Beniarrés daardoor een verrassend veelzijdige bestemming.

De seizoenen zijn rond Beniarrés duidelijk merkbaar. In het voorjaar worden de bermen en minder intensief gebruikte percelen groener en verschijnen wilde bloemen. In de zomer krijgt het landschap gele, bruine en zilvergroene tinten. De herfst brengt zachter licht en nieuwe begroeiing na de eerste regen, terwijl heldere winterdagen vaak verre uitzichten over de valleien bieden.

Het binnenlandse klimaat vraagt wel om aanpassing. In juli en augustus kan het op open bergpaden extreem heet worden. Buiten de zomer zijn de temperaturen meestal prettiger voor langere wandelingen, maar in de winter kan het na zonsondergang snel afkoelen. De natuur rond Beniarrés is daardoor het hele jaar interessant, maar niet ieder moment van de dag is even geschikt om actief op pad te gaan.

Beschermde Sierra de Benicadell

De Sierra de Benicadell is het belangrijkste natuurlijke herkenningspunt van Beniarrés. Het woord sierra betekent bergketen. De langgerekte kalkstenen bergrug bereikt een hoogte van 1.104 meter en strekt zich over ongeveer 25 kilometer uit. Hij vormt tegelijk een natuurlijke en bestuurlijke grens tussen de provincies Alicante en Valencia.

Rotsachtige Sierra de Benicadell boven BeniarrésDe zuidzijde aan de kant van Alicante staat bekend als de Solana del Benicadell. Solana verwijst naar de zonnige zijde van een berg. Deze helling ligt binnen het beschermde landschap Paisaje Protegido de la Solana del Benicadell. Het beschermde gebied omvat delen van de gemeenten Muro de Alcoy, Gaianes, Beniarrés en Lorcha.

Aan de noordzijde van de berg, in de provincie Valencia, ligt de eveneens beschermde Ombria del Benicadell. Ombria betekent de koelere en schaduwrijkere bergzijde. Beide beschermde landschappen vullen elkaar aan en zorgen ervoor dat een groot deel van het bergmassief aan weerszijden van de provinciegrens bijzondere bescherming geniet.

De scherpe kalkstenen kam is van grote afstand herkenbaar. Vanuit El Comtat lijkt de berg op een lange natuurlijke muur die boven de landbouwgebieden uitsteekt. Vanaf hogere plekken zijn uitzichten mogelijk over Beniarrés, Gaianes, Muro de Alcoy, het stuwmeer en andere delen van het binnenland. Bij uitzonderlijk helder weer reikt het zicht veel verder richting de provincie Valencia en de Middellandse Zee.

De Benicadell is niet alleen door natuurkrachten gevormd. Vanaf de zestiende eeuw werden grote delen van de hellingen veranderd in landbouwterrassen. Houtkap, het verzamelen van brandhout, bijenteelt, begrazing en landbouw hebben eveneens invloed gehad op de begroeiing. Daardoor bestaat het landschap uit een afwisseling van rotsen, bos, struikgewas, oude akkers en verlaten terrassen.

Op verschillende plekken bevinden zich grotten en andere sporen van menselijke aanwezigheid. De bekendste is de Cova de l’Or, een van de belangrijkste vindplaatsen uit de jonge steentijd in het westelijke Middellandse Zeegebied. De grot laat zien dat mensen al ruim zevenduizend jaar geleden gebruikmaakten van de beschutte hellingen en natuurlijke rijkdom van de Benicadell.

Waardevolle planten bij Senabre

In de gemeente Beniarrés ligt ook de beschermde plantenreservaat Alt de Senabre. Een plantenreservaat, officieel een microreservaat voor flora genoemd, is een klein afgebakend gebied waar kwetsbare, zeldzame of wetenschappelijk belangrijke plantensoorten en hun leefomgeving worden beschermd.

Alt de Senabre is zowel botanisch als geologisch interessant. De combinatie van kalksteen, hoogte, zonligging en beperkte bodem zorgt voor omstandigheden waarin gespecialiseerde mediterrane planten kunnen groeien. Zulke planten lijken soms klein en onopvallend, maar hebben zich bijzonder goed aangepast aan droogte, felle zon, wind en weinig voedingsstoffen.

Bezoekers moeten in een plantenreservaat extra zorgvuldig omgaan met de omgeving. Blijf op bestaande paden, pluk geen bloemen, verplaats geen stenen en vermijd het betreden van kwetsbare begroeiing. Een plant die er sterk uitziet, kan slechts op een klein aantal plekken voorkomen en gemakkelijk beschadigd raken.

Stuwmeer verandert de vallei

Het stuwmeer van Beniarrés vormt een groot contrast met de droge en rotsachtige berghellingen. In het Spaans wordt het Embalse de Beniarrés genoemd en in het Valenciaans Embassament de Beniarrés. Het werd in de twintigste eeuw aangelegd in de loop van de rivier Serpis en is eigendom van de Spaanse staat.

De bouw van de dam begon in de jaren veertig en werd in 1958 voltooid. De betonnen dam is bedoeld om water vast te houden voor de landbouw en om de rivier beter te kunnen beheren. Het opgeslagen water wordt vooral gebruikt voor de bevloeiing van landbouwgebied in La Safor, de kuststreek rond Gandia waar van oudsher veel citrusbomen staan.

Volgens de actuele technische gegevens van de waterbeheerder heeft het stuwmeer bij het normale maximale peil een capaciteit van 27 miljoen kubieke meter. Het wateroppervlak beslaat dan ongeveer 268 hectare. De hoeveelheid zichtbaar water wisselt echter sterk door regenval, droogte, verdamping en de vraag naar irrigatiewater.

Daardoor ziet het stuwmeer er niet ieder jaar hetzelfde uit. Na regenrijke perioden kan het water dicht bij de begroeide oevers staan. Tijdens langdurige droogte worden brede stroken aarde, stenen en oude delen van het rivierlandschap zichtbaar. Wie het gebied met enkele maanden verschil bezoekt, kan daardoor het gevoel krijgen bij een ander meer te staan.

Het stuwmeer is geen aangelegd recreatiepark met strandvoorzieningen, toezicht en duidelijk afgebakende wandelpaden. Langs delen van de oever zijn landelijke wegen en paden te vinden, maar de ondergrond kan ongelijk, modderig of los zijn. Bij een laag waterpeil kunnen oevers die stevig lijken onverwacht zacht of instabiel zijn.

Waterkwaliteit vraagt aandacht

Het water oogt vanaf een uitzichtpunt vaak rustig en aantrekkelijk, maar de ecologische toestand van een stuwmeer is ingewikkelder dan het oppervlak doet vermoeden. Het water dat Beniarrés bereikt, stroomt eerst door een gebied met steden, industrie, landbouw en waterzuiveringsinstallaties. Voedingsstoffen en andere stoffen die onderweg in de rivier terechtkomen, kunnen zich in het stuwmeer ophopen.

De gemeente heeft in het verleden aandacht gevraagd voor eutrofiëring. Dat is een overmatige hoeveelheid voedingsstoffen in het water, waardoor algen sterk kunnen groeien en het zuurstofgehalte kan dalen. Vooral bij hoge temperaturen en een laag waterpeil kan zuurstofgebrek problemen veroorzaken voor vissen en andere waterdieren.

Tijdens de uitzonderlijk droge omstandigheden van 2024 plaatste de Confederación Hidrográfica del Júcar meetapparatuur in het stuwmeer. Daarmee werden onder meer temperatuur, zuurgraad en de hoeveelheid opgeloste zuurstof gevolgd. Er werden ook vissen verwijderd om massale sterfte en verdere verslechtering van het water te voorkomen. Het overgrote deel van de verwijderde dieren behoorde tot uitheemse soorten.

Het stuwmeer moet daarom niet zonder actuele informatie als officiële zwemplek worden gepresenteerd. Wie wil vissen, varen of een andere activiteit op het water wil ondernemen, moet vooraf controleren welke vergunningen, gezondheidsadviezen en beperkingen gelden. De omstandigheden kunnen per seizoen en waterstand veranderen.

Voor wandelen, fotograferen en vogels kijken blijft de omgeving aantrekkelijk. Het uitzicht over het water en de bergen is vooral bij zacht ochtend- of avondlicht indrukwekkend. Houd wel afstand van technische installaties, respecteer afsluitingen en ga niet voorbij hekken of waarschuwingsborden.

Serpis verbindt bergen en kust

De rivier Serpis ontspringt in de omgeving van Alcoy en stroomt via El Comtat en La Safor naar de Middellandse Zee bij Gandia. In het bovenste deel wordt hij ook wel de rivier van Alcoy genoemd. Rond Beniarrés wordt de rivier tegengehouden door de dam, waarna hij verder stroomt richting Lorcha en de nauwere berggebieden van de Serpis.

Water uit de Serpis was eeuwenlang van groot belang voor landbouw, molens en nederzettingen. De rivier bepaalde waar mensen zich konden vestigen en hoe akkers werden bevloeid. Langs de oevers ontstonden irrigatiekanalen, watermolens en andere voorzieningen waarvan op sommige plaatsen nog resten zichtbaar zijn.

Een belangrijk deel van het rivierdal is beschermd als het Paisaje Protegido del Serpis, het beschermde landschap van de Serpis. Dit gebied omvat een lange natuurlijke verbinding tussen het bergachtige binnenland en de lagere kuststreek. Rotswanden, rivieroevers, bossen, landbouwgronden en oude spoorweginfrastructuur liggen er dicht bij elkaar.

De bescherming is niet alleen gericht op planten en dieren. Ook het historische landschap speelt een rol. De rivier is gevormd door natuur, maar eveneens door landbouw, industrie, spoorwegen en waterbeheer. Juist die combinatie maakt de Serpis tot een bijzonder landschap waarin verschillende perioden van de regionale geschiedenis zichtbaar blijven.

Langs de oude spoorlijn

Door het dal van de Serpis liep vroeger de spoorlijn tussen Alcoy en Gandia. De spoorverbinding werd aan het einde van de negentiende eeuw door een Britse onderneming aangelegd en vervoerde onder meer textiel, papier, steenkool, landbouwproducten en reizigers. In 1969 werd de lijn gesloten en later werden de rails verwijderd.

Delen van het voormalige spoortracé worden tegenwoordig gebruikt door wandelaars en fietsers en staan bekend als de Vía Verde del Serpis. Een vía verde is een route over of langs een buiten gebruik gestelde spoorlijn. Het traject volgt op verschillende plekken de rivier en voert langs oude stations, tunnels, bruggen, rotswanden en resten van spoorwegbouwwerken.

Niet het volledige historische spoortraject is overal als één volledig ingerichte en gelijkmatige fietsroute uitgevoerd. Sommige delen zijn duidelijk en goed toegankelijk, terwijl andere stukken ruwer of minder goed aangegeven kunnen zijn. Controleer daarom vooraf waar je wilt beginnen, welke afstand je aflegt en of tunnels of onderbrekingen op de gekozen route liggen.

Een lamp is verstandig wanneer een traject door een onverlichte tunnel loopt. Ook een fietshelm, reparatiemateriaal en voldoende water zijn geen overbodige luxe. Het mobiele bereik kan tussen hoge rotswanden en in nauwe delen van het rivierdal minder betrouwbaar zijn.

Voor bezoekers van Beniarrés biedt de Serpisroute een andere natuurervaring dan een beklimming van de Benicadell. Langs de rivier draait het minder om het bereiken van een top en meer om het volgen van water, rotsen en oude infrastructuur. De temperatuur kan in beschutte delen aangenamer zijn, al blijft ook hier de zomerhitte een serieus aandachtspunt.

Water in de Encantà

De Barranc de l’Encantà is een van de bekendste natuurlijke plekken in de omgeving. Barranc is het Valenciaanse woord voor ravijn of bergkloof. De naam kan vrij worden vertaald als het ravijn van de betoverde vrouw en is verbonden met oude plaatselijke verhalen en legendes.

Het ravijn ontstaat in de buurt van Beniaia in de Vall d’Alcalà, loopt vervolgens door de gemeente Planes en bereikt uiteindelijk het gebied van Beniarrés. Over een afstand van meer dan acht kilometer heeft het water zich een weg gebaand door kalkstenen rotsformaties. Daarna mondt het uit in het stroomgebied van de Serpis.

De Barranc de l’Encantà bestaat uit nauwere doorgangen, rotsen, poelen en stukken met mediterrane begroeiing. De hoeveelheid water is sterk afhankelijk van regenval en seizoen. Na een natte periode kunnen watervallen en poelen nadrukkelijk aanwezig zijn. Na een lange droge zomer kan hetzelfde gebied veel kaler en stiller ogen.

In en rond het water leven amfibieën, reptielen, insecten en andere dieren die afhankelijk zijn van vochtige omstandigheden. De gemeente vermeldt onder meer de groene kikker, gewone pad, adderringslang en woelrat als soorten die bij het ravijn voorkomen of historisch zijn vastgesteld.

Andere soorten verdwenen uit delen van het gebied nadat uitheemse dieren werden geïntroduceerd of de leefomgeving veranderde. De Valenciaanse tandkarper, in het Valenciaans samaruc genoemd, en een plaatselijke zoetwatergarnaal kwamen er vroeger voor, maar verdwenen volgens de gemeentelijke natuurinformatie uit deze plek.

Het ravijn is geen gebied waar na zware regen zonder risico kan worden gewandeld. In een nauwe kloof kan water snel stijgen, ook wanneer het ter plaatse nog niet hard regent. Rotsen kunnen glad worden en diepe poelen zijn niet altijd goed zichtbaar. Controleer daarom het weer in het hele stroomgebied en vermijd het ravijn bij onweer of officiële regenwaarschuwingen.

Mediterrane plantenrijkdom

Beniarrés tussen mediterrane begroeiing en bergenDe plantenwereld rond Beniarrés wordt bepaald door hoogte, bodem, zonligging en beschikbaarheid van water. Op droge en zonnige hellingen groeien andere soorten dan langs de rivier, bij bronnen of op beschaduwde bergwanden. Hierdoor ontstaat binnen een relatief klein gebied een opvallende afwisseling.

Op de lagere landbouwterrassen staan vooral olijfbomen en amandelbomen. Ook vijgenbomen, johannesbroodbomen en plaatselijk druivenranken komen voor. Sommige percelen worden nog actief onderhouden, terwijl andere langzaam opnieuw worden ingenomen door grassen, kruiden en struiken.

Olijfbomen zijn goed aangepast aan droogte en behouden ook in de zomer hun grijsgroene blad. Veel exemplaren worden al generaties lang verzorgd. De bomen hebben niet alleen economische waarde, maar vormen ook schaduwplekken en kleine leefgebieden voor insecten, vogels en andere dieren.

Op drogere hellingen groeien kruiden en struiken zoals rozemarijn, tijm, lavendelachtige soorten, mastiekstruik en zonneroosjes. Wanneer de zon deze planten verwarmt, verspreiden zij een sterke mediterrane geur. Vooral na lichte regen of wanneer bladeren worden aangeraakt, is die geur goed merkbaar.

Espartogras groeit op stenige en droge plekken. De taaie vezels werden vroeger gebruikt om touw, manden, matten, schoenen en andere gebruiksvoorwerpen te maken. Wat nu vooral als wilde begroeiing wordt gezien, was ooit een waardevolle grondstof voor huishoudens en ambachtslieden.

Op hoger gelegen en koelere delen groeien Aleppodennen, steeneiken en andere bomen en struiken die bestand zijn tegen droogte en arme kalkgrond. De bosgebieden zijn niet overal dicht. Open stukken, rotsen en struikgewas wisselen elkaar af, waardoor verschillende planten en dieren een geschikte leefomgeving vinden.

Langs waterlopen staan bomen en planten die meer vocht nodig hebben. Populieren, wilgen, riet en andere oeverbegroeiing zorgen er voor schaduw, houden grond vast en bieden beschutting aan vogels, insecten en kleine zoogdieren. De exacte begroeiing verandert met de waterstand en het onderhoud van de oevers.

In het voorjaar kunnen klaprozen, kleine orchideeën en andere veldbloemen verschijnen. Hoe uitbundig dat gebeurt, hangt sterk af van de regen in de voorafgaande maanden. Na een droge winter blijven bloemen bescheidener, terwijl een nat voorjaar bermen en ongebruikte akkers opvallend kleurrijk kan maken.

Dieren tussen rots en water

De combinatie van bos, struiken, landbouwgrond, rotswanden en water maakt de omgeving geschikt voor verschillende diersoorten. Veel dieren zijn vooral in de vroege ochtend, rond zonsondergang of tijdens de nacht actief. Wandelaars zien daarom vaker sporen en uitwerpselen dan de dieren zelf.

Vossen, wilde zwijnen, steenmarters en andere zoogdieren kunnen in het bergachtige binnenland voorkomen. Ook de genetkat, een slank en gevlekt nachtdier, hoort bij mediterrane leefgebieden. Deze dieren vermijden mensen meestal en blijven overdag verborgen tussen rotsen, struiken en bos.

Konijnen en hazen leven in opener terrein, terwijl patrijzen zich tussen landbouwpercelen en lage begroeiing ophouden. Insecten, hagedissen en kleine knaagdieren vormen een belangrijke voedselbron voor roofvogels en andere jagers.

In de lucht zijn torenvalken en andere roofvogels te zien. Zij gebruiken warme opstijgende lucht langs berghellingen om met weinig vleugelslagen hoogte te winnen. Welke soorten op een bepaalde dag zichtbaar zijn, hangt af van seizoen, weersomstandigheden en plaats.

De rotswanden en rustige bergzones bieden eveneens ruimte aan uilen en andere vogels die holen, spleten of afgelegen nestplaatsen gebruiken. Het is belangrijk om tijdens het broedseizoen afstand te houden en geen nesten te benaderen. Een vogel die herhaaldelijk alarm roept, kan erop wijzen dat een wandelaar te dicht bij een nest is gekomen.

Rond het stuwmeer worden onder meer reigers, aalscholvers, eenden en andere watervogels gezien. De aantallen en soorten wisselen met het seizoen en de waterstand. Lage waterstanden kunnen ondiepe zones blootleggen waar vogels voedsel zoeken, terwijl een hoger peil weer andere plekken geschikt maakt.

Libellen, vlinders, bijen en andere insecten zijn vooral in het voorjaar en de vroege zomer actief. Zij spelen een belangrijke rol bij bestuiving en vormen voedsel voor vogels, reptielen en amfibieën. Het gebruik van bestrijdingsmiddelen, langdurige droogte en het verdwijnen van bloemenrijke bermen kunnen hun aantallen beïnvloeden.

Natuurliefhebbers doen er goed aan dieren op afstand te bekijken en geen voedsel achter te laten. Voeren verandert natuurlijk gedrag en kan ratten, wilde zwijnen of andere dieren aantrekken naar plaatsen waar mensen verblijven. Ook honden moeten in kwetsbare natuur en in de buurt van vee onder controle worden gehouden.

Wandelen vraagt voorbereiding

De natuur rond Beniarrés nodigt uit tot wandelen, maar de omstandigheden verschillen sterk van vlakke routes in Nederland en België. Zelfs een route met een beperkt aantal kilometers kan door losse stenen, steile hellingen en zon zwaarder zijn dan verwacht.

Een beklimming richting de hogere delen van de Benicadell is geschikt voor ervaren wandelaars met een goede conditie. De route kan over smalle en rotsachtige paden lopen en bevat weinig schaduw. Bij harde wind, mist, regen of extreme hitte is een tocht over de bergkam niet verstandig.

Voor een rustiger wandeling kunnen landelijke wegen rond het dorp, uitzichtpunten boven Beniarrés en delen van het gebied bij het stuwmeer worden gekozen. Ook daar is het belangrijk om op openbare wegen en paden te blijven. Niet iedere zichtbare landbouwweg is vrij toegankelijk.

Controleer vooraf een recente routebeschrijving en download de kaart voor offline gebruik. Paden kunnen door begroeiing, erosie, werkzaamheden of particulier grondgebruik veranderen. Een route op een wandelapp is niet automatisch officieel gemarkeerd of actueel.

Neem voldoende water mee. In de bergen zijn bronnen niet altijd betrouwbaar en sommige vallen in droge perioden volledig droog. Water uit een bron of beek is bovendien niet automatisch geschikt om zonder behandeling te drinken.

Goede wandelschoenen met profiel zijn belangrijk, evenals bescherming tegen zon en teken. Een pet of hoed, zonnebrandcrème en een extra laag kleding buiten de zomer maken een tocht comfortabeler en veiliger. Laat iemand weten welke route je loopt wanneer je alleen vertrekt.

In perioden met groot natuurbrandgevaar kunnen bospaden en natuurgebieden tijdelijk worden afgesloten. Maak nooit vuur, gooi geen sigaretten weg en parkeer een auto niet boven hoog droog gras. Een hete uitlaat kan voldoende zijn om brand te veroorzaken.

Natuur door vier seizoenen

De winter is vaak geschikt voor langere wandelingen. Overdag kan de zon aangenaam zijn en de heldere lucht zorgt geregeld voor verre uitzichten. In de schaduw, op de bergkam en na zonsondergang kan het echter koud aanvoelen. Wind maakt het temperatuurverschil nog groter.

In februari, maart en april wordt het landschap meestal groener. Amandelbomen kunnen bloeien, kruiden beginnen te groeien en vogels worden actiever. Het precieze moment van bloei verschilt per hoogte en weersjaar. Na een droge winter kan het voorjaar minder uitbundig zijn.

Mei en juni bieden lange dagen, maar de temperatuur stijgt snel. Bloemen en insecten zijn nog zichtbaar, terwijl grassen beginnen te verdrogen. Vertrek voor langere wandelingen vroeg en houd rekening met het ontbreken van schaduw.

Juli en augustus zijn vooral geschikt voor korte wandelingen in de vroege ochtend. Midden op de dag kunnen rotsen en open paden gevaarlijk heet worden. Ook het risico op uitdroging en natuurbrand is dan het grootst.

September en oktober brengen geleidelijk zachter weer. Na de eerste regen kunnen droge hellingen verrassend snel groener worden. Hevige herfstbuien kunnen echter ook erosie, gladde paden en plotselinge waterstromen in ravijnen veroorzaken.

November en december zijn vaak rustig. Het toeristische verkeer neemt af en de lage zon geeft het landschap warme kleuren. Het is een mooie periode voor fotografen en wandelaars die niet afhankelijk zijn van hoge temperaturen.

Natuur bepaalt het dorpsleven

Rustig mediterraan landschap rond BeniarrésDe natuur rond Beniarrés is geen afzonderlijke attractie buiten het dorp. Zij bepaalt mede hoe mensen wonen, werken en hun vrije tijd besteden. De bergen beïnvloeden het klimaat, de rivier en het stuwmeer bepalen het waterbeheer en de landbouwterrassen laten zien hoe bewoners generaties lang met de beperkte ruimte zijn omgegaan.

Olijfolie, amandelen, moestuinen en oude irrigatievoorzieningen verbinden het dagelijkse leven met het landschap. Dezelfde paden die tegenwoordig door wandelaars worden gebruikt, dienden vroeger om akkers, bronnen, molens en andere dorpen te bereiken.

Ook voor mensen die nadenken over wonen in Alicante is die relatie met de natuur belangrijk. Beniarrés biedt rust en ruimte, maar het leven in een bergdorp vraagt een auto, aandacht voor hitte en regen en bereidheid om voor grotere voorzieningen naar omliggende plaatsen te rijden.

Wie hier alleen naar een spectaculair uitzicht zoekt, zal zeker mooie plekken vinden. De werkelijke aantrekkingskracht wordt echter duidelijker wanneer je langer blijft kijken. Een oude terrasmuur, de veranderende waterstand, de geur van tijm en het geluid van vogels vertellen samen hoe het landschap voortdurend verandert.

De natuur is bovendien kwetsbaar. Droogte, waterkwaliteit, uitheemse soorten, verlaten landbouwgrond en natuurbrandrisico zorgen voor uitdagingen. Bescherming betekent daarom meer dan een gebied op een kaart inkleuren. Waterbeheer, bosonderhoud, landbouw, recreatie en natuurbehoud moeten voortdurend met elkaar in evenwicht worden gebracht.

Wie meer over de achtergrond van het landschap wil weten, kan verder lezen over de geschiedenis van Beniarrés. Praktische ideeën voor wandelingen, de Cova de l’Or en andere bezienswaardigheden staan in het artikel over de uitstapjes in Beniarrés.

Beniarrés laat zien dat natuur in het binnenland van Alicante veel meer omvat dan bergen alleen. De Benicadell, de Serpis, het stuwmeer, de Barranc de l’Encantà en de landbouwterrassen vormen samen een landschap waarin water en droogte voortdurend naast elkaar bestaan.

Juist die contrasten maken de omgeving zo aantrekkelijk. Op één dag kun je uitkijken over open water, door droge kruidenvegetatie wandelen en onder een rotsachtige bergkam staan. Wie rustig loopt, rekening houdt met de omstandigheden en de kwetsbaarheid van het gebied respecteert, ontdekt rond Beniarrés een van de meest afwisselende natuurgebieden van El Comtat.

Dit artikel is voor het laatst bijgewerkt op 27 juli 2026.