Geschiedenis van Xaló

Oude dorpsstraat en historische bebouwing in het centrum van XalóEeuwen tussen rivier en bergen

De geschiedenis van Xaló ligt als een stille laag onder het huidige dorpsleven, tussen de bedding van de rivier Xaló-Gorgos en de hellingen van de omliggende bergen. Wie vandaag door het dorp wandelt, ziet terrassen, winkels, wijnhuizen, een levendige markt en een centrum dat in de afgelopen jaren verder is opgeknapt. Onder dat dagelijkse beeld schuilt echter een verleden dat duizenden jaren teruggaat.

De eerste bewoners van het grondgebied leefden hier lang voordat er sprake was van het huidige dorp. Zij vonden in de vallei water, beschutting, wild, vruchtbare grond en natuurlijke routes tussen de kust en het binnenland. Later kwamen Iberische gemeenschappen, Romeinse landbouwers, islamitische boeren, christelijke veroveraars, Mallorcaanse kolonisten en generaties wijnbouwers. Iedere periode liet een eigen laag achter in het landschap.

De huidige dorpskern ontstond vooral tijdens en na de islamitische periode. Xaló werd dus niet in één keer gesticht en groeide evenmin vanuit één groot kasteel of klooster. Het dorp ontwikkelde zich uit kleinere agrarische nederzettingen die onder bescherming stonden van versterkte bergplaatsen. Na de christelijke verovering werden bewoners geconcentreerd rond een nieuwe kern, waaruit het huidige Xaló langzaam ontstond.

De officiële Valenciaanse naam is Xaló. In het Castiliaans wordt het dorp Jalón genoemd. Beide namen verwijzen naar dezelfde gemeente, maar op plaatselijke verkeersborden, gemeentelijke documenten en actuele kaarten wordt vooral Xaló gebruikt. Voor Nederlandse en Belgische lezers is het handig om beide vormen te kennen, omdat Jalón nog veel voorkomt in buitenlandse woningadvertenties en oudere toeristische informatie.

De geschiedenis van Xaló is geen verhaal van grote paleizen of beroemde veldslagen. Het is vooral een verhaal van mensen die zich steeds opnieuw aanpasten aan water, droogte, landbouw, oorlog, economische veranderingen en nieuwe machthebbers. Juist die geleidelijke ontwikkeling verklaart waarom het dorp zijn historische karakter heeft behouden, terwijl het tegelijk een moderne en internationale woonplaats is geworden.

Bewoning begon in de prehistorie

De oudste bekende sporen van menselijke aanwezigheid liggen buiten de huidige dorpskern. Verspreid over het gemeentelijke grondgebied bevinden zich grotten, rotswanden en hoger gelegen plaatsen waar mensen in de prehistorie verbleven, werkten of zich tijdelijk terugtrokken.

Een belangrijke vindplaats is de Cova de les Meravelles, in het Spaans ook Cueva de Maravillas genoemd. De grot ligt op de zuidwestelijke helling van het massief van de Solana, op ongeveer 380 meter boven zeeniveau. Zij werd halverwege de twintigste eeuw archeologisch bekend.

In de grot zijn sporen gevonden uit een lange periode, van het neolithicum tot in de middeleeuwen. Het neolithicum was de fase waarin groepen mensen steeds vaker op een vaste plek gingen wonen, landbouw bedreven en dieren hielden. Archeologen vonden er onder meer voorwerpen van vuursteen, zoals pijlpunten, boortjes, schrapers en tanden van sikkels.

Deze werktuigen laten zien dat de gebruikers van de grot niet uitsluitend jagers waren. De sikkeltanden werden waarschijnlijk gebruikt bij het snijden van graan of andere planten. De vindplaats vertelt daarmee over de overgang van een rondtrekkend bestaan naar een samenleving waarin landbouw en vaste bewoning steeds belangrijker werden.

Een tweede belangrijke plek is de Cova del Mansano op de oostelijke helling van de Serra del Ferrer, dicht bij het ravijn van Masserof. Het gaat om een grote en onregelmatig gevormde rotsschuilplaats.

Op de rotswanden zijn acht panelen met Levantijnse rotsschilderingen gedocumenteerd. Daarop zijn onder meer jachtscènes en dansende menselijke figuren te herkennen. Levantijnse rotsschilderkunst is kenmerkend voor verschillende prehistorische vindplaatsen in het oosten van Spanje en geeft een uitzonderlijk beeld van hoe mensen zichzelf, dieren en gezamenlijke activiteiten uitbeeldden.

Ook de bronstijd is binnen het grondgebied van Xaló vertegenwoordigd. Resten van nederzettingen zijn gevonden bij Les Deveses en tegenover de Cova del Mansano. Bewoners kozen vaak hoger gelegen plekken die goed te verdedigen waren en uitzicht boden over routes, akkers en waterbronnen.

De meeste van deze archeologische plekken zijn geen vrij toegankelijke toeristische attracties. Grotten, schilderingen en opgravingen kunnen kwetsbaar zijn en liggen soms op moeilijk bereikbaar of particulier terrein. Het is daarom niet verstandig om zonder lokale routekennis of toestemming zelf op zoek te gaan.

Een toegankelijke kennismaking met deze vroege geschiedenis is mogelijk in het Museu Arqueològic i Etnològic de Xaló. Het museum toont archeologische vondsten en legt de ontwikkeling van de vallei uit vanaf de prehistorie tot het moderne dorp.

Iberiërs en Romeinen gebruikten de vallei

Na de prehistorie ontstonden op verschillende hoge plaatsen versterkte Iberische nederzettingen. De Iberiërs waren geen enkel verenigd volk, maar verschillende gemeenschappen die vóór en tijdens de komst van de Romeinen langs de oostelijke en zuidelijke delen van het Iberisch Schiereiland leefden.

Bij het Castell d’Aixa en Margen Largo zijn resten gevonden die op versterkte bewoning wijzen. Bij Margen Largo werd onder meer een gedeelte van een Iberische muur en aardewerk aangetroffen. De ligging op hoogte maakte controle over de omgeving mogelijk en bood bescherming wanneer er gevaar dreigde.

Het Castell d’Aixa bleef ook in latere perioden belangrijk. De plaats lag strategisch boven de vallei en kon verbindingen en landbouwgebieden overzien. De opeenvolgende bewoners gebruikten daarmee vaak dezelfde logische plekken, ook al veranderden bouwtechnieken, machthebbers en godsdiensten.

Tijdens de Romeinse periode werd de vallei sterker opgenomen in een netwerk van landbouwproductie, belastingheffing en handel. Binnen het grondgebied van Xaló zijn twee Romeinse villa’s bekend, in de gebieden Passula en Comes.

Een Romeinse villa was niet noodzakelijk alleen een luxe buitenhuis. Het was vaak een landbouwbedrijf met woonruimte, opslagplaatsen, werkruimten, stallen en omliggende akkers. Vanuit zulke bedrijven werden graan, olijven, druiven en andere producten verbouwd en verwerkt.

Traditionele boerderij en agrarisch landschap uit de omgeving van XalóDe Romeinse landbouwbedrijven in de vallei ontstonden vanaf ongeveer de eerste eeuw na Christus. Zij vormden onderdeel van een nieuw systeem waarin het landschap planmatiger werd geëxploiteerd. Producten konden via wegen en kustplaatsen naar andere delen van Hispania en het Romeinse rijk worden vervoerd.

Xaló was geen grote Romeinse stad met een forum, theater of monumentale baden. De Romeinse invloed is hier vooral zichtbaar als agrarische organisatie van het grondgebied. Dat past bij een patroon dat de geschiedenis van het dorp eeuwenlang zou blijven bepalen: de vallei was waardevol door haar grond, water en gewassen.

Na het uiteenvallen van het West-Romeinse rijk veranderden bestuur en handelsverbindingen. Bewoning en landbouw verdwenen niet, maar bronnen over deze tussenliggende eeuwen zijn beperkter. Pas uit de islamitische periode ontstaat opnieuw een duidelijker beeld van de organisatie van het landschap.

Islamitische dorpen bepaalden Xaló

De huidige stedelijke oorsprong van Xaló ligt in de islamitische periode. De bevolking woonde toen niet uitsluitend in één compacte plaats, maar verspreid over verschillende kleine landbouwgemeenschappen. Zo’n nederzetting werd een alquería genoemd, in het Nederlands het beste te vergelijken met een klein gehucht of landbouwbuurtschap.

De alquerías lagen tussen akkers, waterlopen en berghellingen. Zij bestonden uit woningen, opslagplaatsen en landbouwgrond en waren met elkaar verbonden door paden. De bewoners verbouwden gewassen, hielden dieren en maakten gebruik van irrigatie om het onregelmatig beschikbare water zo goed mogelijk te verdelen.

De officiële historische informatie noemt verschillende nederzettingen en plaatsnamen, waaronder Alcau, Almaçarof, Cuca, Nahameni, Liba en Benixaloni. Veel oude namen leven nog voort als aanduiding van landelijke gebieden en percelen binnen de gemeente.

Het landschap werd bestuurd vanuit versterkte plaatsen. Voor Xaló waren vooral het Castell d’Aixa en de versterking van Bèrnia belangrijk. Deze kastelen vormden politieke en militaire centra en konden bij gevaar als toevluchtsoord dienen.

Het Arabische begrip hisn werd gebruikt voor zo’n versterkte plaats. Meerdere kastelen en uitkijkpunten stonden met elkaar in verbinding en vormden een netwerk waarmee bewoners en machthebbers delen van de vallei konden controleren.

De islamitische invloed is ook zichtbaar in het waterbeheer. Irrigatiekanalen brachten water naar akkers en molens. In het Valenciaans wordt zo’n kanaal een séquia genoemd, in het Spaans een acequia. Het Pla de la Sèquia in Xaló herinnert nog altijd aan deze relatie tussen water, landbouw en dorpsontwikkeling.

Terrassen en droge stenen muren maakten het mogelijk ook hellingen te gebruiken. Regenwater werd afgeremd, grond spoelde minder snel weg en landbouwers konden druiven, olijven, amandelen en andere gewassen verbouwen op plaatsen die van nature te steil waren.

Het is verleidelijk om ieder oud irrigatiekanaal automatisch als islamitisch te omschrijven. Veel systemen werden echter in latere eeuwen aangepast, uitgebreid of volledig vernieuwd. De basisgedachte van zorgvuldig water verdelen bleef wel een belangrijk onderdeel van het agrarische leven.

De verovering veranderde de macht

In 1256 werden de gebieden van de Vall de Xaló door de troepen van koning Jaume I veroverd. De grond werd vervolgens als leen verdeeld onder mensen die aan de verovering hadden deelgenomen of de kroon ondersteunden.

De christelijke overwinning betekende niet dat de islamitische bevolking onmiddellijk verdween. Veel moslims bleven aanvankelijk in de vallei wonen en werken. Zij kwamen wel onder christelijk bestuur te staan, moesten nieuwe belastingen betalen en kregen te maken met andere grondbezitters en machtsverhoudingen.

Deze moslims onder christelijk bestuur worden mudéjares genoemd. In latere eeuwen werden zij gedwongen zich tot het christendom te bekeren. Zij en hun nakomelingen werden daarna aangeduid als moriscos.

De verovering maakte een einde aan een deel van de vroegere bestuurlijke samenhang tussen de verspreide alquerías. Opstanden en spanningen leidden ertoe dat bewoners steeds sterker werden geconcentreerd in geselecteerde nederzettingen.

Voor Xaló werd het Ràfol de Xaló het belangrijkste concentratiepunt. Deze nederzetting wordt gezien als de oorsprong van de huidige dorpskern. Het oude woord ràfol werd gebruikt voor een landelijke nederzetting of plaats waar bewoners bijeenwoonden.

Het grondgebied wisselde in de volgende eeuwen meerdere keren van eigenaar. Historische namen die met de heerlijkheid verbonden zijn, zijn onder anderen Bernat de Sarrià, Hug de Cardona en Joan Martorell, de vader van de bekende schrijver Joanot Martorell.

Ook dichter Ausiàs March had bezittingen of heerlijke rechten in de vallei. Dat maakt de geschiedenis van Xaló indirect verbonden met twee van de beroemdste auteurs uit de middeleeuwse Valenciaanse literatuur: Joanot Martorell, schrijver van Tirant lo Blanc, en Ausiàs March.

In 1409 werd Alcalalí losgemaakt van de baronie van Xaló en vormde het een eigen baronie. De resterende baronie bestond daarna hoofdzakelijk uit Xaló en Llíber. Beide dorpen bleven nog eeuwenlang bestuurlijk en economisch nauw verbonden.

De verdrijving ontvolkte de vallei

De grootste bevolkingsbreuk kwam in 1609. Koning Filips III besloot de moriscos uit de Spaanse koninkrijken te verdrijven. Het decreet dat de Valenciaanse gebieden trof, dateerde van 21 september van dat jaar.

De maatregel had in de Marina Alta bijzonder zware gevolgen, omdat in veel dorpen een groot deel van de bevolking uit moriscos bestond. Zij waren landbouwers, ambachtslieden, pachters en beheerders van irrigatiesystemen. Hun gedwongen vertrek betekende dat woningen, terrassen en akkers vrijwel van de ene dag op de andere zonder gebruikers kwamen te zitten.

Ook de baronie van Xaló raakte bijna ontvolkt. Dat was niet alleen een menselijke tragedie, maar ook een economische crisis. De adellijke eigenaren verloren pachters en inkomsten, terwijl oogsten niet langer konden worden binnengehaald en waterwerken onvoldoende werden onderhouden.

De verdrijving verliep niet overal vreedzaam. In verschillende delen van de Marina Alta kwamen moriscos in verzet of trokken zij de bergen in. De gebeurtenissen rond onder meer de Vall de Laguar behoren tot de ingrijpendste episodes uit de regionale geschiedenis.

In 1610 begon de herbevolking van Xaló met christelijke landbouwfamilies uit Mallorca. De officiële geschiedenis noemt vooral kolonisten uit Santa Margalida en Llucmajor.

De nieuwe bewoners kregen grond en woningen toegewezen onder voorwaarden die door de plaatselijke heer werden bepaald. Zulke afspraken werden doorgaans vastgelegd in een bevolkingsbrief, in het Valenciaans een carta pobla.

De kolonisten moesten verlaten terrassen herstellen, irrigatiekanalen onderhouden en het landbouwbedrijf opnieuw op gang brengen. Zij begonnen niet in een leeg landschap, maar namen grond, paden, waterwerken en woningen over die door eerdere bewoners waren gevormd.

De Mallorcaanse herbevolking heeft een blijvende invloed op taal, familienamen en gebruiken in de Marina Alta. Het Valenciaans dat in Xaló en omliggende dorpen wordt gesproken, vertoont in woordenschat en uitspraak op verschillende punten verwantschap met taalvormen van de Balearen.

De sterke positie van het Valenciaans in Xaló is dus niet uitsluitend een overblijfsel uit de middeleeuwen. Zij hangt ook samen met de nieuwe bevolking die na 1609 vanuit Mallorca naar de vallei kwam.

Het dorp groeide langs water

Na de moeilijke herstart groeide de bevolking tijdens de achttiende eeuw sterk. Volgens de gemeentelijke geschiedschrijving verviervoudigde het aantal inwoners in die eeuw. Met de bevolkingsgroei breidde ook de bebouwing zich uit.

De oudste kern had een onregelmatige structuur rond de huidige straten Hospital en Sant Judes. De bochten en smallere doorgangen worden in verband gebracht met de islamitische oorsprong van het dorp.

Daarna ontwikkelde zich een regelmatiger stratenpatroon rond de Carrer Major en parallel aan de rivier. Langs het Pla de la Sèquia lagen verschillende gebouwen die bij de heerlijke economie hoorden: de oven, molen, woning van de heer, olijfpers en tuin.

Een almàssera, in het Spaans almazara, was een olijfperserij. Boeren brachten er hun olijven naartoe om olie te laten maken. Zo’n gebouw was tijdens de oogst een belangrijke productie- en ontmoetingsplek.

Aan de zuidkant van de Plaça Major werd in de achttiende eeuw het paleis van de baronnen gebouwd. Het gebouw herinnerde zichtbaar aan de heerlijke machtsstructuur waaronder bewoners grond gebruikten en verplichtingen aan de eigenaar hadden.

Begin negentiende eeuw werden met een nalatenschap van de hertogin van Almodóvar een nieuwe kerk en scholen gebouwd. De huidige parochiekerk werd in 1831 ingrijpend hervormd.

De bouw van een grotere kerk en onderwijsvoorzieningen laat zien dat Xaló inmiddels een belangrijker centrum in het middengedeelte van de rivierbedding was geworden. De bevolking was gegroeid en het dorp vervulde meer functies voor de omliggende landbouwgebieden.

In 1847 werd een geometrisch uitbreidingsplan opgesteld. Daarmee werd het stratenpatroon verbeterd en werden onder meer de straten Salamanca en de la Mare de Déu geopend. De groei werd daardoor planmatiger dan in de kronkelende oudste kern.

Traditionele huizen en straatbeeld in de historische kern van XalóEen nieuw rooilijnenplan uit 1957 maakte verdere bebouwing mogelijk tussen de Carrer Alacant en de doorgaande weg. Zo groeide het dorp langzaam uit zijn historische kern en ontstonden nieuwe woonstraten en voorzieningen.

De huidige vorm van Xaló vertelt daardoor verschillende verhalen tegelijk. De oudste kronkelende straten herinneren aan de islamitische nederzetting, de Plaça Major en kerk aan de groei in de achttiende en negentiende eeuw en de ruimere straten aan de moderne uitbreiding.

Rozijnen brachten internationale handel

Landbouw bleef eeuwenlang de ruggengraat van Xaló. Olijven, amandelen, graan en druiven waren belangrijke producten, maar vooral de teelt van moscateldruiven en de productie van rozijnen kregen grote economische betekenis.

Volgens de geschiedenis van Bodegas Xaló leverden islamitische boeren in de Vall de Xaló in de vijftiende eeuw al rozijnen aan handelaren uit het koninkrijk Valencia. De productie was dus lang vóór de grote exportperiode van de negentiende eeuw bekend.

Vanaf de achttiende en vooral negentiende eeuw werden steeds meer diepe en vruchtbare gronden in de vallei beplant met Moscatel de Alejandría. Deze aromatische druif was geschikt om vers te eten, wijn van te maken en in de zon te drogen.

Voor het drogen werden de druiven kort behandeld en daarna uitgespreid op ronde droogplaatsen. Bij slecht of vochtig weer werden zij ondergebracht in een riurau, een lang gebouw met grote bogen dat lucht doorliet maar bescherming bood tegen regen en dauw.

De rozijnen werden via Dénia naar Noord-Europa, Amerika en andere markten uitgevoerd. Deze handel bracht geld naar de Marina Alta en bepaalde het landschap. Nieuwe wijnvelden, droogplaatsen, pakhuizen en landelijke gebouwen verschenen in de vallei.

Naast moscatel werd de giródruif op hoger en steenachtiger terrein verbouwd. Deze blauwe druif werd vooral gebruikt voor rode wijn. Het verschil tussen de vruchtbare vlakte en de drogere hellingen leidde zo tot uiteenlopende vormen van wijnbouw.

De welvaart was echter kwetsbaar. Veranderingen in de internationale handel, concurrentie uit andere landen en nieuwe vervoers- en conserveringsmethoden deden de rozijnenhandel aan het einde van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw teruglopen.

Daar kwam de druifluis bij. Dit kleine insect, internationaal bekend als phylloxera, tastte de wortels van Europese wijnstokken aan en verwoestte grote oppervlakten. De plaag bereikte Spanje later dan sommige andere wijnlanden, maar veroorzaakte ook in de Marina Alta ernstige schade.

Voor gezinnen die volledig afhankelijk waren van druiven en rozijnen betekende de crisis een zware klap. Sommige akkers werden met andere gewassen beplant, terwijl inwoners naar steden, kustgebieden of het buitenland vertrokken om werk te zoeken.

Coöperatie beschermde de wijnbouw

De wijntraditie verdween ondanks de economische problemen niet. Families bleven op kleine schaal druiven verbouwen, wijn maken en mistela produceren. De verkoop was echter versnipperd en individuele landbouwers hadden weinig onderhandelingskracht.

In 1962 besloten veertien plaatselijke landbouwers hun kennis, materiaal en oogsten samen te brengen. Zij richtten de Cooperativa Valenciana Virgen Pobre de Xaló op, de organisatie die tegenwoordig vooral bekendstaat als Bodegas Xaló.

De eerste leden brachten persen, vaten, reservoirs en oude wijnvoorraden mee. Door samen te werken konden zij grotere hoeveelheden verwerken, de kwaliteit beter controleren en hun producten gezamenlijk verkopen.

In de beginjaren werden wijn en mistela voornamelijk onverpakt en rechtstreeks uit vaten verkocht. Later investeerde de coöperatie in moderne installaties, botteling, kwaliteitscontrole, marketing en wijnbezoek.

De coöperatie groeide van veertien oprichters naar meer dan vierhonderd leden. Zij werd daarmee niet alleen een bedrijf, maar ook een middel om plaatselijke wijngaarden, druivenrassen en landbouwkennis te behouden.

De belangrijkste druiven zijn moscatel en giró. Moscatel wordt gebruikt voor droge en zoete witte wijn, mousserende wijn en mistela. Giró vormt de basis voor verschillende rode wijnen en is sterk verbonden met de wijncultuur van de Marina Alta.

Mistela is geen gewone zoete wijn. Aan verse druivenmost wordt alcohol toegevoegd voordat alle natuurlijke suiker kan vergisten. Daardoor blijft de drank zoet en krijgt zij een hoger alcoholpercentage dan gewone most.

Bodegas Xaló ontwikkelde zich tot een van de bekendste herkenningspunten van het dorp. De winkel, proeverijen en rondleidingen trekken bezoekers, maar de belangrijkste historische betekenis ligt in het voortbestaan van de wijnbouw.

De coöperatie laat zien hoe Xaló zich in de twintigste eeuw moderniseerde zonder de relatie met het landschap volledig los te laten. Techniek, botteling en internationale verkoop veranderden, maar druiven en wijn bleven centraal staan.

Molens vertellen over waterkracht

Niet alleen wijnbouw bepaalde de economie. Langs de rivier stonden meerdere watermolens die graan maalden. De kracht van stromend water werd via kanalen, bassins en ondergrondse constructies naar het maalmechanisme geleid.

Een van de belangrijkste overblijfselen is het Molí del Giner. Deze molen wordt al aan het einde van de veertiende en het begin van de vijftiende eeuw in documenten genoemd.

Het Molí del Giner was een van vier korenmolens langs de rivier binnen de gemeente. De molens maakten gebruik van een zogenoemde molí de cacau-constructie. Daarbij bevond zich onder het gebouw een kleine gewelfde ruimte waarin het horizontale waterrad het maalmechanisme aandreef.

De molen werd door de eeuwen heen aangepast aan nieuwe technieken en productiebehoeften. Tijdens de verlichting en de industriële ontwikkeling kwamen veranderingen in machines, materiaal en organisatie. Rond de jaren zeventig van de twintigste eeuw stopte het bedrijf uiteindelijk met malen.

Na jaren van voorbereiding en restauratie werd het complex op 4 oktober 2025 geopend als het Espai Cultural Molí del Giner. Het gebouw kreeg een nieuwe functie als bibliotheek, studieplek, vergaderruimte, auditorium en cultureel centrum.

De historische gewelfruimte werd steen voor steen gerestaureerd en is bedoeld als museale bezoekruimte. De gemeente werkt daarnaast verder aan onderzoek naar ondergrondse gangen en aan het terugplaatsen of uitleggen van oude molenonderdelen.

De restauratie is belangrijk omdat het gebouw meerdere perioden samenbrengt. Het middeleeuwse waterwerk, de latere technische aanpassingen en de moderne culturele functie vertellen samen hoe Xaló telkens nieuwe manieren vond om historisch erfgoed te gebruiken.

Wie het Molí del Giner bezoekt, ziet daardoor niet alleen een opgeknapt gebouw. Het is een plek waar waterbeheer, graanproductie, industriële verandering en het huidige culturele leven bij elkaar komen.

Oorlog en armoede veranderden levens

Xaló was geen belangrijk militair centrum tijdens de Napoleontische oorlogen, de Carlistische conflicten of de Spaanse Burgeroorlog. Dat betekent niet dat inwoners buiten de gevolgen van deze perioden bleven.

Oorlogen beïnvloedden handel, belastingen, voedselvoorziening en de beschikbaarheid van arbeidskrachten. Jongemannen konden worden opgeroepen, terwijl gezinnen te maken kregen met onzekerheid en prijsstijgingen. Kleine landbouwgemeenschappen waren kwetsbaar wanneer oogsten mislukten of afzetmarkten wegvielen.

De negentiende eeuw bracht naast economische groei ook politieke instabiliteit. De machtsverhoudingen tussen kerk, grootgrondbezitters, landelijke bevolking en de nieuwe liberale staat veranderden. Gemeentelijk bestuur en grondbezit kregen geleidelijk een andere vorm.

De Spaanse Burgeroorlog van 1936 tot 1939 en de daaropvolgende dictatuur van Francisco Franco vormden een bijzonder moeilijke periode. Xaló lag niet aan een groot front, maar families kregen te maken met politieke tegenstellingen, vervolging, verlies en economische beperkingen.

De eerste jaren na de burgeroorlog werden in heel Spanje gekenmerkt door schaarste en armoede. Op het platteland probeerden gezinnen zoveel mogelijk zelf te verbouwen en gebruikten zij familie- en burennetwerken om moeilijke tijden door te komen.

Jongeren vertrokken naar grotere steden, kustplaatsen of het buitenland om werk te vinden. Die uitstroom kwam boven op de problemen die de landbouw al ondervond door de crisis in rozijnen en wijnbouw.

Vanaf de jaren zestig veranderde Spanje snel. Wegen werden verbeterd, huishoudens kregen steeds meer moderne voorzieningen en het toerisme aan de Costa Blanca zorgde voor nieuwe werkgelegenheid in bouw, horeca en dienstverlening.

Veel inwoners bleven in Xaló wonen maar gingen aan de kust werken. Anderen combineerden landbouw met bouw of toeristische dienstverlening. Daardoor werd de economie minder volledig afhankelijk van één oogst.

De oprichting van de wijncoöperatie paste in deze periode van modernisering. Door landbouw gezamenlijk te organiseren kon een deel van de traditionele economie blijven bestaan naast de snel groeiende kustregio.

Museum bewaart het lokale verhaal

De geschiedenis van Xaló is tegenwoordig te bekijken in het Museu Arqueològic i Etnològic de Xaló, vaak afgekort tot MAEX. Het museum werd in 2006 opgericht en ontwikkelde zich later van een voornamelijk etnologische verzameling tot een officieel archeologisch en etnologisch centrum.

De tentoonstelling behandelt de ontwikkeling van het gemeentelijke grondgebied vanaf de prehistorie. Bezoekers zien informatie en voorwerpen uit het neolithicum, de bronstijd, Iberische en Romeinse periode, islamitische bewoning, christelijke tijd en moderne dorpsontwikkeling.

Een ander deel is gewijd aan het dagelijkse leven. Wijnbouw, de rozijnenindustrie, olijfolie, irrigatie, amandelteelt en plaatselijke ambachten krijgen er een plaats.

Ook beroepen en bedrijfstakken die grotendeels verdwenen zijn, worden uitgelegd. Voorwerpen uit tegelbakkerijen, pottenbakkerijen, slagerijen en huishoudens laten zien hoe mensen vóór de komst van moderne winkels, machines en materialen leefden.

Oude kleding, speelgoed, werktuigen en foto’s maken de geschiedenis persoonlijker. Zij tonen niet alleen wat er bestuurlijk of economisch veranderde, maar ook hoe huizen waren ingericht, hoe kinderen speelden en welk werk dagelijks moest worden gedaan.

Het museum vormt daarmee een goede eerste of laatste stop bij een bezoek aan Xaló. Wie er vooraf naartoe gaat, herkent tijdens de wandeling meer details. Wie er na een wandeling komt, kan gebouwen en landschappen beter in hun historische context plaatsen.

Het museum ligt aan de Avinguda del Pla de la Sèquia. Volgens de huidige gemeentelijke informatie is de toegang gratis en is het normaal van dinsdag tot en met zaterdag in de ochtend geopend. Openingstijden kunnen rond feestdagen of tentoonstellingen veranderen.

Nieuwe bewoners voegden een laag toe

Vanaf de jaren tachtig en negentig ontdekten steeds meer buitenlandse bewoners Xaló. De vallei bood een rustiger alternatief voor de sterk groeiende kustplaatsen, terwijl Benissa, Calp, Dénia en andere voorzieningen bereikbaar bleven.

Straatbeeld en dagelijks leven in het huidige centrum van XalóBritse bewoners vormden lange tijd een opvallende internationale groep. Later kwamen ook Nederlanders, Belgen, Duitsers, Fransen en inwoners uit andere landen naar het dorp en het omliggende landschap.

Sommigen kochten een traditionele woning in de kern, terwijl anderen zich vestigden in vrijstaande huizen en landelijke gebieden. Daardoor werd Xaló internationaler zonder dat één afzonderlijke buitenlandse wijk het hele dorp ging bepalen.

De nieuwe bevolking veranderde de woningmarkt en zorgde voor vraag naar renovatie, onderhoud, makelaars, restaurants en diensten in meerdere talen. Ook de zaterdagmarkt en de bodega kregen een steeds internationaler publiek.

Tegelijk bleef de lokale identiteit sterk. Valenciaans en Spaans bleven de talen van het gemeentelijke leven, de school, verenigingen en feesten. Wijnbouw, landbouw en familiebanden hielden het dorp verbonden met eerdere generaties.

De recente geschiedenis van Xaló laat daardoor geen eenvoudige tegenstelling tussen oud en nieuw zien. Buitenlandse bewoners, toeristen, moderne voorzieningen en opgeknapte pleinen werden toegevoegd aan een dorp dat zijn historische structuur en tradities grotendeels behield.

Voor Nederlanders en Belgen die willen emigreren naar Spanje is die combinatie belangrijk. Wie zich hier vestigt, komt niet in een kunstmatig vakantiedorp terecht, maar in een bestaande gemeenschap met een lange geschiedenis en een eigen taal en cultuur.

Feesten houden herinneringen levend

De geschiedenis van Xaló leeft niet alleen in archeologische vondsten, oude straten en musea. Zij wordt ook doorgegeven via religieuze feesten, muziek, dans, markten en gezamenlijke maaltijden.

De jaarlijkse dorpsfeesten brengen families, verenigingen en bezoekers samen. Processies en vieringen rond beschermheiligen herinneren aan de periode waarin kerkelijke dagen het ritme van werk, oogst en gemeenschap bepaalden.

De zaterdagmarkt is eveneens deel geworden van de moderne identiteit. De antiek- en vlooienmarkt trekt al jarenlang bezoekers uit de hele regio. Voorwerpen uit oude huizen en bedrijven krijgen er soms een tweede leven, al is vanzelfsprekend niet ieder aangeboden object werkelijk historisch waardevol.

In 2012 begon Xalònia, een evenement rond de cultuur van een Valenciaans dorp. Wijn, lokale vleeswaren, ambacht, handel, muziek en activiteiten worden tijdens het feest samengebracht.

De naam Xalònia is modern, maar de inhoud sluit aan op oudere tradities: producten van het land tonen, gezamenlijk eten, muziek maken en bezoekers uitnodigen om het dorp te leren kennen.

Een bekend onderdeel is de Festa del Vi i la Picaeta, het feest van de wijn en kleine hapjes. Het Valenciaanse woord picaeta verwijst naar een informele selectie kleine gerechten die samen worden gedeeld.

Ook de Mercat de la Terra, plaatselijke muziekverenigingen en traditionele dansgroepen houden cultureel geheugen levend. Zij geven oude producten en gebruiken een plaats binnen het moderne dorpsleven, zonder te doen alsof er sinds de middeleeuwen niets is veranderd.

Het verleden blijft zichtbaar

Xaló heeft geen volledig ommuurde oude stad en evenmin een groot kasteel dat boven het centrum uittorent. De geschiedenis ligt verspreid over het dorp en de vallei.

De kronkelende oudste straten herinneren aan de islamitische oorsprong. De Plaça Major, het voormalige paleis van de baronnen en de kerk vertellen over de heerlijke en christelijke perioden. Het Pla de la Sèquia toont de verbinding tussen water en economische ontwikkeling.

Buiten het centrum liggen terrassen, wijngaarden, oude molenplaatsen en landelijke gebouwen. Zij laten zien dat landbouw niet alleen een achtergrond voor mooie foto’s was, maar eeuwenlang de basis van inkomen en dagelijks leven vormde.

Bodegas Xaló vertegenwoordigt de stap van individuele familieproductie naar gezamenlijke en moderne wijnbouw. Het Molí del Giner laat zien hoe een middeleeuwse productielocatie een nieuwe culturele functie kan krijgen.

Het archeologisch en etnologisch museum verbindt al deze lagen. Daar wordt zichtbaar dat de geschiedenis van Xaló veel verder gaat dan wijn en markten en begint bij prehistorische grotten, Iberische muren en Romeinse landbouwbedrijven.

Wie meer wil weten over de ligging, bevolking en het karakter van de vallei kan verder lezen over de ligging en het karakter van Xaló. Voor informatie over woningen, zorg, voorzieningen en het dagelijkse leven sluit wonen in Xaló goed aan.

De molen, kerk, bodega, het museum, de markt en andere historische plekken worden uitgebreider behandeld bij de bezienswaardigheden in Xaló. Wie de oude landbouwpaden, rivier en bergen wil ontdekken, kan verder lezen over de natuur rond Xaló.

De geschiedenis van Xaló is uiteindelijk een verhaal van aanpassing. Prehistorische bewoners gebruikten grotten en hoge plaatsen. Islamitische boeren organiseerden nederzettingen en water. Na de verovering veranderden de machtsverhoudingen, waarna de verdrijving van de moriscos opnieuw een bijna volledig nieuwe bevolking bracht.

Latere generaties bouwden het dorp verder uit, maakten rozijnen voor internationale markten en herstelden de wijnbouw na economische crises. In de twintigste eeuw kwamen coöperatie, kusttoerisme en buitenlandse bewoners, terwijl het dorp zijn band met landbouw en taal behield.

Precies die gelaagdheid maakt Xaló bijzonder. Het dorp is niet bevroren in het verleden, maar draagt dat verleden zichtbaar mee. Oude waterwerken, nieuwe culturele ruimtes, wijngaarden en moderne woningen maken allemaal deel uit van hetzelfde verhaal.

Wie rustig door Xaló loopt, ontdekt daarom meer dan een aantrekkelijk dorp in de Vall de Pop. Iedere straat, molen, wijnstok en plaatsnaam vertelt iets over de mensen die hier vóór de huidige bewoners leefden en de vallei steeds opnieuw vormgaven.

Dit artikel is voor het laatst bijgewerkt op 18 juli 2026.