Alfafara bewaart zijn verleden

Historisch straatbeeld in Alfafara in El Comtat bij de Serra de MariolaDe geschiedenis van Alfafara reikt veel verder terug dan men op het eerste gezicht zou vermoeden. Het kleine dorp in de streek, in het Spaans comarca genoemd, El Comtat ligt aan de noordelijke voet van de Serra de Mariola en lijkt vandaag vooral een rustige plek van smalle straten, berglucht en dorpsleven. Toch zijn binnen de gemeente sporen gevonden van menselijke aanwezigheid uit verschillende prehistorische perioden en van Iberische, Romeinse, islamitische en christelijke bewoning. Wie door Alfafara wandelt, loopt daardoor niet alleen door een mooi bergdorp, maar door een landschap waarin duizenden jaren geschiedenis verborgen liggen.

De geschiedenis van Alfafara is bovendien nauw verbonden met het landschap. Waterbronnen, rotswanden, bergpassen, landbouwgrond en natuurlijke doorgangen tussen de Serra de Mariola en de Serra d’Agullent bepaalden waar mensen konden wonen en werken. Later kwamen daar feodale verhoudingen, religieuze instellingen, landbouw, molens en handelscontacten met plaatsen als Bocairent, Agres, Muro de Alcoy en Cocentaina bij. Die verschillende lagen zijn nog altijd terug te vinden in archeologische vindplaatsen, historische gebouwen, oude paden en tradities die het dorp tot vandaag heeft behouden.

Bewoning begon duizenden jaren geleden

Archeologische vondsten laten zien dat het grondgebied van Alfafara al lang vóór het ontstaan van het huidige dorp door mensen werd gebruikt. Onderzoek noemt sporen uit het Eneolithicum, de overgangsperiode tussen steentijd en bronstijd, maar ook uit de bronstijd en de Iberische periode. Vindplaatsen liggen verspreid over het gemeentelijke landschap, onder meer rond de Cabeçó de Mariola of Cabeçó de la Cova, Cabeçó de Serrelles, Cova del Bolumini, Cabeçó de les Monserraes en Lloma de Carbonell.

Bij het Molí del Pantanet zijn bovendien aanwijzingen gevonden die mogelijk nog veel verder teruggaan. Archeologisch onderzoek heeft melding gemaakt van rotstekeningen die mogelijk uit het Gravettien stammen, een cultuurperiode uit het Laat-Paleolithicum. Omdat de datering en interpretatie van dergelijke oude sporen ingewikkeld zijn, is enige voorzichtigheid op zijn plaats. Wel maakt het duidelijk dat het berglandschap rond het huidige Alfafara al zeer lang aantrekkelijk was voor mensen.

Dat is niet moeilijk te begrijpen. De beschutte vallei bood water, wild, bruikbare rotsformaties en natuurlijke routes door een verder bergachtig gebied. Voor jagers en verzamelaars waren dergelijke doorgangen belangrijk, terwijl latere landbouwgemeenschappen vooral profiteerden van de combinatie van vruchtbare stukken grond en beschikbare waterbronnen.

In de bronstijd ontstonden in dit deel van het huidige Alicante kleine nederzettingen op hoger gelegen plaatsen. Zulke locaties boden overzicht over het landschap en waren gemakkelijker te verdedigen. Resten uit deze perioden laten zien dat de Serra de Mariola en de omliggende valleien geen lege wildernis waren, maar deel uitmaakten van een landschap waarin mensen leefden, vee hielden, voedsel verzamelden en steeds intensiever landbouw bedreven.

Iberiërs en Romeinen

Eeuwen voordat de Romeinen het Iberisch schiereiland volledig onder hun gezag brachten, leefden in het binnenland van Alicante Iberische gemeenschappen. Zij bouwden nederzettingen op strategische hoogten en hielden zich bezig met landbouw, veeteelt, ambacht en handel. Ook in het gemeentelijke gebied van Alfafara zijn vondsten aan deze periode gekoppeld.

De ligging van Alfafara was daarbij belangrijk. De Valleta d’Agres vormde een natuurlijke doorgang tussen verschillende valleien. Via bergpassen en paden konden mensen richting het huidige Bocairent en Ontinyent trekken, maar ook naar Muro, Cocentaina en de omgeving van Alcoy. Lang voordat er moderne wegen bestonden, waren zulke natuurlijke corridors bepalend voor handel en contacten tussen nederzettingen.

Met de Romeinse overheersing werd dit landschap onderdeel van een veel groter economisch en bestuurlijk systeem. Uit de omgeving zijn Romeinse keramiek en andere resten bekend. Dat wijst erop dat het gebied in de Romeinse tijd bewoond en agrarisch gebruikt bleef, al was hier geen grote Romeinse stad zoals op andere plekken in de provincie Alicante.

Een bijzonder overblijfsel uit de periode rond het einde van de Romeinse wereld ligt bij Mas del Pou. Daar bevindt zich op een rotsachtige hoogte een omvangrijke necropolis, oftewel een oude begraafplaats. In de rots zijn ongeveer zestig graven uitgehakt. Op basis van archeologische vondsten en de vorm en ligging van de graven wordt deze begraafplaats doorgaans in de late oudheid geplaatst, ongeveer tussen de vijfde en zevende eeuw.

De graven zijn bijzonder omdat zij een periode vertegenwoordigen die vaak minder zichtbaar is in het landschap. Het West-Romeinse Rijk was verdwenen, politieke structuren veranderden en het Iberisch schiereiland ging een nieuwe fase in. Mensen bleven echter gewoon in deze valleien wonen, landbouw bedrijven en hun doden begraven. De necropolis van Mas del Pou vormt daardoor een tastbare verbinding tussen het Romeinse verleden en de vroege middeleeuwen.

Alfafara in islamitische tijd

Historische straat in Alfafara met sporen van eeuwenoude dorpsontwikkelingDe kern waaruit het huidige Alfafara is ontstaan, kreeg waarschijnlijk zijn herkenbare vorm in de islamitische periode. Vanaf het begin van de achtste eeuw kwam een groot deel van het Iberisch schiereiland onder islamitisch bestuur. Het gebied dat tegenwoordig de Valenciaanse Gemeenschap vormt, maakte eeuwenlang deel uit van Al-Andalus en later van verschillende kleinere islamitische machtsgebieden.

De plaatsnaam Alfafara wordt doorgaans als Arabisch van oorsprong beschouwd. In de lokale geschiedschrijving wordt de naam vaak verbonden met het Arabische alfawara, in de betekenis van een krachtig opwellende bron of waterstraal. Daarbij wordt een verband gelegd met de Penya del Xorro, waar na perioden met veel regen water krachtig van de rotsen kan vallen. Over de precieze taalkundige afleiding van zeer oude plaatsnamen kunnen verschillende verklaringen bestaan, maar de islamitische oorsprong van de nederzetting zelf staat in de lokale historische bronnen duidelijk centraal.

Het Alfafara van die tijd was geen stad, maar een kleine agrarische nederzetting. Voor zo'n plaats werd later in christelijke documenten vaak het woord alqueria gebruikt, afkomstig van het Arabische al-qarya. Voor Nederlandse en Belgische lezers kan dit het best worden omschreven als een landelijke nederzetting of gehucht met huizen en omliggende landbouwgrond.

Waterbeheer was essentieel. De bewoners gebruikten bronnen, kleine waterlopen en eenvoudige irrigatiesystemen om landbouw mogelijk te maken. Tegelijk bleef droge landbouw belangrijk, omdat grote delen van het terrein niet geschikt waren voor intensieve bevloeiing. Olijven, granen, amandelen en andere mediterrane gewassen pasten goed bij het klimaat.

De ligging op een kruispunt van veeroutes maakte Alfafara eveneens belangrijk. Over zulke routes werden schapen en ander vee naar verschillende weidegebieden gebracht. De natuurlijke doorgang tussen de bergen had daardoor zowel economisch als strategisch nut. Het latere dorp ontstond niet toevallig op deze plek: water, landbouwgrond en bereikbaarheid kwamen hier samen.

Onder de Kroon van Aragón

In de dertiende eeuw veranderde het politieke landschap ingrijpend. Koning Jaume I van Aragón breidde zijn macht zuidwaarts uit en veroverde rond 1245 Biar. Daarmee kwamen ook omliggende islamitische nederzettingen, waaronder Alfafara, onder christelijk gezag.

Volgens de historische informatie van de gemeente werd Alfafara kort daarna als heerlijkheid toegewezen aan Ximén Pérez de Oriz. Een señorío of heerlijkheid was een gebied waar een heer bepaalde economische en bestuurlijke rechten bezat. De bewoners bewerkten het land, terwijl belastingen en andere verplichtingen deels aan de landsheer verschuldigd waren.

Een document uit 1272 biedt een interessante blik op deze vroege periode. Op 7 april van dat jaar bevestigde Jaume I de grenzen van de alqueria d’Alfafara die in bezit was van Eximén Peres d’Oris. In het document wordt Alfafara expliciet genoemd als onderdeel van het middeleeuwse grondgebied van Bocairent. Daarmee behoort deze oorkonde tot de duidelijke schriftelijke bewijzen dat Alfafara in de dertiende eeuw al als afzonderlijk herkenbare nederzetting bestond.

De overgang naar christelijk bestuur betekende niet dat het landschap van de ene op de andere dag volledig veranderde. Veel landbouwstructuren, waterwerken en paden bleven bestaan. Wat wel veranderde waren bezit, belastingen, religieuze organisatie en politieke macht. Het gebied werd opgenomen in het nieuwe Koninkrijk Valencia, dat onderdeel vormde van de Kroon van Aragón.

In 1392 kwam de heerlijkheid Alfafara in handen van Pere d’Artés, een belangrijke figuur aan het hof van de Aragonese koningen. Zijn familie bezat het gebied vervolgens enkele decennia. In 1416 verkochten zijn erfgenamen Alfafara aan koning Alfonso V van Aragón, beter bekend als Alfonso de Grootmoedige. Daardoor werd Alfafara korte tijd rechtstreeks koninklijk bezit.

Die situatie duurde niet lang. In 1436 werd Alfafara door de kroon verkocht aan de plaats Bocairent. De reden was volgens de plaatselijke historische documentatie dat koning Alfonso V geld nodig had voor zijn militaire campagnes in Sicilië en Napels. Voor Alfafara betekende dit dat het dorp bestuurlijk opnieuw nauw met het nabijgelegen Bocairent werd verbonden.

Alfafara wordt zelfstandig

Bijna twee eeuwen bleef Alfafara bestuurlijk verbonden met Bocairent. Dat betekende niet dat het dorp geen eigen gemeenschap had, maar veel belangrijke bestuurlijke beslissingen werden vanuit de grotere plaats genomen. Voor bewoners van kleinere nederzettingen kon zo'n situatie leiden tot spanningen over belastingen, gemeenschappelijke gronden, watergebruik en lokale bevoegdheden.

In 1632 kwam daar verandering in. Koning Felipe IV gaf Alfafara opnieuw zelfstandigheid en verleende de plaats de titel Universitat d’Alfafara. Het woord universitat kan voor moderne Nederlandse en Belgische lezers verwarrend zijn. Het betekende in deze historische context géén universiteit of onderwijsinstelling. In het oude Valencia verwees het naar een zelfstandige gemeenschap met eigen gemeentelijke bestuursrechten.

Het jaar 1632 vormt daarom een belangrijk keerpunt in de geschiedenis van Alfafara. Vanaf dat moment kon de plaats zich sterker als eigen gemeente ontwikkelen. Lokale belangen konden door een eigen bestuur worden behartigd en Alfafara kreeg bestuurlijk steeds meer het karakter dat uiteindelijk zou leiden tot de huidige zelfstandige gemeente.

Het dorp bleef ondertussen klein en agrarisch. De meeste inwoners leefden van landbouw, veeteelt en ambachten. Land, water en oogsten bepaalden veel meer dan tegenwoordig het ritme van het jaar. Een slechte oogst kon voor vrijwel het hele dorp gevolgen hebben, terwijl een goed landbouwjaar juist voor enige financiële ruimte zorgde.

De ligging dicht bij Bocairent bleef ondanks de bestuurlijke scheiding belangrijk. Familiebanden, handelscontacten, religieuze verbindingen en routes trokken zich weinig aan van formele gemeentegrenzen. Die relatie is vandaag nog altijd zichtbaar: Bocairent ligt weliswaar in de provincie Valencia en Alfafara in Alicante, maar geografisch en cultureel behoren beide dorpen tot hetzelfde berglandschap.

Kerk vormt het dorpshart

Religie speelde eeuwenlang een centrale rol in het dagelijks leven van Alfafara. Het huidige belangrijkste kerkgebouw is de parochiekerk van de Transfiguratie van de Heer, in het Valenciaans Església de la Transfiguració del Senyor. Het huidige gebouw dateert uit de achttiende eeuw en staat centraal in het historische dorpshart.

De kerk was veel meer dan alleen een plaats waar op zondag een mis werd gehouden. Doop, huwelijk, overlijden, feestdagen, processies en andere belangrijke momenten in het leven van inwoners waren nauw met de parochie verbonden. In een klein agrarisch dorp liepen religie, familie en gemeenschapsleven daardoor sterk door elkaar.

Ook de jaarlijkse patroonfeesten hebben hier hun wortels. De Divino Salvador, de Divina Aurora en San Roque worden nog altijd begin augustus gevierd. Tegenwoordig zijn deze dagen een combinatie van religieuze vieringen, muziek, processies, vuurwerk en sociale activiteiten, maar veel gebruiken gaan terug op een tijd waarin het kerkelijke jaar vrijwel het hele dorpsritme bepaalde.

De kerk en omliggende straten vertellen tegelijkertijd iets over de ontwikkeling van Alfafara in de achttiende eeuw. Het dorp kreeg geleidelijk een duidelijker centrum, terwijl woningen, fonteinen en gemeenschappelijke voorzieningen zich rond de belangrijkste straten groepeerden. Daardoor ontstond steeds meer het compacte dorpsbeeld dat vandaag herkenbaar is.

Ook buiten de kern verschenen religieuze plekken. De Ermita del Sant Crist de la Pietat staat buiten het dorp en de precieze bouwdatum is niet met zekerheid bekend. Het gebouw werd in de twintigste eeuw verschillende keren hersteld. Samen met andere kapellen in het landschap laat het zien dat religieuze beleving zich niet beperkte tot de parochiekerk, maar ook verbonden was met routes, akkers en berghellingen.

Landbouw bepaalde het leven

Landelijk erfgoed en traditionele landbouwomgeving rond AlfafaraEeuwenlang was landbouw de economische basis van Alfafara. De droge gronden rond het dorp waren geschikt voor granen, olijven en amandelen, terwijl op gunstiger plekken ook fruit kon worden geteeld. Veeteelt vulde de inkomsten aan en de ligging langs oude veeroutes zorgde voor contacten met andere delen van de regio.

Veel gezinnen beschikten over kleine percelen verspreid over de omgeving. De opbrengst was deels bedoeld voor eigen gebruik. Wat overbleef kon worden verkocht of geruild in Alfafara zelf of op markten in grotere omliggende plaatsen. Het bestaan was daardoor sterk afhankelijk van regen, temperatuur en oogst.

Olijven kregen een bijzondere betekenis. In Alfafara komt zelfs een lokale olijfvariëteit voor die bekendstaat als de Alfafarenca. De olijventeelt is daardoor niet alleen een economische activiteit, maar ook een stukje lokaal agrarisch erfgoed. De gemeentelijke archieven bevatten documenten over landbouw, irrigatie, bosbouw, veeteelt en een olijfoliemolen, waardoor goed zichtbaar wordt hoe belangrijk de landbouw tot ver in de twintigste eeuw bleef.

Het werk was zwaar en grotendeels handmatig. Oogsten betekende lange dagen op het land, terwijl het onderhoud van terrassen, muren en paden voortdurend arbeid vroeg. Stenen muren die tegenwoordig schilderachtig lijken, waren in werkelijkheid functionele constructies waarmee grond werd vastgehouden en erosie werd beperkt.

Ook bossen leverden producten. Hout, brandstof en andere natuurlijke grondstoffen uit de Serra de Mariola werden benut, terwijl aromatische planten een rol speelden in huishoudelijk gebruik, plaatselijke geneeskunde en later ook in de productie van likeuren en andere streekproducten.

Water hield Alfafara draaiende

Water is een rode draad door vrijwel de volledige geschiedenis van Alfafara. De plaatsnaam wordt er mogelijk mee verbonden en ook in het huidige landschap zijn fonteinen, waterlopen en oude waterwerken opvallend aanwezig. In een mediterraan berggebied kon betrouwbaar water het verschil maken tussen een bruikbaar landbouwgebied en een vrijwel onbewoonbare plek.

Een van de bekendste historische waterpunten is de Font de Dos Xorros, de fontein met twee waterstralen in het oude centrum. De fontein werd aan het begin van de negentiende eeuw gebouwd en ontvangt natuurlijk bronwater uit de omgeving van de Cova de la Font. Naast de fontein bevindt zich de oude gemeenschappelijke wasplaats.

Voor moderne bezoekers is zo'n wasplaats vooral historisch erfgoed, maar vroeger was het een essentieel onderdeel van het dagelijkse leven. Gezinnen beschikten niet over stromend water of wasmachines. Kleding en linnengoed werden bij het gemeenschappelijke water gewassen. Tegelijk functioneerde zo'n plek als ontmoetingspunt, vooral voor vrouwen, waar nieuws en verhalen werden uitgewisseld.

Buiten het dorp zijn eveneens indrukwekkende sporen van watergebruik bewaard. Een daarvan is het Molí Rupestre del Pantanet. Molí betekent molen en rupestre geeft aan dat de constructie in of tegen de rots is aangelegd. De molen ligt ongeveer drie kilometer buiten Alfafara, in het Barranc del Pantanet.

Volgens de gemeentelijke wandelinformatie is deze molen meer dan vier eeuwen oud. Delen zijn rechtstreeks uit de kalksteen gehakt. Water uit het ravijn werd benut om de molen in beweging te brengen. Daarmee is het complex een bijzonder voorbeeld van hoe bewoners met eenvoudige middelen gebruikmaakten van het natuurlijke hoogteverschil en de beschikbare waterstromen.

Wie vandaag bij het Pantanet staat, ziet vooral een rustige natuurlijke plek. In perioden met voldoende regen kan hier een kleine waterval ontstaan. Eeuwen geleden was dit landschap echter ook een werkplek waar water werd ingezet voor productie. De combinatie van natuur en techniek vertelt veel over de vindingrijkheid van vroegere bewoners.

Cova de les Finestres

Een van de meest opmerkelijke historische plekken van Alfafara is de Cova de les Finestres in het Barranc del Pont Trencat. De naam betekent letterlijk de grot van de vensters. Wie de rotswand vanaf de andere kant van het ravijn bekijkt, begrijpt onmiddellijk waarom: een rij donkere openingen lijkt op ramen die hoog in de rots zijn aangebracht.

De grot is niet simpelweg een natuurlijke holte. In totaal zijn twaalf kunstmatig uitgehakte ruimten aanwezig. Verschillende kamers liggen op meerdere niveaus en de meeste staan binnen met elkaar in verbinding. Dat maakte het complex veel praktischer dan de losse openingen aan de buitenzijde doen vermoeden.

Over de exacte ouderdom en oorspronkelijke functie is niet ieder detail definitief vastgesteld. De gemeentelijke wandelinformatie noemt een vermoedelijke oorsprong in de Andalusische, dus islamitische periode. De ruimten werden volgens de lokale erfgoedinformatie waarschijnlijk onder meer gebruikt als agrarische opslag- en verblijfsruimten.

Dat past bij vergelijkbare kunstmatige grotten in de omgeving van Bocairent, Banyeres de Mariola en andere plaatsen in het binnenland van Valencia en Alicante. Rotswanden boden bescherming tegen hitte, kou en regen en konden relatief eenvoudig worden uitgebreid wanneer extra opslagruimte nodig was.

Voor bezoekers is de Cova de les Finestres tegenwoordig vooral fascinerend door de combinatie van landschap en menselijke ingreep. Zonder moderne machines hakten vroegere bewoners complete ruimten in de rots. De openingen maken van veraf al duidelijk dat mensen het natuurlijke landschap hier actief naar hun behoeften hebben aangepast.

Graven bij Mas del Pou

Een tweede bijzondere archeologische plek ligt ongeveer drie kilometer van Alfafara, dicht bij de oude route richting Bocairent. Op een rotsachtige heuvel achter Mas del Pou bevinden zich tientallen in het gesteente uitgehakte graven.

De vindplaats wordt de Necrópolis del Mas del Pou genoemd. Een necrópolis is eenvoudig gezegd een historische begraafplaats. Hier gaat het om ongeveer zestig graven die rechtstreeks in de rotsbodem zijn uitgehakt. Verschillende graven hebben nog duidelijk de vorm van een menselijk lichaam of een langwerpige kist.

De exacte historische interpretatie heeft in de loop der tijd tot discussie geleid. Op basis van archeologische vondsten, ligging en grafvorm wordt het complex tegenwoordig doorgaans in de late oudheid geplaatst, ongeveer in de vijfde tot zevende eeuw. Daarmee behoort Mas del Pou tot de belangrijkste archeologische vindplaatsen binnen de gemeente.

Het terrein biedt bovendien een mooi uitzicht op de Serra de la Solana en de Serra de Mariola. Wie de plek bezoekt, krijgt daardoor tegelijkertijd een beeld van het historische landschap waarin deze gemeenschap leefde. De begraafplaats lag niet willekeurig ergens in de bergen, maar langs routes en nabij landbouwgebied dat eeuwenlang werd gebruikt.

Juist dergelijke plekken maken de geschiedenis van Alfafara bijzonder. Er staat geen groot museumgebouw omheen en er zijn geen monumentale toegangspoorten. De geschiedenis ligt letterlijk in de rots. Wie niet weet waar hij moet kijken, zou er gemakkelijk aan voorbijgaan.

Achttiende en negentiende eeuw

In de achttiende eeuw kreeg Alfafara steeds meer het dorpsbeeld dat vandaag herkenbaar is. De huidige parochiekerk werd gebouwd, het centrum ontwikkelde zich verder en landbouw bleef veruit de belangrijkste bron van bestaan. Alfafara bleef echter een kleine gemeenschap en kon niet concurreren met grotere handels- en nijverheidsplaatsen in de omgeving.

Het einde van de achttiende en begin van de negentiende eeuw brachten geleidelijk meer gemeentelijke voorzieningen. De Font de Dos Xorros uit het begin van de negentiende eeuw is daarvan een zichtbaar voorbeeld. Water werd zo op een centrale plek beschikbaar voor inwoners en de aangrenzende wasplaats kreeg een belangrijke sociale functie.

De negentiende eeuw was in heel Spanje een periode van grote politieke en bestuurlijke verandering. Oude feodale structuren verdwenen steeds verder en de moderne gemeentelijke en provinciale indeling kreeg vorm. Bij de provinciale hervorming van 1833 kwam Alfafara definitief binnen de provincie Alicante te liggen.

Dat betekende niet dat het dorp zich plotseling van het naburige Valencia afkeerde. Bocairent en Ontinyent bleven geografisch dichtbij en contacten liepen gewoon door. De grens tussen Alicante en Valencia is in dit gebied op de kaart duidelijker dan in het dagelijkse leven. Families, handel, taal en landschap verbinden beide zijden tot vandaag met elkaar.

De wegen waren in die tijd vanzelfsprekend nog niet te vergelijken met de huidige verbindingen. Veel verplaatsingen gebeurden te voet, te paard of met muilezels. Voor goederen en vee werden oude paden gebruikt die tegenwoordig voor een deel als wandelroute herkenbaar zijn.

Alfafara in de twintigste eeuw

Historisch dorpsbeeld en twintigste-eeuws erfgoed in AlfafaraAan het begin van de twintigste eeuw was Alfafara nog sterk agrarisch. Veel gezinnen werkten op het land, hielden dieren of combineerden landbouw met andere werkzaamheden. Het gemeentelijke archief bevat documenten over landbouw, veeteelt, irrigatie, een olijfoliemolen en lokale voedselvoorziening, waarmee het economische karakter van het dorp goed zichtbaar wordt.

Ook onderwijs kreeg een steeds formelere plaats. In het gemeentelijke archief zijn schoolgegevens vanaf het begin van de twintigste eeuw bewaard, waaronder informatie over leerlingen, leerkrachten en schoolgebouwen. Dat laat zien hoe onderwijs geleidelijk veranderde van een beperkte voorziening naar een vast onderdeel van de lokale samenleving.

De Spaanse Burgeroorlog van 1936 tot 1939 liet ook in kleine dorpen administratieve en persoonlijke sporen achter. Alfafara was geen groot slagveld, maar het gemeentearchief bewaart onder andere vrijgeleiden uit 1936 en 1937. Zulke documenten herinneren eraan dat nationale conflicten ook in rustige plattelandsgemeenten het dagelijkse bestuur en het leven van inwoners bereikten.

Na de Burgeroorlog volgden de moeilijke jaren van de dictatuur van Franco. Schaarste en beperkte economische mogelijkheden maakten het leven op het Spaanse platteland zwaar. Veel gezinnen waren voor voedsel nog sterk afhankelijk van eigen landbouw, familie en lokale productie.

Vanaf het midden van de twintigste eeuw veranderde Alfafara geleidelijk. Gemeentelijke dossiers laten investeringen zien in watervoorziening, riolering, straatverlichting, wegen, schoolgebouwen, gezondheidsvoorzieningen en later sportinfrastructuur. Wat tegenwoordig vanzelfsprekend lijkt, zoals water uit de kraan of goede straatverlichting, kwam in landelijke gemeenten stap voor stap tot stand.

De grootste verandering was misschien wel de toenemende mobiliteit. Auto's en betere wegen maakten omliggende steden veel gemakkelijker bereikbaar. Daarmee werd het voor inwoners mogelijk om in Alfafara te blijven wonen en elders te werken.

Tegelijk kwam een ontwikkeling op gang die veel kleine Spaanse gemeenten heeft geraakt: jongeren vertrokken naar grotere steden om te studeren of werk te vinden. Vooral Alcoy, Ontinyent en andere industriële centra boden meer banen dan een agrarisch dorp kon leveren. Daardoor daalde het inwonertal in de loop van de twintigste eeuw.

De textielindustrie van de bredere regio kreeg eveneens betekenis voor Alfafara. Het dorp zelf groeide niet uit tot een groot industrieel centrum, maar bewoners konden werk vinden bij bedrijven in omliggende gemeenten. Zo verschoof de lokale economie geleidelijk van vrijwel uitsluitend landbouw naar een combinatie van landbouw, industrie en dienstverlening.

Erfgoed leeft nog altijd

Alfafara heeft veel van zijn historische karakter behouden, juist omdat het nooit een grote toeristische of stedelijke groeispurt heeft doorgemaakt. In het dorpscentrum staan nog traditionele huizen, de kerk domineert het silhouet en oude waterpunten zijn onderdeel gebleven van de openbare ruimte.

Daarbuiten ligt het grootste deel van het erfgoed letterlijk in het landschap. De Cova de les Finestres, het Molí Rupestre del Pantanet, Mas del Pou, het Pont Assolat en verschillende kapellen en oude paden vormen samen een netwerk van plekken die ieder een ander deel van het verhaal vertellen.

Het Pont Assolat, dat ook Pont Romà of Pont Desolat wordt genoemd, ligt aan de kant van het dorp richting Bocairent. Ondanks de naam Pont Romà betekent dit niet automatisch dat het bouwwerk werkelijk uit de Romeinse tijd dateert. De gemeente omschrijft het vooral als een eeuwenoude stenen brug. Dat is een goed voorbeeld van hoe plaatselijke namen soms ouderdom suggereren zonder dat de exacte bouwdatum archeologisch is vastgesteld.

De brug maakte deel uit van het netwerk van routes waarmee inwoners zich door het landschap bewogen. Tegenwoordig passeren wandelaars de plek op weg richting El Pantanet. Een infrastructuur die ooit noodzakelijk was voor landbouw en vervoer is daarmee onderdeel geworden van het recreatieve en historische landschap.

Ook oude agrarische gewoonten blijven zichtbaar. Olijfgaarden liggen rond het dorp en de lokale Alfafarenca-olijf geeft de gemeente zelfs een eigen productidentiteit. Moderne producenten gebruiken deze oude variëteit nog altijd voor olijfolie. Daarmee is agrarische geschiedenis hier niet uitsluitend verleden tijd.

De jaarlijkse feesten vormen een ander voorbeeld van levend erfgoed. Begin augustus staan verschillende dagen achtereen in het teken van de Divino Salvador, Divina Aurora en San Roque. Muziek, processies, vuurwerk en gezamenlijke activiteiten brengen huidige inwoners samen rond tradities die door eerdere generaties zijn doorgegeven.

Erfgoed betekent in Alfafara daarom niet dat het dorp is veranderd in een museum. Oude gebouwen worden gebruikt, waterbronnen blijven onderdeel van het landschap en feesten worden gevierd door mensen die er werkelijk wonen. Juist dat maakt de geschiedenis voor bezoekers zo tastbaar.

Geschiedenis zelf ontdekken

Wie de geschiedenis van Alfafara wil leren kennen, doet er goed aan verder te kijken dan alleen het dorpscentrum. Begin bij de kerk en de Font de Dos Xorros en wandel vervolgens door de kleine straten rond het centrum. De schaal van het dorp maakt het gemakkelijk om oude gevels, deuren, balkons en details rustig te bekijken.

Daarna kan het landschap worden opgezocht. De gemeentelijke route richting El Pantanet voert langs het Pont Assolat en uiteindelijk naar het Molí Rupestre. Het is een bijzonder traject omdat in slechts enkele kilometers meerdere eeuwen geschiedenis zichtbaar worden.

Ook een bezoek aan de Cova de les Finestres is de moeite waard. De twaalf kunstmatig uitgehakte ruimten maken op veel bezoekers meer indruk wanneer ze ter plaatse worden gezien dan op een foto. Vanaf de andere zijde van het ravijn zijn de karakteristieke 'vensters' goed zichtbaar.

De necropolis van Mas del Pou vraagt opnieuw om een andere blik. Hier zijn geen muren of torens, maar tientallen graven die rechtstreeks uit de rots zijn gehakt. Wie tussen deze oude rustplaatsen staat, krijgt een heel directe indruk van hoe lang mensen al in deze omgeving leven.

Alfafara kan bovendien uitstekend worden gecombineerd met plaatsen die ieder een ander hoofdstuk uit de regionale geschiedenis vertellen. Agres heeft een sterke relatie met de Serra de Mariola, religieus erfgoed en de historische opslag van sneeuw en ijs. Muro de Alcoy groeide uit tot een belangrijker regionaal centrum met een eigen landbouw-, nijverheids- en feestgeschiedenis. In Cocentaina is de middeleeuwse en adellijke geschiedenis veel monumentaler zichtbaar, onder andere rond het Palau Comtal.

Ook Alcoy en Bocairent passen uitstekend in zo'n historische route. Alcoy vertelt onder meer het verhaal van industrialisatie en de textielnijverheid, terwijl Bocairent met zijn middeleeuwse centrum en grotten een directe historische en geografische relatie met Alfafara heeft.

Voor Nederlandse en Belgische bezoekers die Alicante vooral kennen van stranden, toeristische badplaatsen en de luchthaven opent deze omgeving een heel ander hoofdstuk. Hier draait geschiedenis niet om moderne toeristische ontwikkeling, maar om water, landbouw, bergen, kleine nederzettingen en mensen die eeuwenlang moesten leven met wat het landschap hun bood.

Alfafara bewaart zijn verleden

De geschiedenis van Alfafara is uiteindelijk geen eenvoudig verhaal van één volk of één periode. Prehistorische bewoners, Iberiërs, mensen uit de Romeinse en laat-Romeinse wereld, islamitische landbouwers en inwoners van het middeleeuwse Koninkrijk Valencia hebben allemaal sporen nagelaten.

De dertiende eeuw bracht Alfafara onder het gezag van de Kroon van Aragón. De nederzetting werd een feodale heerlijkheid, kwam later in handen van Pere d’Artés, werd koninklijk bezit en raakte vervolgens bestuurlijk verbonden met Bocairent. In 1632 kreeg Alfafara weer een eigen bestuurlijke identiteit met de status van Universitat.

Daarna bleef landbouw eeuwenlang de basis van het bestaan. Waterbronnen, molens, olijven, granen en veeteelt vormden het dagelijkse leven. De achttiende-eeuwse kerk en negentiende-eeuwse Font de Dos Xorros geven het dorp herkenbare historische ankerpunten, terwijl de twintigste eeuw modernisering, betere infrastructuur en tegelijkertijd bevolkingsverlies bracht.

Wat Alfafara bijzonder maakt, is dat veel van die geschiedenis nog op zijn oorspronkelijke plek te ervaren is. De Cova de les Finestres ligt nog altijd in haar rotswand, het Molí Rupestre verschuilt zich bij het Pantanet en de oude graven van Mas del Pou kijken uit over hetzelfde berglandschap waarin mensen eeuwen geleden leefden.

Voor wie woont in Alicante, nadenkt over emigreren naar Spanje of tijdens een vakantie bewust het binnenland wil ontdekken, biedt Alfafara daardoor veel meer dan alleen een mooi bergdorp. Het is een plaats waar de geschiedenis van het binnenland van Alicante in het klein zichtbaar wordt: van prehistorische bewoning en Al-Andalus tot middeleeuwse heren, landbouwers, molenaars en de moderne bewoners die deze tradities en het erfgoed vandaag proberen te behouden.

Wie door Alfafara wandelt, hoeft daarvoor geen groot monumentaal decor te verwachten. De geschiedenis zit juist in kleine dingen: een waterstraal uit een oude fontein, een stenen brug, een olijfgaard, een donkere opening in een rotswand of een eeuwenoud graf op een stille heuvel. Samen vertellen ze hoe generaties mensen zich aan dit berglandschap hebben aangepast en waarom Alfafara, ondanks zijn geringe omvang, een opvallend rijk verleden heeft.

Dit artikel is voor het laatst bijgewerkt op 15 augustus 2026.