
Lint van acht dorpen
Vall de Gallinera, officieel en in het Valenciaans La Vall de Gallinera, is een van de meest schilderachtige bestemmingen in het binnenland van de Marina Alta. Verspreid over een smalle bergvallei liggen acht kleine dorpen: Benirrama, Benialí, Benissivà, Benitaia, La Carroja, Alpatró, Llombai en Benissili. Deze dorpen vormen samen één gemeente, maar iedere kern heeft zijn eigen sfeer, kerk, straten, bronnen en verhalen. Wie zoekt naar wat te doen in Vall de Gallinera, ontdekt daardoor al snel dat de vallei niet draait om één grote attractie, maar om het geheel van dorpen, bergen, landbouw en erfgoed.
Een rit of wandeling door Vall de Gallinera voelt als een reis door een ander Alicante dan veel vakantiegangers kennen. Hier geen hoogbouw, grote boulevard of lange rijen souvenirwinkels, maar smalle straten, witte en natuurstenen huizen, kerktorens, oude wasplaatsen, landbouwterrassen en een landschap waarin de bergen nooit ver weg zijn.

In elk dorp loont het om even uit te stappen. Benialí is het bestuurlijke centrum van de gemeente en hier staat het gemeentehuis. Benissivà en Benitaia liggen vrijwel tegen elkaar aan en zijn slechts door de weg en enkele trappen van elkaar gescheiden. Alpatró is een van de grotere kernen en heeft interessant lokaal erfgoed. Benirrama ligt aan de oostelijke toegang vanuit Pego en heeft een sterke historische band met het Castell de Gallinera. Aan de westkant ligt Benissili, dicht bij het Castell d’Alcalà.
La Carroja, Llombai en de andere kleine kernen maken het beeld compleet. De dorpen zijn klein genoeg om meerdere op één dag te bezoeken, maar wie werkelijk iets van de sfeer wil meekrijgen kan beter niet voortdurend op de klok kijken. Vall de Gallinera is juist aantrekkelijk doordat een bezoek hier langzaam mag gaan.
Vanaf de kust is de verandering opvallend. Vanuit Pego rijd je via de CV-700 steeds verder een berglandschap binnen. De weg slingert door de vallei en verbindt de acht dorpen. Achter iedere bocht verschijnt weer een andere combinatie van kersenboomgaarden, rotswanden, stenen terrassen en huizen.
Voor Nederlanders en Belgen die tijdens een vakantie aan de Costa Blanca eens iets anders willen zien dan zee en strand is Vall de Gallinera daardoor een ideale dagtocht. Vanuit plaatsen als Dénia, Jávea, Ondara en de noordelijke Costa Blanca is de vallei goed bereikbaar, terwijl de sfeer eenmaal aangekomen totaal anders aanvoelt.
Penya Foradà boven de vallei
Het bekendste natuurlijke symbool van Vall de Gallinera is de Penya Foradà, vaak kortweg de Foradà genoemd. Het Valenciaanse woord foradà betekent doorboord. Hoog in de kalkstenen bergkam bevindt zich namelijk een opvallende natuurlijke opening die vanaf verschillende plekken in de vallei zichtbaar is.
De Foradà ligt op ongeveer 737 meter hoogte en is een geliefd wandeldoel. Er bestaan verschillende routes naar de top, onder meer vanuit Benissivà, Alpatró en La Carroja. Dat maakt het mogelijk een route te kiezen die past bij conditie en beschikbare tijd.
De route vanuit La Carroja is volgens de regionale wandelinformatie ongeveer 2,5 kilometer lang, maar laat je door het hoogteverschil niet misleiden door die korte afstand. Er wordt ongeveer 364 meter geklommen en voor de wandeling wordt circa één uur en vijftig minuten gerekend. De technische moeilijkheid wordt als middelzwaar aangeduid.
Onderweg wandel je eerst langs terrassen en oude landbouwgrond. Hogerop wordt het landschap ruiger en domineren rotsen, mediterrane struiken en geurige kruiden. Het uitzicht opent zich steeds verder over de acht dorpen en de omliggende bergen. Bij helder weer is in oostelijke richting zelfs de Middellandse Zee zichtbaar.
Goede schoenen zijn hier belangrijk. Het terrein is op verschillende plaatsen stenig en op warme dagen is er weinig schaduw. Neem voldoende water mee en kies in de zomer liever voor een vroege start. In juli en augustus kan een wandeling midden op de dag door de hitte onaangenaam of zelfs onverstandig worden.
Zon door de Foradà
De Penya Foradà is niet alleen bekend vanwege haar vorm. Twee keer per jaar ontstaat een bijzondere zonne-uitlijning. Rond 9 maart en 4 oktober valt de ondergaande zon door de natuurlijke opening en bereikt het licht de omgeving van het voormalige franciscaner klooster bij Benitaia.
Het gaat nadrukkelijk niet om de zonnewende. De zonnewendes vallen rond 21 juni en 21 december. De data van de Foradà houden verband met de positie van de zon ten opzichte van de opening in de rots en de ligging van het voormalige klooster.
Vooral 4 oktober heeft historische betekenis, omdat dit de feestdag van Franciscus van Assisi is. De franciscaan Antonio Panes beschreef het verschijnsel al in de zeventiende eeuw. Daardoor weten we dat de relatie tussen het klooster en het zonlicht geen moderne toeristische legende is.
Tegenwoordig trekt het verschijnsel wandelaars, fotografen en andere belangstellenden. Het blijft natuurlijk afhankelijk van het weer. Bewolking kan ervoor zorgen dat er op de juiste dag weinig te zien is. Wie speciaal voor de uitlijning komt, kan daarom het beste het actuele programma van de gemeente controleren.
Het voormalige klooster zelf bestaat grotendeels niet meer. De historische plek is toch interessant, omdat landschap, geloof en geschiedenis hier op een opvallende manier samenkomen. Ook zonder het lichtverschijnsel is het gebied rond Benitaia een mooie halte tijdens een tocht door de vallei.
Ruta dels 8 Pobles
Wie de acht dorpen niet alleen vanuit de auto wil bekijken, kan de Ruta dels 8 Pobles lopen. Deze bewegwijzerde wandelroute is een van de beste manieren om te begrijpen hoe Vall de Gallinera is opgebouwd.
De officiële route is ongeveer 14,60 kilometer lang, telt circa 524 meter positief hoogteverschil en heeft een richttijd van ongeveer 5 uur en 40 minuten. De technische moeilijkheid wordt als laag aangegeven, maar de afstand en het hoogteverschil maken het wel degelijk tot een volledige wandeldag.
De route is lineair. Dat is belangrijk voor de planning: wie alle acht dorpen achter elkaar bezoekt, eindigt niet automatisch weer bij de auto. De wandeling verbindt de Font de la Mata aan het ene uiteinde van de vallei met de gelijknamige bron aan de andere kant.
Onderweg passeer je Benirrama, Benialí, Benissivà, Benitaia, La Carroja, Alpatró, Llombai en Benissili. Je loopt deels over oude verbindingswegen en paden die al gebruikt werden lang voordat de moderne CV-700 bestond.
Je komt langs bronnen, traditionele wasplaatsen, oude landbouwterrassen, kersenboomgaarden, kerken en kleine pleinen. Bij Benialí passeert de route bovendien in de buurt van het voormalige Moriscogehucht L’Alcúdia. Daarmee is de wandeling tegelijk een natuurroute en een tocht door de geschiedenis van de vallei.
Wie de volledige 14,6 kilometer te lang vindt, kan gemakkelijk een gedeelte lopen. Een traject tussen twee of drie aangrenzende dorpen geeft al een mooie indruk. Benialí, Benissivà en Benitaia zijn bijvoorbeeld goed met elkaar te combineren.
Voor gezinnen kan zo'n korter traject prettiger zijn dan de volledige route. De aanduiding ‘lage technische moeilijkheid’ betekent immers niet dat vijf tot zes uur wandelen voor ieder kind eenvoudig is.
Prehistorische kunst tussen bergen
Een van de bijzonderste bezienswaardigheden van Vall de Gallinera wordt gemakkelijk over het hoofd gezien: de prehistorische rotsschilderingen. In de vallei zijn meerdere rotsschuilplaatsen met prehistorische kunst bekend, waaronder vindplaatsen bij Benirrama en Benialí.

De rotsschilderingen van Benirrama werden in 1977 ontdekt door het Centre d’Estudis Contestans. In de rotsschuilplaats zijn zowel schematische als Levantijnse voorstellingen aanwezig. De mediterrane rotskunst van het Iberisch Schiereiland staat sinds 1998 op de Werelderfgoedlijst van UNESCO.
De vindplaats kende ook een donkere episode. In 1993 werden verschillende prehistorische figuren door plunderaars uit de rots gesneden. In totaal verdwenen vijf figuren. Het incident laat zien hoe kwetsbaar dit soort erfgoed is.
De rotsschuilplaats van Benirrama is tegenwoordig ingericht voor een zelfstandig bezoek en beschikt over informatiepanelen. De bijbehorende wandelroute is ongeveer 3,47 kilometer lang, duurt rond één uur en een kwartier en heeft circa 125 meter positief hoogteverschil.
Wie meer wil zien, kan de grotere Ruta d’Art Rupestre volgen. Deze rondwandeling verbindt belangrijke archeologische locaties bij Benialí en Benirrama. De route is ongeveer 11,66 kilometer lang, duurt rond vier uur en heeft ongeveer 361 meter positief hoogteverschil.
Er bestaan ook kortere afzonderlijke wandelingen vanuit Benialí en Benirrama. Daardoor hoeft een bezoek aan de prehistorische kunst niet automatisch een volledige dagwandeling te worden.
Bij Benialí bevinden zich meerdere rotsschuilplaatsen in het ravijn van Les Basses del Racó. Hier zijn verschillende vormen van prehistorische kunst gevonden, waaronder macro-schematische, schematische en Levantijnse voorstellingen en gravures.
Voor bezoekers is het belangrijk om het erfgoed alleen vanaf toegestane plekken te bekijken. Raak schilderingen of rotsoppervlakken nooit aan en ga niet buiten de aangegeven toegang. Prehistorische pigmenten die duizenden jaren hebben overleefd kunnen verrassend kwetsbaar zijn.
Centrum voor rotskunst
Sinds 2023 heeft Vall de Gallinera bovendien een Centre d’Interpretació d’Art Rupestre, een informatie- en interpretatiecentrum over de prehistorische rotskunst. Het centrum werd geopend om dit kwetsbare erfgoed beter uit te leggen en bezoekers bewust te maken van het belang van bescherming.
Voor Nederlandse en Belgische bezoekers is een interpretatiecentrum vooral handig omdat een rotsschildering in het landschap zonder uitleg soms moeilijk te herkennen is. Door eerst te leren waar je naar kijkt, krijgen de wandelingen naar de vindplaatsen veel meer betekenis.
Openingstijden van kleine culturele voorzieningen in landelijke gemeenten kunnen wisselen. Wie het centrum speciaal wil bezoeken, kan daarom vooraf de actuele informatie bij de gemeente raadplegen.
Bronnen en oude wasplaatsen
Water speelt overal in Vall de Gallinera een rol. De ligging tussen bergen zorgt voor bronnen en natuurlijke waterafvoer, maar water is in het mediterrane klimaat nooit iets geweest dat bewoners als vanzelfsprekend konden beschouwen.
Door alle dorpskernen zijn oude llavadors te vinden. Een llavador is een openbare wasplaats. Hier werd kleding gewassen voordat vrijwel ieder huis over stromend water en een wasmachine beschikte.
De wasplaats was tegelijkertijd een sociale ontmoetingsplek. Vooral vrouwen kwamen er samen, waardoor nieuws, familieverhalen en dorpsgebeurtenissen tijdens het wassen werden uitgewisseld.
Bij Benirrama ligt bijvoorbeeld een oude gemeentelijke wasplaats bij een bron. Het water stroomt eerst door een langwerpige drink- of watertrog en vervolgens door de stenen wasbak. Het overtollige water werd daarna opgeslagen en gebruikt voor irrigatie van nabijgelegen moestuinen.
Ook in de andere dorpen zijn bronnen en wasplaatsen onderdeel van het historische landschap. Wie de Ruta dels 8 Pobles loopt, komt verschillende voorbeelden tegen.
Voor wandelaars zijn bronnen aantrekkelijke rustpunten, maar ga er niet automatisch van uit dat het water drinkbaar is. Alleen wanneer duidelijk wordt aangegeven dat bronwater geschikt is voor consumptie, is het verstandig ervan te drinken.
Kastelen boven Gallinera
Wie van kastelen en middeleeuwse geschiedenis houdt, heeft in Vall de Gallinera twee bijzondere ruïnes om te ontdekken. Aan de oostelijke kant ligt het Castell de Gallinera, dat tegenwoordig vaak Castell de Benirrama wordt genoemd.
Het kasteel ligt op een rotsachtige hoogte van ongeveer 476 meter en bewaakte historisch de toegang vanuit de kustvlakte. De langgerekte vorm volgt de bergkam en resten van muren, een verdedigingstoren en waterreservoirs zijn nog herkenbaar.
Aan de westelijke kant van de gemeente ligt het Castell d’Alcalà, beter bekend als het Castell de Benissili. Deze vesting ligt aanzienlijk hoger en is sterk verbonden met de dertiende-eeuwse islamitische leider al-Azraq.
Beide kastelen zijn ruïnes en geen gerestaureerde toeristische kastelen met parkeerterrein, balie en beveiligde trappen. Juist daarom horen stevige schoenen en gezond verstand bij een bezoek. Klim niet op instabiele muren en behandel archeologische resten met respect.
Vanaf de hoger gelegen plekken wordt duidelijk waarom deze kastelen juist hier werden gebouwd. De vallei was een natuurlijke route tussen de kust en het bergachtige binnenland en vanuit de fortificaties kon men grote delen van die doorgang controleren.
Erfgoed langs iedere weg

Niet al het erfgoed in Vall de Gallinera is zo spectaculair als een kasteel of prehistorische rotsschildering. Oude huizen, ruïnes, stenen terrassen, geplaveide paden en landbouwconstructies vertellen minstens zoveel over de geschiedenis van het gebied.
Vooral de droge stenen muren vallen op. Generaties bewoners bouwden duizenden meters terrasmuur om de steile hellingen geschikt te maken voor landbouw. Daardoor kon vruchtbare aarde worden vastgehouden en stroomde regenwater minder snel van de berg.
De paden tussen de dorpen waren vroeger geen recreatieve wandelroutes. Ze vormden het netwerk waarlangs bewoners te voet of met lastdieren naar landbouwgronden, bronnen en andere nederzettingen gingen.
Wie tegenwoordig zo'n pad loopt, gebruikt dus infrastructuur die op sommige plekken al eeuwenlang onderdeel van het dagelijkse leven is.
Alpatró vol verhalen
Wie graag erfgoed bekijkt zonder een lange bergwandeling te maken, kan in Alpatró de korte route Pels Carrers de la Memòria volgen. De naam betekent ongeveer ‘door de straten van de herinnering’.
De circulaire dorpsroute is ongeveer 1,12 kilometer lang en duurt rond een half uur. Langs de route staan informatiepanelen en QR-codes waarmee verhalen over straten, huizen en bewoners kunnen worden ontdekt.
De wandeling komt langs verschillende interessante plekken, waaronder de Creu del Terme, het oude dorpsdeel, de Plaça de Sant Marc, de kerk van de Assumpció, oude dorsplaatsen en het Museu Etnològic Almàssera dels Moltó.
Dat etnologische museum is gevestigd rond een traditionele olijfpers. Het Valenciaanse woord almàssera betekent olijfmolen of olijfperserij. De plek vertelt daarmee het verhaal van een landbouwproduct dat naast de kers al eeuwenlang belangrijk is in de streek.
Voor bezoekers die niet uren willen wandelen is Alpatró daardoor een uitstekende halte. In relatief korte tijd krijg je een beeld van architectuur, landbouw, religie en dorpsgeschiedenis.
Botanische route bij Benirrama
Ook natuurliefhebbers die een kortere route zoeken hebben een interessante mogelijkheid. De Itinerari Botànic de l’Ombria de Benirrama is een botanische wandeling aan de schaduwrijke kant van de bergen bij Benirrama.
De route is ongeveer 2,67 kilometer lang, duurt circa één uur en 25 minuten en heeft ongeveer 228 meter positief hoogteverschil. De technische moeilijkheid wordt als laag aangegeven.
Langs het traject staan 32 informatiepanelen met namen en informatie over bomen, struiken en bijzondere planten. QR-codes geven aanvullende uitleg over bijvoorbeeld bloeiperiode en leefgebied.
In dit relatief kleine gebied zijn meer dan 230 plantensoorten vastgesteld. De wandeling laat daarmee mooi zien hoe groot het verschil kan zijn tussen de droge zonnige hellingen en de koelere, vochtigere schaduwkant van dezelfde vallei.
Voor bezoekers die vooral tijdens de bloesem komen is deze route een interessante aanvulling. Vall de Gallinera bestaat namelijk uit veel meer dan kersenbomen.
Kersenbloesem trekt veel bezoekers
De bekendste periode om Vall de Gallinera te bezoeken is zonder twijfel de tijd van de kersenbloesem. Vanaf het einde van de winter beginnen duizenden bomen te bloeien en veranderen grote delen van het landschap in wit.
De exacte periode verschilt ieder jaar. Meestal ligt het hoogtepunt ergens tussen eind februari en maart, maar hoogte, temperatuur en regen zorgen ervoor dat niet alle percelen tegelijkertijd bloeien.
Wie op internet een prachtige foto ziet die drie dagen geleden werd gemaakt, heeft dus geen garantie dat exact dezelfde boomgaard vandaag nog in volle bloei staat. Controleer vlak voor vertrek de actuele berichten van de gemeente en lokale organisaties.
De bloesemperiode heeft Vall de Gallinera veel extra bekendheid gegeven. Op zonnige weekenden kunnen daardoor aanzienlijk meer auto's de smalle vallei binnenrijden dan normaal.
Wie de grootste drukte wil vermijden, kan het beste op een doordeweekse dag komen of vroeg vertrekken. Dat heeft nog een voordeel: het ochtendlicht geeft de boomgaarden en bergen een heel andere sfeer dan het felle licht midden op de dag.
Loop nooit zonder toestemming een boomgaard in om een foto te maken. De percelen zijn particuliere landbouwgrond en jonge bomen, irrigatieleidingen en bodem kunnen worden beschadigd. Langs openbare wegen en wandelroutes zijn genoeg mooie plekken om de bloesem te bekijken.
Kersen oogsten en proeven
Na de bloesem volgt de kersenoogst. De kers is niet alleen een mooi toeristisch symbool, maar een belangrijk landbouwproduct waarvoor boeren het hele jaar werken.
Tijdens de oogst zijn bij lokale verkooppunten verse kersen verkrijgbaar. Wie lokaal koopt, ondersteunt daarmee rechtstreeks de landbouw die het bekende landschap van Vall de Gallinera in stand houdt.
Pluk nooit zelf kersen langs een pad, ook niet wanneer een tak over een openbaar terrein hangt. Voor de bezoeker gaat het misschien om een paar vruchten, maar voor de boer is het zijn oogst en inkomen.
Festa de la Cirera
De band tussen de vallei en haar kersen wordt ieder jaar gevierd tijdens de Festa de la Cirera, het Kersenfeest. De viering ontstond in 2000 en combineert landbouw, gastronomie, cultuur en dorpsleven.
De XXIII Festa de la Cirera van 2026 werd op 13 juni in Alpatró gehouden. Oorspronkelijk waren Benissivà en Benitaia aan de beurt, maar door werkzaamheden rond de voormalige scholen werd hun editie doorgeschoven naar 2027.
Het programma van 2026 laat goed zien dat het feest veel meer is dan een markt met kersen. Er waren muziek, theater in het Valenciaans, traditionele spellen, keramiek, Valenciaanse pelota, een wandeling, een historische dorpsroute en gezamenlijke maaltijden.
Ook het Museu Etnològic Almàssera dels Moltó opende voor bezoekers en er werden rondleidingen aangeboden bij de lokale kersencoöperatie. Daarnaast was er een kookdemonstratie met de kers als hoofdproduct.
Een luchtiger traditie is het internationale kampioenschap kersenpitspugen, dat inmiddels een herkenbaar onderdeel van het feest is geworden.
Wie een toekomstige Festa de la Cirera wil bezoeken, kan het actuele programma het beste vooraf bekijken. De gastkern en activiteiten kunnen ieder jaar veranderen en tijdens het feest gelden vaak tijdelijke verkeers- en parkeermaatregelen.
Mercat de la Foradà
Een andere mooie gelegenheid om lokale producten te ontdekken is de Mercat de la Foradà. Deze markt werd in december 2013 opgezet door de Unió Cultural d’Amics i Amigues de la Vall de Gallinera.
Het uitgangspunt is lokaal en duurzaam: producten uit de omgeving, rechtstreeks van producent naar consument en met aandacht voor ecologische en ambachtelijke productie.
Volgens de officiële toeristische informatie wordt de Mercat de la Foradà gehouden op de tweede zondag van de maanden oktober tot en met april. De markt reist door de vallei en wordt dus niet altijd in hetzelfde dorp gehouden.
Dat maakt de markt interessanter dan een gewone wekelijkse markt. De locatie verandert en rond verschillende edities worden culturele of gastronomische activiteiten georganiseerd.
Aan de markt zijn ook bijzondere jaarlijkse momenten gekoppeld. De zonne-uitlijning van de Foradà speelt rond oktober een rol en in de winter wordt onder andere de Festa de l’Oli, het feest van de olijfolie, georganiseerd.
Op de markt kun je onder andere lokale landbouwproducten, olijfolie, honing, gebak, ambachtelijke producten en andere streekproducten tegenkomen. Het aanbod verandert met het seizoen.
Feesten in de acht dorpen
Naast de Festa de la Cirera heeft vrijwel ieder dorp zijn eigen zomerfeesten. De meeste fiestas patronales, patroonfeesten ter ere van lokale beschermheiligen, vinden in juli en augustus plaats.
Benirrama viert doorgaans tijdens het laatste weekend van juli. Benissivà en Benitaia vieren hun feesten rond het eerste weekend van augustus en Benialí rond het tweede weekend. Alpatró heeft traditioneel feestdagen rond het midden van augustus, La Carroja rond het derde weekend en Benissili aan het einde van de maand.
Data en programma's kunnen per jaar veranderen. Controleer daarom altijd de actuele gemeentelijke agenda. Tijdens zo'n feest kunnen straten tijdelijk worden afgesloten en kan parkeren lastiger zijn.
Wie juist voor het feest komt, krijgt daar veel voor terug. Muziek, processies, gezamenlijke diners, traditionele activiteiten en buurtcontact veranderen het normaal zo rustige dorp tijdelijk in een levendige ontmoetingsplek.
Rond Pasen bestaat daarnaast de traditie van de Llombaiada, verbonden met het kleine Llombai. Ook dit soort lokale tradities laat zien dat toerisme in Vall de Gallinera sterk verweven blijft met de gemeenschap zelf.
Sportief tussen de bergen
Naast wandelen kun je in Vall de Gallinera ook fietsen, trailrunnen en mountainbiken. De CV-700 en de omliggende wegen worden gebruikt door sportieve fietsers die de vallei combineren met Pego, Vall d’Ebo, Vall d’Alcalà en andere berggebieden.
De wegen zijn vaak smal en bochtig. Automobilisten moeten daarom rekening houden met fietsers, terwijl fietsers er verstandig aan doen zichtbaar te rijden en scherpe bochten voorzichtig te benaderen.
Mountainbikers hebben in de bredere omgeving verschillende onverharde mogelijkheden, maar niet ieder wandelpad is automatisch geschikt of toegestaan voor fietsen. Controleer routes vooraf en respecteer voetgangers en particuliere landbouwgrond.
Trailrunning past eveneens goed bij het landschap. De combinatie van korte steile beklimmingen, rotsige paden en hoogteverschillen maakt de vallei sportief uitdagend. Vooral in warm weer is ervaring en voldoende water belangrijk.
Voor technische klimactiviteiten geldt dat goede voorbereiding essentieel is. Wie geen ervaring heeft met rotsklimmen of bergsport kan beter kiezen voor de goed beschreven wandelroutes.
Lokale keuken proeven
Geen bezoek aan Vall de Gallinera is compleet zonder iets van de lokale keuken te proberen. De gastronomie is verbonden met landbouw en het bergachtige karakter van de streek.
Op traditionele menu's staan rijstgerechten, stoofpotten, vleesgerechten en seizoensproducten. Ook wildzwijn kan in het binnenland van de Marina Alta op het menu voorkomen.
Een ander typisch product is de coca. Dat heeft hier niets te maken met de bekende frisdrank. Een Valenciaanse coca is een plat gebakken deeg dat afhankelijk van de variant wordt belegd of gevuld met bijvoorbeeld groenten, tomaat, ui, vis of vlees.
Amandelen, honing en lokale olijfolie zijn eveneens belangrijke smaken van de streek. Tijdens het kersenseizoen verschijnen vanzelfsprekend verse kersen en producten waarin kersen zijn verwerkt.
De horeca in de kleine dorpen werkt niet altijd met dezelfde ruime openingstijden als restaurants aan de kust. Controleer daarom vooraf of een restaurant geopend is en reserveer bij voorkeur tijdens weekenden, feesten en de drukke bloesemperiode.
Dat voorkomt dat een geplande lunch eindigt voor een gesloten deur. Het dichtstbijzijnde alternatief kan in een bergvallei al snel enkele dorpen verder liggen.
Een dag in Gallinera
Wie Vall de Gallinera voor het eerst bezoekt, hoeft niet te proberen alle wandelroutes en bezienswaardigheden in één dag af te vinken. Een eenvoudige route door de vallei is vaak veel leuker.
Vanuit Pego kom je eerst aan de kant van Benirrama binnen. Hier kun je een korte wandeling door het dorp maken of, wanneer je meer tijd hebt, kiezen voor de route naar de prehistorische schilderingen of richting het Castell de Gallinera.
Daarna rijd je verder naar Benialí. Dit is een goede plek voor koffie en een korte dorpswandeling. Vanuit de omgeving vertrekken verschillende routes en het gemeentehuis bevindt zich hier.
Benissivà en Benitaia liggen vervolgens vrijwel naast elkaar. Hier kun je de auto laten staan en beide kernen te voet bekijken. Vanaf deze kant is de Penya Foradà goed zichtbaar en liggen verschillende historische plekken in de omgeving.
Wie rustig luncht en daarna verder rijdt, bereikt La Carroja en Alpatró. In Alpatró is de korte historische route een mooie manier om zonder zware wandeling toch veel over het dorp te ontdekken.
Daarna volgen Llombai en Benissili. Aan deze kant komt ook het Castell d’Alcalà in beeld. Wie niet gaat wandelen kan de dag hier rustig afsluiten en dezelfde weg terugrijden of verder het binnenland in trekken.
Het voordeel van deze aanpak is dat je nooit lang in de auto zit. De afstanden tussen de dorpen zijn klein, maar door regelmatig uit te stappen voelt de dag heel afwisselend.
Vall de Gallinera met kinderen
Ook met kinderen kan Vall de Gallinera een leuke bestemming zijn, maar kies de activiteiten bewust. De complete Ruta dels 8 Pobles is lang en de klim naar de Foradà heeft een serieus hoogteverschil.
Voor jongere kinderen zijn korte wandelingen tussen dorpen, bronnen, wasplaatsen en het botanische pad bij Benirrama vaak geschikter. Ook een bezoek aan een dorpsfeest of de Festa de la Cirera kan aantrekkelijk zijn.
De officiële Ruta dels 8 Pobles wordt technisch als eenvoudig beschreven en wordt ook als familieroute gepresenteerd, maar 14,6 kilometer en ruim vijf uur wandelen blijft voor kleine kinderen een flinke onderneming.
Neem in ieder seizoen voldoende water en iets te eten mee. In de zomer is zonbescherming essentieel. Veel wandelroutes hebben geen horeca of verkooppunt onderweg.
Bloesem zonder overlast
De populariteit van de kersenbloesem brengt op enkele weekenden veel bezoekers naar een vallei met smalle wegen en kleine dorpen. Wie rekening houdt met bewoners en boeren helpt mee om de bloesemperiode plezierig te houden.
Parkeer nooit voor een woning, landbouwpoort of toegangsweg. Tractoren en andere landbouwvoertuigen moeten hun percelen kunnen bereiken. Een plek die voor een bezoeker op een handige parkeerplaats lijkt, kan voor een boer de enige toegang tot zijn land zijn.
Blijf op openbare paden en wegen. Een boomgaard is geen openbaar fotodecor. Loop dus niet tussen bomen voor een betere foto tenzij de eigenaar daar toestemming voor heeft gegeven.
Wie flexibel is, kan beter op een doordeweekse dag komen. Je ziet dezelfde bloesem, maar hebt meer rust en veroorzaakt minder verkeersdruk in de dorpen.
Zomer vraagt extra voorzichtigheid
De bergen rond Vall de Gallinera kunnen in juli en augustus zeer heet en droog worden. Wandelroutes die in maart eenvoudig voelen, kunnen onder de zomerzon veel zwaarder zijn.
Vertrek vroeg, neem meer water mee dan je denkt nodig te hebben en vermijd zware inspanning tijdens de heetste uren. Controleer daarnaast waarschuwingen voor extreem weer en natuurbrandgevaar.
Het gebied werd in augustus 2022 zwaar getroffen door de grote bosbrand die vanuit Vall d’Ebo verschillende omliggende gemeenten bereikte. De natuur herstelt zich, maar het landschap blijft kwetsbaar.
Open vuur, barbecues en andere mogelijke ontstekingsbronnen horen tijdens droge periodes niet in het berggebied. Ook parkeren in hoog droog gras kan risico opleveren door hete delen onder een voertuig.
Na zware regen gelden weer andere risico's. Droge geulen en barrancs kunnen in korte tijd veel water afvoeren. Een barranc is een ravijn of watergeul die meestal droog kan lijken maar tijdens zware regen snel gevaarlijk wordt.
Praktisch bezoek plannen
Een auto is de eenvoudigste manier om Vall de Gallinera te bereiken en de verschillende dorpen te combineren. De CV-700 vormt de hoofdroute door de vallei. De weg is goed berijdbaar, maar kronkelig en op sommige stukken smal.
Rijd rustig en houd rekening met fietsers, landbouwvoertuigen en bewoners. De maximumsnelheid zegt niet altijd iets over een comfortabele snelheid door een scherpe bergbocht.
Parkeermogelijkheden zijn veel kleinschaliger dan in toeristische kustplaatsen. Verwacht geen enorm centraal parkeerterrein voor alle attracties. Parkeer alleen waar dit is toegestaan en waar doorgangen vrij blijven.
Tank voordat je een lange dag in het berggebied plant en neem water mee. In de vallei zijn horeca en voorzieningen aanwezig, maar openingstijden kunnen wisselen en het aanbod is beperkt vergeleken met Pego of Dénia.
Voor wandelroutes is een opgeladen telefoon handig, maar vertrouw niet uitsluitend op een online verbinding. Download een kaart of route vooraf wanneer je hoger de bergen in gaat.
Controleer bovendien altijd het weer. Temperatuur aan de kust geeft niet automatisch een volledig beeld van de omstandigheden in de bergen. Wind, bewolking en lokale buien kunnen verschillen.
Slapen in de vallei
Vall de Gallinera kan als dagtocht worden bezocht, maar wie graag wandelt heeft voordeel van een overnachting. Je hoeft dan niet alle activiteiten in één dag te proppen en kunt vroeg vertrekken voordat dagbezoekers arriveren.
In en rond de vallei bevinden zich kleinschalige landelijke accommodaties en vakantiehuizen. Het aanbod is beperkt en past daarmee bij het karakter van de omgeving.
Vooral tijdens bloesemweekenden, het Kersenfeest en populaire wandelperioden kan vooraf reserveren verstandig zijn. Wie geen accommodatie in de vallei vindt, kan ook overnachten in Pego of aan de kust en de volgende ochtend terugrijden.
Een nacht in de vallei heeft wel een eigen charme. Nadat dagbezoekers zijn vertrokken wordt het bijzonder stil en op heldere avonden is er veel minder stedelijk licht dan aan de drukke kust.
Combineren met de omgeving
Vall de Gallinera ligt gunstig voor verschillende andere uitstapjes. Pego ligt aan de oostelijke kant van de vallei en is gemakkelijk te combineren met een bezoek. Hier vind je meer winkels, horeca en voorzieningen.
Vanuit Pego is het natuurpark Marjal de Pego-Oliva eveneens bereikbaar. Daardoor kun je op één dag twee totaal verschillende landschappen zien: 's morgens rotsachtige bergen en kersenboomgaarden, later een uitgestrekt waterrijk moerasgebied dicht bij zee.
Dénia ligt verder richting de kust en biedt stranden, haven, winkels en een veel groter horeca-aanbod. Voor vakantiegangers die daar verblijven vormt Vall de Gallinera een mooie binnenlandse tegenhanger van een stranddag.
Ook l’Atzúbia en Forna liggen in de omgeving. Vooral het kasteel van Forna kan interessant zijn voor bezoekers die na de kastelen van Gallinera nog meer middeleeuws erfgoed willen zien.
Oliva ligt eveneens dichtbij, maar behoort bestuurlijk tot de provincie Valencia. De brede zandstranden rond Oliva maken duidelijk hoe klein de afstand tussen berglandschap en Middellandse Zee hier eigenlijk is.
Meer lezen over de vallei
Wie Vall de Gallinera beter wil leren kennen, kan op MijnAlicante.nl verder lezen over de algemene informatie over Vall de Gallinera, de geschiedenis van Vall de Gallinera, de natuur in Vall de Gallinera en wonen in Vall de Gallinera. Deze onderwerpen sluiten nauw op elkaar aan, omdat landschap, geschiedenis, landbouw en dagelijks leven hier nauwelijks van elkaar los te zien zijn.
Ook omliggende plaatsen als Pego, Dénia, l’Atzúbia en Sanet y Negrals helpen om het noorden van de Marina Alta beter te leren kennen. Samen vormen deze dorpen en steden een gebied waarin kust, bergen, landbouw, natuur en eeuwenoude bewoning binnen relatief korte afstanden samenkomen.
Vallei vol ontdekkingen
Toerisme in Vall de Gallinera draait uiteindelijk niet om één attractie die je gezien moet hebben. De aantrekkingskracht zit in de combinatie van acht dorpen, wandelpaden, kersenboomgaarden, kastelen, bronnen, prehistorische rotsschilderingen, lokale markten en de Penya Foradà die voortdurend boven het landschap aanwezig lijkt.
Wie graag wandelt kan hier meerdere dagen vullen zonder dezelfde route te hoeven lopen. Wie vooral belangstelling heeft voor cultuur kan kastelen, rotskunst, kerken en dorpsroutes combineren. Voor fijnproevers zijn de kersenoogst, Mercat de la Foradà en lokale restaurants interessante redenen om terug te komen.
Ook fotografen vinden ieder seizoen iets anders. De bloesem in het voorjaar is beroemd, maar een winterochtend met helder licht, wolken rond de bergtoppen of een herfstlandschap na de eerste regen kan minstens zo mooi zijn.
Voor mensen die nadenken over emigreren naar Alicante of wonen in Spanje is een toeristisch bezoek bovendien een goede eerste kennismaking met het binnenland van de Marina Alta. Vall de Gallinera laat zien hoe anders het dagelijkse landschap kan zijn wanneer je twintig of dertig kilometer van de bekende kustplaatsen vandaan rijdt.
De vallei vraagt vooral om een ander tempo. Parkeer de auto, loop een straat in zonder precies te weten wat er om de hoek ligt, bekijk een oude wasplaats, drink ergens koffie en kijk hoe het licht gedurende de dag over de bergen schuift.
Juist dan wordt duidelijk waarom Vall de Gallinera zoveel bezoekers bijblijft. Niet omdat hier één spectaculaire attractie alles overheerst, maar omdat kleine dingen voortdurend in elkaar grijpen: een kerkklok tussen de bergen, een oude terrasmuur, kersenbomen langs een pad, een bron onder de bomen en een dorp dat na de volgende bocht ineens voor je ligt.
Wie die combinatie met respect benadert, ontdekt een van de meest karaktervolle delen van het binnenland van Alicante. Vall de Gallinera is geen plek om haastig af te vinken, maar een vallei waar iedere terugkeer weer een ander seizoen, een andere wandeling en een nieuw verhaal oplevert.
Dit artikel is voor het laatst bijgewerkt op 7 augustus 2026.
