
Eeuwenoude wortels in de vallei
La Vall de Laguar, gelegen in het hart van de Marina Alta in Alicante, is niet zomaar een vallei. Hier, tussen de bergen en de Middellandse Zee, liggen verhalen van eeuwenoud verzet, culturele bloei en hardnekkige overleving in de stenen terrassen en smalle straatjes van haar dorpen: Campell, Fleix en Benimaurell. Ook Fontilles hoort bij de gemeente, al wordt in de praktijk vaak vooral over de drie dorpskernen van de vallei gesproken. De historie van deze vallei begint al ver voor de middeleeuwen. Archeologische vondsten in de bredere omgeving wijzen op menselijke aanwezigheid sinds de prehistorie, met sporen van vroege bewoning, landbouw en gebruik van natuurlijke schuilplaatsen in het bergachtige landschap.
De ligging van La Vall de Laguar verklaart veel van haar geschiedenis. De vallei ligt niet open en vlak, maar verscholen tussen berghellingen, kloven en terrassen. Daardoor bood het gebied bescherming, maar maakte het leven er ook zwaar. Wie hier wilde wonen, moest het land geschikt maken voor landbouw, waterbronnen benutten en paden aanleggen over moeilijke hellingen. De stenen muurtjes, trappen en terrassen die vandaag zo schilderachtig lijken, zijn in werkelijkheid het resultaat van eeuwen arbeid. Ze vertellen het verhaal van bewoners die in een ruig landschap toch een bestaan opbouwden.
In de omgeving zijn sporen bekend uit de Iberische en Romeinse tijd, zoals aardewerk, resten van oude nederzettingen en aanwijzingen voor landbouw. De Iberiërs waren de oorspronkelijke bewoners van veel delen van de oostelijke kuststreek van Spanje, voordat de Romeinen hun invloed uitbreidden. Voor de Romeinen waren valleien als deze belangrijk vanwege landbouw, routes tussen kust en binnenland en controle over water en grond. Toch werd het huidige karakter van La Vall de Laguar vooral later gevormd, tijdens de islamitische periode, toen het landschap met terrassen, waterbeheer en kleine gehuchten veel sterker werd ingericht.
Islamitische bloei in Laguar
Vanaf de 8e eeuw werd het gebied onderdeel van al-Andalus, het islamitische Spanje dat grote delen van het Iberisch Schiereiland omvatte. Onder islamitische invloed bloeide de vallei op. Bewoners bouwden geraffineerde irrigatiesystemen, terrassen voor de landbouw en compacte dorpen die naadloos opgingen in het landschap. Het was een tijd waarin de vruchtbare grond werd benut voor amandelen, druiven, olijven, vijgen, graan en andere producten die pasten bij het mediterrane bergklimaat. De dorpen en gehuchten waren klein, maar vormden samen een netwerk van landbouw, waterbronnen, paden en familieverbanden.
De naam Laguar komt uit het Arabisch. Vaak wordt verwezen naar Al-Agwar, dat wordt uitgelegd als een verwijzing naar grotten of holten. Dat past goed bij het ruige terrein, met kloven, bergwanden en natuurlijke schuilplaatsen. De dorpen en plaatsnamen in de vallei dragen nog altijd sporen van deze periode. Benimaurell, Campell, Fleix en het vroegere Isbert waren in de islamitische tijd kleine nederzettingen of landbouwgehuchten. Zo’n gehucht werd in het Spaans vaak een alquería genoemd. Voor Nederlandse en Belgische lezers kun je dat zien als een kleine agrarische nederzetting met huizen, akkers, waterpunten en een sterke band met het omliggende land.
In deze periode ontwikkelden de dorpen zich tot kleine gemeenschappen met een sterke verbondenheid met de bergen. De bewoners maakten van de hellingen landbouwgrond door droge stenen muren te bouwen en terrassen aan te leggen. Dat was noodzakelijk, want zonder deze terrassen zou regenwater de grond snel wegspoelen. De islamitische landbouwkennis en het gebruik van waterbronnen hebben diepe sporen achtergelaten. Wie vandaag door La Vall de Laguar wandelt, ziet niet alleen natuur, maar ook het werk van generaties bewoners die het landschap stap voor stap vormgaven.
Christelijke verovering en spanning
De middeleeuwen brachten grote veranderingen. Vanaf de 13e eeuw veroverden de christelijke legers van koning Jaime I van Aragón grote delen van het huidige Valenciaanse gebied. La Vall de Laguar kwam onder christelijke heerschappij, maar de islamitische bevolking verdween niet meteen. Veel bewoners mochten in eerste instantie blijven als mudéjares. Dat waren moslims die na de christelijke verovering in hun woongebied bleven wonen, maar onder christelijk bestuur kwamen te staan. Zij betaalden belastingen en moesten zich aanpassen aan de nieuwe machtsverhoudingen, terwijl zij hun eigen geloof, taal en gebruiken nog enige tijd konden behouden.
Deze balans bleef wankel. De vallei was moeilijk toegankelijk en daardoor geschikt voor mensen die hun oude manier van leven wilden vasthouden. Tegelijk nam de druk vanuit de christelijke machthebbers en de kerk steeds verder toe. De islamitische bevolking kreeg te maken met hogere lasten, beperkingen en groeiende achterdocht. Na gedwongen bekeringen werden veel voormalige moslims en hun nakomelingen aangeduid als moriscos. Dat woord wordt vaak verkeerd begrepen. Moriscos waren officieel christenen, maar hadden islamitische wortels en werden door de samenleving nog altijd met wantrouwen bekeken.
La Vall de Laguar werd in deze eeuwen bekend als een vallei met een sterke eigen identiteit. De bewoners leefden in een afgelegen berggebied, waar oude gewoonten langer konden blijven bestaan dan in open steden of kustplaatsen. De dorpen waren klein, maar de samenhang was groot. Juist die combinatie van isolement, bergachtig terrein en een bevolking met diepe wortels maakte de vallei later tot een van de belangrijkste plekken van moriscoverzet in het koninkrijk Valencia.
Opstand van de moriscos
Het meest dramatische hoofdstuk in de geschiedenis van La Vall de Laguar speelde zich af aan het begin van de 17e eeuw. In 1609 vaardigde koning Filips III het besluit uit om de moriscos uit Spanje te verdrijven. Voor het koninkrijk Valencia, waar veel moriscos woonden en werkten, was dit een enorme breuk. Het ging niet om een kleine groep buitenstaanders, maar om mensen die al generaties in dorpen, valleien en akkers leefden. Zij waren belangrijk voor de landbouw en vormden in sommige gebieden zelfs het grootste deel van de bevolking.
De vallei, door haar geïsoleerde ligging en ontoegankelijke terrein, werd het toneel van een van de laatste en meest verbitterde verzetshaarden van de moriscos. Duizenden mensen trokken zich terug in de bergen rond La Vall de Laguar, vooral in de omgeving van de Barranc de l’Infern en de Serra del Cavall Verd. Daar hoopten zij bescherming te vinden tegen de christelijke troepen. De keuze voor dit gebied was logisch. De kloven, rotsen en steile hellingen maakten het moeilijk om grote legers snel te laten oprukken.
In november 1609 kwam het verzet uiteindelijk tot een einde. De moriscos in de bergen werden verslagen, verdreven of kwamen om tijdens de gevechten en de daaropvolgende chaos. De overlevenden werden naar de kust gebracht en vanuit havens naar Noord-Afrika gedeporteerd. Voor La Vall de Laguar betekende dit een menselijke en economische ramp. Huizen raakten leeg, terrassen werden verlaten en landbouwgronden bleven onbeheerd achter. De vallei verloor in korte tijd een groot deel van haar bevolking, kennis en cultuur.
Lege dorpen en nieuw begin
Deze gebeurtenis markeerde het einde van een tijdperk. De vallei liep leeg en moest opnieuw worden bevolkt. In 1611 werd de herbevolking van La Vall de Laguar formeel vastgelegd. Nieuwe christelijke kolonisten kwamen naar het gebied om de verlaten huizen en akkers weer in gebruik te nemen. Een belangrijk deel van deze nieuwe bewoners kwam van Mallorca. Zij brachten hun eigen gewoonten, taalinvloeden en landbouwervaring mee. Daardoor ontstond een nieuwe gemeenschap bovenop de resten van de oude moriscowereld.
De herbevolking betekende niet dat het verleden verdween. De nieuwe bewoners namen veel van het landschap over zoals het was: de terrassen, de paden, de waterpunten en de ligging van de dorpen. Ook veel plaatsnamen bleven bewaard. De bouwstijl, de droge stenen muren en de structuur van de dorpen herinnerden aan de eeuwen daarvoor. La Vall de Laguar werd dus opnieuw christelijk en bestuurlijk anders ingericht, maar de morisco-erfenis bleef in het landschap aanwezig. Juist dat maakt de vallei historisch zo bijzonder.
Het leven na de herbevolking was niet eenvoudig. Nieuwe bewoners moesten verlaten akkers herstellen, huizen opknappen en het waterbeheer opnieuw organiseren. De bergachtige ligging maakte de vallei mooi, maar ook zwaar om te bewerken. Toch bleef de gemeenschap bestaan. De dorpen Campell, Fleix en Benimaurell groeiden langzaam uit tot herkenbare kernen, ieder met eigen feesten, kerken, gewoonten en families. De geschiedenis van de vallei werd vanaf dat moment een verhaal van verlies, herstel en aanpassing.
Landbouw en overleven
In de 18e en 19e eeuw herstelde La Vall de Laguar zich langzaam verder. Nieuwe bewoners bewerkten opnieuw de akkers, herstelden de terrassen en bouwden voort op de bestaande dorpsstructuren. De economie was vooral gebaseerd op landbouw. Amandelen, druiven, olijven, kersen, vijgen, johannesbrood en honing waren belangrijke producten. De vallei maakte deel uit van een groter landbouwgebied in de Marina Alta, waar kleine percelen, familiearbeid en seizoensgebonden oogsten het dagelijkse leven bepaalden.
De 19e eeuw bracht op sommige momenten meer handel en contact met de buitenwereld. De productie van rozijnen en wijn speelde in de Marina Alta een belangrijke rol en vond ook zijn weerslag in valleien als deze. Producten uit de regio werden verhandeld richting andere delen van Spanje en zelfs naar Noord-Europa. Toch betekende dat niet dat het leven gemakkelijk was. De opbrengsten waren onzeker, afhankelijk van weer, markten en ziektes in gewassen. De steile terrassen vroegen voortdurend onderhoud. Als een muur instortte, ging niet alleen steen verloren, maar ook vruchtbare grond.
Het leven in La Vall de Laguar bleef daardoor hard. Veel gezinnen leefden sober en waren afhankelijk van een combinatie van landbouw, dieren, seizoenswerk en familiehulp. De beperkte opbrengsten dwongen jongeren regelmatig om hun geluk elders te zoeken. Sommigen trokken naar kustplaatsen of steden in de regio, anderen emigreerden naar Noord-Afrika, Frankrijk of verder weg. De vallei bleef bewoond, maar het aantal kansen was beperkt. Wie bleef, deed dat vaak uit verbondenheid met familiegrond, dorp en traditie.
Fontilles en de twintigste eeuw
De 20e eeuw bracht nieuwe veranderingen die niet alleen met landbouw en emigratie te maken hadden. Een bijzondere plaats in de moderne geschiedenis van de gemeente is Fontilles. Daar werd in het begin van de 20e eeuw het Sanatorio San Francisco de Borja opgericht, een instelling voor mensen met lepra. Voor Nederlandse en Belgische lezers is het goed om te weten dat lepra in die tijd nog veel angst opriep en dat patiënten vaak geïsoleerd werden. Fontilles groeide uit tot een belangrijk medisch en sociaal project, verscholen in de bergen maar met betekenis ver buiten de vallei.
De aanwezigheid van Fontilles gaf La Vall de Laguar een extra historische laag. Het sanatorium was niet zomaar een gebouw, maar een gemeenschap op zichzelf, met zorg, religie, werk en een eigen dagelijks ritme. In een tijd waarin veel mensen met lepra werden buitengesloten, bood Fontilles behandeling en onderdak. Daarmee werd de gemeente verbonden met een stuk medische en sociale geschiedenis dat veel bezoekers niet meteen verwachten wanneer zij aan de Barranc de l’Infern of de dorpen van de vallei denken.
Ondertussen kreeg de rest van de vallei te maken met dezelfde ontwikkelingen als veel andere binnenlandse dorpen in Alicante. Door industrialisatie, betere wegen, onderwijs en later de groei van het toerisme aan de kust vertrokken steeds meer bewoners. Jongeren zochten werk in Dénia, Valencia, Alicante of nog verder weg. De landbouw leverde steeds minder zekerheid en het moderne comfort was in de dorpen lang beperkter dan aan de kust of in de steden.
Leegloop en herontdekking
De 20e eeuw bracht daardoor nieuwe uitdagingen. Door de industrialisatie en de opkomst van het toerisme aan de kust vertrokken steeds meer bewoners, op zoek naar werk en modern comfort. De dorpen liepen gedeeltelijk leeg en sommige huizen raakten in verval. Toch bleef de vallei bewoond, gedragen door oudere generaties en enkele hardnekkige families die weigerden hun geboortegrond op te geven. Hun aanwezigheid was belangrijk, want zonder hen zouden tradities, feesten, landbouwkennis en lokale verhalen veel sneller zijn verdwenen.
Vanaf de jaren tachtig kwam er een kentering. Buitenlanders, vooral Noord-Europeanen, ontdekten La Vall de Laguar als een plek van ongekende schoonheid en rust. Zij kochten en restaureerden verlaten huizen, brachten nieuw leven in de dorpen en hielpen indirect mee om woningen, horeca en lokale diensten in stand te houden. Tegelijk kwamen ook Spaanse stedelingen en natuurliefhebbers opnieuw naar de vallei, aangetrokken door wandelen, stilte, landschap en erfgoed. De Barranc de l’Infern en de Route van de 6.000 trappen maakten La Vall de Laguar bekender bij wandelaars uit de hele provincie en daarbuiten.
Deze herontdekking bracht kansen, maar ook nieuwe vragen. Hoe behoud je de rust van de vallei wanneer steeds meer bezoekers de wandelroutes ontdekken? Hoe restaureer je huizen zonder het dorpskarakter te verliezen? Hoe houd je landbouwterrassen in stand wanneer traditionele landbouw minder oplevert? La Vall de Laguar zoekt, zoals veel dorpen in het binnenland van Alicante, naar een evenwicht tussen behoud en verandering. Dat maakt de geschiedenis niet afgesloten, maar juist actueel.
Stenen als geheugen
Wie nu door de straten van Campell, Fleix of Benimaurell wandelt, ziet de sporen van deze lange en bewogen geschiedenis. De stenen huizen en trappen, de fonteinen en terrassen, de smalle paden die zich langs de bergen slingeren — allemaal vertellen ze verhalen van strijd, verlies, herstel en overleving. De vallei herinnert eraan dat geschiedenis niet iets is dat alleen in boeken staat, maar iets dat nog altijd aanwezig is in mensen, stenen en stilte.
De droge stenen muren zijn daarin misschien het duidelijkste voorbeeld. Ze werden gebouwd om landbouw mogelijk te maken, maar vormen nu ook een zichtbaar archief van arbeid en volharding. Elke muur is met de hand gestapeld. Elke trap maakte een akker bereikbaar. Elk pad verbond een bron, dorp of terras met de rest van de vallei. Door deze stenen lijnen kun je nog altijd lezen hoe mensen hier leefden. De geschiedenis van La Vall de Laguar ligt daardoor letterlijk in het landschap.
Verleden van verzet en herstel
La Vall de Laguar is vooral bekend geworden door de morisco-opstand van 1609, maar de geschiedenis van de vallei is breder dan dat ene dramatische moment. Het is ook een verhaal van prehistorische aanwezigheid, islamitische landbouwkennis, christelijke herbevolking, Mallorcaanse kolonisten, landbouw op steile hellingen, emigratie, medische zorg in Fontilles en de herontdekking van het binnenland door wandelaars en nieuwe bewoners. Al die lagen maken de vallei tot een van de meest betekenisvolle plekken in de Marina Alta.
Voor Nederlanders en Belgen die de provincie Alicante beter willen begrijpen, is La Vall de Laguar daarom een belangrijke bestemming. Niet omdat er één groot monument staat dat alles verklaart, maar omdat het hele landschap een verhaal vertelt. De Barranc de l’Infern, de Serra del Cavall Verd, de dorpskernen, de terrassen en de oude paden laten zien hoe mensen zich eeuwenlang hebben aangepast aan een moeilijk maar prachtig gebied. Wie hier wandelt, loopt niet alleen door de natuur, maar door de geschiedenis zelf.
Meer over La Vall de Laguar
Wie de historie van La Vall de Laguar wil plaatsen in het bredere verhaal van de gemeente, kan op MijnAlicante.nl ook verder lezen over de algemene informatie over La Vall de Laguar, de natuur rond La Vall de Laguar, toerisme in La Vall de Laguar en wonen in La Vall de Laguar. Deze onderwerpen horen sterk bij elkaar, omdat natuur, dorpsleven en geschiedenis hier niet los van elkaar bestaan.
De vallei is vandaag een harmonieuze mix van oude en nieuwe bewoners, met een diep respect voor de geschiedenis die overal voelbaar is. La Vall de Laguar heeft oorlog, verdrijving, leegloop en verandering meegemaakt, maar is nooit alleen een plek van verlies geworden. Het is ook een plek van herstel, terugkeer en behoud. Juist die combinatie maakt de vallei zo bijzonder: ruig en kwetsbaar tegelijk, stil en veelzeggend, klein in omvang maar groot in geschiedenis.