Geschiedenis van Tàrbena

Historisch berglandschap met terrassen rond Tàrbena in Alicante

Bergdorp met een diep verleden

Wie door de geplaveide straatjes van Tàrbena loopt en de witte huizen, de kerk van Santa Bárbara en de resten van oude muren bekijkt, voelt dat dit bergdorp een rijke en gelaagde geschiedenis kent. De plaats ligt verscholen tussen de bergen en valleien van de Marina Baixa en heeft door de eeuwen heen verschillende bevolkingsgroepen, machthebbers en economische veranderingen meegemaakt.

Tàrbena is geen groot of druk dorp. Juist daardoor is de geschiedenis er nog goed voelbaar. In de smalle straten, op de oude landbouwterrassen, rond de bronnen en bij de resten van het kasteel komt een verleden naar voren dat verder teruggaat dan veel bezoekers op het eerste gezicht vermoeden.

De omgeving van Tàrbena werd waarschijnlijk al vóór de middeleeuwen door mensen gebruikt. In het bergachtige binnenland van Alicante zijn op verschillende plaatsen sporen van prehistorische, Iberische en Romeinse aanwezigheid gevonden. Voor Tàrbena zelf begint de goed gedocumenteerde geschiedenis echter vooral bij de islamitische nederzetting en het kasteel dat boven het dal werd aangelegd.

De eerste bekende schriftelijke verwijzing naar de plaats gebruikt de naam Castell de Tarbana. De nederzetting werd dus aanvankelijk vooral aangeduid via haar versterking. Dat past bij het middeleeuwse landschap van Alicante, waarin kastelen en wachttorens van grote betekenis waren voor de controle over bergpassen, landbouwgebieden en routes tussen de kust en het binnenland.

De islamitische periode begon in een groot deel van het Iberisch Schiereiland in de achtste eeuw. In Nederland en België wordt hiervoor vaak de term Moorse tijd gebruikt. Daarmee wordt de lange periode bedoeld waarin islamitische machthebbers en gemeenschappen grote delen van het huidige Spanje bestuurden en bewoonden.

De bewoners van het gebied rond Tàrbena maakten zorgvuldig gebruik van het berglandschap. Zij legden landbouwterrassen aan op de hellingen, beheerden bronnen en ontwikkelden systemen om schaars water naar akkers en boomgaarden te leiden. Die terrassen en waterstructuren hebben de vorm van het landschap blijvend beïnvloed.

De ligging was gunstig voor landbouw en verdediging. Vanuit de hoger gelegen delen kon men de valleien en toegangswegen overzien. Tegelijk boden de bergen bescherming en lagen er geschikte stukken grond voor amandelbomen, olijven, druiven en andere gewassen.

De precieze oorsprong en betekenis van de naam Tàrbena zijn niet met volledige zekerheid vastgesteld. De naam wordt doorgaans in verband gebracht met de islamitische geschiedenis van de plaats. De oudere schrijfwijze Tarbana laat in elk geval zien dat de huidige naam zich in de loop van de middeleeuwen heeft ontwikkeld.

Vesting, Al-Azraq en Jaume I

Kasteel boven de vallei

Bij de geschiedenis van Tàrbena hoort onlosmakelijk het oude kasteel, dat ook bekendstaat als Castell dels Moros en Casetes dels Moros. Letterlijk betekenen deze Valenciaanse namen het kasteel en de huisjes van de Moren. Het gaat tegenwoordig om ruïnes en archeologische resten, niet om een volledig bewaard kasteel.

De officiële toeristische informatie beschrijft de versterking als een zeer oude vesting met een oorsprong in de islamitische periode. De oudste bouwfase wordt traditioneel rond de tiende eeuw geplaatst. Het complex lag op een strategische hoogte vanwaar routes door het berggebied konden worden gecontroleerd.

Middeleeuwse kastelen in de bergen van Alicante waren geen comfortabele paleizen zoals in romantische verhalen. Het waren vooral militaire steunpunten, toevluchtsoorden en uitkijkplaatsen. De muren boden bescherming aan bewoners en soldaten, terwijl vanaf de hoogte naderende troepen en bewegingen door het dal konden worden gezien.

Het kasteel van Tàrbena maakte deel uit van een breder netwerk van nederzettingen, landbouwgebieden, bergpassen en verdedigingspunten. Het bewaakte onder meer de verbindingen richting Parcent, Castell de Castells en de kuststreek. De ligging boven het dal onderstreept hoe belangrijk controle over het landschap in die tijd was.

Oude straat met traditionele huizen in Tàrbena

Al-Azraq verdedigt de bergen

Vóór de christelijke verovering behoorde het kasteel volgens de plaatselijke geschiedschrijving toe aan Abu Abd Allah ibn Hudhayl, beter bekend als Al-Azraq. Zijn bijnaam betekent in het Arabisch ongeveer de blauwoog of degene met blauwe ogen.

Al-Azraq was een invloedrijke islamitische leider in de berggebieden van het huidige Alicante. Hij verzette zich in de dertiende eeuw tegen de uitbreiding van het christelijke bestuur van koning Jaume I van Aragón. De ontoegankelijke valleien en bergpassen van de Marina boden hem en zijn aanhangers bescherming.

De opstanden van Al-Azraq laten zien dat de christelijke verovering van de regio geen eenmalige en probleemloze machtsoverdracht was. Kastelen en dorpen wisselden van eigenaar, afspraken werden gesloten en verbroken en de plaatselijke bevolking moest zich steeds opnieuw aanpassen aan veranderende verhoudingen.

Tàrbena lag daardoor midden in een gebied waar militaire macht, geloof, landbouwgrond en controle over water samenkwamen. Het kleine bergdorp stond niet los van de grotere geschiedenis van het koninkrijk Valencia, maar maakte deel uit van een langdurige strijd om het binnenland van Alicante.

Overdracht in 1274

De huidige schrijfwijze van de naam Tàrbena verschijnt volgens de gemeentelijke geschiedenis in een document uit 1274. In dat jaar schonk koning Jaume I de versterking van Tàrbena aan zijn vertrouwelinge Sibila de Saga.

De schenking maakte deel uit van de herverdeling van grond, kastelen en rechten na de christelijke verovering. Koningen beloonden edelen, militairen en andere vertrouwelingen met land en inkomsten. De bewoners die al in de valleien leefden, kregen daardoor te maken met nieuwe heren en bestuurlijke verhoudingen.

Na de verovering bleef een groot deel van de islamitische bevolking aanvankelijk in het gebied wonen. Deze moslims onder christelijk bestuur worden mudéjares genoemd. Zij behielden gedurende een bepaalde periode delen van hun geloof, rechtspraak, taal en gebruiken, maar stonden wel onder het gezag van christelijke landsheren.

De landbouwkennis van deze bewoners bleef van grote waarde. Zij wisten hoe terrassen moesten worden onderhouden, hoe bronnen en waterlopen konden worden benut en welke gewassen geschikt waren voor de droge berghellingen. Veel onderdelen van het bestaande landschap en de dorpsstructuur bleven daardoor in gebruik.

De overgang naar christelijk bestuur betekende wel dat grondbezit, belastingen en machtsverhoudingen veranderden. Ook werden christelijke instellingen en religieuze gebruiken geleidelijk belangrijker. Het was een lange en ingewikkelde overgang, geen plotselinge volledige vervanging van de ene samenleving door een andere.

Van vallei naar baronie

In latere documenten wordt gesproken over de Vall de Tàrbena, de vallei van Tàrbena, en de Baronia de Tàrbena, de baronie van Tàrbena. Het gebied werd dus niet uitsluitend gezien als één dorpskern, maar als een groter geheel van landbouwgrond, kleine nederzettingen, berggebieden en rechten.

De bezitters van de heerlijkheid konden inkomsten ontvangen uit belastingen, landbouw en het gebruik van grond en water. Voor de bevolking betekende dit dat het dagelijkse leven niet alleen door de seizoenen en oogsten werd bepaald, maar ook door verplichtingen aan de landsheer.

Het bezit van het kasteel en de vallei ging in de eeuwen na Jaume I over tussen verschillende adellijke families. Dergelijke overdrachten waren in het middeleeuwse Valencia gebruikelijk. Gebieden konden worden geschonken, geërfd, verkocht of als onderdeel van politieke afspraken aan een andere familie toevallen.

In 1445 kocht de Valenciaanse edelman Guerau Bou het kasteel van Tàrbena met de volledige vallei. Volgens de gemeentelijke geschiedenis betaalde hij daarvoor 47.200 sueldos. Een sueldo was een historische rekeneenheid en muntbenaming; het bedrag is niet rechtstreeks met een modern aantal euro’s te vergelijken.

De aankoop laat zien dat Tàrbena ondanks zijn afgelegen ligging economische waarde had. De vallei beschikte over landbouwgrond, waterbronnen, bewoners, belastinginkomsten en strategische routes. Het bezit van een berggebied kon voor een adellijke familie zowel financieel als politiek interessant zijn.

Moriscos verdwijnen in 1609

In de eeuwen na de christelijke verovering nam de druk op de islamitische bevolking toe. Veel mudéjares werden uiteindelijk gedwongen zich tot het christendom te bekeren. Zij en hun nakomelingen werden daarna aangeduid als Moriscos.

Hoewel de Moriscos officieel christen waren, bleven veel families delen van hun vroegere taal, voedselcultuur, landbouwkennis en familietradities bewaren. Dat leidde bij kerkelijke en wereldlijke machthebbers tot wantrouwen. Zij twijfelden aan de oprechtheid van de bekering en zagen de gemeenschappen soms als een politiek of religieus risico.

In 1609 besloot koning Filips III de Moriscos uit Spanje te verdrijven. Het koninkrijk Valencia werd bijzonder hard getroffen, omdat in veel dorpen een groot deel van de bevolking uit Moriscos bestond. Ook Tàrbena verloor vrijwel al zijn bewoners.

De verdrijving was niet een vrijwillige verhuizing. Gezinnen moesten hun woningen, landbouwgrond en dorpen verlaten en werden naar havens gebracht om uit Spanje te worden verscheept. Zij lieten een landschap achter dat hun families generaties lang hadden bewerkt.

Voor Tàrbena waren de gevolgen ingrijpend. Huizen kwamen leeg te staan, landbouwterrassen werden niet langer onderhouden en waterwerken konden beschadigd raken of dichtgroeien. Grondbezitters verloren huurders, arbeidskrachten en belastinginkomsten.

Het dorp en de omliggende valleien waren afhankelijk van gezamenlijke arbeid. Terrassen, paden, irrigatie en oogsten konden alleen worden onderhouden wanneer voldoende mensen aanwezig waren. Door de plotselinge ontvolking viel een groot deel van dat systeem uiteen.

De verdrijving veranderde niet alleen Tàrbena. Ook andere dorpen in de Marina Baixa, Marina Alta en het verdere binnenland van Alicante verloren een groot deel van hun bevolking. Sommige plaatsen werden later opnieuw opgebouwd, terwijl andere nederzettingen uiteindelijk verdwenen.

Mallorcanen bouwen Tàrbena opnieuw

Om de verlaten gronden opnieuw te laten bewerken, probeerden de landeigenaren nieuwe bewoners aan te trekken. In Tàrbena speelde Catalina de Moncada daarbij een belangrijke rol. Zij was de echtgenote van de markies van Aitona en was verbonden met de machtsstructuren van Aragón en de Balearen.

De officiële gemeentelijke geschiedenis vermeldt twee pogingen tot herbevolking: één in 1612 en een tweede in 1616. De nieuwe kolonisten kwamen uit Mallorca. De herbevolking was dus geen eenmalige gebeurtenis direct na de verdrijving, maar een proces dat meerdere jaren duurde.

Traditionele huizen die herinneren aan de Mallorcaanse geschiedenis van Tàrbena

Veel families waren afkomstig uit de omgeving van Santa Margalida op Mallorca. De band tussen Santa Margalida en Tàrbena wordt nog altijd gekoesterd. Beide plaatsen zijn officieel met elkaar verbroederd en organiseren culturele ontmoetingen rond hun gezamenlijke geschiedenis.

De kolonisten troffen geen nieuw of eenvoudig landschap aan. Zij moesten verlaten huizen herstellen, terrassen opnieuw bruikbaar maken en waterstructuren onderhouden. Op steile berghellingen was landbouw zwaar en tijdrovend werk. De nieuwe bewoners bouwden voort op het landschap en de infrastructuur die de Morisco-bevolking had achtergelaten.

De Mallorcaanse families brachten hun eigen uitspraak, woorden, achternamen, recepten en gebruiken mee. Deze culturele invloed raakte vervolgens vermengd met het Valenciaanse leven in het binnenland van Alicante. Zo ontstond een dorp met een uitzonderlijke identiteit.

De herbevolking betekende niet dat de breuk van 1609 werd hersteld. De oorspronkelijke Morisco-bevolking keerde niet terug en een belangrijk deel van haar verhalen en persoonlijke geschiedenis ging verloren. Het nieuwe Tàrbena bouwde letterlijk en figuurlijk voort op de sporen van een verdwenen gemeenschap.

Het parlar de sa

De duidelijkste erfenis van de Mallorcaanse kolonisten is het parlar de sa. Dit is de plaatselijke manier van Valenciaans spreken waarin kenmerken van het Mallorcaanse Catalaans bewaard zijn gebleven.

Het opvallendste kenmerk is het gebruik van de zogenoemde gezouten lidwoorden. Waar in standaard-Valenciaans vormen als el en la worden gebruikt, komen in de lokale spreekwijze vormen als es en sa voor. De naam parlar de sa betekent daardoor vrij vertaald de manier van spreken met sa.

Voor Nederlanders en Belgen die geen Valenciaans spreken, is het verschil niet altijd onmiddellijk hoorbaar. Voor inwoners uit andere delen van de Valenciaanse Gemeenschap klinkt de taal van oudere bewoners van Tàrbena duidelijk anders.

De lokale taalvariant is door eeuwen van contact met omliggende dorpen veranderd en bevat tegenwoordig zowel Mallorcaanse als Valenciaanse kenmerken. Toch vormt zij nog altijd een tastbare verbinding met de kolonisten die in de zeventiende eeuw naar het dorp kwamen.

Met culturele activiteiten en de Festa des Parlar de Sa probeert Tàrbena deze bijzondere taaltraditie zichtbaar te houden. Het evenement brengt taal, muziek, literatuur en de historische relatie met Mallorca samen.

Kerk en landbouw vormen dorp

Na de herbevolking groeide Tàrbena langzaam opnieuw uit tot een stabiele landbouwgemeenschap. Families bouwden huizen, herstelden terrassen en ontwikkelden nieuwe sociale verbanden. Landbouw, familie en religie werden de belangrijkste pijlers van het dorpsleven.

In de achttiende eeuw werd de huidige parochiekerk van Santa Bárbara gebouwd. De kerk is uitgevoerd in een laatbarokke stijl en is voor een klein bergdorp opvallend groot. Volgens de plaatselijke traditie hielpen de inwoners gezamenlijk mee aan de bouw.

De kerk kreeg een centrale plek in het dorp en in het sociale leven. Niet alleen missen, maar ook processies, huwelijken, begrafenissen en patroonfeesten brachten de gemeenschap er samen. Het gebouw werd daardoor meer dan een religieuze ruimte: het werd een herkenningspunt voor de hele bevolking.

Rond het dorpsplein en de kerk kwamen woningen, winkels en ontmoetingsplaatsen samen. Hier werd nieuws uitgewisseld, werd handel gedreven en vonden feestelijke activiteiten plaats. Het centrum van Tàrbena kreeg geleidelijk de vorm die bezoekers vandaag nog herkennen.

De landbouwterrassen rond het dorp bleven essentieel. Op de hellingen groeiden onder meer amandelbomen, olijven, druiven, vijgen, kersen en johannesbroodbomen. De exacte combinatie veranderde door de eeuwen heen en was afhankelijk van prijzen, klimaat en beschikbaar water.

Het landschap dat tegenwoordig als natuurlijk en schilderachtig wordt ervaren, is voor een groot deel door menselijke arbeid gevormd. De stenen terrasmuurtjes moesten met de hand worden gebouwd en onderhouden. Zonder deze muren zou vruchtbare grond tijdens zware regen sneller van de hellingen verdwijnen.

Ook veeteelt, bosbouw en ambachtelijke voedselproductie maakten deel uit van het bestaan. Slacht en verwerking van varkensvlees leidden onder meer tot de productie van worsten en sobrasada. De sobrasada is een van de bekendste culinaire herinneringen aan Mallorca.

Verandering en vertrek

In de negentiende eeuw bleef Tàrbena hoofdzakelijk een agrarische gemeenschap. De grote politieke conflicten van Spanje, waaronder de Carlistenoorlogen, hadden ook gevolgen voor het landelijke leven. Belastingen, militaire dienst, onrust en economische onzekerheid konden kleine gemeenschappen raken, ook wanneer er in het dorp zelf geen grote veldslag plaatsvond.

Het dagelijkse bestaan werd vooral bepaald door oogsten, regenval en familiearbeid. Een mislukte oogst of lange droogte had directe gevolgen voor inkomen en voedselvoorziening. De mogelijkheden om buiten de landbouw werk te vinden waren beperkt.

In de twintigste eeuw veranderde dit traditionele bestaan steeds sneller. Nieuwe wegen, gemotoriseerd vervoer, onderwijs en werkgelegenheid aan de kust brachten Tàrbena dichter bij de buitenwereld. Tegelijk maakten deze ontwikkelingen het voor jongeren gemakkelijker om het dorp te verlaten.

Oude dorpsstraat in Tàrbena tijdens de twintigste eeuw

De Spaanse Burgeroorlog van 1936 tot 1939 en de moeilijke jaren daarna raakten ook kleine gemeenschappen. Lokale families kregen te maken met tekorten, politieke spanningen en een economie waarin veel producten schaars waren. Gedetailleerde persoonlijke verhalen uit deze periode zijn niet altijd openbaar vastgelegd, maar de gevolgen van oorlog en dictatuur waren ook in bergdorpen voelbaar.

Vanaf het midden van de twintigste eeuw groeiden Benidorm, Altea en andere kustplaatsen sterk door toerisme, bouw en dienstverlening. Daar waren banen beschikbaar die meer zekerheid of een hoger inkomen boden dan kleinschalige landbouw op steile terrassen.

Veel jongeren uit Tàrbena trokken daarom naar de kust, naar grotere Spaanse steden of naar het buitenland. De bevolking daalde en sommige woningen, akkers en terrassen werden verlaten. Hetzelfde proces vond plaats in veel andere bergdorpen van Alicante.

De leegloop veranderde het landschap. Wanneer terrassen niet meer worden onderhouden, raken zij begroeid en kunnen muren instorten. Oude paden verdwijnen onder struiken en voormalige akkers worden langzaam opnieuw onderdeel van het bos- en berglandschap.

Toch verdween Tàrbena niet. Families bleven met het dorp verbonden, ook wanneer zij elders gingen wonen. Tijdens feesten en vakanties keerden oud-inwoners terug, waardoor familiewoningen en tradities behouden bleven.

Nieuwe belangstelling voor Tàrbena

In de laatste decennia van de twintigste eeuw groeide de belangstelling voor het bergachtige binnenland van Alicante. Wandelaars, fietsers en bezoekers ontdekten de rust, de uitzichten en de traditionele keuken van Tàrbena.

Ook nieuwe inwoners uit andere delen van Spanje en Europa vestigden zich in het dorp of in landelijke woningen in de omgeving. Oude huizen werden opgeknapt en kregen een tweede leven als permanente woning, vakantiehuis of kleinschalige accommodatie.

De ontwikkeling van het kusttoerisme had daardoor twee tegengestelde gevolgen. Enerzijds trok de kust jongeren en werkgelegenheid weg uit het dorp. Anderzijds bracht de nabijheid van plaatsen als Altea, Benidorm en Calpe nieuwe bezoekers naar de bergen.

Restaurants en lokale producenten konden profiteren van dagjesmensen die naar Tàrbena kwamen voor sobrasada, berggerechten en een autorit door het landschap. De lokale gastronomie werd een manier om geschiedenis en economie met elkaar te verbinden.

Tegelijk bleef Tàrbena klein en relatief rustig. Het dorp veranderde niet in een massale toeristische bestemming. Juist het behoud van de eigen schaal, taal en tradities vormt tegenwoordig een belangrijk deel van zijn aantrekkingskracht.

Erfgoed blijft zichtbaar

De geschiedenis van Tàrbena leeft niet alleen voort in documenten. Zij is zichtbaar in het landschap, de gebouwen, taal en lokale gerechten. De resten van het kasteel herinneren aan de islamitische en middeleeuwse periode, terwijl de kerk van Santa Bárbara het christelijke dorpsleven vanaf de achttiende eeuw weerspiegelt.

De landbouwterrassen vertellen het verhaal van generaties die de steile berghellingen geschikt maakten voor landbouw. Oude bronnen en paden laten zien hoe mensen zich door het landschap bewogen en hoe belangrijk water was voor het voortbestaan van het dorp.

In het etnologische museum van Tàrbena wordt aandacht besteed aan traditionele ambachten, landbouw en huishoudelijk leven. Voorwerpen en gereedschappen maken duidelijk hoeveel lichamelijke arbeid nodig was om in een berggemeenschap te leven.

Familienamen, recepten en het parlar de sa verwijzen naar de Mallorcaanse kolonisten van de zeventiende eeuw. De culturele band met Santa Margalida maakt deze geschiedenis ook buiten Tàrbena zichtbaar.

De jaarlijkse Festa des Parlar de Sa en andere culturele activiteiten geven jongere generaties de kans om kennis te maken met hun lokale taal en geschiedenis. Daarmee wordt het verleden niet alleen herdacht, maar opnieuw gebruikt als onderdeel van een levende dorpsidentiteit.

Ook de traditionele sobrasada is meer dan een streekproduct. De worst herinnert aan voedselgewoonten die kolonisten vanuit Mallorca meebrachten en die zich in het bergklimaat en de landbouwcultuur van Alicante verder ontwikkelden.

Geschiedenis in het landschap

Wie vandaag naar Tàrbena rijdt, volgt wegen door een landschap dat eeuwenlang door bewoners is aangepast. Achter veel terrassen, muurtjes en verlaten paden zit een verhaal van landbouw, overleving en verandering.

Het kasteel boven het dal herinnert aan de tijd van Al-Azraq en Jaume I. De dorpskern laat zien hoe een gemeenschap zich na de verdrijving van de Moriscos opnieuw moest opbouwen. De kerk vertelt over de groei en samenhang van het dorp in de achttiende eeuw.

De verlaten en herstelde huizen weerspiegelen de bevolkingsveranderingen van de twintigste eeuw. Sommige woningen zijn generaties binnen dezelfde familie gebleven, terwijl andere door nieuwe bewoners zijn gerestaureerd.

Tàrbena laat daarmee zien dat geschiedenis niet alleen bestaat uit koningen, veldslagen en officiële documenten. Het verleden is hier ook terug te vinden in taal, landbouw, recepten, watergebruik en de manier waarop een dorp zijn feesten organiseert.

Voor Nederlandse en Belgische bezoekers is Tàrbena een interessante plaats om de geschiedenis van het binnenland van Alicante te leren kennen. Het verhaal verschilt sterk van dat van de toeristische kustplaatsen, maar beide werelden zijn door migratie, werk en toerisme nauw met elkaar verbonden.

Meer over Tàrbena

Wie Tàrbena en zijn geschiedenis beter wil begrijpen, kan op MijnAlicante.nl verder lezen over de algemene informatie over Tàrbena, de natuur rond Tàrbena, uitstapjes in Tàrbena, wonen in Tàrbena en onderwijs in Tàrbena.

Deze onderwerpen sluiten nauw op elkaar aan. De historische landbouwterrassen bepalen nog altijd het landschap, terwijl de Mallorcaanse herbevolking zichtbaar blijft in taal en keuken. De ligging in de bergen beïnvloedt bovendien de bereikbaarheid, het toerisme en het dagelijkse leven.

In combinatie met kustplaatsen als Altea en Benidorm laat Tàrbena zien hoe veelzijdig de provincie Alicante is. Binnen een relatief korte rijafstand verandert de omgeving van stranden en boulevards in een bergwereld van oude kastelen, terrassen en kleine gemeenschappen.

Wie door Tàrbena wandelt, ontdekt daarom meer dan een mooi bergdorp. De stenen onder je voeten, de resten van het kasteel, de kerk, de geur van lokale gerechten en de bijzondere manier van spreken vertellen samen een verhaal van verovering, verdrijving, herbevolking en aanpassing.

Tàrbena is klein, maar zijn verleden is groot. Het dorp laat zien hoe verschillende culturen elkaar door de eeuwen heen opvolgden en hoe nieuwe bewoners verder bouwden op het landschap dat eerdere generaties achterlieten. Juist die gelaagdheid maakt de geschiedenis van Tàrbena zo bijzonder.

Dit artikel is voor het laatst bijgewerkt op 4 augustus 2026.