De geschiedenis van Benillup is veel rijker dan de geringe omvang van het huidige dorp doet vermoeden. In deze kleine gemeente in El Comtat, waar tegenwoordig iets meer dan honderd mensen wonen, komen meer dan zeven eeuwen gedocumenteerde geschiedenis samen. De islamitische oorsprong, de christelijke verovering, de Morisco-bevolking, de dramatische ontvolking van 1609, twee pogingen tot herbevolking, eeuwen landbouw en uiteindelijk de grote leegloop van de twintigste eeuw hebben allemaal hun sporen achtergelaten.
Wie tegenwoordig door Benillup wandelt, ziet geen groot historisch openluchtmuseum. Juist daardoor is het verleden interessant. Het zit verscholen in de dorpsstructuur, de kerk van Nuestra Señora del Rosario, oude landbouwterrassen, de voormalige olijfoliemolen en de ligging in de Vall de Travadell. Wat tegenwoordig een rustig landschap lijkt, was eeuwenlang de plaats waar gezinnen moesten zorgen voor voedsel, water, inkomen en onderdak.
Voor Nederlanders en Belgen die geïnteresseerd zijn in wonen in Spanje, emigreren naar Alicante of verhuizen naar Spanje, helpt die geschiedenis ook om het huidige Benillup beter te begrijpen. Dit is geen dorp dat door toerisme of moderne projectontwikkeling is ontstaan. De kleine schaal van vandaag is juist het resultaat van een lange ontwikkeling van bevolkingsgroei, landbouw, vertrek en opnieuw aanpassen.
Islamitische oorsprong van Benillup
Benillup is volgens de gemeente een nederzetting van islamitische oorsprong. Dat is ook herkenbaar aan de plaatsnaam. De gemeentelijke toeristische informatie verklaart Benillup vanuit het Arabische Banī Lubb. Het woord banī betekent zoveel als kinderen of afstammelingen van, terwijl Lubb verbonden wordt met het Latijnse lupus, wolf, en de persoonsnaam Lope.
De naam kan daardoor worden geïnterpreteerd als de afstammelingen van Lubb of Lope. Een andere letterlijke uitleg is kinderen van de wolf. Zoals vaker bij zeer oude plaatsnamen is voorzichtigheid verstandig: een naam die vele eeuwen mondeling en schriftelijk is gebruikt kan verschillende ontwikkelingen hebben doorgemaakt. Wel staat de Arabisch-islamitische oorsprong van de nederzetting als geheel buiten twijfel.
Benillup was in die periode een alquería. Dat Spaanse woord komt zelf uit het Arabisch en kan het beste worden uitgelegd als een kleine agrarische nederzetting of gehucht. Zulke alquerías bestonden uit woningen, landbouwgrond, waterstructuren en paden die samen een kleine lokale gemeenschap vormden.
De Vall de Travadell was geschikt voor zo'n landbouwsamenleving. Benillup ligt op een verhoging tussen het Barranc del Sofre en het Barranc de Caraita, aan de voet van de Serra d'Almudaina. Daardoor konden bewoners gebruikmaken van verschillende grondsoorten, hellingen en waterlopen.
Landbouw vormde het landschap
De landbouwstructuren die tegenwoordig zo karakteristiek zijn voor El Comtat ontstonden niet in één periode. Generaties bewoners bouwden terrassen, herstelden stenen muren en pasten hellingen aan om grond bruikbaar te maken.
Olijven, amandelen, graan, wijnstokken en later ook fruitbomen speelden verschillende rollen in de lokale economie. Water werd zo efficiënt mogelijk benut. In een mediterraan klimaat kon het verschil tussen een goede en slechte oogst immers bepalend zijn voor het inkomen en soms zelfs voor de voedselvoorziening van een gezin.
De islamitische bewoners van het Valenciaanse binnenland beschikten over uitgebreide kennis van irrigatie en landbouw. Veel waterstructuren en terrassen die later door christelijke bewoners werden gebruikt bouwden voort op praktijken die al vóór de christelijke verovering bestonden.
Wie tegenwoordig langs oude muren, landbouwpaden en boomgaarden wandelt, ziet dus niet alleen een mooi landschap. Het is een door mensen gevormd cultuurlandschap waarvan delen vele generaties oud zijn.
Christelijke verovering verandert Benillup
Halverwege de dertiende eeuw kwam het gebied onder christelijk bestuur. De veroveringen van koning Jaume I en zijn opvolgers brachten grote delen van het huidige Valenciaanse grondgebied binnen het Koninkrijk Valencia, dat onderdeel werd van de Kroon van Aragón.
Dat betekende niet dat alle islamitische bewoners onmiddellijk verdwenen. Op veel plaatsen bleven zij wonen en het land bewerken. Moslims die onder christelijke heerschappij hun religie behielden worden mudéjares genoemd.
Benillup bleef daardoor na de christelijke verovering lange tijd in belangrijke mate een islamitische landbouwgemeenschap. Het dagelijkse werk op de akkers veranderde waarschijnlijk veel minder snel dan de politieke machtsverhoudingen.
Onderdeel van Travadell
De middeleeuwse geschiedenis van Benillup is nauw verbonden met de Vall de Travadell. Documentatie van de Universiteit van Valencia laat zien dat Benillup onderdeel was van de feodale bezittingen en jurisdicties in deze vallei.
In 1270 wordt Roger de Llúria genoemd als heer binnen de context van Travadell. Deze bekende admiraal en edelman speelde een belangrijke rol binnen de Kroon van Aragón en bezat verschillende gebieden in het Koninkrijk Valencia.
Door de eeuwen heen wisselden de heerlijke rechten verschillende keren van eigenaar. Voor de inwoners betekende zo'n verandering meestal niet dat zij zelf verhuisden. Wel konden belastingen, pachtverplichtingen, rechtspraak en de persoon aan wie opbrengsten moesten worden afgedragen veranderen.
Daarmee maakte een klein dorp als Benillup deel uit van een veel grotere politieke en economische structuur. De bewoners leefden lokaal, maar grond en rechten konden in handen zijn van adellijke families die ook elders grote bezittingen hadden.
Moriscos blijven in Benillup
Vanaf het begin van de zestiende eeuw nam de druk op de islamitische bevolking sterk toe. Uiteindelijk werden moslims gedwongen zich tot het christendom te bekeren. Deze gedoopte bevolking met islamitische wortels wordt in historische bronnen aangeduid als Moriscos.
Voor Nederlandse en Belgische lezers is het belangrijk het verschil tussen mudéjares en Moriscos te kennen. Een mudéjar was een moslim die onder christelijk bestuur zijn islamitische geloof nog mocht behouden. Een Morisco was iemand uit die bevolkingsgroep die formeel christen was geworden, vaak door gedwongen bekering.
In het bergachtige binnenland van Alicante bleven Morisco-gemeenschappen bijzonder belangrijk voor de landbouw. Benillup was daarop geen uitzondering.
37 gezinnen in 1609
De gemeente Benillup vermeldt dat er vlak vóór de verdrijving van de Moriscos in 1609 ongeveer 37 gezinnen woonden, samen rond 150 inwoners. Andere historische beschrijvingen gebruiken afwijkende tellingen, bijvoorbeeld negen huizen van Moriscos in een bepaalde kerkelijke registratie. Zulke verschillen zijn niet ongewoon omdat oude bronnen huishoudens, belastingeenheden en inwoners op verschillende manieren telden.
Het getal van 37 gezinnen uit de gemeentelijke geschiedenis geeft in ieder geval duidelijk aan dat Benillup aan het begin van de zeventiende eeuw geen vrijwel leeg gehucht was. Het was voor die tijd een betekenisvolle kleine landbouwgemeenschap.
Dat maakt een andere veelgebruikte bewering onjuist: Benillup bleef na de Morisco-periode niet altijd onder dat bevolkingsniveau. In de negentiende eeuw en aan het begin van de twintigste eeuw telde het dorp juist meer inwoners dan in 1609.
Verdrijving ontvolkt Benillup
In 1609 besloot koning Filips III tot de verdrijving van de Moriscos uit Spanje. Het Koninkrijk Valencia werd uitzonderlijk zwaar getroffen, omdat in verschillende gebieden een groot deel van de plattelandsbevolking uit Moriscos bestond.
Voor Benillup waren de gevolgen ingrijpend. Volgens de gemeentelijke geschiedenis raakte het dorp na de verdrijving ontvolkt. Dat betekende niet alleen dat huizen leeg kwamen te staan. Ook landbouwgrond verloor arbeidskrachten en kennis, inkomsten voor de landheer verdwenen en de gehele lokale economie moest opnieuw worden georganiseerd.
De situatie was in de Vall de Travadell en andere delen van El Comtat vergelijkbaar. Een besluit dat aan het Spaanse hof werd genomen veranderde binnen enkele maanden het dagelijks leven in kleine bergdorpen honderden kilometers verderop.
Eerste herbevolking in 1612
Op 20 oktober 1612 werd de eerste nieuwe bevolkingsbrief voor Benillup opgesteld. Zo'n carta de poblament of carta puebla was een contract waarmee een landheer nieuwe bewoners aantrok en vastlegde welke gronden zij mochten gebruiken en welke plichten en belastingen daar tegenover stonden.
Deze eerste bevolkingsbrief werd verleend door Eulàlia Fenollar i de Fenollar, weduwe van Francesc Fenollar. De familie Fenollar behoorde in deze periode tot de heren van Benillup. Daardoor werd het dorp in oudere bronnen ook wel Benillup de Fenollar genoemd.
De documenten van deze eerste herbevolking bevatten eveneens verwijzingen naar de kerk. Daaruit blijkt dat de kerk van Benillup al in 1574 kerkelijk verbonden was aan de parochie van Benimarfull.
De nieuwe bewoners kregen dus geen leeg stuk land zonder geschiedenis. Zij trokken naar een bestaande, maar grotendeels verlaten nederzetting met huizen, landbouwgronden, een kerkelijke structuur en oude infrastructuur.
Eerste poging mislukt
De herbevolking van 1612 werd geen onmiddellijk succes. Historisch onderzoek naar de bevolkingsbrieven van de regio laat zien dat de eerste kolonisten Benillup in de daaropvolgende jaren grotendeels weer verlieten.
Dat was geen uniek verschijnsel. Na de verdrijving van de Moriscos bleek het in verschillende Valenciaanse dorpen moeilijk om voldoende nieuwe bewoners vast te houden. De landbouwgrond kon zwaar zijn om te bewerken, voorwaarden van landheren konden ongunstig zijn en kolonisten zochten soms elders betere mogelijkheden.
Voor Benillup liep het probleem zo ver op dat het dorp in de documenten van 1628 opnieuw als vrijwel verlaten werd beschreven.
Tweede bevolkingsbrief in 1628
De nieuwe heer Marc Antoni Cisternes had Benillup via een openbare verkoop van de Reial Audiència de València verworven. Op 14 mei 1628 liet hij een tweede bevolkingsbrief opstellen om opnieuw bewoners aan te trekken.
De bron geeft een indrukwekkend beeld van de toestand van het dorp. Er stonden nog slechts drie huizen overeind en ook die waren niet volledig in goede of bewoonbare staat. Dat laat veel duidelijker dan algemene termen als ontvolking zien hoe ingrijpend de periode na 1609 was geweest.
De voorwaarden bij deze tweede herbevolking werden op onderdelen aangepast. Historisch onderzoek naar de Valenciaanse herbevolking wijst erop dat landheren soms gunstigere afspraken moesten aanbieden omdat de eerste pogingen onvoldoende kolonisten hadden vastgehouden.
Voor Benillup betekende 1628 daarmee feitelijk een tweede poging om een functionerende dorpsgemeenschap op te bouwen.
Herstel verloopt langzaam
De tweede herbevolking zorgde ervoor dat Benillup bleef bestaan, maar groei ging langzaam. In 1646 telde de plaats volgens historische demografische informatie slechts ongeveer vijftig inwoners.
Dat was veel minder dan de bevolking vóór 1609. Toch was het voldoende om landbouw, woningen en een kleine gemeenschap opnieuw in stand te houden.
Juist deze periode verklaart waarom de geschiedenis van Benillup niet simpel kan worden samengevat als een rechte lijn van islamitische nederzetting naar het huidige dorp. Tussen beide ligt een bijna volledige bevolkingsbreuk en een moeizame wederopbouw.
Landheren bepalen het bestuur
Gedurende de vroegmoderne periode bleef Benillup een heerlijkheid. Dat betekende dat een adellijke of vermogende familie bepaalde rechten over het dorp en zijn grond bezat.
Historische documenten van de Universiteit van Valencia maken het mogelijk die opvolging veel nauwkeuriger te volgen dan oudere algemene beschrijvingen. Zo wordt in 1563 Sanxo Folch de Cardona i Roís de Lihori, markies van Guadalest, genoemd in verband met de heerlijkheid.
In 1589 wordt Ginés Fenollar als heer van Benillup vermeld en in 1591 Vicent Fenollar. In 1606 was Damià Fenollar heer. Na de verdrijving van de Moriscos volgde de bevolkingsbrief van Eulàlia Fenollar in 1612.
Vanaf 1628 kwam de heerlijkheid in handen van de familie Cisternes. In latere documenten verschijnen onder meer Melchor Cisternes i Pertusa en Joan Cisternes d'Oblites.
Aan het begin van de negentiende eeuw, in 1804, wordt Benillup beschreven als heerlijkheid van de graaf van Rótova. Daarmee loopt de geschiedenis van feodaal grondbezit door tot zeer dicht bij de grote politieke veranderingen van de negentiende eeuw.
Wat betekende een heerlijkheid?
Voor een boer in Benillup was het verschil tussen de ene en de andere landheer vooral praktisch. Grond kon worden gebruikt onder voorwaarden en bewoners moesten pacht, belastingen of een deel van hun opbrengsten afdragen.
Ook rechten op bijvoorbeeld ovens, molens en andere economische voorzieningen konden bij een heer liggen. Daarmee hadden feodale verhoudingen directe invloed op het dagelijkse inkomen van gezinnen.
De huidige vrijheid om een woning of stuk grond als particulier eigendom te kopen is daarom nauwelijks te vergelijken met de manier waarop bewoners eeuwen geleden toegang tot landbouwgrond kregen.
Kerk vormt het dorpshart
De kerk van Nuestra Señora del Rosario, in het Valenciaans Mare de Déu del Roser, vormt een van de belangrijkste historische gebouwen van Benillup. De gemeente dateert het kerkgebouw in de zestiende eeuw en het heeft de status van Bé de Rellevància Local, oftewel lokaal beschermd erfgoed.
De gemeentelijke toeristische documentatie beschrijft de vierkante toren als voortbouwend op een oudere Arabische verdedigings- en wachttoren van de voormalige alquería. De exacte bouwgeschiedenis van zulke oude structuren is lastig volledig te reconstrueren, maar de traditie benadrukt in ieder geval hoe religieuze en defensieve functies op dezelfde centrale plek samenkwamen.
Al in 1574 was de kerk van Benillup verbonden aan die van Benimarfull. Ook in de bevolkingsbrieven van 1612 en 1628 wordt de kerk expliciet genoemd. Dat maakt het gebouw en zijn voorgangers een belangrijke constante tijdens een periode waarin vrijwel de gehele bevolking van het dorp veranderde.
Klokken bewaren latere geschiedenis
De huidige klokkentoren bezit twee klokken. De kleinere klok dateert uit 1799 en is gewijd aan Santa Águeda, in het Valenciaans Santa Àgueda. De grote klok werd in 1942 gemaakt en is gewijd aan San Lorenzo, in het Valenciaans Sant Llorenç.
Op het hoofdaltaar staat de Virgen del Rosario centraal. Daarnaast bevinden zich in de kerk altaren die onder meer zijn gewijd aan San Lorenzo, Santa Águeda, de Virgen de los Dolores, San José, San Antonio en San Blas.
Voor een dorp van deze omvang was de kerk eeuwenlang veel meer dan een plek voor een wekelijkse mis. Hier vonden doop, huwelijk, rouw, processies en belangrijke feestdagen plaats. Daarmee vormde zij een belangrijk deel van het collectieve geheugen.
Sant Llorenç sinds minstens 1693
De feesten ter ere van Sant Llorenç hebben diepe historische wortels. De gemeentelijke documentatie vermeldt dat Benillup in 1693 al festiviteiten voor de heilige organiseerde.
Historische onderdelen waren onder meer de despertà, waarbij bewoners vroeg in de ochtend met muziek en geluid werden gewekt, religieuze diensten, een dansà en een processie. Een dansà is een traditionele gezamenlijke Valenciaanse dans die tijdens lokale feesten wordt uitgevoerd.
Volgens oude lokale traditie nodigde de burgemeester bewoners aan de vooravond van het feest zelfs uit om gedurende meerdere dagen lichtjes voor de huizen te plaatsen.
De huidige patroonfeesten van Benillup zijn gewijd aan Sant Llorenç en Santa Àgueda. De belangrijkste feesten rond Sant Llorenç worden tegenwoordig tijdens het tweede weekend van augustus gehouden.
Landbouw houdt Benillup overeind
Na de moeilijke herbevolking bleef landbouw eeuwenlang de economische basis van het dorp. Het relatief kleine gemeentelijke grondgebied werd intensief gebruikt en op hellingen werden terrassen onderhouden.
Olijfbomen, amandelbomen en fruitbomen bepaalden het landschap. Kersen zouden later een belangrijke plaats krijgen binnen de landbouw van El Comtat. Daarnaast was er in vroeger eeuwen ook veel wijnbouw.
Een oude lokale uitspraak luidt: Benillup, quatre cases i un cup. Vrij vertaald betekent dat: Benillup, vier huizen en een wijnkuip. De grap verwijst naar het opvallende aantal kuipen waarin vroeger wijn werd gemaakt.
Zo'n uitspraak vertelt veel over een verdwenen economie. Benillup was klein, maar bijna ieder huishouden had een directe relatie met landbouwproductie en verwerking.
Olijfoliemolen als historisch geheugen
Een van de duidelijkste overblijfselen daarvan is de voormalige almàssera. Dat Valenciaanse woord betekent olijfoliemolen.
De traditionele olijfoliemolen van Benillup bleef opmerkelijk lang actief. Volgens de gemeente stopte de productie pas rond 1995 of 1996. De kleine coöperatie kon de kosten van onderhoud en steeds strengere kwaliteits- en gezondheidsvoorschriften uiteindelijk niet langer dragen.
In 2000 werd de oude molen gerestaureerd en omgevormd tot de huidige Casa de Cultura en het etnologisch museum. De oorspronkelijke machines en verschillende gebruiksvoorwerpen voor landbouw en olieproductie bleven daarbij behouden.
Dit gebouw vormt daardoor een directe verbinding tussen de agrarische geschiedenis en het huidige Benillup. Wat eeuwenlang economische noodzaak was, is nu cultureel erfgoed.
Perxa en lokale cultuur
Ook pilota valenciana behoort tot de culturele geschiedenis van Benillup. Dit is een traditionele Valenciaanse balsport die in verschillende spelvormen wordt beoefend.
In Benillup is vooral de variant perxa diep geworteld. De gemeente vermeldt dat deze spelvorm nog steeds wordt beoefend en dat er lokaal veel belangstelling voor bestaat.
Dit soort tradities laat zien dat erfgoed niet uitsluitend uit oude stenen gebouwen bestaat. Sport, liederen, uitspraken, recepten en feesten kunnen minstens zo belangrijk zijn voor de identiteit van een kleine gemeenschap.
Groei in de negentiende eeuw
Een belangrijke correctie op oudere beschrijvingen is dat Benillup na de verdrijving van de Moriscos wel degelijk opnieuw een grotere bevolking bereikte. Historische bevolkingsgegevens laten zien dat het dorp in 1825 ongeveer 232 inwoners telde en in 1857 rond 226.
In 1900 woonden 207 mensen in Benillup. Dat waren dus aanzienlijk meer inwoners dan de ongeveer 150 die vlak vóór de verdrijving van 1609 worden genoemd.
Dat is van belang omdat het laat zien dat de herbevolking uiteindelijk wel degelijk leidde tot een levensvatbare gemeenschap. Het herstel duurde lang, maar Benillup ontwikkelde zich in de achttiende en negentiende eeuw opnieuw tot een klein maar redelijk dichtbevolkt landbouwdorp.
Leven draaide om werk op het land
Voor vrijwel alle gezinnen speelde landbouw een directe of indirecte rol. Olijven moesten worden geplukt en verwerkt, amandelen geoogst en terrassen voortdurend hersteld.
Machines namen nauwelijks werk over. Families waren voor een groot deel afhankelijk van hun eigen arbeid en die van buren en familieleden.
Dat verklaart ook waarom een relatief klein gemeentelijk oppervlak meer dan tweehonderd inwoners kon onderhouden. Waar tegenwoordig een boomgaard door slechts enkele mensen wordt beheerd, waren vroeger veel meer arbeidskrachten nodig.
Cocentaina en Alcoy waren belangrijke plaatsen voor handel en regionale diensten. De wegen waren uiteraard heel anders dan tegenwoordig, waardoor een afstand die nu binnen korte tijd met de auto wordt afgelegd vroeger veel bepalender was voor het dagelijkse leven.
Twintigste eeuw brengt leegloop
De twintigste eeuw veranderde Benillup ingrijpender dan veel eeuwen daarvoor. Niet omdat het dorp werd verwoest of plotseling verdween, maar doordat steeds meer inwoners elders betere economische kansen vonden.
In 1900 telde Benillup nog 207 inwoners. Daarna zette op langere termijn een duidelijke daling in. De industriële ontwikkeling van Alcoy bood werk buiten de landbouw en ook andere Spaanse steden en later de kust trokken jongeren uit kleine dorpen aan.
Die ontwikkeling was zichtbaar in vrijwel het hele binnenland van Alicante. Mechanisering verminderde bovendien het aantal mensen dat voor landbouw nodig was. Een gezin hoefde daardoor niet meer met verschillende generaties op dezelfde grond te blijven om voldoende arbeidskracht te hebben.
Burgeroorlog en moeilijke jaren
De Spaanse Burgeroorlog van 1936 tot 1939 en de moeilijke jaren daarna vormden ook voor landelijke gemeenschappen een zware periode. Het is niet nodig om Benillup als een belangrijk lokaal strijdtoneel voor te stellen om te begrijpen dat politieke verdeeldheid, schaarste en economische problemen ook hier invloed hadden.
De grote klok van de kerk, die uit 1942 dateert, behoort tot de tastbare objecten uit de vroege naoorlogse periode.
In 1950 telde Benillup nog ongeveer honderd inwoners. Daarmee was het inwonertal in een halve eeuw grofweg gehalveerd. De daling verliep overigens niet ieder decennium in dezelfde richting; bevolkingscijfers konden tijdelijk weer stijgen wanneer gezinnen terugkeerden of de economische omstandigheden veranderden.
Vertrek verandert het dorp
In de tweede helft van de twintigste eeuw werd het dagelijks leven moderner. Wegen, vervoer, gezondheidszorg, onderwijs en huishoudelijke voorzieningen verbeterden en de afhankelijkheid van het eigen dorp nam af.
Die vooruitgang had een paradoxaal effect. Benillup werd comfortabeler om in te wonen, maar het werd tegelijkertijd gemakkelijker om elders te wonen en werken.
Jongeren konden naar Cocentaina, Alcoy, Valencia, Alicante en andere plaatsen vertrekken voor onderwijs en werk. Wanneer zij eenmaal een leven buiten het dorp hadden opgebouwd, keerden zij niet altijd permanent terug.
Dat verklaart waarom veel huizen sterke familiebanden met Benillup bleven houden terwijl het aantal officieel ingeschreven inwoners afnam.
Van landbouw naar erfgoed
Vanaf het einde van de twintigste eeuw veranderde de manier waarop naar oude landbouwstructuren werd gekeken. Een olijfoliemolen was niet langer alleen een verouderde bedrijfsinstallatie, maar werd onderdeel van het historische geheugen van het dorp.
De restauratie van de almàssera in 2000 is daarvan een goed voorbeeld. Machines die nog geen generatie eerder voor productie werden gebruikt, zijn tegenwoordig museumobjecten geworden.
Hetzelfde geldt voor oude wijnkuipen, landbouwgereedschap, droge stenen muren en traditionele recepten. Wat vroeger alledaags was, wordt nu juist bewaard omdat steeds minder mensen nog op dezelfde manier leven en werken.
Een dorp met 110 inwoners
Volgens de officiële provinciale bevolkingscijfers telde Benillup in 2025 110 inwoners. Dat zijn er iets meer dan enkele jaren daarvoor. In 2018 werden bijvoorbeeld slechts 94 inwoners geregistreerd.
Dat betekent niet dat het historische probleem van ontvolking verdwenen is. Benillup staat nog steeds op de officiële lijst van Valenciaanse gemeenten met een risico op ontvolking en valt binnen het programma AVANT.
Toch is het beeld genuanceerder dan dat van een dorp dat ieder jaar kleiner wordt. In de afgelopen jaren schommelde het inwonertal rond honderd en was zelfs enige groei zichtbaar.
Bij zulke kleine aantallen heeft iedere verhuizing relatief veel invloed. Eén gezin van vier personen vertegenwoordigt al meer dan drie procent van de bevolking.
Geschiedenis zichtbaar in landschap
Wie Benillup bezoekt hoeft geen archeoloog te zijn om verschillende historische lagen te zien. Het begint al met de locatie van het dorp op de verhoging tussen twee ravijnen.
De kerk herinnert aan de christelijke periode en mogelijk aan een nog oudere verdedigende structuur. De terrassen vertellen het verhaal van generaties boeren. De voormalige olijfoliemolen laat zien hoe landbouwproducten lokaal werden verwerkt en de smalle straten herinneren aan een tijd waarin auto's geen enkele rol speelden in de inrichting van een dorp.
Ook het uitzicht over de Vall de Travadell is historisch interessant. Het maakt begrijpelijk waarom nederzettingen juist op bepaalde plaatsen ontstonden en waarom landbouwgrond, water en zicht over routes zo belangrijk waren.
Meer over het landschap en de natuurlijke omgeving staat op de pagina over natuur rond Benillup.
Bezienswaardigheden bewaren verhalen
Wie het erfgoed zelf wil bekijken, kan verder lezen over de bezienswaardigheden van Benillup. Daar komen onder meer de kerk, het Mirador de Travadell, de Font Vella en de voormalige olijfoliemolen uitgebreider aan bod.
De geschiedenis wordt daardoor veel duidelijker wanneer een bezoek niet beperkt blijft tot het lezen van jaartallen. Sta even bij de kerk, kijk vanaf het uitzichtpunt naar het dal en bezoek indien mogelijk de oude molen. Dan wordt zichtbaar hoe nauw de ontwikkeling van het dorp met zijn omgeving verbonden is.
Benillup en omliggende dorpen
De geschiedenis van Benillup kan niet los worden gezien van de andere plaatsen in de Vall de Travadell en El Comtat. Eeuwenlang bestonden verbindingen door familie, landbouw, kerk, handel en bestuur.
Benimarfull is bijzonder belangrijk omdat de kerk van Benillup al in de zestiende eeuw aan de parochie daar verbonden was. De kerkelijke relatie tussen beide plaatsen bleef lange tijd bestaan.
Almudaina ligt eveneens vlakbij en heeft met zijn historische toren een opvallend tastbaar overblijfsel van de middeleeuwse verdedigingsstructuur van deze streek.
Ook Millena behoort tot deze kleine bergwereld en kende dezelfde grote historische processen: islamitische bewoning, christelijke verovering, landbouw, Morisco-verdrijving en latere bevolkingsafname.
Cocentaina ontwikkelde zich tot het belangrijkste stedelijke centrum van El Comtat. Markten, bestuur, kerkelijke structuren en handel verbonden de kleinere dorpen voortdurend met deze plaats.
Iets verder ligt Alcoy, in het Valenciaans Alcoi. Vooral vanaf de negentiende eeuw kreeg die stad steeds meer invloed doordat industrialisatie er werkgelegenheid creëerde voor mensen uit de omliggende landbouwdorpen.
Geschiedenis en emigreren
Voor Nederlanders en Belgen die tegenwoordig nadenken over emigreren naar Spanje, wonen in Alicante of verhuizen naar Alicante, is de geschiedenis van Benillup relevanter dan zij misschien verwachten.
De kleine bevolkingsomvang, het beperkte voorzieningenaanbod en de sterke lokale identiteit zijn niet toevallig ontstaan. Ze hangen samen met honderden jaren landbouw, bevolkingswisselingen en uiteindelijk de trek naar grotere steden.
Wie een oud huis koopt, koopt daardoor vaak letterlijk een onderdeel van die geschiedenis. Dikke muren, een vreemde indeling, een opslagruimte beneden of een oude binnenplaats kunnen logisch worden zodra duidelijk wordt waarvoor een woning vroeger werd gebruikt.
Ook landbouwgrond rond het dorp verdient die historische blik. Terrassen zijn geen decor dat speciaal voor moderne huizenbezitters is aangelegd, maar het resultaat van generaties lichamelijk werk.
Integreren in een klein dorp
Voor wie zoekt naar emigratie Spanje ervaringen is Benillup ook een voorbeeld van hoe anders integratie in een klein dorp kan verlopen dan aan de Costa Blanca.
Hier bestaat geen grote internationale gemeenschap die losstaat van het lokale leven. Wie permanent in Benillup woont, krijgt sneller te maken met Spaanse en Valenciaanse taal, plaatselijke feesten en buren die elkaar al lange tijd kennen.
Dat vraagt enige inzet, maar kan juist een belangrijke aantrekkingskracht zijn voor mensen die niet naar Spanje verhuizen om hun Nederlandse of Belgische leven vrijwel ongewijzigd voort te zetten.
Meer praktische informatie over huizen, voorzieningen en dagelijks leven staat op wonen in Benillup. Voor gezinnen is daarnaast onderwijs rond Benillup relevant.
Meer dan duizend jaar ontwikkeling
Het is verleidelijk de geschiedenis van Benillup samen te vatten als een eenvoudig verhaal van een Moorse oorsprong, christelijke verovering en later ontvolking. De werkelijkheid is veel interessanter.
De islamitische alquería bleef na de christelijke verovering nog eeuwenlang grotendeels door bewoners met islamitische wortels bevolkt. De Moriscos vormden in 1609 een gemeenschap van ongeveer 37 gezinnen. Hun verdrijving veroorzaakte vervolgens een uitzonderlijke demografische breuk.
De eerste herbevolking van 1612 mislukte grotendeels en in 1628 stonden nog maar enkele huizen overeind. Een tweede bevolkingsbrief was nodig om Benillup opnieuw van bewoners te voorzien. In 1646 waren er ongeveer vijftig inwoners.
Daarna volgde langzaam herstel. Landbouw zorgde ervoor dat het dorp in de negentiende eeuw uiteindelijk meer dan tweehonderd inwoners kon onderhouden. Rond 1900 woonden 207 mensen in Benillup, meer dan vóór de Morisco-verdrijving.
De twintigste eeuw bracht vervolgens opnieuw een ommekeer. Niet oorlog of verdrijving, maar economische verandering trok bewoners weg. Industrie, onderwijs en stedelijk werk maakten een leven buiten het landbouwdorp aantrekkelijker.
Tegenwoordig telt Benillup ongeveer 110 inwoners. De oude olijfoliemolen is een museum, de kerk is beschermd erfgoed en landbouwterrassen worden naast hun praktische functie ook gewaardeerd als onderdeel van het historische landschap.
Klein dorp met groot verleden
Benillup laat uiteindelijk zien hoeveel geschiedenis in een dorp van nauwelijks honderd inwoners kan schuilgaan. De naam bewaart de herinnering aan de islamitische periode, archieven vertellen over Morisco-families en twee bevolkingsbrieven, de kerk verbindt verschillende eeuwen en landbouw bepaalt nog altijd het landschap.
Dat verleden maakt Benillup interessant voor bezoekers die het binnenland van Alicante beter willen begrijpen. Het maakt het dorp tegelijkertijd relevant voor mensen die serieus nadenken over leven in Spanje. Wie hier woont, bevindt zich niet in een pas gebouwde woonwijk, maar in een gemeenschap waarvan de structuur door eeuwen van verandering is gevormd.
Voor mensen die zoeken naar emigreren naar Spanje, verhuizen naar Spanje, wonen in Spanje, leven in Spanje, emigreren naar Alicante, wonen in Alicante, verhuizen naar Alicante, emigratie Spanje ervaringen, emigreren naar Spanje met gezin of emigreren naar Spanje als zzp'er, biedt Benillup daardoor een ander perspectief op de provincie Alicante.
Hier is geen geschiedenis van massatoerisme of grote urbanisaties. Het verhaal gaat over grond, water, families, geloof, landbouw, vertrek en terugkeer. Over een dorp dat na 1609 bijna helemaal opnieuw moest beginnen en vier eeuwen later nog steeds als zelfstandige gemeente bestaat.
Wie eerst meer algemene informatie over de huidige plaats wil lezen, kan terecht op Benillup in Alicante. Samen met de pagina's over natuur, wonen, onderwijs en bezienswaardigheden geeft dat een completer beeld van hoe verleden en heden in deze kleine gemeente met elkaar verbonden zijn.
Juist die continuïteit maakt Benillup bijzonder. Bevolkingen veranderden, landheren verdwenen, landbouw werd gemechaniseerd en inwoners trokken naar steden. Toch bleven de dorpskern, de kerk, de feesten en de band met de Vall de Travadell bestaan. In een provincie die langs de kust in enkele decennia enorm veranderde, vertegenwoordigt Benillup daarmee een veel langzamer en gelaagder verhaal van wonen in Alicante.
Dit artikel is voor het laatst bijgewerkt op 2 september 2026.