
Wortels in de islamitische tijd
Vall de Gallinera, in het Valenciaans La Vall de Gallinera, ligt in het hart van de Marina Alta en is een vallei met een geschiedenis die diep teruggaat. De eerste duidelijke sporen van permanente bewoning worden vooral zichtbaar in de islamitische periode, vanaf de 8e en 9e eeuw. De islamitische bewoners ontdekten de vruchtbaarheid van de smalle vallei en veranderden haar in een landbouwgebied met terrassen, waterlopen, boomgaarden en kleine nederzettingen. Uit die nederzettingen groeiden later de dorpen die de gemeente vandaag vormen: Benirrama, Benialí, Benissivà, Benitaia, La Carroja, Alpatró, Llombai en Benissili.
De namen van deze dorpen verraden hun islamitische oorsprong. Veel namen beginnen met “Beni”, wat in veel plaatsnamen verwijst naar een familie, groep of afstamming. Voor Nederlandse en Belgische lezers is dat een belangrijk detail: de geschiedenis van Vall de Gallinera zit niet alleen in gebouwen, maar ook in namen, terrassen, paden en waterstructuren. In die tijd was de vallei een levendige plek, waar landbouw, familieverbanden, waterbeheer en dorpsleven nauw met elkaar verbonden waren. De bevolking leefde van olijven, amandelen, granen, druiven, fruit en veeteelt, terwijl de omliggende bergen bescherming boden en tegelijk de grenzen van het dagelijkse bestaan bepaalden.
De vallei was toen nog anders opgebouwd dan nu. Vóór de uitwijzing van de Moriscos in de 17e eeuw bestond het gebied uit meer nederzettingen dan de acht dorpen die tegenwoordig bewoond zijn. Historische verwijzingen noemen onder meer oude gehuchten en plaatsen die later verdwenen of opgingen in andere kernen. Dat maakt Vall de Gallinera tot een landschap met zichtbare en onzichtbare dorpen: sommige bestaan nog, andere leven voort in veldnamen, ruïnes, paden of herinneringen.
Christelijke verovering
De eerste grote politieke omwenteling kwam in de 13e eeuw, toen de troepen van Jaume I van Aragón grote delen van het huidige Valenciaanse gebied onder christelijk bestuur brachten. Vaak wordt hiervoor de term Reconquista gebruikt, maar voor Nederlandse en Belgische lezers is het duidelijker om te spreken van de christelijke verovering. Vall de Gallinera kwam terecht binnen het koninkrijk Valencia, dat deel uitmaakte van de kroon van Aragón.

De islamitische bevolking werd niet direct verdreven. Veel bewoners mochten aanvankelijk blijven als mudéjares: moslims die onder christelijk gezag leefden. Zij betaalden belastingen en kregen te maken met nieuwe machtsverhoudingen, maar bleven vaak de landbouw en het waterbeheer uitvoeren. Daardoor veranderde de politieke bovenlaag sneller dan het dagelijkse leven in de velden. De terrassen moesten worden onderhouden, de akkers bewerkt en het water verdeeld.
In deze periode kwamen de vallei en haar dorpen onder verschillende heren en bestuurlijke verbanden te staan. De Baronie van Gallinera speelde daarbij een belangrijke rol, terwijl Benissili historisch ook verbonden was met de naburige Baronie van Alcalà. Voor de bewoners betekende dit dat ze niet alleen afhankelijk waren van landbouw en seizoenen, maar ook van heffingen, plichten en de belangen van hun heren. Het landschap bleef agrarisch, maar de juridische en religieuze wereld veranderde ingrijpend.
Kerken en oude gebedsplaatsen
Na de christelijke verovering veranderde ook de religieuze structuur van de dorpen. Islamitische gebedsruimten verdwenen, werden aangepast of maakten later plaats voor christelijke kerken en kapellen. In veel dorpen van de Marina Alta gebeurde dit geleidelijk, omdat de bevolking lange tijd grotendeels uit islamitische of later moriscogemeenschappen bleef bestaan. De overgang was dus niet in één keer zichtbaar in het landschap, maar kreeg door de eeuwen heen steeds duidelijker vorm.
Vandaag heeft Vall de Gallinera meerdere kleine kerken, verspreid over de dorpen. Ze zijn bescheiden, maar belangrijk voor het dorpsbeeld en de lokale identiteit. Ze vertellen niet alleen een religieus verhaal, maar ook een sociaal verhaal. Rond kerk, plein en straatjes kwamen bewoners samen voor feesten, processies, herinneringen en familiegebeurtenissen.
De dorpen van de vallei hebben elk hun eigen karakter, maar delen dezelfde historische laag: islamitische oorsprong, christelijke herstructurering, moriscogeschiedenis en latere herbevolking. Wie door Benirrama, Benialí, Benissivà, Benitaia, La Carroja, Alpatró, Llombai of Benissili loopt, ziet daardoor niet alleen kleine dorpskernen, maar ook hoofdstukken uit een groter verhaal.
Moriscos en een lege vallei
De meest ingrijpende gebeurtenis in de geschiedenis van Vall de Gallinera vond plaats in 1609, toen koning Filips III de uitwijzing van de Moriscos beval. Moriscos waren nakomelingen van moslims die zich, vaak onder druk, tot het christendom hadden bekeerd. In het koninkrijk Valencia vormden zij in veel dorpen een groot deel van de bevolking. In Vall de Gallinera was dat niet anders. De vallei was tot aan het begin van de 17e eeuw in sterke mate een moriscogebied.
De gevolgen waren dramatisch. Een groot deel van de bevolking werd gedwongen de dorpen te verlaten. Families die generaties lang de terrassen hadden aangelegd, het water hadden geleid en de akkers hadden bewerkt, verdwenen in korte tijd uit de vallei. Zij werden naar kustplaatsen gebracht en vervolgens op schepen gezet richting Noord-Afrika. De huizen, akkers, boomgaarden en waterstructuren kwamen grotendeels leeg te staan.
Voor Vall de Gallinera betekende dit niet alleen een demografische ramp, maar ook een economische en culturele breuk. De landbouw was afhankelijk van kennis, arbeid en familieverbanden. Toen die wegvielen, raakten terrassen en irrigatiekanalen in verval. Sommige oude nederzettingen werden nooit meer volledig bewoond. De vallei, die eeuwenlang had geleefd van intensieve landbouw en sterke dorpsgemeenschappen, werd plotseling stil.
Herbevolking uit Mallorca
Om de vallei weer tot leven te wekken, begon na 1609 een proces van herbevolking. In het oorspronkelijke artikel werd vooral gesproken over Catalaanse kolonisten, maar voor Vall de Gallinera is vooral de Mallorcaanse herbevolking van groot belang. Vanaf de jaren na de uitwijzing kwamen families uit Mallorca naar deze streek om de verlaten dorpen opnieuw te bewonen en het land weer te bewerken.

Deze herbevolking kwam niet uit het niets. Lokale heren hadden er belang bij dat het land weer productief werd, want verlaten akkers leverden niets op. Nieuwe bewoners kregen huizen, land en voorwaarden aangeboden waarmee ze een bestaan konden opbouwen. Veel families kwamen uit dorpen op Mallorca en brachten hun taal, familienamen, gewoonten en manier van leven mee. Daardoor ontstond in Vall de Gallinera een bijzondere culturele laag die tot vandaag zichtbaar en hoorbaar is.
De Mallorcaanse invloed is een van de meest kenmerkende onderdelen van de identiteit van de vallei. Ze leeft voort in familienamen, taalgebruik, lokale herinnering en de manier waarop de vallei haar geschiedenis vertelt. De nieuwe bewoners herstelden terrassen, repareerden huizen, namen waterstructuren opnieuw in gebruik en brachten het dorpsleven langzaam terug. De vallei werd opnieuw bewoond, maar niet meer precies zoals voor 1609. Het nieuwe Vall de Gallinera groeide bovenop de oudere moriscolagen.
Nieuwe dorpen op oude lagen
De herbevolking betekende niet dat het verleden werd uitgewist. Integendeel: de nieuwe bewoners namen een landschap over dat al eeuwenlang was gevormd. Terrassen, paden, waterlopen en dorpsstructuren waren er al. De Mallorcaanse families bouwden voort op wat de islamitische en moriscobewoners hadden achtergelaten. Zo ontstond een vallei waarin verschillende historische lagen over elkaar heen liggen.
Sommige oude gehuchten werden verlaten of verdwenen uit het dagelijkse gebruik. Andere dorpen bleven bestaan en groeiden opnieuw uit tot bewoonde kernen. De acht dorpen die vandaag de gemeente vormen, zijn het resultaat van die lange ontwikkeling. Ze lijken klein en stil, maar dragen een zware geschiedenis met zich mee.
Voor bezoekers is dat belangrijk om te beseffen. Vall de Gallinera is geen decor dat toevallig mooi is gebleven. Het is een landschap dat is gevormd door bewoning, verlies, herbevolking, landbouw en doorzettingsvermogen. De schoonheid van de vallei is daarom niet los te zien van haar geschiedenis.
Rustige eeuwen en tradities
In de 18e en 19e eeuw bleef de vallei relatief afgezonderd. Terwijl de steden aan de kust zich ontwikkelden en later de industrie groeide, bleef Vall de Gallinera trouw aan haar agrarische karakter. De dorpen leefden vooral van landbouw, veeteelt en lokale ambachten. Amandelen, olijven, granen, fruit en later vooral kersen werden belangrijk voor het landschap en de economie.
De kleine kerken, pleinen, wasplaatsen en bronnen bepaalden het sociale ritme van het dorpsleven. Feesten, processies en markten brachten de gemeenschap samen. In een vallei met kleine dorpen waren zulke momenten van groot belang. Ze waren niet alleen religieus of feestelijk, maar ook sociaal: families ontmoetten elkaar, nieuws werd gedeeld en de dorpen bevestigden hun samenhang.
Hoewel Vall de Gallinera geen groot centrum van politieke of militaire macht was, bleef de vallei niet volledig buiten de geschiedenis. Tijdens de Spaanse Onafhankelijkheidsoorlog tegen Napoleon, de Carlistenoorlogen en andere periodes van onrust konden de bergen en dorpen van de regio een rol spelen als schuilplaats, doorgangsgebied of plaats waar voorraden en steun werden gevraagd. Grootschalige verwoesting bleef beperkt, maar de gevolgen van bredere conflicten waren ook hier voelbaar.
Kersen als symbool
De kers is vandaag een van de bekendste symbolen van Vall de Gallinera, maar de landbouwgeschiedenis van de vallei is breder. Eeuwenlang draaide het bestaan om verschillende gewassen, afhankelijk van hoogte, grond, water en seizoen. De kersenteelt groeide uit tot een sterk herkenbaar onderdeel van de vallei, mede door de gunstige ligging, het klimaat en de terrassen.
In het voorjaar zorgt de bloei van de kersenbomen voor een van de mooiste natuurmomenten van de Marina Alta. De witte en roze bloesem trekt bezoekers, fotografen en wandelaars. Later in het seizoen komt de kersenoogst, die wordt gevierd met het Festa de la Cirera, het Kersenfeest. Dit feest verbindt landbouw, lokale producten, markt, ontmoeting en trots op de vallei.
De kers is daardoor meer dan een vrucht. Ze is een symbool van identiteit, economie en landschap. Ze laat zien hoe sterk Vall de Gallinera verbonden blijft met de seizoenen. Wie de vallei in bloesemtijd bezoekt, ziet het landschap op zijn zachtst. Wie tijdens de oogst komt, proeft de landbouwgeschiedenis letterlijk.
Twintigste eeuw

De 20e eeuw bracht nieuwe uitdagingen. Door de industrialisering, de groei van steden en de aantrekkingskracht van werk aan de kust vertrokken veel jongeren uit de vallei. Zij zochten werk in plaatsen als Pego, Dénia, Valencia, Barcelona of nog verder weg. Sommige huizen kwamen leeg te staan en de bevolking nam af. Net als veel binnenlandse dorpen in Alicante kreeg Vall de Gallinera te maken met ontvolking en vergrijzing.
De Spaanse Burgeroorlog en de moeilijke naoorlogse jaren lieten ook hier sporen na. In kleine dorpen kwamen politieke spanningen, armoede, schaarste en familieverhalen dicht bij elkaar. Daarna volgden decennia van modernisering, betere wegen, elektriciteit, waterleidingen en nieuwe verbindingen met de buitenwereld. De vallei bleef afgelegen aanvoelen, maar raakte steeds minder geïsoleerd.
In de jaren zestig en zeventig waren sommige dorpen zeer klein geworden. Toch hielden bewoners stand. De kersen- en amandelteelt bleven inkomsten genereren en de feesten, kerken, bronnen en dorpspleinen bleven de gemeenschap bijeenhouden. De vallei verloor inwoners, maar niet haar identiteit.
Nieuwe bewoners en herstel
Vanaf de jaren tachtig en negentig ontdekten stedelingen, rustzoekers en buitenlanders de charme van Vall de Gallinera. Oude huizen werden gekocht en gerestaureerd, wandelroutes kregen meer aandacht en de vallei werd steeds meer gewaardeerd als plek voor natuur, stilte en authentiek dorpsleven. Nieuwe bewoners brachten energie mee, terwijl oude families de kern van de lokale identiteit bleven dragen.
Deze herontdekking veranderde de vallei voorzichtig. Toerisme kwam op gang, maar niet in massale vorm. Het ging eerder om wandelaars, fotografen, natuurliefhebbers, mensen met tweede woningen en bewoners die bewust kozen voor een rustige omgeving. Daardoor wist Vall de Gallinera haar karakter grotendeels te behouden.
De vallei is tegenwoordig een plek waar verleden en toekomst elkaar raken. Er is aandacht voor erfgoed, voor de Mallorcaanse herbevolking, voor de moriscogeschiedenis, voor de kersenteelt en voor het behoud van dorpen die klein maar levendig willen blijven. Dat maakt Vall de Gallinera bijzonder: ze zoekt geen grote groei, maar een evenwicht tussen behoud en nieuw leven.
Foradà en het licht
Een van de meest bijzondere historische en landschappelijke symbolen van Vall de Gallinera is de Penya Foradà, de rots met een natuurlijke opening in de berg. Deze plek is niet alleen belangrijk voor wandelaars, maar ook voor het historische geheugen van de vallei. Twee keer per jaar, rond 9 maart en 4 oktober, valt het zonlicht door de opening in de rots en bereikt het de omgeving van het voormalige franciscaner klooster bij Benitaia.
Dit verschijnsel geeft de Foradà een bijna mystieke betekenis. Het laat zien hoe sterk landschap, licht, geloof en geschiedenis in de vallei met elkaar verbonden zijn. Voor bewoners en bezoekers is het een moment waarop de natuur even lijkt mee te vertellen aan het verhaal van de plek.
De Foradà is daardoor meer dan een berg. Ze is een herkenningspunt, een wandeldoel, een historisch symbool en een bron van lokale trots. Wie de geschiedenis van Vall de Gallinera wil begrijpen, kan eigenlijk niet om deze rots heen.
Vall de Gallinera vandaag
Tegenwoordig is Vall de Gallinera een gemeente die erin is geslaagd haar tradities en geschiedenis te bewaren, terwijl ze nieuwe bewoners en bezoekers verwelkomt. De kleine bevolking bestaat uit families met diepe wortels in de vallei, nieuwe bewoners uit de regio en buitenlanders die de stilte, natuur en schoonheid waarderen. De dorpen blijven klein, maar hun identiteit is sterk.
De historische dorpen met hun smalle straatjes, witgekalkte muren, pleinen, kerken, fonteinen, wasplaatsen en ruïnes ademen nog steeds de verhalen van eeuwen terug. De islamitische oorsprong, de christelijke verovering, de uitwijzing van de Moriscos, de Mallorcaanse herbevolking en de moderne herontdekking zijn allemaal zichtbaar of voelbaar in het landschap.
Wie de tijd neemt om hier rond te dwalen en te luisteren, merkt dat de stenen, de muren en zelfs de lucht iets vertellen over de generaties die hier leefden en werkten. Vall de Gallinera is meer dan een mooie vallei. Het is een levend monument van doorzettingsvermogen, gemeenschap en respect voor het verleden.
Meer lezen over de vallei
Wie Vall de Gallinera beter wil leren kennen, kan op MijnAlicante.nl ook verder lezen over de algemene informatie over Vall de Gallinera, de natuur rond Vall de Gallinera, toerisme in Vall de Gallinera en wonen in Vall de Gallinera. Deze onderwerpen sluiten goed op elkaar aan, omdat landschap, geschiedenis, landbouw, dorpen en dagelijks leven hier sterk met elkaar verweven zijn.
Ook omliggende plaatsen zoals Pego, Oliva, Dénia, l’Atzúbia en Sanet i els Negrals helpen om deze noordelijke hoek van de Marina Alta beter te begrijpen. Samen vormen zij een gebied waar kust, bergen, landbouw en dorpsleven dicht bij elkaar liggen.
Geschiedenis tussen bergen
De geschiedenis van Vall de Gallinera is een verhaal van bewoning, verlies en herstel. De islamitische boeren legden de basis van het landschap, de christelijke verovering bracht nieuwe machtsverhoudingen, de uitwijzing van de Moriscos sloeg een diepe wond en de Mallorcaanse herbevolking gaf de vallei een nieuw begin. Daarna volgden eeuwen van landbouw, stilte, emigratie, herontdekking en herwaardering.
Juist die gelaagdheid maakt Vall de Gallinera zo bijzonder. Hier wordt geschiedenis niet verteld door één groot monument, maar door acht dorpen, terrassen, bronnen, kerken, kersenbomen, familienamen, paden en bergen. Wie langzaam door de vallei trekt, ontdekt een plek waar het verleden niet verdwenen is, maar nog altijd meeloopt in het landschap.
