
Dorp met diepe historische lagen
Wie zich verdiept in de geschiedenis van Orxeta, ontdekt dat dit kleine dorp in de Marina Baixa veel ouder en gelaagder is dan het rustige straatbeeld doet vermoeden. De vallei langs de rivier Sella werd duizenden jaren geleden al door mensen gebruikt. Later kwamen er Iberische landbouwgemeenschappen, Romeinse bewoners, islamitische boeren, moriscos en christelijke kolonisten. Iedere periode liet iets achter in het landschap, de plaatsnamen, de landbouw en de manier waarop het dorp zich ontwikkelde.
Orxeta ligt tussen de Serra d’Orxeta en de bergachtige omgeving van Relleu en Sella. De rivier, vruchtbare grond en natuurlijke routes richting de kust maakten deze plek aantrekkelijk voor bewoning. Tegelijk maakten de steile hellingen, onregelmatige regen en lange droge perioden het leven zwaar. Bewoners moesten landbouwterrassen aanleggen, water verdelen en wegen zoeken door een ruig landschap.
De geschiedenis van Orxeta is daardoor niet alleen een opeenvolging van koningen, veldslagen en bestuurlijke veranderingen. Het is vooral het verhaal van mensen die leerden leven met water en droogte, die akkers tegen de bergen aanlegden en die na oorlog, verdrijving, ziekte en economische tegenslag telkens opnieuw begonnen.
In oude bronnen komt de plaatsnaam in verschillende vormen voor. Onder meer Orcheta, Urcheta, Orchita, Orechita, Ortxeta en Huercheta werden gebruikt. De officiële Valenciaanse naam is tegenwoordig Orxeta. De precieze taalkundige oorsprong van de naam is niet met volledige zekerheid vastgesteld, waardoor stellige verklaringen over een uitsluitend Arabische of Latijnse herkomst voorzichtig moeten worden behandeld.
De huidige dorpskern bevat vooral gebouwen en straten uit de achttiende, negentiende en twintigste eeuw. Dat betekent niet dat de geschiedenis pas toen begon. Onder de moderne huizen, langs de rivier en op de omliggende hoogten zijn oudere archeologische lagen gevonden die aantonen dat het gebied al veel langer werd bewoond.
Rotskunst, Iberiërs en Romeinen
Schilderingen uit de prehistorie
De oudste bekende sporen van menselijke aanwezigheid in Orxeta zijn gevonden in twee rotsschuilplaatsen. Daar bevinden zich voorstellingen die voorlopig worden gedateerd in het vierde en derde millennium voor Christus. Ze behoren tot de stijlen die archeologen schematische en Levantijnse rotskunst noemen.
Een rotsschuilplaats is geen diepe grot, maar een natuurlijke overhang in een rotswand die bescherming biedt tegen zon, wind en regen. Mensen konden zulke plekken gebruiken als tijdelijke verblijfplaats, ontmoetingsplek of plaats voor rituelen. De schilderingen geven een zeldzame blik op de manier waarop gemeenschappen duizenden jaren geleden hun leefwereld en ideeën uitdrukten.
Schematische rotskunst bestaat vaak uit sterk vereenvoudigde menselijke figuren, dieren, lijnen en symbolen. Levantijnse rotskunst toont doorgaans herkenbaardere mensen en dieren, soms in jacht-, dans- of groepsscènes. De exacte betekenis van de voorstellingen blijft onderwerp van archeologisch onderzoek.
De schilderingen rond Orxeta behoren tot de bredere traditie van postpaleolithische rotskunst langs de mediterrane zijde van het Iberisch Schiereiland. Deze kunstvorm werd in 1998 door UNESCO als werelderfgoed erkend. De precieze beschermingsstatus en toegankelijkheid van iedere afzonderlijke vindplaats kan verschillen.
De locaties zijn kwetsbaar en worden daarom niet als gewone toeristische attractie gepresenteerd. Aanraken, bevochtigen, tekenen of het verwijderen van materiaal kan onherstelbare schade veroorzaken. Wie tijdens een wandeling een mogelijke archeologische vindplaats ontdekt, kan deze het beste ongemoeid laten en de gemeente of regionale erfgoeddienst informeren.
Iberische nederzettingen langs Sella
Archeologische verkenningen binnen de gemeente hebben verschillende kleine Iberische bewoningsplaatsen aan het licht gebracht. Ze lagen dicht bij de rivier Sella en op lage verhogingen die uitzicht boden over water, landbouwgrond en natuurlijke doorgangen.
De Iberische cultuur ontwikkelde zich in het oosten en zuiden van het Iberisch Schiereiland gedurende de eeuwen vóór de Romeinse overheersing. De samenleving bestond uit grotere versterkte centra en kleinere nederzettingen die daarvan afhankelijk waren. Zo’n versterkt hoofdcentrum wordt door archeologen een oppidum genoemd.
De nederzettingen bij Orxeta waren waarschijnlijk kleinere landbouwgemeenschappen binnen het invloedssysteem van een groter Iberisch centrum. La Vila Joiosa, het huidige Villajoyosa, kan daarin een belangrijke rol hebben gespeeld. De kustplaats beschikte over een gunstige havenpositie en groeide uit tot een economisch en bestuurlijk middelpunt.
De mensen bij Orxeta konden graan, olijven, druiven en andere producten verbouwen en vee houden. De rivier bood water, terwijl de hoogten bescherming en overzicht gaven. Natuurlijke routes verbonden de vallei met de kust en het bergachtige binnenland.
Niet alle resten liggen zichtbaar boven de grond. Vaak bestaan de aanwijzingen uit aardewerk, funderingen, opslagplaatsen en verkleuringen in de bodem. Losse vondsten krijgen pas wetenschappelijke betekenis wanneer bekend is waar en in welke laag zij precies zijn gevonden.
Romeinse bewoning bij Orxeta
Ook uit de Romeinse tijd zijn in Orxeta sporen bekend. Er is Romeins aardewerk gevonden en bij archeologisch onderzoek in de huidige dorpskern kwamen resten aan het licht die wijzen op bewoning tijdens de laat-Romeinse periode.
Die bewoning moet worden gezien in samenhang met het Romeinse centrum bij het huidige Villajoyosa. Deze nederzetting ontwikkelde zich vanaf de eerste eeuw voor Christus en kreeg in het jaar 74 na Christus onder keizer Vespasianus de status van municipium. Dat was een stad of gemeenschap met officieel erkende bestuurlijke rechten binnen het Romeinse Rijk.
De vallei van Orxeta kon landbouwproducten leveren aan de kustnederzetting. Water, vruchtbare grond en verbindingen door het landschap maakten het gebied geschikt voor kleinere boerderijen en woonplekken. Bewoners verbouwden waarschijnlijk verschillende mediterrane gewassen en hielden dieren.
Het is niet aangetoond dat de huidige dorpskern rechtstreeks en zonder onderbreking uit één Romeinse nederzetting is voortgekomen. Bewoning kan in verschillende perioden zijn verplaatst, gekrompen of opnieuw ontstaan. De archeologische vondsten bevestigen echter wel dat mensen in de Romeinse tijd in en rond het huidige Orxeta leefden.
Islamitisch Orxeta en het Castellet
Landbouw binnen al-Andalus
Vanaf de achtste eeuw werd het gebied onderdeel van al-Andalus, de naam voor de islamitisch bestuurde delen van het Iberisch Schiereiland. In deze lange periode groeide Orxeta uit tot een agrarische nederzetting waarin waterbeheer en het gebruik van hellingen centraal stonden.
Islamitische landbouwgemeenschappen beschikten over veel praktische kennis van irrigatie, terrassenbouw en het verdelen van schaars water. Zij legden en onderhielden acequias aan, kleine irrigatiekanalen die in het Valenciaans sèquies worden genoemd. Deze kanalen brachten water naar boomgaarden, moestuinen en akkers.
De rivier Sella vormde de belangrijkste natuurlijke waterbron. Door stuwen, geulen en verdeelpunten aan te leggen kon een deel van het water naar landbouwpercelen worden geleid. Het gebruik was aan regels gebonden, omdat dorpen en grondbezitters stroomopwaarts en stroomafwaarts van elkaar afhankelijk waren.
In de veertiende eeuw ontstonden bijvoorbeeld conflicten over waterwerken bij Sella die de doorstroming naar Orxeta beperkten. Zulke geschillen laten zien dat water niet alleen een natuurlijke hulpbron was, maar ook een onderwerp van rechten, macht en economische belangen.
Olijven, vijgen, druiven, amandelen, graan en groenten pasten bij de uiteenlopende gronden in de vallei. Op vlakke, geïrrigeerde percelen konden intensievere gewassen worden geteeld, terwijl op droge hellingen bomen en graan groeiden.
Castellet bewaakte de vallei
Het belangrijkste zichtbare overblijfsel uit de islamitische middeleeuwen is het kasteel van Orxeta, dat bekendstaat als het Castellet del Moro of Castellet dels Moros. Het ligt ongeveer 3,5 kilometer buiten de dorpskern, op een verhoging aan de linkeroever van de Sella.
De ligging was strategisch. Vanaf het kasteel konden bewoners het rivierdal, landbouwgronden en routes tussen kust en binnenland overzien. De sterke helling bood natuurlijke bescherming en werd opgenomen in de bouw van het complex.
De resten hebben een ongeveer rechthoekige vorm en liggen op twee niveaus. Bij de bouw werden onder meer gewone natuurstenen muren, aangestampte aarde en baksteen gebruikt. Het aangestampte bouwmateriaal wordt tapial genoemd. Daarbij werd aarde tussen houten bekistingen samengeperst tot stevige muren.
Ook een deel van de buitenste verdedigingszone is herkenbaar. Zo’n voorruimte bij een kasteel wordt een albacara genoemd. Zij kon worden gebruikt om bewoners, vee of voorraden tijdelijk binnen de versterking te beschermen.
Het kasteel wordt in historische documenten verbonden met Abu Zayd, de laatste Almohadische bestuurder van Valencia. Op 30 september 1244 verkocht of droeg hij de kastelen van Orxeta en Torres over aan de Orde van Santiago. Koning Jaume I bevestigde de rechten van de orde in 1257.
De resten zijn kwetsbaar en liggen niet in een ingericht kasteelpark. Bezoekers moeten op bestaande paden blijven, niet op muren klimmen en geen stenen of aardewerk meenemen. Losgeraakte bouwdelen kunnen instabiel zijn.
Orde van Santiago bestuurt Orxeta
Grensgebied na christelijke verovering
De dertiende eeuw was een ingewikkelde periode waarin islamitische bestuurders, de Kroon van Aragón, christelijke edelen en militaire orden om rechten en grondgebied streden. Orxeta lag dicht bij de grens die in 1244 bij het Verdrag van Almizra tussen de Castiliaanse en Aragonese invloedssferen was vastgelegd.
De Orde van Santiago was een religieus-militaire organisatie die oorspronkelijk was opgericht om christelijke gebieden en pelgrimsroutes te beschermen. De orde verwierf kastelen, landbouwgrond, nederzettingen en belastingrechten in verschillende delen van het Iberisch Schiereiland.
De eigendomsgeschiedenis van Orxeta verliep niet in een rechte lijn. Na de overdracht door Abu Zayd en de bevestiging door Jaume I kwamen het kasteel en de nederzetting tijdelijk onder verschillende bestuurders en adellijke families te staan.
In 1258 bevestigde Jaume I de islamitische edelman al-Tifashi, in christelijke documenten ook Tevicinus genoemd, in het bezit van onder meer Orxeta. In 1270 schonk de koning de plaats aan Berenguera Alfonso. Een jaar later werd een deel van die regeling opnieuw veranderd om rechten van de Orde van Santiago te herstellen.
In 1277 kwamen islamitische inwoners van Orxeta in opstand tegen de Kroon. Volgens middeleeuwse documenten bewapenden zij zelfs boten om nabijgelegen christelijke plaatsen aan te vallen. De opstand vond plaats binnen een bredere periode van verzet in het zuiden van het jonge koninkrijk Valencia.
Daarna volgden opnieuw verkopen, overdrachten en juridische conflicten. Rodrigo Ximén de Luna kocht het kasteel in 1279. Later werd Pere Ferrandes d’Íxer als heer genoemd. Aan het begin van de veertiende eeuw bestond een langdurig geschil tussen zijn familie en de Orde van Santiago.
Orxeta en Villajoyosa verbonden
De stichting van Villajoyosa in 1300 vond plaats binnen een groter territorium waarin Orxeta en Torres een belangrijke rol speelden. De bevolkingsbrief van Villajoyosa verwijst naar het territoriale heerschap van Orechita en Torres.
Bernat de Sarrià probeerde aan de kust een christelijke nederzetting te ontwikkelen die verdediging, handel en controle over het gebied moest versterken. De nieuwe stad kreeg grond en rechten, maar de precieze grenzen en eigendomsverhoudingen bleven onderwerp van conflicten.
In 1311 werd een geschil over Orxeta nog in het voordeel van de familie Íxer beslist. Een jaar later gaf koning Jaume II opdracht om de heerlijkheid aan Artal d’Orta, commandeur van de Orde van Santiago, over te dragen.
Gedurende de volgende eeuwen wisselden rechtsmacht en bepaalde bezitsrechten nog meerdere keren. De Orde van Santiago bleef echter langdurig met Orxeta verbonden. De orde werd niet alleen eigenaar van grond, maar bepaalde ook belastingen, pachtvoorwaarden, waterrechten en plaatselijke bestuurlijke verplichtingen.
Het teken van deze historische band is nog terug te vinden in de parochiekerk en in het gemeentelijke wapen. De kerk is gewijd aan Sant Jaume Apòstol, de Valenciaanse naam voor de apostel Jacobus. Santiago is de Spaanse naam van dezelfde heilige en beschermheilige van de militaire orde.
Moriscos verdreven in 1609
Een groeiende gemeenschap
Hoewel Orxeta na de christelijke verovering onder nieuwe machthebbers kwam, bleef een groot deel van de islamitische bevolking in de vallei wonen. Moslims die onder christelijk bestuur leefden, worden mudéjares genoemd.
Na gedwongen bekeringen in de zestiende eeuw werden deze mensen en hun nakomelingen officieel als christenen geregistreerd. Zij kregen de naam moriscos. Veel families behielden ondertussen delen van hun taal, recepten, landbouwkennis, familiegewoonten en soms in het geheim hun geloof.
De moriscobevolking van Orxeta groeide sterk. Historische gegevens noemen ongeveer 275 mensen in 1563 en rond de 800 inwoners in 1602. Het dorp was daarmee geen kwijnende nederzetting, maar een productieve en groeiende agrarische gemeenschap.
De bewoners bewerkten geïrrigeerde tuinen en droge landbouwgrond, onderhielden terrassen en gebruikten waterwerken langs de Sella. Hun arbeid leverde inkomsten op voor gezinnen, de plaatselijke commandeur en de Orde van Santiago.
De overheid en kerk bleven moriscos echter met wantrouwen bekijken. Zij werden ervan verdacht de islam te blijven beoefenen en contacten met Noord-Afrika te onderhouden. Regionale spanningen, religieuze politiek en zorgen over veiligheid leidden uiteindelijk tot het besluit hen uit Spanje te verdrijven.
Dorp verliest ruim zeventig procent
In 1609 gaf koning Filips III opdracht om de moriscos uit het koninkrijk Valencia te verwijderen. Voor Orxeta betekende dit een menselijke, economische en demografische ramp.
Volgens de gemeentelijke geschiedschrijving verloor Orxeta 71,8 procent van zijn bevolking. Van ongeveer 800 inwoners bleven er rond 225 over. Andere historische overzichten spreken over ongeveer 150 moriscohuishoudens vóór de verdrijving en slechts enkele tientallen bewoonde huizen in de jaren erna.
Orxeta lijkt niet actief te hebben deelgenomen aan de gewapende morisco-opstanden die elders in de Marina Baixa en Marina Alta uitbraken. Commandeur Jerónimo Ferrer wist de plaatselijke bevolking volgens de bronnen tot gehoorzaamheid te bewegen.
Dat voorkwam de verdrijving niet. Gezinnen moesten woningen, akkers, dieren en veel bezittingen achterlaten. Zij werden naar havens gebracht en naar Noord-Afrika verscheept, vaak zonder te weten waar zij uiteindelijk terecht zouden komen.
Voor het dorp waren de gevolgen enorm. Akkergrond bleef onbewerkt, irrigatiekanalen raakten beschadigd en woningen stonden leeg. De eigenaar van de heerlijkheid verloor pachters en belastinginkomsten. De achterblijvende bevolking kon de omvangrijke landbouwstructuur niet alleen onderhouden.
De verdrijving betekende niet dat alle moriscosporen uit het landschap verdwenen. Nieuwe bewoners namen bestaande terrassen, waterkanalen, wegen en plaatsnamen over. Daardoor bleef hun werk eeuwenlang zichtbaar, zelfs wanneer de mensen die het hadden verricht niet meer in Orxeta mochten wonen.
Nieuwe start met carta puebla
Bevolkingsbrief van 1613
Op 1 januari 1613 verleende Jerónimo Ferrer, commandeur van Orxeta namens de Orde van Santiago, een nieuwe carta puebla. Koning Filips III bevestigde deze regeling later dat jaar, op 24 augustus.
Een carta puebla was een bevolkingsbrief waarin de voorwaarden voor vestiging en grondgebruik werden vastgelegd. Nieuwe inwoners kregen woningen en landbouwpercelen, maar moesten belastingen, pacht of een deel van de opbrengst aan de heer afstaan.
De brief was geen vrijblijvende uitnodiging om gratis grond in bezit te nemen. Zij vormde een juridisch contract tussen de eigenaar van de heerlijkheid en de nieuwe bewoners. Hierin konden regels staan over landbouw, water, molens, ovens, erfenissen, verkoop en het verlaten van een perceel.
De voorwaarden van sommige Valenciaanse bevolkingsbrieven na de moriscoverdrijving waren zwaar. Grondeigenaren probeerden het verlies aan inkomsten te compenseren door hoge verplichtingen op te leggen aan de nieuwe pachters.
De herbevolking verliep langzaam. Nieuwe bewoners moesten huizen herstellen, akkers opnieuw bewerken en waterwerken onderhouden. Zij werkten in een landschap dat grotendeels door de verdreven moriscobevolking was ingericht.
Landbouw herstelt langzaam
Orxeta ontwikkelde zich opnieuw als landbouwgemeenschap. De vruchtbaarste grond lag dicht bij de Sella, waar water naar boomgaarden en moestuinen kon worden geleid. Hoger op de hellingen lagen droge terrassen met graan, amandelbomen, olijven en johannesbroodbomen.
De landbouw bleef afhankelijk van regen, goed onderhouden muren en afspraken over water. Wanneer een terrasmuur instortte, kon vruchtbare aarde tijdens een zware bui wegspoelen. Wanneer een irrigatiekanaal verstopt raakte, kregen lager gelegen percelen geen water.
Veehouderij vormde een aanvulling op de akkerbouw. Schapen en geiten konden op drogere gronden grazen en leverden vlees, melk, wol en mest. Dieren werden ook gebruikt voor vervoer en werk op het land.
Het herstel was niet overal gelijk. Sommige percelen werden snel opnieuw gebruikt, terwijl afgelegen of weinig vruchtbare grond langer verlaten bleef. De beperkte bevolking moest kiezen welke akkers het meeste rendement opleverden.
Kerk en dorpsidentiteit
Ermita de Santo Tomás
De Ermita de Santo Tomás werd in 1665 gebouwd en is daarmee meer dan negentig jaar ouder dan de huidige parochiekerk. De kleine kapel staat op een verhoging ten westen van de historische kern, naast de plaats waar later de gemeentelijke begraafplaats werd aangelegd.
De hermitage vormt het eindpunt van het traditionele calvariepad. Een calvarie is een route met religieuze staties die verwijzen naar de lijdensweg van Christus. Het pad loopt omhoog vanuit het dorp en bevat trappen en schaduwrijke delen tussen bomen.
De afbeelding toont de brede stenen trappen van deze route. De plek is niet alleen religieus erfgoed, maar biedt ook een verbinding tussen de dorpskern, de hermitage en het hoger gelegen kerkhof.
De begraafplaats lag oorspronkelijk bij de parochiekerk. In 1817 werd zij verplaatst naar de huidige plek buiten de toenmalige bebouwing. In die periode werden begraafplaatsen in veel Spaanse dorpen naar luchtigere locaties buiten de woonkern verplaatst om gezondheidsrisico’s en vervuiling van waterbronnen te beperken.
Kerk van Sant Jaume
De parochiekerk is officieel gewijd aan Sant Jaume Apòstol, in het Spaans Santiago Apóstol en in het Nederlands de apostel Jacobus de Meerdere. De naam verwijst naar de eeuwenlange band van Orxeta met de Orde van Santiago.
De kerk werd gebouwd tussen 1759 en 1761, tijdens de regering van koning Karel III. Op 25 juli 1764 werd het gebouw ingewijd. De datum 25 juli is de feestdag van de heilige Jacobus.
Het gebouw heeft een hoofdschip met kapellen tussen de steunberen. Door openingen tussen die kapellen lijkt het interieur op een kerk met drie beuken, hoewel de bouwkundige opzet uit één hoofdruimte met zijkapellen bestaat.
Het hoofdaltaar is gewijd aan Sant Jaume. De zijaltaren zijn verbonden met Sant Tomàs de Villanueva en Sant Nazari, de plaatselijke beschermheiligen. De communiekapel is gewijd aan de heilige Isabella van Portugal.
De vrijstaande klokkentoren bestaat uit vier niveaus en vormt nog altijd het opvallendste herkenningspunt van het dorp. Op de openingsafbeelding is goed te zien hoe de toren boven de huizen uitsteekt, met de bergen direct achter de dorpskern.
In 1894 sloeg de bliksem in de toren. De bovenbouw en windvaan raakten zwaar beschadigd en gedurende jaren bestond bezorgdheid over vallende stenen en instortingsgevaar. Herstel liet lang op zich wachten omdat de kleine gemeente niet over voldoende financiële middelen beschikte.
Tijdens de Spaanse Burgeroorlog werd de kerk in 1936 in brand gestoken. De houten altaren, beelden en andere religieuze voorwerpen gingen verloren. Daaronder bevond zich een achttiende-eeuws beeld van San Nazario van de Valenciaanse beeldhouwer José Esteve Bonet.
Het kerkgebouw werd in 1943 hersteld. De klokken waren enkele jaren eerder, in 1940, vervangen en kregen de namen San Jaime, San Tomás en San Nazario. De toren werd in 1954 opnieuw gerestaureerd.
Orxeta in achttiende eeuw
Cavanilles beschrijft landbouwdorp
Aan het einde van de achttiende eeuw bezocht de Valenciaanse natuuronderzoeker Antonio José Cavanilles de streek. Hij beschreef Orxeta in zijn grote werk over natuur, geografie, landbouw en bevolking van het koninkrijk Valencia.
Cavanilles vermeldde 223 vecinos. Dat woord moet in historische bronnen niet zonder meer als 223 individuele inwoners worden vertaald. Het kon verwijzen naar huishoudens, gezinshoofden of belastingplichtige wooneenheden.
Hij beschreef een gemeente met enkele kleine vlakke en vruchtbare zones, maar ook veel rotsachtige en minder productieve grond. In de bergen graasde vee en werden gips en albastachtige mineralen gewonnen.
De landbouw was opvallend gevarieerd. Cavanilles noemde zijde, tarwe, gerst, maïs, peulvruchten, amandelen, johannesbrood, olijfolie, vijgen, fruit, wijn en groenten.
Vooral perziken en ander fruit werden niet alleen voor eigen gebruik verbouwd, maar ook aan omliggende dorpen verkocht. De geïrrigeerde tuinen langs het water maakten een intensievere landbouw mogelijk dan de droge berghellingen.
De zijdeproductie laat zien dat er moerbeibomen en zijderupsen werden gehouden. Bewoners haalden zelfs bladeren uit andere plaatsen om meer rupsen te kunnen voeden en een grotere opbrengst te behalen.
Landbouw bepaalde ieder seizoen
Het dorpsleven volgde de landbouwkalender. Graan moest worden gezaaid, geoogst en gedorst. Olijven, amandelen, vijgen en druiven werden ieder in hun eigen periode verzameld en verwerkt.
Werk werd binnen gezinnen verdeeld en tijdens drukke oogstperioden hielpen buren en familieleden elkaar. Kinderen namen eveneens deel aan taken die pasten bij hun leeftijd.
Waterrechten en onderhoud van irrigatiekanalen waren gemeenschappelijke verantwoordelijkheden. Een conflict tussen boven- en benedenstroomse gebruikers kon de oogst van meerdere gezinnen bedreigen.
De landbouw leverde voedsel, maar ook producten voor handel. Fruit, meel, hout, olie en andere goederen werden naar Villajoyosa gebracht. Omgekeerd kwamen rijst, gezouten producten en artikelen die lokaal niet werden gemaakt vanuit de kustplaats naar Orxeta.
Negentiende eeuw en nijverheid
Madoz schetst het dorp
Rond 1850 beschreef Pascual Madoz Orxeta in zijn geografisch-statistische woordenboek van Spanje. Zijn tekst geeft een uitgebreid beeld van het dorp, de bevolking, economie en voorzieningen in het midden van de negentiende eeuw.
Madoz noemde 219 huishoudens en 876 inwoners. Het dorp had volgens een betrouwbaardere transcriptie ongeveer 144 huizen, meestal met twee verdiepingen en soms drie. De bebouwing was verdeeld over negen straten, een groot plein voor de kerk en twee kleinere pleinen.
Er waren een gemeentehuis, het voormalige paleis van de commandeur, een gevangenis en afzonderlijke scholen voor jongens en meisjes. Ongeveer dertig jongens en zestien meisjes bezochten volgens de bron onderwijs.
Het landschap bestond uit kleine terrassen en landbouwpercelen. Op droge grond groeiden amandelbomen, johannesbroodbomen en olijven. De geïrrigeerde grond langs de Sella leverde groenten, fruit en andere gewassen.
De plaatselijke economie omvatte landbouw, enkele wevers, gipsproductie en twee graanmolens. Fruit, brandhout en meel werden naar Villajoyosa vervoerd. De post kwam drie keer per week uit de kustplaats.
De wegen waren vooral lokale paden die geschikt waren voor voetgangers, muilezels en eenvoudige karren. Reizen ging langzaam en de afstand tot de kust werd eerder in uren dan in kilometers uitgedrukt.
Cholera en bevolkingsverlies
De negentiende eeuw bracht meerdere epidemieën. Cholera trof veel Spaanse plaatsen hard en Orxeta ontkwam daar niet aan. Ziekte kon zich snel verspreiden doordat schoon drinkwater, riolering en medische zorg beperkt waren.
Historische bronnen spreken daarnaast over tercianas. Daarmee werden terugkerende koortsaanvallen bedoeld, vaak veroorzaakt door malaria. Stilstaand water en muggen konden vooral in warmere gebieden voor problemen zorgen.
Epidemieën raakten niet alleen de gezondheid. Wanneer meerdere gezinsleden ziek werden of overleden, konden akkers niet worden bewerkt en raakten kinderen hun verzorgers kwijt. Kleine gemeenschappen hadden weinig reserves om zulke klappen op te vangen.
De aanleg van betere waterleidingen, hygiënische maatregelen en de verplaatsing van de begraafplaats waren daarom ook onderdeel van een langzaam groeiend bewustzijn rond volksgezondheid.
Traditionele huizen krijgen vorm
De huidige uitstraling van de historische kern werd grotendeels in de tweede helft van de negentiende eeuw gevormd. Veel huizen kregen twee of drie woonlagen, symmetrische gevels, grote ramen en kleine smeedijzeren balkons.
De gevels werden gepleisterd en in kleuren als oker, roodbruin, blauw en wit geschilderd. Rond ramen verschenen vaak witte omlijstingen en soms eenvoudige gipsdecoraties.
Een traditioneel huis bestond meestal uit een begane grond, een woonverdieping en een bovenste opslagruimte. In het Valenciaans worden deze verdiepingen onder meer planta baixa, cambra en porxe genoemd.
Op de begane grond konden dieren, gereedschap en oogstproducten worden ondergebracht. Het gezin woonde hoger, terwijl de bovenste verdieping werd gebruikt voor opslag, drogen of werkzaamheden.
Vanaf 1910 werden verbouwingen en nieuwe woningen door gemeentelijke bouwregels sterker gereguleerd. Sommige oude doorgangen, religieuze geveltegels en overbouwde straten verdwenen doordat zij niet meer mochten worden hersteld.
Water, molens en nijverheid
Brug verbindt het rivierdal
De hoge boogbrug boven het rivierdal is een van de herkenbare beelden van Orxeta. De constructie laat zien hoeveel moeite het kostte om wegen en verbindingen in dit ruige landschap aan te leggen.
De rivierbedding kan tijdens droge perioden vrijwel leeg lijken. Na zware regen voert dezelfde bedding plotseling grote hoeveelheden water, stenen en modder af. Een hoge brug voorkomt dat de verbinding bij iedere overstroming wordt onderbroken.
Betere wegen en bruggen verkleinden in de twintigste eeuw de afstand tot Villajoyosa en andere kustplaatsen. Landbouwproducten konden sneller worden vervoerd en inwoners kregen gemakkelijker toegang tot werk, winkels, medische zorg en onderwijs.
Graanmolens langs de rivier
Langs de Sella stonden vroeger meerdere watermolens. Water werd via een stuw en kanaal naar het molenrad of een verticale turbine geleid. De kracht bracht maalstenen in beweging waarmee graan tot meel werd vermalen.
De molenaar vervulde een belangrijke functie in het dorp. Gezinnen konden hun eigen tarwe, gerst of maïs laten malen en betaalden daarvoor geld of een deel van het meel.
Molens waren afhankelijk van voldoende stromend water. Droogte verminderde de productie, terwijl overstromingen stuwen, kanalen en gebouwen konden beschadigen.
Resten van molens en waterwerken vormen tegenwoordig industrieel en agrarisch erfgoed. Ze laten zien hoe bewoners natuurlijke energie gebruikten voordat elektriciteit en moderne machines beschikbaar waren.
El Teular maakte bouwmateriaal
Een bijzonder onderdeel van de plaatselijke nijverheid was El Teular, een keramische oven die vanaf het laatste deel van de negentiende eeuw tot in de jaren zeventig van de twintigste eeuw actief bleef.
De naam verwijst naar teules, Valenciaans voor dakpannen. De werkplaats produceerde gebogen dakpannen, holle bakstenen en speciale vloerstenen die bekendstonden als matacans.
Matacans kregen groeven die met de vingers in de nog zachte klei werden aangebracht. De ruwe structuur voorkwam dat paarden, muilezels en andere dieren op de vloer uitgleden.
De klei kwam uit een groeve bij La Corona. Zij werd gedroogd, gebroken, gezuiverd en met water gemengd. Na het vormen moesten de producten langzaam drogen voordat zij in de oven konden worden gebakken.
El Teular leverde materiaal aan Orxeta en omliggende plaatsen als Finestrat, Relleu en Villajoyosa. Oude huizen in deze streek bevatten mogelijk nog dakpannen, bakstenen en vloerdelen uit de Orxetaanse oven.
Uiteindelijk kon het kleine bedrijf niet concurreren met grotere, modernere fabrieken. De resten vormen tegenwoordig een belangrijk voorbeeld van traditionele industriële architectuur.
Twintigste eeuw verandert Orxeta
Landbouw verliest arbeidskrachten
De twintigste eeuw veranderde het leven in Orxeta ingrijpend. Mechanisering, betere wegen en nieuwe banen aan de kust maakten landbouw minder vanzelfsprekend als enige bron van inkomsten.
Jonge inwoners vertrokken naar Villajoyosa, Benidorm, Alicante en industriële gebieden. Sommigen emigreerden verder weg. Zij zochten een vast loon, betere woningen, onderwijs en moderne voorzieningen.
Daardoor werden terrassen minder intensief onderhouden en stonden huizen soms leeg. De achterblijvende bevolking vergrijsde en het aantal mensen dat dagelijks op het land werkte nam af.
De landbouw verdween niet volledig. Olijven, amandelen, johannesbrood, fruit en groenten bleven onderdeel van het landschap. Het werk werd echter vaker gecombineerd met een baan in de bouw, toeristische sector of dienstverlening.
Stuwmeer verandert de vallei
Aan het einde van de jaren veertig begon de aanleg van de stuwdam van Amadorio. De werkzaamheden startten in 1948 en veranderden het gebied waar de waterlopen uit Relleu en Sella samenkomen.
Het reservoir moest water opslaan voor de kustregio en landbouw. De aanleg betekende nieuwe infrastructuur, bouwarbeid en een blijvende verandering van het landschap tussen Orxeta en Villajoyosa.
Land, oude paden en landbouwpercelen kwamen binnen het reservoirgebied te liggen. De waterstand ging voortaan niet alleen samenhangen met regen en rivierafvoer, maar ook met regionaal waterbeheer.
Het stuwmeer groeide uit tot een herkenbaar onderdeel van Orxeta. Voor veel bezoekers lijkt het vooral een natuurgebied, maar het is in de eerste plaats belangrijke infrastructuur voor de watervoorziening van de Marina Baixa.
Kusttoerisme verandert werk
Vanaf de jaren vijftig en zestig groeide het toerisme aan de Costa Blanca snel. Benidorm ontwikkelde zich tot een internationale vakantiebestemming en ook Villajoyosa, Finestrat en andere kustplaatsen breidden uit.
Voor inwoners van Orxeta ontstonden banen in hotels, restaurants, bouwbedrijven, winkels, vervoer en onderhoud. Dankzij betere wegen konden mensen buiten het dorp werken zonder onmiddellijk te verhuizen.
De kustgroei had ook invloed op grond- en woningprijzen. Landelijke woningen en oude dorpshuizen werden aantrekkelijk voor mensen die rust zochten op korte afstand van Benidorm en zee.
Vanaf de laatste decennia van de twintigste eeuw vestigden zich steeds meer buitenlandse bewoners in en rond Orxeta. Onder hen waren gepensioneerden, tweedehuiseigenaren, natuurliefhebbers en mensen die aan de kust werkten maar liever landelijk woonden.
Hun komst bracht koopkracht en nieuwe vraag naar bouw, onderhoud en dienstverlening. Tegelijk veranderden taalgebruik, woningmarkt en bevolkingssamenstelling. Orxeta kreeg een internationale laag zonder zijn Spaanse en Valenciaanse kern volledig te verliezen.
Erfgoed blijft zichtbaar
Avondstraten bewaren dorpssfeer
De geschiedenis van Orxeta is niet alleen te vinden bij archeologische opgravingen en officiële monumenten. Ook de gewone straten, deuren, balkons en pleinen vertellen hoe het dorp zich ontwikkelde.
De afbeelding toont een rustige straat in de historische kern tijdens de avond. De smalle rijbaan, hoge gevels, balkons en planten laten zien hoe wonen en openbare ruimte hier dicht bij elkaar liggen.
Veel huizen zijn meerdere keren verbouwd. Achter een moderne keuken of geschilderde gevel kunnen natuurstenen muren, oude balken, opslagruimten of resten van een vroegere stal verborgen zijn.
Het historische centrum kreeg vooral in de tweede helft van de negentiende eeuw zijn huidige vorm. Sindsdien veranderden afzonderlijke gebouwen, maar het stratenpatroon en de kleinschalige verhouding tussen plein, kerk en woningen bleven herkenbaar.
Wasplaats en waterpunten
De historische wasplaats bij de Font dels Banyets herinnert aan het dagelijkse leven voordat woningen over leidingwater en wasmachines beschikten. Vrouwen kwamen er kleding en huishoudtextiel wassen op stenen vlakken langs de waterbak.
Het werk was zwaar, maar de wasplaats vormde ook een sociaal ontmoetingspunt. Nieuws, familiegebeurtenissen en dorpsverhalen werden tijdens het wassen uitgewisseld.
De Font dels Banyets en de wasplaats werden aan het einde van de twintigste eeuw gerestaureerd. De plek is beschermd vanwege de historische en etnologische waarde. Etnologisch erfgoed gaat over de manier waarop mensen leefden, werkten en tradities doorgaven.
Archief en virtueel museum
Orxeta beschikt over een gemeentelijk archief waarin documenten over bestuur, eigendom, landbouw, kerk, feesten en dagelijks leven worden bewaard. Oude registers maken het mogelijk om gebeurtenissen en families over lange perioden te volgen.
Ook kerkelijke documenten werden tijdelijk naar betere opslagomstandigheden overgebracht toen bleek dat vocht, insecten en verouderde inkt schade veroorzaakten. Het behoud van zulke stukken is belangrijk omdat geschreven bronnen informatie bevatten die niet uit gebouwen of archeologie kan worden afgeleid.
Het Museo Virtual Orxetano brengt archeologische, historische, etnografische en natuurlijke informatie digitaal samen. Hierdoor kunnen inwoners, onderzoekers en bezoekers het erfgoed bekijken zonder dat alle objecten permanent in een fysiek museum hoeven te worden tentoongesteld.
Het project besteedt aandacht aan prehistorie, Iberische en Romeinse vondsten, het Castellet, de kerk, hermitage, traditionele huizen, waterwerken, industrie, gebruiken en mondelinge verhalen.
Tradities verbinden generaties
De patroonfeesten ter ere van Sant Tomàs de Villanueva en Sant Nazari houden de band met het verleden levend. Processies, bedevaarten, muziek, gezamenlijke maaltijden en vuurwerk brengen families en verenigingen samen.
De heiligen zijn niet de officiële naamgevers van de parochiekerk, maar hebben wel belangrijke zijaltaren en een centrale plaats in de dorpsfeesten. Sant Jaume Apòstol blijft de heilige aan wie de kerk zelf is gewijd.
Plaatselijke peñas, groepen vrienden en feestvierders, organiseren een groot deel van de activiteiten. Jongeren krijgen zo verantwoordelijkheid binnen tradities die door oudere generaties zijn doorgegeven.
Ook muziek speelt een belangrijke rol. De Lira Orxetana en andere muzikale groepen begeleiden feesten en culturele activiteiten. Dorpsmuziek is in de Valenciaanse Gemeenschap sterk verbonden met familie, opleiding en gemeenschapsleven.
Legenden rond heiligen, bronnen, rotsen en vroegere bewoners behoren eveneens tot het immateriële erfgoed. Niet iedere legende is letterlijk historisch waar, maar zulke verhalen tonen hoe inwoners gebeurtenissen en bijzondere plekken door de eeuwen heen betekenis gaven.
Meer lezen over Orxeta
Wie de geschiedenis van Orxeta beter wil plaatsen, kan op MijnAlicante.nl verder lezen bij de algemene informatie over Orxeta. Daar staat meer over de ligging, bevolking, voorzieningen, rivier en verbinding met de kust.
De Sella, het stuwmeer van Amadorio, planten, dieren en wandelroutes worden uitgebreider beschreven bij de natuur rond Orxeta. De natuurlijke omgeving en geschiedenis zijn sterk met elkaar verbonden, omdat water en bergen het leven hier altijd hebben bepaald.
Wie de kerk, wasplaats, dorpsstraten, wandelpaden en andere historische plekken zelf wil bezoeken, vindt praktische informatie bij toerisme in Orxeta.
Nederlanders en Belgen die overwegen zich permanent in de Marina Baixa te vestigen, kunnen verder lezen bij wonen in Orxeta. Voor gezinnen is ook onderwijs in Orxeta relevant.
De geschiedenis van Orxeta begint niet bij de bouw van de huidige kerk of de stichting van de moderne gemeente. De rotsschilderingen tonen dat mensen duizenden jaren geleden al in het landschap aanwezig waren. Iberische nederzettingen, Romeinse vondsten en het islamitische Castellet voegen daar telkens een nieuwe laag aan toe.
De middeleeuwse strijd om het kasteel, de langdurige aanwezigheid van de Orde van Santiago en de groei van de moriscogemeenschap bepaalden vervolgens het dorp. De verdrijving van 1609 sneed die ontwikkeling abrupt af, waarna de bevolkingsbrief van 1613 een moeizame nieuwe start mogelijk maakte.
In de achttiende en negentiende eeuw groeide Orxeta opnieuw als landbouwdorp. De kerk, huizen, waterwerken, molens en keramische oven vertellen hoe inwoners leefden van grond, water en plaatselijke nijverheid.
De twintigste eeuw bracht epidemieën, emigratie, betere wegen, het stuwmeer en de snelle groei van de kust. Orxeta werd daardoor minder geïsoleerd en kreeg nieuwe bewoners, maar behield een duidelijke dorpsidentiteit.
Wie vandaag door Orxeta wandelt, ziet dus meer dan een fraai dorp tussen bergen en kust. Onder de rustige straten ligt een geschiedenis van rotskunst, landbouw, geloof, macht, verdrijving, wederopbouw en aanpassing. Juist die opeenstapeling maakt Orxeta tot een dorp met een bijzonder sterk geheugen.
Dit artikel is voor het laatst bijgewerkt op 2 augustus 2026.

