Geschiedenis van l’Atzúbia

Bergachtig landschap rond l’Atzúbia en Forna in de Marina Alta

Wortels in meerdere tijdperken

De geschiedenis van l’Atzúbia en Forna gaat veel verder terug dan de huidige witte huizen, rustige straten en citrusboomgaarden doen vermoeden. In het grondgebied zijn sporen gevonden die wijzen op menselijke aanwezigheid tijdens de bronstijd en in de Iberische en Romeinse perioden. De dorpen zoals we die nu kennen, kregen echter vooral vorm tijdens de islamitische periode van de Marina Alta.

L’Atzúbia, in het Spaans vanouds ook Adsubia genoemd, ontstond in een landschap waar water, beschutting en landbouwgrond dicht bij elkaar lagen. Forna ontwikkelde zich enkele kilometers verderop in een kleinere vallei, onder een strategische hoogte waarop uiteindelijk het indrukwekkende kasteel van Forna verrees. Hoewel beide plaatsen tegenwoordig één gemeente vormen, hadden zij eeuwenlang een eigen bestuur, eigen heren en een afzonderlijke ontwikkeling.

De geschiedenis van l’Atzúbia en Forna is daardoor geen eenvoudig verhaal met één beginpunt. Prehistorische bewoners, Iberiërs, Romeinen, islamitische boeren, christelijke veroveraars, moriscos, Mallorcaanse herbevolkers en latere generaties hebben allemaal hun sporen achtergelaten. Sommige daarvan zijn zichtbaar in stenen gebouwen, andere in straatnamen, familienaam­en, landbouwterrassen en de manier waarop water door het landschap wordt geleid.

Wie tegenwoordig door l’Atzúbia of Forna wandelt, ziet een kleine en rustige gemeenschap. Onder die kalme buitenkant liggen echter eeuwen van politieke verandering, geloofsstrijd, gedwongen vertrek, herbevolking en aanpassing. Juist die verschillende lagen maken de geschiedenis van deze gemeente in de Marina Alta zo interessant.

Sporen vóór de dorpen

Lang voordat l’Atzúbia en Forna als dorpen werden genoemd, leefden mensen in dit deel van het huidige Alicante. Regionale erfgoedbronnen wijzen op vondsten en sporen uit de bronstijd en uit de Iberische en Romeinse perioden. Het bergachtige landschap bood beschutting, terwijl de lagere delen geschikt waren voor landbouw en veeteelt.

Over de precieze omvang van deze vroege nederzettingen is minder bekend dan over latere perioden. Het ging waarschijnlijk niet om grote steden, maar om verspreide woonplaatsen, landbouwbedrijven en versterkte punten. De ligging tussen het kustgebied, de vallei van Pego en de doorgangen naar het binnenland maakte de omgeving aantrekkelijk voor bewoning en verkeer.

Ook tijdens de Romeinse tijd werd de vruchtbare grond benut. In de bredere omgeving zijn aanwijzingen gevonden voor agrarische activiteiten en de verwerking van landbouwproducten. Romeinse bewoners bouwden voort op oudere routes en maakten gebruik van de natuurlijke doorgangen tussen de kustvlakte en het bergachtige achterland.

Na het verdwijnen van het West-Romeinse gezag veranderde de politieke situatie meerdere keren. Over de directe ontwikkeling van l’Atzúbia in deze eeuwen is weinig met zekerheid te zeggen. De duidelijk herkenbare oorsprong van de huidige dorpskern moet vooral worden gezocht in de periode van islamitisch bestuur op het Iberisch Schiereiland.

Arabische naam en dorpsvorm

De naam Atzúbia is van Arabische oorsprong. De meest gebruikte regionale verklaring volgt de taalkundige Joan Coromines en verbindt de naam met het Arabische woord zubia, dat kan worden uitgelegd als een kuil, laaggelegen plek of ingesloten terrein. Dat past bij de ligging van het dorp in een beschutte vallei tussen berghellingen.

Andere taalkundige publicaties hebben de naam in verband gebracht met az-zāwiya, een Arabische term voor een kleine gebedsplaats, religieus verblijf of kluizenarij. De precieze etymologische verklaring is daardoor niet volledig onomstreden. Wel bestaat brede overeenstemming dat de naam uit de Arabische taalperiode stamt.

Ook de naam Forna heeft waarschijnlijk een Arabische achtergrond. Regionale bronnen verbinden deze naam met een woord dat verwijst naar een smalle, donkere of ingesloten plaats. Dat sluit aan bij de ligging van Forna in een kleinere vallei die aan verschillende kanten door bergen en heuvels wordt omgeven.

De huidige straatstructuur van l’Atzúbia herinnert nog aan de islamitische oorsprong. De oude kern was lang en betrekkelijk smal en volgde de vorm van het terrein. Smalle straten, korte verbindingen, beschutte hoeken en dicht op elkaar gebouwde huizen boden bescherming tegen zomerhitte en harde wind.

Forna behield eveneens kenmerken van een historische alquería. Een alquería was een kleine agrarische nederzetting uit de islamitische periode, bestaande uit woningen en de bijbehorende akkers, waterpunten en landbouwvoorzieningen. Zulke nederzettingen lagen verspreid door de valleien van de Marina Alta.

Landbouw dankzij slim waterbeheer

De islamitische bewoners beschikten over uitgebreide kennis van landbouw en waterbeheer. Berghellingen werden met stenen muren in terrassen verdeeld, zodat regenwater en vruchtbare grond niet onmiddellijk wegspoelden. Kleine kanalen, bronnen, waterbekkens en natuurlijke afvoeren werden gebruikt om akkers en tuinen van water te voorzien.

Voor Nederlandse en Belgische lezers lijkt het mediterrane landschap soms volledig natuurlijk. Veel hellingen rond l’Atzúbia en Forna zijn echter eeuwenlang door mensen bewerkt. De stenen terrassen, perceelgrenzen, paden en waterlopen vormen samen een historisch cultuurlandschap.

Olijven, vijgen, amandelen, granen, druiven en groenten waren belangrijke gewassen. Citrusvruchten kregen pas in latere eeuwen een veel grotere commerciële betekenis. De landbouw was aanvankelijk vooral gericht op de voedselvoorziening van bewoners en op het betalen van belastingen en pacht aan plaatselijke machthebbers.

Water was daarbij kostbaar. De beschikbare hoeveelheid moest zorgvuldig worden verdeeld tussen verschillende percelen en families. Regels over watergebruik waren essentieel om conflicten te voorkomen. Restanten van waterpunten, wasplaatsen en irrigatiestructuren vertellen nog altijd hoe belangrijk die organisatie was.

Het landschap was niet alleen economisch waardevol. De bergen boden ook bescherming en vormden natuurlijke grenzen. Vanuit hogere punten konden wegen, doorgangen en landbouwgronden worden overzien. Deze combinatie van landbouw en verdediging speelde een grote rol bij de ontwikkeling van Forna en zijn kasteel.

Jaume I verandert het bestuur

In de dertiende eeuw veranderde de politieke situatie ingrijpend. Koning Jaume I van Aragón veroverde grote delen van het gebied dat later het koninkrijk Valencia zou vormen. De streek rond l’Atzúbia en Forna kwam daardoor onder christelijk bestuur binnen de Kroon van Aragón.

Voor deze ontwikkeling wordt vaak het woord Reconquista gebruikt. Voor Nederlandse en Belgische lezers is de omschrijving christelijke verovering meestal duidelijker. De verandering betekende niet dat alle islamitische bewoners onmiddellijk verdwenen. In veel kleine dorpen bleven zij aanvankelijk wonen en werken.

Traditionele straat en huizen in de oude dorpskern van l’Atzúbia

Deze islamitische inwoners werden mudéjares genoemd. Dat waren moslims die onder christelijk gezag leefden en onder bepaalde voorwaarden hun geloof en gebruiken konden behouden. Zij betaalden belastingen aan nieuwe heren en bleven vaak verantwoordelijk voor de landbouw, irrigatie en het onderhoud van de terrassen.

In 1258 schonk Jaume I rechten in het gebied aan Arnau de Romaní. In deze periode was de streek het toneel van conflicten tussen de nieuwe christelijke machthebbers en islamitische groepen onder leiding van Al-Azraq. Deze invloedrijke islamitische leider organiseerde in de dertiende eeuw meerdere opstanden in de bergachtige gebieden van het huidige Alicante.

Het kasteel van Forna bevond zich gedurende een deel van deze onrustige periode in de invloedssfeer of het bezit van Al-Azraq. Nadat de christelijke macht verder was gevestigd, werd het gebied verdeeld onder personen die de koning hadden gesteund of aan wie de kroon schulden had.

De politieke macht veranderde daardoor sneller dan het dagelijkse leven. De bewoners bleven de bestaande akkers, kanalen en terrassen gebruiken. Het water moest blijven stromen en de oogst moest worden binnengehaald, ongeacht wie officieel heer van het gebied was.

Forna wordt een baronie

Forna kreeg na de christelijke verovering een bijzondere bestuurlijke positie. Het gebied werd een baronie: een heerlijkheid waar een adellijke heer rechten bezat over grond, belastingen, bestuur en inwoners. De eerste christelijke vermeldingen van Forna dateren uit de dertiende eeuw.

Jaume I vertrouwde het bestuur aanvankelijk toe aan personen die bij de strijd tegen Al-Azraq betrokken waren geweest. Later ging de baronie door vererving, verkoop of huwelijk over naar verschillende adellijke families. Daarmee werd Forna onderdeel van het feodale stelsel van het koninkrijk Valencia.

De bewoners bewerkten grond die juridisch onder de heer viel. Zij betaalden pacht en andere heffingen en moesten zich houden aan regels die in overeenkomsten en plaatselijke gebruiken waren vastgelegd. Voor de adellijke eigenaar vormden landbouw, belastingen en rechten de belangrijkste bronnen van inkomsten.

Het kasteel boven Forna werd het zichtbare symbool van deze machtsverhouding. Het diende niet alleen ter verdediging, maar ook als verblijf, bestuurscentrum en teken van adellijk gezag. De geschiedenis van het gebouw laat goed zien hoe een militaire positie geleidelijk veranderde in een comfortabeler herenpaleis.

Kasteel groeit uit tot paleis

Het kasteel van Forna is het belangrijkste historische monument van de gemeente. Toch geeft het woord kasteel maar een deel van het verhaal weer. Het huidige gebouw is vooral een versterkt adellijk paleis met een centrale binnenplaats en vier hoektorens.

Het oudste deel is de westelijke toren, die waarschijnlijk uit de Almohadische periode stamt. De Almohaden waren een Noord-Afrikaanse dynastie die in de twaalfde en vroege dertiende eeuw grote delen van Al-Andalus bestuurde. Deze toren maakte vermoedelijk deel uit van een oudere islamitische versterking.

In de veertiende en vijftiende eeuw werd het complex uitgebreid. Toen de familie Cruïlla eigenaar van de baronie werd, verrees een groter en comfortabeler herenpaleis. Het gebouw kreeg grotendeels de vorm die vandaag nog herkenbaar is en geldt als een belangrijk voorbeeld van burgerlijke en paleisachtige gotische architectuur in de regio Valencia.

De onderste ruimten hadden praktische functies. Er waren plaatsen voor opslag, dieren, bewaking, voedselbereiding en het verwerken van landbouwproducten. Op de bovenverdieping lagen de woonvertrekken en zalen waar de adellijke familie gasten kon ontvangen en langere tijd kon verblijven.

Bijzonder zijn de historische graffiti die in het interieur bewaard zijn gebleven. Op muren werden onder meer schepen, dieren, draken, ridders, toernooien en decoratieve vormen getekend. Deze afbeeldingen geven een zeldzaam en persoonlijk inkijkje in de belevingswereld van bewoners en bezoekers uit de late middeleeuwen.

In oudere toeristische teksten wordt het gebouw soms een Tempelierskasteel genoemd. Voor een rechtstreekse bouw of langdurige bewoning door de Tempeliers bestaat echter onvoldoende historische onderbouwing. Het is daarom nauwkeuriger om te spreken van een versterkt herenpaleis met een oudere islamitische voorganger en een sterke band met de baronie en de familie Cruïlla.

Mudéjares worden moriscos

De positie van de islamitische bevolking werd na de christelijke verovering steeds moeilijker. Aanvankelijk leefden veel bewoners als mudéjares verder, maar de druk om zich tot het christendom te bekeren nam toe. In het begin van de zestiende eeuw werden gedwongen bekeringen doorgevoerd.

Vanaf dat moment werden de bekeerde moslims en hun nakomelingen moriscos genoemd. Officieel waren zij christenen, maar veel families behielden elementen van hun taal, kleding, eetgewoonten en familiecultuur. Dat leidde tot wantrouwen bij kerkelijke en wereldlijke machthebbers.

In de valleien van de noordelijke provincie Alicante vormden moriscos in veel plaatsen het grootste deel van de bevolking. Zij bezaten belangrijke kennis over landbouw, waterbeheer en lokale omstandigheden. Tegelijk waren zij afhankelijk van adellijke heren, aan wie zij pacht, belastingen en andere heffingen betaalden.

Het dagelijkse leven werd hierdoor gekenmerkt door een ingewikkelde combinatie van continuïteit en onderdrukking. De landbouw en dorpsstructuren bleven grotendeels bestaan, maar de vrijheid om religie en cultuur openlijk te beleven verdween steeds verder.

Ook in l’Atzúbia en Forna vormden moriscos tot het begin van de zeventiende eeuw de kern van de bevolking. Hun gedwongen vertrek zou een van de grootste breuken in de plaatselijke geschiedenis veroorzaken.

De grote breuk van 1609

In 1609 beval koning Filips III de uitwijzing van de moriscos uit Spanje. Het koninkrijk Valencia werd als eerste en bijzonder zwaar getroffen. In veel dorpen van de Marina Alta vormden moriscos vrijwel de volledige bevolking.

Bewoners moesten hun huizen, akkers, dieren en vertrouwde omgeving achterlaten. Vanuit verschillende verzamelplaatsen werden zij naar de kust gebracht en per schip naar Noord-Afrika vervoerd. Gezinnen verloren bezit en zekerheid en kwamen in een voor hen vaak onbekende omgeving terecht.

Ook l’Atzúbia en Forna liepen leeg. De uitwijzing betekende niet alleen het vertrek van mensen, maar ook het verlies van landbouwkennis, arbeidskracht, familieverbanden en een eeuwenoude sociale structuur. Huizen stonden leeg en landbouwpercelen werden tijdelijk niet of minder intensief bewerkt.

De gevolgen waren direct zichtbaar. Terrassen, waterkanalen en boomgaarden vroegen voortdurend onderhoud. Zonder voldoende bewoners konden muren instorten, waterlopen dichtgroeien en oogsten verloren gaan. Voor de adellijke heren betekende de ontvolking bovendien een groot verlies aan inkomsten.

De uitwijzing was daarom zowel een menselijke tragedie als een economische crisis. Het landschap bleef bestaan, maar de mensen die het generaties lang hadden gevormd, waren verdwenen. De daaropvolgende herbevolking kon deze breuk niet ongedaan maken.

Mallorcanen komen in 1611

De eigenaren van l’Atzúbia en Forna probeerden na 1609 zo snel mogelijk nieuwe bewoners aan te trekken. Daarbij werden zogenoemde cartes pobles of bevolkingsbrieven opgesteld. Zo’n document beschreef onder welke voorwaarden nieuwe bewoners huizen en grond mochten gebruiken.

Voor l’Atzúbia werd op 28 augustus 1611 een bevolkingsbrief verleend door de heer Francesc Roca. Zes boerenfamilies uit Mallorca namen de eerste herbevolking op zich. Onder hen bevonden zich bewoners met de familienamen Pons en Vicens.

Traditionele witte huizen langs een straat in l’Atzúbia

Later kwamen daar onder meer families met namen als Server en Alemany bij. Verschillende van deze familienamen zijn nog altijd in l’Atzúbia en de omliggende streek te vinden. Daardoor is de herbevolking uit Mallorca niet alleen een historische gebeurtenis, maar ook herkenbaar in de huidige bevolking.

Voor Forna werd enkele dagen later, op 2 september 1611, een aparte bevolkingsbrief ondertekend. Àngela Pallàs sloot de overeenkomst met acht Mallorcaanse families die zich in en rond de verlaten nederzetting vestigden.

De nieuwe bewoners kregen huizen en landbouwgrond in gebruik, maar werden niet volledig eigenaar zoals dat tegenwoordig wordt begrepen. Zij moesten pacht, delen van de oogst en andere heffingen aan de heer betalen. De voorwaarden konden zwaar zijn en hielden het feodale systeem in stand.

De Mallorcaanse gezinnen troffen een landschap aan dat al eeuwenlang was ingericht. Zij namen bestaande huizen, terrassen, waterlopen en paden over. Tegelijk brachten zij hun eigen familienamen, taalvarianten, religieuze gebruiken en landbouwervaring mee.

Deze herbevolking had grote invloed op de taal en cultuur van de noordelijke Marina Alta. In verschillende dorpen zijn nog woorden, uitspraken en familienamen herkenbaar die een band met Mallorca hebben. De nieuwe bewoners vormden de basis van de christelijke dorpsgemeenschappen die zich in de zeventiende en achttiende eeuw verder ontwikkelden.

Kerk wordt nieuw middelpunt

Na de herbevolking kreeg de christelijke kerk een steeds centralere rol. De parochiekerk van San Vicente Ferrer, in het Valenciaans Sant Vicent Ferrer, werd in de achttiende eeuw gebouwd. Mogelijk gingen eerdere religieuze voorzieningen aan het huidige gebouw vooraf.

De kerk werd vormgegeven in de klassieke bouwstijl van die periode. Het oorspronkelijke gebouw bestond uit één hoofdbeuk met zijkapellen tussen de steunberen. Bij latere verbouwingen werd een extra zijbeuk toegevoegd en veranderde het uiterlijk van de kerk.

De huidige opvallende klokkentoren is aanzienlijk jonger dan het kerkgebouw zelf. De toren werd in de jaren zestig van de twintigste eeuw toegevoegd. Daardoor bestaat het herkenningspunt dat bezoekers nu zien uit onderdelen uit verschillende perioden.

In een kleine agrarische gemeenschap was de kerk veel meer dan een plaats voor de mis. Zij vormde het decor voor dopen, huwelijken, begrafenissen, processies en feestdagen. De kerkklokken markeerden het dagritme en waarschuwden bij bijzondere gebeurtenissen.

Rond de kerk en het dorpsplein ontwikkelde zich het sociale centrum van l’Atzúbia. Bewoners ontmoetten elkaar er, deelden nieuws en organiseerden gezamenlijke activiteiten. De kerkelijke kalender gaf structuur aan het jaar en vormde de basis voor feesten die nog steeds worden gevierd.

Forna heeft een eigen kerk, gewijd aan San Bernardo Abad of Sant Bernat Abat. Halverwege de negentiende eeuw viel deze parochie nog onder Villalonga. In 1915 werd zij kerkelijk toegevoegd aan de parochie van Sant Vicent Ferrer in l’Atzúbia.

Landbouw bepaalt het bestaan

In de achttiende en negentiende eeuw bleef landbouw de belangrijkste bestaansbron. Gezinnen verbouwden graan, amandelen, olijven, vijgen, druiven en groenten. Dieren leverden vlees, melk, wol, mest en trekkracht. Veel werkzaamheden werden met de hand of met eenvoudige werktuigen uitgevoerd.

Het leven volgde de seizoenen. Snoeien, planten, oogsten en het herstellen van terrassen bepaalden het werkritme. Slechte regenval, storm, vorst of ziekte in gewassen konden een gezin zwaar treffen. Bewoners waren daardoor afhankelijk van familie, buren en de bredere dorpsgemeenschap.

Waterpunten en gezamenlijke wasplaatsen hadden een praktische en sociale betekenis. Bij de bron of het washuis werd water gehaald, kleding gewassen en nieuws uitgewisseld. Vooral vrouwen kwamen hier regelmatig samen, waardoor zulke plaatsen een belangrijk onderdeel van het sociale leven waren.

Het oude washuis van l’Atzúbia bestaat nog altijd en is gerestaureerd. Ook Forna heeft een historisch washuis. Deze eenvoudige gebouwen vertellen misschien minder spectaculair over het verleden dan het kasteel, maar stonden veel dichter bij het dagelijkse leven van de meeste bewoners.

In de negentiende eeuw verschenen in l’Atzúbia verschillende ruimere huizen. Sommige daarvan werden gebouwd of verbouwd door families die dankzij landbouw, handel of inkomsten van elders meer financiële ruimte hadden gekregen. De brede gevels en grotere interieurs wijken af van de oudere, compactere woningen.

Pego, Oliva en Dénia waren belangrijke marktplaatsen voor landbouwproducten en benodigdheden. Via deze plaatsen werden producten uit de valleien verder verhandeld. Verbeterde wegen maakten het geleidelijk eenvoudiger om goederen en mensen tussen dorp, kust en grotere plaatsen te vervoeren.

Onrust in de negentiende eeuw

De negentiende eeuw was in Spanje een periode van politieke instabiliteit, oorlogen en economische verandering. Ook bewoners van kleine gemeenten kregen te maken met belastingen, dienstplicht en wisselende machthebbers. Over directe gevechten in l’Atzúbia en Forna is minder bekend, maar de landelijke bevolking kon zich niet volledig aan de gevolgen onttrekken.

De Carlistenoorlogen zorgden in verschillende delen van Spanje voor onrust. Bergachtige streken boden ruimte aan troepen en gewapende groepen, terwijl dorpen voedsel, dieren of onderdak konden verliezen. Het is verstandig om voorzichtig te zijn met stellige beweringen over afzonderlijke gebeurtenissen in l’Atzúbia zolang concrete lokale documenten ontbreken.

Economische moeilijkheden brachten sommige bewoners ertoe elders werk te zoeken. Jongemannen vertrokken tijdelijk of permanent naar grotere plaatsen, de kust, Valencia of verder weg. Anderen bleven in het dorp en combineerden landbouw met ambachtelijk werk.

Ondanks deze veranderingen bleef de structuur van de gemeenschap herkenbaar. Familie, kerk, land en burenhulp vormden de basis. Feesten en religieuze tradities bleven belangrijke momenten waarop bewoners samenkwamen en de dorpsidentiteit bevestigden.

Forna en l’Atzúbia verenigd

Forna en l’Atzúbia waren eeuwenlang afzonderlijke bestuurlijke eenheden. Aan het begin van de twintigste eeuw werd Forna bij l’Atzúbia gevoegd. Regionale samenvattingen noemen zowel 1910 als 1911, waarbij erfgoedinformatie over het kasteel en de gemeente de bestuurlijke samenvoeging doorgaans in 1911 plaatst.

De fusie betekende dat beide kernen voortaan één gemeentebestuur deelden. L’Atzúbia werd de hoofdplaats met het gemeentehuis en de meeste voorzieningen. Forna behield zijn eigen dorpskern, kerk, feesten en sterke plaatselijke identiteit.

De samenvoeging maakte het bestuur efficiënter in een periode waarin kleine gemeenten moeite hadden om alle publieke taken afzonderlijk te organiseren. Tegelijk bleef de afstand tussen beide kernen niet alleen geografisch voelbaar. Forna bleef kleiner, landelijker en sterker rond het kasteel en de eigen vallei georganiseerd.

Bewoners van Forna worden in het Valenciaans fornalers en fornaleres genoemd. Inwoners van l’Atzúbia heten atzubians en atzubianes. Het voortbestaan van beide benamingen onderstreept dat de twee gemeenschappen binnen één gemeente hun eigen identiteit hebben gehouden.

Voor bezoekers maakt juist die dubbele structuur de gemeente interessant. L’Atzúbia laat het dagelijkse dorpsleven en de ontwikkeling van een grotere agrarische kern zien. Forna bewaart het karakter van een kleine voormalige heerlijkheid rond een middeleeuws kasteel.

Veranderingen in de twintigste eeuw

Dorpsomgeving en berglandschap rond l’Atzúbia in de Marina Alta

De twintigste eeuw bracht snellere veranderingen dan veel voorgaande perioden. Nieuwe wegen, elektriciteit, stromend water, gemotoriseerd vervoer en moderne communicatiemiddelen veranderden het dagelijkse leven. Werk dat vroeger dagen kostte, kon steeds sneller worden uitgevoerd.

De Spaanse Burgeroorlog van 1936 tot 1939 en de daaropvolgende dictatuur van Francisco Franco hadden gevolgen voor iedere Spaanse gemeente. Ook inwoners van l’Atzúbia en Forna kregen te maken met politieke spanning, schaarste en de moeilijke economische omstandigheden van de naoorlogse jaren.

Lokale geschiedenis uit deze periode vraagt zorgvuldig archiefonderzoek. Gemeentelijke notulen en andere documenten uit de jaren dertig zijn deels bewaard gebleven, maar algemene landelijke gebeurtenissen mogen niet zonder bewijs worden vertaald naar specifieke persoonlijke verhalen of incidenten in het dorp.

Na de oorlog bleef de landbouw belangrijk, maar steeds meer jongeren vertrokken op zoek naar ander werk. Pego, Oliva, Dénia, Gandía en Valencia boden meer mogelijkheden in handel, industrie en dienstverlening. Vanaf de ontwikkeling van het kusttoerisme kwamen daar banen in bouw, horeca en toeristische bedrijven bij.

Door deze uittocht vergrijsde de bevolking en kwamen woningen en landbouwgronden leeg te staan. Sommige terrassen werden niet langer onderhouden. Tegelijk bleven families die elders woonden vaak een sterke band met het dorp houden. Tijdens vakanties en feesten keerden zij terug naar hun familiehuis.

De landbouw veranderde eveneens. Machines namen werkzaamheden over die vroeger met dieren of met de hand werden uitgevoerd. Citrusvruchten kregen in de lagere, goed bevloeide delen van het landschap een steeds grotere economische betekenis. Traditionele droge landbouw bleef zichtbaar op de hogere en minder waterrijke terrassen.

Kusttoerisme verandert de regio

Vanaf de tweede helft van de twintigste eeuw groeide het toerisme aan de Costa Blanca en de kust van Valencia sterk. L’Atzúbia en Forna lagen niet aan zee en veranderden daardoor minder snel dan plaatsen als Dénia en Oliva. Toch was de invloed van het toerisme duidelijk merkbaar.

Bewoners vonden werk in hotels, restaurants, bouwbedrijven, onderhoud en andere diensten aan de kust. Verbeterde wegen maakten dagelijks reizen eenvoudiger. De plaatselijke economie werd daardoor minder volledig afhankelijk van landbouw.

Vanaf de laatste decennia van de twintigste eeuw ontdekten ook buitenlandse woningzoekers het binnenland van de Marina Alta. Britten, Nederlanders, Belgen, Duitsers en andere Europeanen kochten of huurden woningen in en rond kleine dorpen.

Sommige leegstaande huizen werden gerestaureerd en opnieuw bewoond. Nieuwe bewoners brachten inkomsten en vraag naar onderhoud, bouw en dienstverlening. Tegelijk veranderde de samenstelling van de bevolking en ontstond een kleine internationale gemeenschap.

L’Atzúbia bleef ondanks deze ontwikkeling herkenbaar als een Valenciaans dorp. Het toerisme werd nooit zo dominant als aan de kust. Landbouw, lokale families, de Valenciaanse taal en traditionele feesten bleven belangrijke onderdelen van de identiteit.

Voor mensen die tegenwoordig nadenken over wonen in Alicante of emigreren naar Spanje is juist die balans aantrekkelijk. De kust ligt op rijafstand, terwijl het dagelijkse leven minder sterk door massatoerisme wordt bepaald.

Officiële naam wordt l’Atzúbia

De gemeente stond in officiële Spaanse documenten lange tijd bekend als Adsubia. In het dagelijkse Valenciaanse taalgebruik werd de naam l’Atzúbia gebruikt. Die vorm sluit aan bij de plaatselijke uitspraak en de Valenciaanse taaltraditie.

In december 2014 keurde de Valenciaanse regering de officiële naamswijziging goed. Sindsdien is l’Atzúbia de officiële gemeentenaam. De wijziging werd begin 2015 ook in de landelijke Spaanse staatscourant gepubliceerd.

De Spaanse naam Adsubia wordt nog steeds gebruikt in oudere documenten, kaarten, vastgoedadvertenties en gesprekken. Voor historisch onderzoek is het daarom verstandig op beide schrijfwijzen te zoeken.

De officiële keuze voor l’Atzúbia was meer dan een kleine spellingwijziging. Zij bevestigde de plaatselijke Valenciaanse identiteit en bracht de gemeentenaam in overeenstemming met de taal die al generaties in het dorp wordt gesproken.

Forna behield binnen de gemeente zijn eigen naam. De volledige gemeente wordt in toeristische informatie vaak aangeduid als l’Atzúbia-Forna, hoewel de officiële gemeentenaam l’Atzúbia is.

Restauratie van het kasteel

Het kasteel van Forna bleef eeuwenlang het opvallendste monument van de gemeente. Door ouderdom, regenwater en eerdere ingrepen ontstonden echter problemen met muren, daken en de stabiliteit van delen van het gebouw.

In juli 2024 begon het Spaanse ministerie van Cultuur via het Instituto del Patrimonio Cultural de España met een uitgebreide restauratie. Het doel was om het gebouw stabiel en waterdicht te maken, historische materialen te behouden en de toegankelijkheid te verbeteren zonder het karakter van het monument aan te tasten.

Tijdens de werkzaamheden kregen onder meer muren, daken, vloeren, afvoer en kwetsbare bouwdelen aandacht. Restauratoren moesten rekening houden met de verschillende bouwfasen, van de Almohadische westtoren tot de uitbreidingen uit de veertiende en vijftiende eeuw.

De restauratie werd in oktober 2025 voltooid. Daarmee kreeg een van de belangrijkste voorbeelden van gotische burgerlijke en paleisachtige architectuur in de Comunidad Valenciana nieuwe bescherming voor de toekomst.

De werkzaamheden maakten ook duidelijk dat het kasteel meer is dan een decor boven Forna. Het gebouw is een historische bron waarin architectuur, oude graffiti, gebruikssporen en bouwmaterialen informatie geven over verschillende perioden.

Voor de gemeente betekent het behoud van het kasteel een kans om cultuurtoerisme te ontwikkelen zonder het kleinschalige karakter van Forna te verliezen. Actuele bezoekmogelijkheden en openingstijden kunnen veranderen en moeten vooraf worden gecontroleerd.

Erfgoed buiten het kasteel

Hoewel het kasteel van Forna de meeste aandacht trekt, bestaat het lokale erfgoed uit veel meer. De straten van l’Atzúbia, de ruime negentiende-eeuwse huizen, de kerk, fonteinen, wasplaatsen en waterwerken vertellen gezamenlijk het verhaal van de dorpsgemeenschap.

Op het plein van l’Atzúbia staat een fontein met een vormgeving die is geïnspireerd op het Moorse verleden. Het is geen middeleeuws islamitisch monument, maar een latere verwijzing naar de historische wortels van het dorp.

De Casa Abadia, de pastorie, en de ondergrondse bron in Forna behoren eveneens tot het plaatselijke erfgoed. De pastorie werd door de gemeenschap voor verschillende functies gebruikt en is nauw verbonden met de kerk en het sociale leven van de kleine kern.

Ook de kalkovens in het buitengebied herinneren aan verdwenen ambachten. In zulke ovens werd kalksteen langdurig verhit om kalk te produceren. Dit materiaal werd gebruikt voor mortel, het witten van huizen, ontsmetting en verschillende werkzaamheden in de landbouw.

Historische paden verbonden huizen, velden, waterpunten, omliggende dorpen en markten. Sommige routes worden tegenwoordig als wandelpad gebruikt. Wie daar loopt, volgt vaak dezelfde doorgangen waarover landbouwers, dieren en handelaren zich eeuwenlang verplaatsten.

Juist deze kleinere elementen maken de geschiedenis tastbaar. Een wasplaats of stenen terras vertelt minder over koningen en oorlogen, maar meer over het dagelijkse leven van de meeste inwoners.

Feesten bewaren herinneringen

De geschiedenis van l’Atzúbia leeft voort in de jaarlijkse feesten. De belangrijkste patroonfeesten worden tijdens het eerste weekend van september gehouden ter ere van Sant Vicent Ferrer. Ook de viering van Moren en Christenen maakt deel uit van het feestelijke programma.

De Moren- en Christenenfeesten herinneren in sterk geromantiseerde vorm aan de middeleeuwse strijd tussen islamitische en christelijke machthebbers. Het is belangrijk deze optochten niet als een exacte historische voorstelling te zien. Het zijn moderne feesttradities met muziek, kostuums, verenigingen en een sterke sociale functie.

Tijdens de feestdagen vullen processies, muziek, gezamenlijke maaltijden en activiteiten de straten. Oud-inwoners keren terug, families komen samen en verschillende generaties werken aan hetzelfde programma.

In Forna worden de patroonfeesten in de tweede helft van augustus gehouden ter ere van Sant Bernat, in het Nederlands Bernardus van Clairvaux. In een kern met minder dan honderd inwoners hebben zulke dagen een grote betekenis voor het voortbestaan van de plaatselijke gemeenschap.

De feesten laten zien dat geschiedenis niet alleen in documenten en gebouwen wordt bewaard. Namen, muziek, religieuze rituelen, maaltijden en familiegewoonten worden van generatie op generatie doorgegeven.

Programma’s en precieze data kunnen jaarlijks veranderen. Wie een bezoek rond de feesten plant, kan daarom het beste vooraf de actuele informatie van de gemeente of de regionale toeristische organisatie bekijken.

Een landschap vol geschiedenis

De geschiedenis van l’Atzúbia en Forna is nog altijd in het landschap te lezen. Terrassen tonen hoe bewoners hellingen geschikt maakten voor landbouw. Waterpunten herinneren aan de zorgvuldige verdeling van een schaarse bron. Oude paden verbinden de valleien zoals zij dat eeuwen geleden al deden.

De dorpsvorm van l’Atzúbia verwijst naar de islamitische oorsprong. Het kasteel van Forna laat zien hoe een oudere versterking uitgroeide tot een adellijk paleis. De kerken vertegenwoordigen de christelijke gemeenschap die na de verovering en vooral na de herbevolking van 1611 ontstond.

Familienamen herinneren aan de Mallorcaanse boeren die na de uitwijzing van de moriscos nieuwe huishoudens opbouwden. De lege ruimte die in 1609 ontstond, kon echter nooit volledig worden hersteld. De uitwijzing blijft een fundamentele breuk tussen twee perioden.

Ook de modernere geschiedenis is zichtbaar. Negentiende-eeuwse huizen, verlaten terrassen, gerestaureerde woningen en nieuwe internationale bewoners tonen hoe de gemeente zich steeds opnieuw heeft aangepast.

De kracht van l’Atzúbia en Forna ligt daarom niet in één beroemd moment. Het zijn juist de verschillende historische lagen die samen het karakter van de gemeente vormen.

Meer lezen over l’Atzúbia

Wie l’Atzúbia en Forna verder wil ontdekken, kan op MijnAlicante.nl ook lezen over de algemene informatie over l’Atzúbia en Forna, de natuur rond l’Atzúbia, uitstapjes in l’Atzúbia en Forna en wonen in l’Atzúbia. Deze pagina’s sluiten goed op elkaar aan, omdat geschiedenis, landschap en dagelijks leven hier sterk met elkaar verweven zijn.

Ook omliggende plaatsen helpen om de ontwikkeling van de gemeente beter te begrijpen. Bekijk bijvoorbeeld Pego, Dénia en La Vall de Gallinera. Pego was eeuwenlang belangrijk voor handel en voorzieningen, terwijl La Vall de Gallinera nauw verbonden is met de opstanden van Al-Azraq, de moriscogeschiedenis en de Mallorcaanse herbevolking.

Geschiedenis op menselijke schaal

De grote geschiedenis van de Marina Alta wordt in l’Atzúbia en Forna op menselijke schaal zichtbaar. Politieke veroveringen kregen gevolgen voor boeren en gezinnen. De uitwijzing van 1609 liet huizen en akkers leeg achter. De bevolkingsbrieven van 1611 bepaalden onder welke voorwaarden nieuwe families een bestaan konden opbouwen.

Het kasteel vertelt over adellijke macht, maar de wasplaatsen en terrassen vertellen over het dagelijkse werk. De kerken herinneren aan geloof en gemeenschap, terwijl de familienamen van Mallorcaanse herbevolkers nog altijd laten zien hoe lang historische gebeurtenissen kunnen doorwerken.

L’Atzúbia en Forna hebben zich door de eeuwen heen voortdurend aangepast. De bewoners overleefden ontvolking, economische veranderingen, politieke onrust en het vertrek van jonge generaties. Tegelijk bleven landschap, taal, feesten en dorpsidentiteit herkenbaar.

Wie langzaam door de straten wandelt, het kasteel van Forna bekijkt of de oude terrassen volgt, ziet daarom meer dan een rustig dorp in het binnenland van Alicante. L’Atzúbia en Forna vormen samen een levend verhaal over macht, verlies, herbevolking, landbouw en de veerkracht van kleine gemeenschappen.

Dit artikel is voor het laatst bijgewerkt op 6 augustus 2026.