
Moorse wortels van Benifato
De geschiedenis van Benifato is nauw verweven met die van de Vall de Guadalest en de omliggende dorpen. Zoals veel plaatsen in de provincie Alicante heeft ook Benifato zijn wortels in de islamitische periode van het Iberisch Schiereiland. Volgens de gemeente zijn in de Vall de Guadalest geen duidelijke aanwijzingen gevonden voor een oudere permanente nederzetting op deze plek, waardoor de oorsprong van Benifato wordt verbonden met de Arabisch-Berberse vestiging vanaf het begin van de 8e eeuw.
De naam Benifato past binnen een lange reeks plaatsnamen in het oosten van Spanje die beginnen met Beni-. Dat element wordt doorgaans in verband gebracht met het Arabische banī of beni, waarmee een groep nakomelingen, familie of clan werd aangeduid. De precieze oorsprong van het tweede deel van de naam Benifato is minder eenvoudig vast te stellen. Het is daarom zorgvuldiger om te zeggen dat de plaatsnaam duidelijk Arabische wortels heeft dan om één specifieke familienaam als bewezen oorsprong te presenteren.
Tijdens de islamitische periode ontwikkelde Benifato zich als een kleine agrarische nederzetting. In historische beschrijvingen wordt hiervoor het woord alquería gebruikt. Een alquería was in deze context een kleine landelijke nederzetting of verzameling boerderijen met omliggende landbouwgrond. Het ging dus niet om een stad of grote versterkte plaats, maar om een gemeenschap waarin landbouw, water en familiebanden centraal stonden.
De bewoners moesten zich aanpassen aan een moeilijk berglandschap. De hellingen van de Serra de Aitana boden weinig vlakke landbouwgrond en regen viel onregelmatig. Door landbouwterrassen aan te leggen en het beschikbare water uit bronnen en kleine waterlopen zorgvuldig te benutten, konden toch gewassen worden verbouwd. Olijfbomen, amandelbomen, graan en andere gewassen die tegen droge mediterrane omstandigheden konden, vormden eeuwenlang een belangrijk onderdeel van het landschap.
Wie tegenwoordig rond Benifato wandelt, ziet nog steeds hoe sterk die historische manier van leven het landschap heeft gevormd. De stenen terrasmuren, oude landbouwpaden, bronnen en kleine percelen zijn geen toevallige elementen. Ze zijn het resultaat van generaties bewoners die iedere bruikbare vierkante meter van de berghellingen probeerden te benutten. Daardoor vormt het landschap rond Benifato eigenlijk een historisch document in de open lucht.
Christelijk bestuur in de vallei
In de 13e eeuw veranderde de politieke situatie in het huidige Valencia ingrijpend. De Kroon van Aragón breidde onder koning Jaume I, in het Nederlands Jacobus I, haar gebied naar het zuiden uit. Rond het midden van de 13e eeuw kwam ook de Vall de Guadalest onder christelijk bestuur.
Dat betekende echter niet dat de islamitische bevolking onmiddellijk uit de streek verdween. Veel moslims bleven na de christelijke verovering in hun dorpen wonen. Zij worden in historische teksten vaak mudéjares genoemd: moslims die onder christelijke heerschappij leefden en aanvankelijk hun eigen godsdienst en gebruiken mochten behouden.

In de loop van de 16e eeuw veranderde hun positie. Na gedwongen bekeringen tot het christendom werd de term Moriscos gebruikt voor voormalige moslims en hun nakomelingen die officieel christelijk waren geworden. Veel Morisco-gemeenschappen bleven ondertussen elementen van hun eigen taal, gewoonten, familietradities en landbouwkennis behouden.
Benifato bleef na de christelijke verovering verbonden met het Señorío de Guadalest. Een señorío kan in het Nederlands het beste worden omschreven als een heerlijkheid: een gebied waar een adellijke heer bepaalde bestuurlijke, juridische en economische rechten bezat. Voor een kleine agrarische gemeenschap betekende dit dat grondbezit, belastingen, pacht en allerlei verplichtingen niet alleen door het centrale koninklijke bestuur werden bepaald, maar ook door de heer van het gebied.
De landbouw bleef ondertussen grotendeels functioneren zoals dat al generaties het geval was. De nieuwe machtsverhoudingen veranderden wel het bestuur en uiteindelijk ook de religieuze structuur, maar bronnen, irrigatiesystemen, terrassen en landbouwkennis bleven onmisbaar. Daardoor liep de overgang van islamitisch naar christelijk Benifato veel geleidelijker dan een eenvoudige politieke tijdlijn zou doen vermoeden.
Heren van Guadalest
De geschiedenis van Benifato kan niet los worden gezien van de verschillende adellijke families die over de Vall de Guadalest heersten. Tot 1335 behoorde de vallei aan de familie Sarrià. Daarna kwam het gebied opnieuw aan de Kroon, waarna het werd verkocht aan infant Pere, graaf van Ribagorza en zoon van koning Jaume II.
Via opvolging kwam de heerlijkheid vervolgens bij de eerste hertog van Gandía terecht. Na het overlijden van de laatste hertog uit deze lijn kwam de Vall de Guadalest uiteindelijk in handen van Joana de Gandia, die getrouwd was met Joan Ramon Folch de Cardona. Daarmee begon een langdurige band tussen de streek en de familie Cardona.
In 1543 werd het officiële titelgebied Marquesado de Guadalest gecreëerd. Benifato maakte deel uit van dit markiezaat. Sanç de Cardona i Roís de Liori werd de eerste markies van Guadalest. De familie Cardona speelde daardoor een zeer belangrijke rol in het bestuurlijke verleden van Benifato.
Voor inwoners van een dorp als Benifato waren deze adellijke machtswisselingen geen abstracte gebeurtenissen. De heer van het gebied had invloed op grondgebruik, belastingen en voorwaarden waaronder boeren hun land konden bewerken. De manier waarop de landbouwgemeenschap functioneerde was daardoor nauw verbonden met het feodale systeem van het Koninkrijk Valencia.
Na het overlijden van Isidre Tomàs Folch de Cardona kwam het markiezaat door juridische uitspraken uit 1709 en 1712 uiteindelijk terecht bij Joan Antoni de Palafox. Tegen die tijd had Benifato echter al een van de grootste omwentelingen uit zijn geschiedenis achter de rug: de verdrijving van de Moriscos.
Breukjaar 1609
Aan het begin van de 17e eeuw was Benifato nog overwegend een Morisco-gemeenschap. Uit historische gegevens blijkt dat het dorp in 1602 ongeveer veertig Morisco-families telde. Voor een kleine bergnederzetting vormden zij vrijwel de gehele lokale samenleving.
In 1609 besloot koning Filips III tot de verdrijving van de Moriscos uit Spanje. Vooral het toenmalige Koninkrijk Valencia werd hierdoor zwaar getroffen, omdat in veel landbouwgebieden een groot deel van de bevolking uit Moriscos bestond. In bergachtige streken zoals de Vall de Guadalest waren de gevolgen bijzonder groot.
Ook Benifato raakte na de verdrijving vrijwel ontvolkt. Dit moment vormt een van de grootste breuklijnen in de geschiedenis van het dorp. Het ging niet alleen om het verdwijnen van inwoners. Met hen verdwenen ook families, sociale netwerken en generaties praktische kennis over water, landbouw en de bergomgeving.
Landbouwgrond kon tijdelijk niet meer op dezelfde manier worden bewerkt en woningen kwamen leeg te staan. Voor de heren van Guadalest vormde dit eveneens een economisch probleem. Een heerlijkheid zonder boeren leverde immers veel minder inkomsten uit pacht, landbouw en belastingen op.
De situatie in de bergen was bovendien onrustig. Moriscos uit verschillende plaatsen boden weerstand tegen hun verdrijving. Het nabijgelegen Castillo de Aljofra speelde tijdens deze periode een rol in de onrust. De strategische ligging hoog boven de Vall de Guadalest maakte het gebied geschikt voor verdediging en verzet.
Herbevolking vanaf 1611
Na de verdrijving moest de Vall de Guadalest opnieuw worden bevolkt. Op 22 april 1611 verleende Sanç de Cardona, markies van Guadalest, een nieuwe carta puebla. Voor Nederlandse en Belgische lezers kan dit het beste worden omschreven als een herbevolkingsakte waarin werd vastgelegd onder welke voorwaarden nieuwe bewoners zich in het gebied mochten vestigen en landbouwgrond konden gebruiken.
Dit document is zo belangrijk voor de geschiedenis van de gemeente dat de familie Cardona later zelfs een plaats kreeg in het gemeentewapen van Benifato. Het huidige wapen werd in 2003 officieel vastgesteld en verwijst zowel naar de historische heren van Guadalest als naar San Miguel Arcángel, de beschermheilige van het dorp.
Nieuwe christelijke bewoners namen de verlaten huizen en landbouwpercelen geleidelijk in gebruik. De herbevolking verliep langzaam. Het bergachtige terrein, de beperkte landbouwgrond en de moeilijke bereikbaarheid maakten Benifato niet tot de eenvoudigste plek om een nieuw bestaan op te bouwen.
De 17e en 18e eeuw werden daardoor eeuwen van geleidelijk herstel. De nieuwe inwoners namen bestaande terrassen, paden en watersystemen opnieuw in gebruik en voegden daar hun eigen religieuze en sociale tradities aan toe. Uiteindelijk ontstond het christelijke bergdorp dat de basis vormde voor het moderne Benifato.
Het dagelijkse leven bleef sterk afhankelijk van landbouw. Olijven, amandelen en graan speelden een grote rol. Later kwamen daar andere gewassen bij. Families beschikten meestal over relatief kleine percelen en moesten verschillende activiteiten combineren om voldoende voedsel en inkomen te krijgen.
De katholieke feestkalender kreeg na de herbevolking een steeds belangrijkere sociale functie. Religieuze vieringen waren niet alleen uitingen van geloof, maar ook momenten waarop bewoners elkaar ontmoetten. In een geïsoleerd dorp vormden kerk, familie en landbouw daardoor samen de basis van de gemeenschap.
Castillo de Aljofra
Een van de indrukwekkendste tastbare herinneringen aan het middeleeuwse verleden van Benifato ligt buiten de dorpskern. Op ongeveer 1.100 meter hoogte, op de grens tussen Benifato en Confrides, liggen de ruïnes van het Castillo de Aljofra.
Het kasteel ligt op een steile rotspunt die lokaal bekendstaat als de Peña del Castellet of Cúa de Bacallà. Volgens de gemeente gaat het om een islamitische versterking uit de 13e eeuw. In de directe omgeving lag vroeger bovendien de Morisco-nederzetting Alfofra, die tegenwoordig verdwenen is.
Door zijn ligging geldt Aljofra als het hoogst gelegen kasteel van de provincie Alicante. Hoewel het complex relatief klein was, was de locatie bijzonder strategisch. Vanaf de rots kon vrijwel de gehele Vall de Guadalest worden overzien, tot in de richting van de Middellandse Zee.
Jaume I veroverde het kasteel volgens de lokale historische documentatie in 1264 en schonk het aan Vidal de Sarrià. In de eeuwen daarna kwam het achtereenvolgens in handen van verschillende families die ook over de rest van de vallei heersten.
Tijdens de oorlog tussen Aragón en Castilië in de 14e eeuw kwam het kasteel enige tijd onder Castiliaans gezag. In 1364 werd het door koning Pere IV van Aragón teruggewonnen. Het complex werd na de christelijke verovering meerdere malen aangepast.
Ook tijdens de gebeurtenissen rond de verdrijving van de Moriscos in 1609 had de omgeving van Aljofra betekenis. De ontoegankelijke bergen boden mogelijkheden voor verzet. Later, tijdens de Spaanse Successieoorlog aan het begin van de 18e eeuw, stond de plaats volgens de lokale overlevering en documentatie aan de zijde van de Bourbonse partij.
Het kasteel is tegenwoordig een ruïne, maar delen van de verdedigingsmuren en torens zijn nog zichtbaar. Zowel ronde als vierkante torenelementen zijn bewaard gebleven en binnen het complex bevindt zich een oude wateropslag, een zogenaamde aljibe. Een aljibe is een reservoir waarin regenwater of aangevoerd water kon worden opgeslagen.
Wie Aljofra wil bezoeken moet rekening houden met het bergkarakter van de locatie. Dit is geen kasteel dat met de auto tot aan de entree bereikbaar is. Een bezoek maakt deel uit van een wandeling door ruig terrein en vraagt geschikte schoenen, voldoende water en een betrouwbare route.
Landbouw in de 19e eeuw
De 19e eeuw bracht grote politieke en economische veranderingen in Spanje. Voor Benifato verliepen veel van die ontwikkelingen langzamer dan in grotere steden, maar het dorp stond zeker niet stil. Landbouw bleef de economische basis en vrijwel iedere familie was direct of indirect afhankelijk van de opbrengst van het land.

Olijfbomen, amandelbomen en graan bleven belangrijk. De landbouw was grotendeels afhankelijk van kleine percelen en regenwater, al zorgden bronnen voor aanvullende mogelijkheden. Het onderhoud van terrassen en stenen muren vergde veel handwerk. Iedere ingestorte terrasmuur betekende verlies van bruikbare grond en een groter risico op erosie.
Historische bevolkingscijfers laten zien dat Benifato in de 19e eeuw aanzienlijk meer inwoners had dan tegenwoordig. Daarbij is het belangrijk onderscheid te maken tussen verschillende definities die in oude Spaanse volkstellingen werden gebruikt.
Het INE vermeldt voor 1842 een población de derecho van 253 inwoners. Dat is de juridisch geregistreerde bevolking. In latere volkstellingen werd ook de población de hecho bijgehouden, oftewel de mensen die op het moment van de telling daadwerkelijk aanwezig waren. Voor 1857 vermeldt het INE 335 feitelijk aanwezige inwoners, voor 1860 369 en voor 1877 375 inwoners.
In dezelfde volkstelling van 1877 lag de geregistreerde bevolking zelfs op 403. Verschillen tussen oude bevolkingsreeksen ontstaan dus voor een belangrijk deel doordat bronnen niet altijd hetzelfde bevolkingsbegrip gebruiken. De vaak genoemde 375 inwoners in 1877 is in elk geval rechtstreeks terug te vinden in de historische reeks van het Spaanse statistiekbureau.
Dat betekent dat Benifato in de tweede helft van de 19e eeuw ruim twee keer zoveel inwoners kon tellen als tegenwoordig. De kleine dorpskern en landbouwgronden moesten destijds dus veel meer gezinnen onderhouden.
Het dorpsleven was sterk gemeenschappelijk georganiseerd. Water moest worden verdeeld, terrassen onderhouden en oogsten binnengehaald. Families hielpen elkaar wanneer arbeid op korte termijn nodig was. Ook graan malen, brood bakken, dieren verzorgen en voedsel bewaren waren activiteiten die veel meer tijd en lichamelijk werk vroegen dan tegenwoordig.
Onderwijs werd in Spanje in de 19e en vroege 20e eeuw geleidelijk sterker georganiseerd, ook in landelijke gebieden. In kleine berggemeenten konden afstand, armoede en de noodzaak dat kinderen thuis of op het land meehielpen de dagelijkse schoolgang echter bemoeilijken. Het verschil tussen het dagelijkse leven van een kind in het Benifato van toen en dat van een kind in Spanje vandaag was daardoor enorm.
Economische onzekerheid en beperkte mogelijkheden zorgden er uiteindelijk voor dat inwoners uit landelijke gebieden steeds vaker elders werk zochten. Dat proces werd in de 20e eeuw veel sterker en zou de bevolkingsontwikkeling van Benifato ingrijpend veranderen.
Twintigste eeuw en ontvolking
Met de 20e eeuw kwam de modernisering stap voor stap naar Benifato. Verbeterde wegen, elektriciteit, stromend water, gemotoriseerd vervoer en nieuwe communicatiemiddelen veranderden uiteindelijk ook het leven in dit afgelegen bergdorp. Die ontwikkeling verliep geleidelijk en het dagelijkse leven bleef nog lang nauw verbonden met landbouw en het ritme van de seizoenen.

De Spaanse Burgeroorlog van 1936 tot 1939 en de moeilijke jaren die daarop volgden hadden in heel Spanje gevolgen voor voedselvoorziening, economie en het maatschappelijke leven. Benifato lag niet aan een van de grote permanente frontlinies, maar ook een kleine gemeenschap kon zich niet aan de bredere gevolgen van oorlog en dictatuur onttrekken.
Historische bevolkingscijfers laten de ontwikkeling duidelijk zien. In 1900 werden nog 349 feitelijk aanwezige inwoners geteld. In 1910 waren dat er 334, in 1920 nog 285 en in 1930 268. In 1940 liep het cijfer tijdelijk weer op tot 306, maar daarna begon een veel duidelijkere daling.
In 1950 telde de feitelijke bevolking 252 inwoners. Tien jaar later waren dat er nog 194. In 1970 waren het er 164 en in 1981 nog slechts 120. De achteruitgang hangt samen met een ontwikkeling die in veel Spaanse plattelandsgebieden zichtbaar was: inwoners trokken weg naar plaatsen waar betere banen en voorzieningen beschikbaar waren.
Voor Benifato speelde de spectaculaire groei van de nabijgelegen Costa Blanca een bijzondere rol. Vanaf de jaren zestig ontwikkelden Benidorm en andere kustplaatsen zich in hoog tempo tot toeristische centra. Hotels, appartementen, restaurants, winkels en bouwbedrijven hadden grote aantallen werknemers nodig.
Voor jongeren uit een bergdorp bood de kust plotseling mogelijkheden die thuis nauwelijks bestonden. Een baan in de bouw, horeca of toeristische dienstverlening kon een regelmatiger en hoger inkomen opleveren dan kleinschalige landbouw. De verbeterde wegen maakten verhuizing en pendelen bovendien steeds gemakkelijker.
Het resultaat was een sterke ontvolking. In 1991 werden 117 feitelijk aanwezige inwoners geregistreerd. Daarmee was het inwonertal in iets meer dan een eeuw teruggelopen van 375 naar minder dan een derde daarvan.
Toch betekende vertrek niet automatisch dat families hun band met Benifato verloren. Veel mensen die aan de kust of in een stad gingen wonen behielden een huis, familiegrond of familieleden in het dorp. Tijdens vakanties en vooral tijdens de dorpsfeesten keerden voormalige inwoners en hun kinderen terug.
Dat verschijnsel is nog altijd kenmerkend voor veel kleine Spaanse dorpen. Het officiële inwonertal vertelt slechts een deel van het verhaal. Het aantal mensen dat zich met het dorp verbonden voelt kan tijdens feestweekenden en vakantieperioden veel groter zijn dan het aantal permanente bewoners.
Feesten en dorpscultuur
Ondanks de kleine omvang heeft Benifato een sterk traditieleven behouden. De belangrijkste patronale feesten zijn de Festes de Sant Miquel, ter ere van San Miguel Arcángel, oftewel de aartsengel Michaël. Hij is de beschermheilige van Benifato en de parochiekerk van het dorp is aan hem gewijd.
De patronale feesten worden tegenwoordig gehouden tijdens het laatste weekend van augustus. Dat is een belangrijke correctie op oudere of onnauwkeurige beschrijvingen waarin de feesten eind september worden geplaatst.
Op het programma staan traditioneel feestavonden, gastronomische activiteiten, een bloemenoffer, een plechtige mis en een processie ter ere van San Miguel. In een dorp met slechts iets meer dan honderdzestig permanente inwoners krijgen deze vieringen een heel andere betekenis dan een groot stadsfestival.
De feesten zijn momenten waarop families terugkeren en verschillende generaties elkaar ontmoeten. Mensen die hun jeugd in Benifato hebben doorgebracht maar inmiddels aan de kust of elders wonen, behouden via zulke tradities een sterke band met het dorp.
Benifato kent daarnaast de Festes de Sant Pere en de Fira de Sant Miquel. Een fira is een traditionele jaarmarkt of feestelijke markt. Die Fira de Sant Miquel moet niet worden verward met de patronale feesten in augustus. De naam verwijst eveneens naar San Miguel, maar het gaat om een afzonderlijke viering.
Traditionele Valenciaanse muziek hoort bij de cultuur van de streek. Instrumenten zoals de dolçaina en de tabalet zijn kenmerkend voor veel feesten in de regio Valencia. Een dolçaina is een luid klinkend blaasinstrument dat enigszins aan een hobo doet denken. De tabalet is de kleine trommel die vaak samen met de dolçaina wordt bespeeld.
Ook het Valenciaans vormt belangrijk levend erfgoed. De taal wordt in de Marina Baixa naast het Spaans gebruikt en veel lokale plaatsnamen, gerechten, feesten en landschapselementen hebben een Valenciaanse naam. Voor Nederlanders en Belgen die hier komen wonen, helpt zelfs een beperkte belangstelling voor het Valenciaans om de geschiedenis en cultuur van het gebied beter te begrijpen.
Historisch erfgoed in Benifato
De geschiedenis van Benifato is niet alleen terug te vinden in archieven en bevolkingscijfers, maar ook in de dorpskern zelf. De gemeente beschrijft de straatstructuur als typisch voor een dorp met Arabische oorsprong: smalle en steile straten die zich aanpassen aan het reliëf van de berg.
De Iglesia Parroquial de San Miguel Arcángel, de parochiekerk van de aartsengel Michaël, vormt een belangrijk herkenningspunt. De kerk is niet alleen een religieus gebouw, maar al generaties lang een centrale plek voor feesten, begrafenissen, huwelijken en andere momenten in het gemeenschapsleven.
Ook kleine stenen bronnen in de dorpskern horen bij het karakter van Benifato. Ze herinneren eraan hoe belangrijk water in een bergdorp altijd is geweest. Bronnen dienden niet alleen als drinkwatervoorziening, maar ook voor landbouw, dieren en huishoudelijk gebruik.
Een bijzonder tastbaar element is het Lavadero Municipal, de gemeentelijke openbare wasplaats. Deze werd in 1988 gerestaureerd en wordt gevoed door een kleine bron direct naast het gebouw. De wasbak telt veertien afzonderlijke wasplekken.
Voordat wasmachines en waterleidingen in iedere woning beschikbaar waren, speelden openbare wasplaatsen een belangrijke rol in het dagelijkse leven. Vooral vrouwen kwamen er regelmatig samen om kleding en huishoudtextiel te wassen. Daardoor waren lavaderos tegelijk praktische voorzieningen en sociale ontmoetingsplaatsen.
Volgens de gemeente bestaat in het gebied van Partegat bovendien nog een tweede traditionele wasplaats. Zulke eenvoudige bouwwerken vertellen misschien minder spectaculaire verhalen dan een kasteel, maar voor het begrijpen van het echte dagelijkse leven van eerdere generaties zijn ze minstens zo waardevol.
De compacte huizen en steile straten van Benifato vertellen hetzelfde verhaal. Bebouwing moest zich aanpassen aan de hellingen. Ruimte was schaars en woningen stonden dicht bij elkaar. Dikke muren hielpen om de hitte buiten te houden en boden in koudere bergwinters bescherming.
Ook de omgeving hoort bij het historische erfgoed. De Font de Partegat, de routes door de Serra de Aitana en de landbouwterrassen rond het dorp laten zien hoe sterk Benifato verbonden is met water en landbouw. Voor wandelaars zijn deze plekken tegenwoordig vooral aantrekkelijk vanwege natuur en uitzicht, maar historisch waren ze noodzakelijk voor het voortbestaan van de gemeenschap.
Sneeuw als historisch handelsproduct
Een bijzonder hoofdstuk in de geschiedenis van de bergen rond Benifato is de handel in sneeuw en ijs. Op de hogere delen van de Serra de Aitana liggen verschillende oude pous de neu. Dat Valenciaanse begrip betekent letterlijk sneeuwputten.
Vanaf de 16e en 17e eeuw werden in de bergen diepe stenen constructies gebruikt om winterse sneeuw op te slaan. De sneeuw werd samengeperst en met isolerende materialen afgedekt. Op die manier kon ijs soms maandenlang worden bewaard.
Een bekende sneeuwput in de gemeente Benifato is het Clot dels Teixos. Het bouwwerk dateert uit de 17e eeuw en beschikte oorspronkelijk over stenen bogen waarop een dakconstructie rustte.
Het opgeslagen ijs werd later met lastdieren naar lager gelegen dorpen en steden vervoerd. Zelfs Alicante-stad vormde een bestemming voor ijs uit deze bergen. Voordat kunstmatige koeling bestond, was natuurijs waardevol voor voedselopslag, dranken en medische toepassingen.
De sneeuwputten vertellen daardoor een verrassend verhaal over de economie van de Aitana. Tegenwoordig wordt Alicante vooral met zon en warmte geassocieerd, maar de winterse omstandigheden op de hoogste berg van de provincie waren ooit de basis van een echte handel.
Voor bewoners van Benifato betekende dit extra seizoensarbeid naast landbouw. De bergen boden niet alleen grond, hout en water, maar in koude winters zelfs een tijdelijk handelsproduct dat naar de warmere kust kon worden gebracht.
Benifato vandaag

Vandaag de dag wordt Benifato gekenmerkt door zijn geringe inwonertal en zijn sterke historische wortels. Volgens de meest recente officiële bevolkingsgegevens telt de gemeente 162 inwoners in 2025. Een jaar eerder waren dat er 144. Bij een gemeente van deze omvang kunnen enkele nieuwe bewoners al snel voor een zichtbaar verschil in de statistieken zorgen.
Het huidige inwonertal is veel lager dan de aantallen die in de tweede helft van de 19e eeuw werden geregistreerd. Toch is Benifato niet verdwenen of veranderd in een verlaten dorp. De gemeente heeft een actief lokaal bestuur, een parochie, horeca, toeristische accommodaties en een sterke band met de wandel- en natuurgebieden van de Serra de Aitana.
In de laatste decennia is de aandacht voor cultureel en landschappelijk erfgoed toegenomen. De gerestaureerde wasplaats, het behoud van lokale feesten, informatie over het Castillo de Aljofra en de wandelroutes rond de Font de Partegat maken het historische verhaal steeds beter zichtbaar voor bezoekers.
Ook natuurtoerisme geeft het dorp een nieuwe rol. Waar eerdere generaties de bergen vooral als werkgebied zagen, komen wandelaars tegenwoordig juist naar Benifato om dezelfde terrassen, bronnen, bergpassen en bossen te beleven. Het landschap dat ooit noodzakelijk was om te overleven is daarmee ook een belangrijke toeristische troef geworden.
Dat biedt mogelijkheden voor horeca, landelijke accommodatie en andere kleine ondernemingen zonder dat Benifato zich hoeft te ontwikkelen tot een druk toeristisch centrum. Juist het ontbreken van massatoerisme is een belangrijk onderdeel van de aantrekkingskracht.
Voor mensen die nadenken over emigreren naar Spanje of wonen in Alicante laat Benifato bovendien zien hoe groot de verschillen binnen één provincie zijn. Op nauwelijks enkele tientallen kilometers van de hoogbouw en stranden van Benidorm ligt een gemeente waar landbouwterrassen, bronnen, bergpaden en eeuwenoude tradities nog altijd de sfeer bepalen.
Wie serieus overweegt naar een dorp als Benifato te verhuizen in Spanje, krijgt daardoor niet alleen een andere woonomgeving, maar stapt ook in een gemeenschap met een heel eigen historische achtergrond. Spaans en Valenciaans spelen een belangrijke rol en het sociale leven draait veel sterker rond buren, familie en lokale gebeurtenissen dan in een grote internationale woonwijk.
Voor Nederlanders en Belgen die willen emigreren naar Alicante kan die geschiedenis juist een deel van de aantrekkingskracht zijn. Oude huizen en straten zijn hier niet als toeristisch decor gebouwd, maar hebben generaties bewoners meegemaakt die landbouwden, vertrokken, terugkeerden en hun tradities bleven doorgeven.
Klein dorp met groot geheugen
Benifato staat vandaag symbool voor een stuk geschiedenis dat gemakkelijk uit beeld raakt wanneer men Alicante alleen vanuit de bekende kustplaatsen bekijkt. De geschiedenis van de provincie werd niet alleen geschreven in Alicante-stad, Orihuela, Alcoy, kastelen en havens. Ook kleine berggemeenschappen speelden hun eigen rol.
In Benifato begon dat verhaal met een islamitische alquería waarin landbouw en waterbeheer de basis van het bestaan vormden. Daarna kwamen de christelijke verovering, het heerlijke bestuur van Guadalest en eeuwen waarin een omvangrijke Morisco-bevolking de grond bleef bewerken.
De verdrijving van 1609 betekende een bijna volledige breuk met die oude gemeenschap. De carta puebla van 1611 vormde vervolgens het begin van een nieuw hoofdstuk waarin christelijke kolonisten het dorp opnieuw bevolkten en bestaande landbouwgronden weer in gebruik namen.
In latere eeuwen groeide Benifato opnieuw. De historische volkstellingen tonen zelfs honderden inwoners in een dorpskern die tegenwoordig heel klein aanvoelt. De daling die vanaf het einde van de 19e en vooral in de 20e eeuw optrad, vertelt vervolgens het verhaal van industrialisatie, kusttoerisme en de grote leegloop van het Spaanse platteland.
Toch bleef de gemeenschap bestaan. De kerk van San Miguel, de dorpsfeesten, de straatstructuur, het wasgoed bij het lavadero, de stenen terrassen en het Castillo de Aljofra vormen samen een geschiedenis die niet alleen in archieven te vinden is, maar nog altijd zichtbaar is in de omgeving.
Voor Nederlanders en Belgen die de provincie Alicante vooral kennen van stranden, boulevards en vakantiecomplexen biedt de geschiedenis van Benifato daarom een ander perspectief. Het dorp laat zien hoe diep de sporen van de islamitische periode, de christelijke machtswisseling, de Morisco-verdrijving, herbevolking, landbouw en latere ontvolking nog altijd in het landschap aanwezig zijn.
Benifato is klein, maar historisch rijk. Wie er door de steile straatjes loopt of richting de Aitana wandelt, beweegt door een landschap waarin generaties mensen hebben geprobeerd een bestaan op te bouwen. Iedere terrasmuur, waterbron en oude route maakt deel uit van dat verhaal.
Meer informatie over de huidige ligging, voorzieningen en leefomgeving staat op de algemene pagina over Benifato. Wie de geschiedenis van de bredere vallei verder wil ontdekken, kan ook lezen over El Castell de Guadalest. Beide plaatsen zijn nauw met dezelfde vallei, heerlijkheid en eeuwenlange geschiedenis verbonden, maar ontwikkelden zich uiteindelijk op heel verschillende manieren.
Dit artikel is voor het laatst bijgewerkt op 24 augustus 2026.