Historie van Planes

Historische stenen boog boven een smalle straat in het centrum van Planes

Dorp met diepe wortels

Planes is een rustig bergdorp in de comarca El Comtat, maar achter de stenen gevels, steile straten en kersenboomgaarden gaat een bijzonder lange geschiedenis schuil. Mensen gebruikten dit landschap al duizenden jaren voordat de huidige dorpskern ontstond. Prehistorische grotten, rotsschilderingen, nederzettingen uit de bronstijd, Iberische bewoningsplaatsen en het middeleeuwse kasteel laten zien dat de omgeving van Planes voortdurend van betekenis is geweest.

De ligging verklaart een groot deel van die aantrekkingskracht. Planes bevindt zich aan de noordzijde van de Sierra de Almudaina, tussen ravijnen, bronnen, landbouwgronden en natuurlijke routes naar andere valleien van het huidige binnenland van Alicante. Water was niet overvloedig, maar wel op verschillende plaatsen beschikbaar. De hogere delen boden overzicht en bescherming, terwijl op de lagere hellingen en in de dalen landbouw mogelijk was.

De geschiedenis van Planes is daardoor niet alleen een verhaal van koningen, kastelen en adellijke families. Zij gaat ook over boeren die terrassen aanlegden, bewoners die water door kanalen en aquaducten leidden, molenaars die de kracht van stromend water gebruikten en families die zich na politieke en religieuze omwentelingen opnieuw moesten aanpassen.

Het dorp wordt in historische context regelmatig aangeduid als Planes de la Baronía. Deze naam verwijst naar de periode waarin Planes het centrum vormde van een baronie met verschillende dorpen en landbouwgebieden. Tegenwoordig heet de gemeente officieel gewoon Planes, maar de oude benaming leeft voort in historische publicaties en in de identiteit van de streek.

Wie nu door het dorp loopt, ziet vooral gebouwen en straten uit de middeleeuwen en latere eeuwen. Toch begint het verhaal veel eerder. Archeologische vondsten tonen aan dat mensen het grondgebied vanaf de prehistorie gebruikten en telkens opnieuw kozen voor dezelfde combinatie van water, vruchtbare grond en strategische hoogte.

Prehistorie in de valleien

Grotten bewaren oudste sporen

De oudste bekende aanwijzingen voor menselijke aanwezigheid in de gemeente zijn gevonden in grotten en rotsschuilplaatsen. De Cova d’En Pardo, in het Spaans Cueva de En Pardo, is daarvan een van de belangrijkste. Daar zijn resten aangetroffen uit een zeer lange periode, vanaf het laatpaleolithicum tot diep in de Iberische tijd.

Het laatpaleolithicum is de laatste fase van de oude steentijd, toen mensen nog voornamelijk leefden van jacht, visvangst en het verzamelen van wilde planten. Een grot als En Pardo kon gedurende duizenden jaren op verschillende manieren worden gebruikt: als tijdelijke verblijfplaats, opslagruimte, begraafplaats of plek voor rituelen.

In de grot bij de Barranc de l’Encantà zijn resten uit het epipaleolithicum gevonden. Dit was een overgangsperiode na de laatste ijstijd waarin jagers en verzamelaars zich aanpasten aan een warmer klimaat en veranderende planten- en diersoorten.

Bij de Penya Roja van Catamarruc zijn vondsten uit het neolithicum bekend. In deze nieuwe steentijd begonnen gemeenschappen steeds meer landbouw te bedrijven, vee te houden en langere tijd op dezelfde plaats te wonen.

De verschillende vondsten maken duidelijk dat de omgeving van Planes geen afgelegen, onbewoond gebied was. De valleien boden water, wild, planten, steen en natuurlijke beschutting. Bovendien vormden zij doorgangen tussen het bergachtige binnenland en andere delen van het huidige Alicante.

Kopertijd en rotsschilderingen

Uit de kopertijd, ook wel het eneolithicum genoemd, zijn bewoningssporen gevonden bij Tros de la Bassa, Alturó del Mas del Moro en de Cuevas de la Vila. Tijdens deze periode begonnen mensen naast stenen werktuigen ook koper te gebruiken.

De bewoners leefden steeds vaker in kleine nederzettingen en bouwden een bestaan op rond landbouw, veeteelt, jacht en het verzamelen van natuurlijke producten. De ligging op of nabij hoogten bood uitzicht over de omgeving en bescherming tegen onverwachte bezoekers.

Bij de Abric de la Gleda en in de Barranc de Garrofers zijn voorbeelden van schematische rotskunst gevonden. Schematische kunst bestaat uit vereenvoudigde menselijke figuren, dieren, lijnen en tekens waarvan de precieze betekenis vaak onbekend is.

Levantijnse rotsschilderingen zijn aangetroffen in de Barranc de la Penya Blanca en in de Cuevas de la Vila. Deze stijl bevat doorgaans herkenbaardere voorstellingen van mensen en dieren, soms in jacht- of groepsscènes.

De rotsschilderingen maken deel uit van een bredere prehistorische kunsttraditie langs de mediterrane zijde van het Iberisch Schiereiland. De vindplaatsen zijn kwetsbaar en niet bedoeld om zonder begeleiding te betreden. Aanraken, bevochtigen of fotograferen met schadelijke hulpmiddelen kan resten beschadigen die duizenden jaren bewaard zijn gebleven.

Bronstijd en Iberische nederzettingen

Tijdens de bronstijd ontstonden nederzettingen bij de heuvel van de huidige Ermita del Santo Cristo en in de omgeving van het kasteel. Ook bij de Penya de Margarida zijn materialen uit deze periode gevonden.

De keuze voor hogere plaatsen was logisch. Bewoners konden het omliggende land overzien, nederzettingen beter verdedigen en rook, mensen of kuddes al van grote afstand zien aankomen.

Uit de Iberische periode zijn bewoningsplaatsen bekend bij de Ermita del Cristo, bij Els Llombos en in de Serra del Xarpolar. De Iberiërs leefden in het oosten en zuiden van het Iberisch Schiereiland in de eeuwen vóór de Romeinse overheersing.

Zij woonden in versterkte of hoger gelegen nederzettingen en onderhielden handelscontacten met andere gemeenschappen langs de Middellandse Zee. Landbouw, veeteelt, metaalbewerking en lokale handel vormden belangrijke onderdelen van hun bestaan.

De Iberische nederzettingen rond Planes lagen niet los van elkaar. Zij maakten waarschijnlijk deel uit van een netwerk van woonplekken, landbouwgronden en paden tussen de valleien van El Comtat, de kust en het huidige l’Alcoià.

Romeinse periode blijft raadselachtig

De Romeinen brachten het gebied van de huidige provincie Alicante vanaf de laatste eeuwen vóór Christus onder hun bestuur. Steden, wegen, boerderijen en handelsroutes werden onderdeel van het Romeinse economische systeem.

Over een afzonderlijke Romeinse nederzetting precies op de plaats van de huidige dorpskern van Planes is minder met zekerheid bekend. De gemeentelijke historische overzichten besteden veel aandacht aan prehistorische en Iberische vindplaatsen, maar wijzen niet op een duidelijk opgegraven Romeinse stad of grote villa in het centrum.

Het is wel aannemelijk dat de landbouwgronden en routes in deze periode werden gebruikt. De omgeving kon graan, olijven, wijn, fruit en vee leveren aan grotere nederzettingen in de regio.

Oude paden, terrassen of waterwerken mogen echter niet automatisch Romeins worden genoemd. Veel van deze structuren zijn in verschillende perioden aangelegd, hersteld en aangepast. Zonder archeologisch onderzoek is hun precieze ouderdom vaak niet vast te stellen.

De Romeinse periode vormt daarmee een van de minder zichtbare hoofdstukken van Planes. De streek maakte deel uit van de Romeinse wereld, maar de concrete lokale bewijzen zijn bescheidener dan de uitgebreide prehistorische en middeleeuwse resten.

Islamitisch Planes krijgt vorm

Vanaf het begin van de achtste eeuw werd het gebied onderdeel van al-Andalus, de verzamelnaam voor de islamitisch bestuurde delen van het Iberisch Schiereiland. Deze periode was bepalend voor de latere ontwikkeling van Planes en de omliggende dorpen.

De bevolking woonde verspreid in kleine landelijke nederzettingen. Zo’n nederzetting wordt in historische teksten een alquería genoemd, een Arabisch woord voor een kleine landbouwgemeenschap of gehucht.

De bewoners legden terrassen aan op de berghellingen en maakten intensief gebruik van bronnen en waterlopen. Via kleine irrigatiekanalen werd water naar akkers, tuinen en boomgaarden geleid.

In het Spaans heet zo’n kanaal een acequia, in het Valenciaans een sèquia. De verdeling van water moest zorgvuldig worden geregeld, omdat verschillende landbouwers en dorpen afhankelijk waren van dezelfde bronnen.

De islamitische landbouwers verbouwden graan, olijven, vijgen, druiven, amandelen en groenten. Veel van de terrassen en waterstructuren die later door christelijke bewoners werden gebruikt, hadden hun oorsprong of belangrijkste ontwikkeling in deze lange islamitische periode.

De compacte bouw van Planes en andere dorpen in de omgeving sluit aan bij een nederzettingsvorm die goed paste bij het berglandschap. Huizen stonden dicht bij elkaar, straten volgden het reliëf en smalle doorgangen boden schaduw tijdens hete dagen.

Niet iedere huidige straat kan rechtstreeks tot de islamitische periode worden teruggevoerd. De dorpskern is gedurende eeuwen verbouwd, uitgebreid en aangepast. De algemene ligging en relatie met het kasteel herinneren echter duidelijk aan de middeleeuwse oorsprong.

Kasteel bewaakt de omgeving

Ruïnes van het kasteel op de heuvel boven de dorpskern van PlanesHet Castillo de Planes ligt op het hoogste gedeelte van de dorpskern, op ongeveer 472 meter boven zeeniveau. De huizen zijn zo dicht tegen de kasteelheuvel gebouwd dat dorp en versterking bijna één geheel vormen.

Het kasteel wordt gedateerd in de almohadische periode, tussen de twaalfde en dertiende eeuw. De Almohaden vormden een islamitische dynastie die destijds grote delen van al-Andalus en Noord-Afrika bestuurde.

De versterking heeft een veelhoekig grondplan met een omtrek van ongeveer 220 meter. De binnenruimte beslaat circa 2.900 vierkante meter. Het is niet duidelijk of er permanent mensen binnen de muren woonden of dat het kasteel vooral als toevluchtsoord tijdens aanvallen werd gebruikt.

Het verdedigingssysteem was voor een kasteel in deze streek opvallend uitgebreid. Het omvatte een voorverdediging en een toegang met een scherpe bocht. Zo’n gebogen ingang maakte een rechtstreekse aanval moeilijker.

Er zijn resten van acht torens bekend. Aan de noordzijde staat de grootste toren. Een belangrijk deel van de noordelijke muur werd in christelijke tijden opnieuw opgebouwd nadat oudere delen beschadigd of ingestort waren.

Vanaf het kasteel konden de vallei, landbouwgronden, wegen en kleinere nederzettingen worden bewaakt. Het was daarmee zowel een militaire versterking als een zichtbaar teken van gezag.

Na de christelijke verovering bleef het kasteel belangrijk voor de opeenvolgende heren van de baronie. Zelfs in de negentiende en twintigste eeuw was het nog particulier bezit. Pas in 1992 kocht de gemeente Planes het complex definitief aan.

De ruïne is beschermd cultureel erfgoed. Wie het kasteel bezoekt, moet rekening houden met steile en ongelijke paden. Klim niet op muren en neem geen stenen of aardewerk mee. Ook losse resten kunnen belangrijke historische informatie bevatten.

Jaume I en Al-Azraq

De dertiende eeuw bracht een fundamentele machtswisseling. Koning Jaume I van Aragón breidde zijn gebied uit naar het zuiden en stichtte het christelijke koninkrijk Valencia.

In 1245 sloten de islamitische leiders van de valleien van Planes, Gallinera, Alcalà, Cocentaina en Alcoy een overeenkomst met Jaume I. Een van de belangrijkste betrokkenen was Al-Azraq, een islamitische leider uit Alcalà de la Jovada.

De overeenkomst staat bekend als het Pacte del Pouet. Het Valenciaanse woord pouet betekent kleine waterput. Al-Azraq erkende de nieuwe machtsverhoudingen, maar behield aanvankelijk rechten over verschillende kastelen en gebieden.

De afspraken brachten geen langdurige vrede. Al-Azraq leidde meerdere opstanden tegen de christelijke uitbreiding en probeerde de islamitische controle in de bergvalleien te herstellen.

Na de nederlaag van de eerste grote opstand nam Jaume I in 1259 de directe controle over het kasteel van Planes over. De ligging maakte de versterking belangrijk voor het toezicht op de nabijgelegen Vall d’Alcalà, waar Al-Azraq zijn machtsbasis had.

De spanningen duurden voort tot 1276. Op 23 april van dat jaar kwam Al-Azraq om tijdens de gevechten bij de Barranc de la Batalla, dicht bij Alcoy.

Zijn dood betekende niet onmiddellijk het einde van alle weerstand, maar de daaropvolgende nederlaag van de opstanden van 1276 en 1277 maakte een grotere christelijke vestiging in Planes mogelijk.

Christelijke vestiging in 1278

In juni 1278 verleenden Teresa Gil de Vidaure en haar zoon Jaume de Jérica een bevolkingsbrief voor Planes. Teresa Gil de Vidaure was verbonden aan koning Jaume I en behoorde tot de invloedrijke personen van het nieuwe koninkrijk Valencia.

Een bevolkingsbrief heet in het Spaans carta puebla en in het Valenciaans carta pobla. In zo’n document werd vastgelegd onder welke voorwaarden kolonisten zich mochten vestigen, grond mochten gebruiken en belastingen moesten betalen.

De nieuwe christelijke bewoners moesten zich rond het kasteel vestigen en daar een herkenbare christelijke kern vormen. Planes kreeg daardoor een andere bevolkingssamenstelling dan veel omliggende dorpen.

De islamitische bevolking verdween niet direct uit de gehele baronie. In nederzettingen als Benialfaquí, Catamarruc, Margarida, Almudaina, Apta, Benicapsell, Burbaca en Llombo bleven moslims en later moriscos nog eeuwenlang een groot deel van de inwoners vormen.

Planes zelf ontwikkelde zich na 1278 juist als een plaats met een belangrijke groep zogenoemde cristianos viejos, oude christenen. Deze term werd gebruikt voor christelijke families zonder officieel erkende islamitische of joodse achtergrond.

De nieuwe bewoners namen veel bestaande landbouwstructuren over. Waterkanalen, terrassen, molens en wegen bleven noodzakelijk, ongeacht de religie of afkomst van de mensen die het land bewerkten.

De overgang was daarom geen volledige vervanging van het landschap. De machtsverhoudingen en bevolking veranderden, maar de praktische kennis en inrichting van de vallei bleven de basis van het dagelijkse bestaan.

Centrum van een baronie

Na de christelijke verovering wisselden Planes en het kasteel meerdere keren van eigenaar. Het dorp maakte tot 1425 deel uit van de heerlijkheid Cocentaina en werd daarna het centrum van de Baronía de Planes.

Een baronie was een gebied waarover een baron of andere adellijke heer bestuurlijke, economische en juridische rechten bezat. De bewoners betaalden belastingen en pacht en waren voor verschillende zaken afhankelijk van de heer.

De baronie omvatte Planes en meerdere omliggende dorpen en landbouwgebieden. Niet al deze nederzettingen bestaan vandaag nog. De geschiedenis van verdwenen plaatsen is nog zichtbaar in veldnamen, ruïnes, oude akkers en historische documenten.

Tussen 1276 en 1372 was de familie Jérica nauw met Planes verbonden. Daarna kwamen het bezit en de rechten onder koning Pere de Cerimoniós, in het Spaans Pedro el Ceremonioso, en zijn zoon Joan I.

Vanaf 1426 volgden verschillende adellijke families elkaar op. Francesc Sarçola bezat de baronie tussen 1426 en 1434, waarna de familie Centelles haar tot 1466 bestuurde.

Daarna kwamen de families Català en Olzina. De Olzina’s behielden hun rechten van ongeveer 1500 tot 1554. Vervolgens volgden Miguel Fenollar en een periode van rechtstreeks koninklijk beheer onder Filips II.

Van 1594 tot 1685 was Planes verbonden met de hertogen van Maqueda. Daarna volgden de familie Ponce de León en vanaf 1769 het markiezaat van Cruïlles.

De opeenvolging van heren betekende niet dat iedere nieuwe eigenaar zelf permanent in Planes kwam wonen. Lokale beheerders regelden belastingen, pacht, rechtspraak en economische verplichtingen namens de adellijke familie.

De gewone bewoners bleven afhankelijk van landbouw, veeteelt, water en lokale nijverheid. Voor hen veranderde vooral aan wie opbrengsten en heffingen moesten worden afgedragen.

Moriscos in de baronie

Moslims die na de christelijke verovering onder christelijk bestuur bleven leven, worden mudéjares genoemd. Zij konden aanvankelijk hun geloof en verschillende gewoonten behouden, maar stonden onder steeds grotere politieke en religieuze druk.

Na gedwongen bekeringen werden zij en hun nakomelingen als moriscos aangeduid. Officieel waren zij christen, maar veel families behielden elementen van hun oorspronkelijke taal, recepten, kleding, landbouwkennis en soms in het geheim ook hun geloof.

De moriscobevolking bleef in grote delen van het koninkrijk Valencia onmisbaar voor de landbouw. Zij onderhield terrassen, irrigatiekanalen, boomgaarden en akkers en betaalde belastingen aan de plaatselijke heren.

De situatie binnen de Baronie van Planes was niet overal hetzelfde. De kern Planes was door de christelijke vestiging van 1278 overwegend een plaats van oude christenen geworden.

De omliggende nederzettingen Almudaina, Apta, Benialfaquí, Benicapsell, Burbaca, Catamarruc, Llombo en Margarida bleven daarentegen grotendeels door moriscos bewoond.

Dat onderscheid is belangrijk voor een goed begrip van de gebeurtenissen van 1609. De moriscoverdrijving trof de baronie zwaar, maar de gevolgen verschilden sterk per dorp.

Verdrijving treft vooral buurdorpen

In 1609 besloot koning Filips III de moriscos uit Spanje te verdrijven. Het besluit had bijzonder grote gevolgen voor het koninkrijk Valencia, waar veel landbouwdorpen grotendeels door moriscogezinnen werden bewoond.

De oorspronkelijke tekst over Planes wekte de indruk dat de gehele kern vrijwel leegliep. Volgens de gemeentelijke geschiedschrijving is dat niet juist. Planes zelf was inmiddels overwegend door oude christenen bewoond en werd demografisch minder zwaar getroffen dan de omliggende moriscodorpen.

Voor de Baronie van Planes als geheel waren de gevolgen wel ingrijpend. Gezinnen uit verschillende dorpen moesten hun huizen, akkers, dieren en bezittingen achterlaten.

Benicapsell, Llombo, Burbaca en Apta werden na de verdrijving niet opnieuw als zelfstandige nederzettingen bevolkt. Hun grondgebied en landbouwgronden werden later bij andere plaatsen of eigendommen betrokken.

Benialfaquí, Catamarruc en Margarida bleven wel bestaan, maar moesten opnieuw worden bevolkt en economisch worden opgebouwd. Nieuwe christelijke kolonisten namen woningen en akkers over die eeuwenlang door moriscos waren gebruikt.

De verdrijving betekende ook verlies van praktische kennis. Waterverdeling, terrassenbouw en de verzorging van specifieke gewassen waren vaak nauw verbonden met lokale families en mondeling doorgegeven ervaring.

De bestaande infrastructuur verdween echter niet. Nieuwe bewoners bleven gebruikmaken van dezelfde waterkanalen, landbouwterrassen, paden en molens.

Lokale historische overzichten verbinden de gebeurtenissen rond de verdrijving eveneens met een bevestiging of beloning van de bestuurlijke status van Planes als villa. Het woord villa werd in bronnen al eerder gebruikt, waardoor dit niet moet worden gezien als het plotselinge ontstaan van een nieuwe plaats.

Herstel van dorpen en akkers

Na de verdrijving moesten de heren van de baronie nieuwe bewoners aantrekken voor de getroffen nederzettingen. Verlaten landbouwgrond leverde immers geen pacht, belastingen of oogst op.

Nieuwe bevolkingsafspraken legden vast welke huizen en akkers kolonisten konden gebruiken en welk deel van de opbrengst zij aan de eigenaar moesten afstaan.

De nieuwe bewoners kwamen uit andere delen van het koninkrijk Valencia en uit nabijgelegen streken. Zij brachten eigen gewoonten en familienamen mee, maar namen ook veel over van het bestaande landschap.

Planes bleef een bestuurlijk en economisch middelpunt voor de omgeving. De christelijke kern rond het kasteel, kerk en latere gemeentegebouwen vormde een stabieler centrum dan enkele kleinere nederzettingen.

Het herstel ging langzaam. Terrassen moesten worden onderhouden, irrigatiekanalen hersteld en verlaten woningen opnieuw bewoonbaar gemaakt. Niet alle landbouwgrond werd direct opnieuw in gebruik genomen.

Graan, olijven, druiven, amandelen en fruit vormden de basis van de economie. De kersenteelt die tegenwoordig sterk met Planes wordt geassocieerd, kreeg pas veel later haar huidige omvang en betekenis.

Kerk groeit door de eeuwen

Stenen klokkentoren van de kerk Santa María met bergen achter PlanesDe belangrijkste kerk van Planes is de Iglesia de Santa María, gewijd aan Nuestra Señora de la Asunción, Onze-Lieve-Vrouw-Tenhemelopneming. Het is de oudste kerk binnen de huidige gemeente.

De oudste bekende bouwfase bevindt zich in de huidige eucharistiebeuk en wordt in de veertiende eeuw geplaatst. Dit deel had oorspronkelijk een ingang aan de noordzijde en een klokkentoren bij het uiteinde.

De kerk werd in latere eeuwen uitgebreid. Het huidige gebouw bestaat uit drie beuken die door ronde bogen van elkaar worden gescheiden. Langs de zijkanten bevinden zich altaren en kapellen die aan verschillende heiligen zijn gewijd.

De classicistische hoofdingang stamt waarschijnlijk uit de zeventiende eeuw, toen een belangrijke uitbreiding of voltooiing plaatsvond.

Bij restauraties zijn resten van oude fresco’s op het gewelf van de middenbeuk gevonden. Er zijn ook aanwijzingen dat het hoofdaltaar ooit met schilderingen was versierd.

Tijdens de Spaanse Burgeroorlog ging het houten altaarstuk bij een brand verloren. Daarmee verdwenen ook delen van de oudere inrichting en religieuze kunst.

De kerk bezit nog altijd een voormalige tuin naast het gebouw. Zulke kerktuinen konden worden gebruikt voor voedsel, kruiden, bloemen of praktische werkzaamheden van de parochie.

De klokkentoren op de afbeelding steekt boven de daken van Planes uit. De ligging met de bergen op de achtergrond laat goed zien hoe nauw dorp, kerk en landschap met elkaar verbonden zijn.

Hermitage boven het dorp

Boven Planes ligt de Ermita del Santo Cristo. Een ermita is een kleine kapel of hermitage, vaak gelegen buiten of boven de gewone dorpsbebouwing.

Volgens de plaatselijke traditie ontstond de kapel in de vijftiende eeuw. Het oudste gedeelte is tegenwoordig de sacristie en vertoont gotische kenmerken.

De kapel was aanvankelijk gewijd aan San Cristóbal en Santa Bárbara. Rond het midden van de achttiende eeuw veranderde de naam en werd zij verbonden met het Santísimo Cristo de Planes.

De huidige kapel heeft een middenbeuk, zijkapellen, een tongewelf en een ingang met drie bogen. Naast het gebouw staat de vroegere woning van de kluizenaars of beheerders.

De karakteristiekste route naar boven volgt een zigzaggende kruisweg. Zo’n route heet een Via Crucis en bevat staties die verwijzen naar de lijdensweg van Christus.

De kapel en route zijn niet alleen religieus erfgoed. Vanaf de heuvel zijn ook uitzichten over het dorp, landbouwlandschap en het stuwmeer van Beniarrés mogelijk.

Kruisen markeren dorpsgrenzen

Rond het dorp staan twee historische grens- of wegkruisen, in het Spaans cruces de término. Zij worden aan het einde van de zestiende eeuw gedateerd.

Dergelijke kruisen stonden bij toegangswegen en kruispunten. Volgens volksverhalen boden ze bescherming tegen kwade krachten en markeerden ze de toegang tot een christelijke plaats.

De kruisen passen ook binnen de sterke kerkelijke aandacht voor de bekering en controle van moriscogemeenschappen in de zestiende eeuw.

Een van de kruisen staat bij de CV-700 en is groter en overdekt. Het andere staat op een oude maalsteen. De plaatselijke wandeling van Creu a Creueta, van kruis naar klein kruis, verwijst nog altijd naar deze twee monumenten.

Waterwerken vertellen geschiedenis

Overdekte historische wasplaats met waterbassin en stenen zuilen in PlanesWater bepaalde waar mensen konden wonen en welke landbouw mogelijk was. Planes beschikt daarom over een bijzonder netwerk van bronnen, kanalen, een aquaduct, een wasplaats en oude molens.

Het historische aquaduct bij de Font Nova maakt deel uit van een systeem dat water uit de bekkens van l’Escaleta en Canyeret naar landbouwterrassen en de omgeving van het dorp bracht.

Het aquaduct rust op vier bijna spitsvormige bogen en wordt waarschijnlijk gedateerd aan het einde van de dertiende of het begin van de veertiende eeuw.

Bij de dorpsrand werd het aangevoerde water gecombineerd met de stroom van de Font Nova, de nieuwe bron. Van daaruit werd onder meer de gemeentelijke wasplaats gevuld.

Een lager gelegen tegenaquaduct bracht overtollig water naar een ander bekken. Er bestaan bovendien aanwijzingen dat met een mechanisch systeem water naar het hoger gelegen kasteel kon worden gebracht.

De wasplaats op de afbeelding was een praktische voorziening waar inwoners kleding en huishoudtextiel schoonmaakten. Tegelijk functioneerde zij als ontmoetingsplek waar nieuws, familiegebeurtenissen en dorpsverhalen werden gedeeld.

De volle waterbak, stenen wasranden en overkapping laten zien hoe belangrijk een betrouwbare watertoevoer was voordat woningen over eigen kranen en wasmachines beschikten.

Molens in Barranco Hondo

Ten noordoosten van de dorpskern ligt het Barranco Hondo, in het Valenciaans Barranc Fondo. Het ravijn ontvangt water uit het systeem van de Font Nova en het aquaduct.

In de kloof stonden drie bekende watermolens: Molino de Arcadio, Molino de la Fuente del Oro en Molino de la Fuente de la Arcada.

Het water werd van de ene naar de andere installatie geleid. Zo kon dezelfde stroom meerdere keren worden gebruikt om maalstenen en andere mechanismen aan te drijven.

De Molino de Arcadio werd vanaf 1813 gebouwd na een verzoek van de inwoner Jaime Catalá Catalá. De huidige naam verwijst naar Arcadio Seguí González, de laatste molenaar.

De molens van Fuente del Oro en Fuente de la Arcada kunnen veel ouder zijn. Zij worden mogelijk al weerspiegeld in een koninklijke toekenning uit 1258 en zouden daarmee vóór de volledige christelijke vestiging zijn gebouwd.

De Fuente del Oro kreeg haar naam door glinsterende mineralen in de rotsen. Bewoners dachten dat zij goud hadden ontdekt en groeven kleine gangen in de helling.

De natuuronderzoeker Antonio José Cavanilles beschreef in 1797 dat het waarschijnlijk om glanzend pyriet en kleine koperaders ging, niet om echt goud.

De molens laten zien hoe water, landbouw en nijverheid met elkaar waren verbonden. Graan uit de omgeving kon dicht bij huis tot meel worden gemalen, zonder afhankelijk te zijn van mens- of dierkracht alleen.

Achttiende-eeuws landbouwdorp

In de achttiende eeuw bleef Planes vooral een landbouwgemeenschap. Graan, olijven, druiven, amandelen, groenten en fruit vormden de basis van het bestaan.

Het werk volgde de seizoenen. Muren en irrigatiekanalen werden hersteld, bomen gesnoeid, graan geoogst en olijven en druiven verwerkt.

De opbrengsten waren afhankelijk van regen, vorst, storm en de beschikbaarheid van arbeidskrachten. Een mislukte oogst kon voor een gezin grote gevolgen hebben.

In deze eeuw veranderden ook verschillende religieuze en openbare gebouwen. De Ermita del Santo Cristo kreeg haar huidige toewijding en de kerk bleef een belangrijk centrum voor geloof en dorpsleven.

Het gemeentehuis werd aan het einde van de achttiende eeuw gebouwd. Het gebouw heeft een soort overdekte open hal met drie bogen. Twee kleine ruimten onder de bogen werden vroeger als gevangenis gebruikt.

Het gebouw kreeg door de tijd heen verschillende functies. Tot in de jaren zeventig van de twintigste eeuw werd een gedeelte als jongensschool gebruikt. Andere ruimten dienden op verschillende momenten als apotheek of herenkapper.

Dat veelzijdige gebruik past bij een klein dorp waar openbare gebouwen meerdere taken moesten vervullen en voorzieningen dicht bij elkaar lagen.

Negentiende eeuw brengt verandering

De negentiende eeuw was in Spanje een periode van politieke onrust, oorlogen, veranderingen in grondbezit en economische onzekerheid. Het landelijke leven in Planes bleef ondertussen grotendeels afhankelijk van landbouw en lokale handel.

De beschikbare gemeentelijke bronnen geven geen uitgebreid verslag van grote veldslagen in Planes tijdens de Carlistenoorlogen. Het is daarom te stellig om te beweren dat het dorp zelf een belangrijk strijdtoneel was.

De bredere conflicten konden de bevolking wel indirect raken door belastingen, dienstplicht, onveiligheid, veranderende markten en verstoring van vervoer en handel.

De afschaffing van oude heerlijke rechten maakte in 1837 formeel een einde aan de Baronie van Planes als bestuurlijk feodaal systeem. Het markiezaat van Cruïlles behield daarna nog particuliere eigendommen.

In het geografische woordenboek van Pascual Madoz uit 1849 wordt zelfs vermeld dat de markies van Cruïlles nog woonruimten, kleding en wijnkelders in het kasteel bezat.

Dat betekent niet dat het kasteel in die tijd nog een middeleeuwse militaire functie had. De gebouwen en ruimten waren onderdeel geworden van een particulier landgoed en werden voor andere doeleinden gebruikt.

De landbouw bleef zwaar handwerk. Terrassen moesten met stenen muren worden ondersteund en goederen werden over smalle wegen en paden met mensen, ezels en muilezels vervoerd.

De watermolens bleven belangrijk totdat nieuwere energiebronnen, machines en betere verbindingen hun economische functie geleidelijk overnamen.

Kersen worden steeds belangrijker

Planes staat tegenwoordig vooral bekend als een van de belangrijke kersengebieden van Alicante. Die prominente positie ontstond geleidelijk en moet niet zonder meer worden teruggeplaatst naar de vroegste geschiedenis.

Fruitbomen werden al eeuwen verbouwd, maar de gespecialiseerde kersenteelt groeide naarmate landbouwers rassen, technieken en handelsmogelijkheden ontwikkelden die goed bij het koelere bergklimaat pasten.

Kersenbomen hebben tijdens de winter voldoende koude uren nodig. De hoogte van Planes en de temperatuurverschillen tussen dag en nacht maken de omgeving geschikter dan veel warmere kustgebieden.

De teelt veranderde het landschap. Boomgaarden verschenen op terrassen en in valleien waar voldoende grond en water beschikbaar waren.

De oogst bleef arbeidsintensief. Kersen moeten voorzichtig en op het juiste moment worden geplukt, gesorteerd en snel worden vervoerd. Slecht weer tijdens de bloei of rijping kan een groot deel van de opbrengst aantasten.

De kersen werden uiteindelijk niet alleen een landbouwproduct, maar ook een belangrijk onderdeel van de identiteit en toeristische uitstraling van Planes en omliggende bergdorpen.

Twintigste eeuw verandert Planes

De twintigste eeuw bracht snelle veranderingen. Wegen werden verbeterd, elektriciteit en leidingwater bereikten woningen en machines namen een deel van het zware landbouw- en huishoudelijke werk over.

De Spaanse Burgeroorlog van 1936 tot 1939 liet ook in Planes sporen achter. Het houten altaarstuk van de kerk werd verbrand en oudere religieuze kunst en decoraties gingen verloren.

De naoorlogse jaren waren voor veel gezinnen economisch moeilijk. Landbouw bood niet altijd voldoende inkomen en jongeren zochten werk in groeiende plaatsen als Alcoy, Cocentaina, Valencia, Alicante en later aan de toeristische kust.

Alcoy trok al langer arbeiders door zijn textiel-, papier- en metaalindustrie. De groei van Benidorm en andere kustplaatsen vanaf de tweede helft van de eeuw zorgde daarnaast voor banen in bouw, horeca en toerisme.

De verhuizing van jonge inwoners leidde tot vergrijzing en minder intensief gebruik van akkers en terrassen. Sommige woningen stonden leeg of werden alleen tijdens vakanties en feesten gebruikt.

Families hielden echter sterke banden met hun geboortedorp. Veel voormalige inwoners bleven terugkeren voor oogsten, familiebezoek en de jaarlijkse feesten.

Het stuwmeer van Beniarrés veranderde in de twintigste eeuw het waterlandschap van de omgeving. Het reservoir beïnvloedde het regionale waterbeheer en werd een nieuw herkenningspunt in het uitzicht vanaf de hoogten rond Planes.

Ook de functie van historische gebouwen veranderde. Het gemeentehuis verloor zijn rol als school en verschillende molens werden buiten gebruik gesteld.

Het kasteel bleef gedurende een groot deel van de twintigste eeuw particulier eigendom. De aankoop door de gemeente in 1992 was belangrijk omdat het monument daardoor onder directe publieke verantwoordelijkheid kwam.

Nieuwe belangstelling voor erfgoed

Vanaf de laatste decennia van de twintigste eeuw groeide de belangstelling voor wandelen, plattelandstoerisme en historisch erfgoed in het binnenland van Alicante.

Bezoekers ontdekten de Barranc de l’Encantà, het kasteel, de waterwerken, de kersenbloesem en de kleinere dorpskernen van de gemeente.

Oude woningen werden gerestaureerd en kregen opnieuw een woonfunctie of werden gebruikt als vakantieverblijf. Daardoor konden gebouwen behouden blijven die anders verder waren vervallen.

Die ontwikkeling bracht kansen, maar ook nieuwe vragen. Restauraties moeten rekening houden met historische materialen en de schaal van het dorp. Een oude gevel of straat verliest een deel van haar betekenis wanneer karakteristieke onderdelen zonder aandacht worden vervangen.

Ruraal toerisme kan inkomsten opleveren voor horeca, winkels en accommodaties, maar Planes blijft in de eerste plaats een woon- en landbouwgemeente.

De grootste uitdaging is het bewaren van evenwicht. Het dorp heeft bezoekers en nieuwe bewoners nodig, maar wil zijn landschap, betaalbaarheid, landbouw en rustige karakter behouden.

Feesten bewaren dorpsgeheugen

De jaarlijkse feesten houden historische en sociale banden levend. De belangrijkste patroonfeesten worden tijdens het eerste weekend van oktober gehouden ter ere van San Roque, de Virgen del Rosario en het Santísimo Cristo de Planes.

Processies, muziek, gezamenlijke maaltijden, vuurwerk en andere activiteiten brengen inwoners en voormalige dorpsbewoners samen.

Een belangrijk onderdeel is de intocht van Moren en Christenen. In het Spaans heet dit een entrada de Moros y Cristianos.

De deelnemers dragen fantasierijke kostuums en trekken onder begeleiding van muziekkorpsen door het dorp. De viering verwijst naar de middeleeuwse strijd en machtswisseling, maar is geen nauwkeurige historische reconstructie.

Voor Nederlandse en Belgische bezoekers is het belangrijk om te begrijpen dat zulke feesten meer zijn dan een toeristische optocht. Families, vriendengroepen, verenigingen en muzikanten werken lange tijd aan de voorbereiding.

Mensen die al jaren buiten Planes wonen, keren tijdens de feestdagen vaak terug. Daardoor verbinden de feesten het huidige dorp met generaties die elders wonen maar zich nog altijd met Planes verbonden voelen.

Ook Sant Blai speelt een belangrijke rol in de plaatselijke traditie. Deze heilige wordt met een gezamenlijke bijeenkomst en maaltijd geëerd.

De kleinere kernen Benialfaquí, Catamarruc en Margarida hebben eveneens eigen religieuze feesten. Daarmee blijft ook hun afzonderlijke identiteit binnen de gemeente zichtbaar.

Geschiedenis zichtbaar in straten

De geschiedenis van Planes is niet alleen te vinden in officiële documenten en archeologische rapporten. Zij is tijdens een gewone wandeling door het dorp zichtbaar.

De stenen boog op de openingsafbeelding verbindt twee oude gebouwen boven een smalle straat. Zulke doorgangen laten zien hoe dicht en organisch de historische kern is gebouwd.

De steile straten volgen de vorm van de heuvel en leiden uiteindelijk naar het kasteel. Vanaf lagere delen blijft de versterking zichtbaar als herinnering aan de strategische oorsprong van Planes.

De kerk, het voormalige gemeentehuis, grens­kruisen en de Ermita del Santo Cristo tonen hoe sterk religie en bestuur het dorpsbeeld hebben bepaald.

Het aquaduct, de Font Nova, wasplaats en molens vertellen een ander verhaal: dat van water, arbeid en dagelijks overleven.

Buiten de kern liggen landbouwterrassen die door generaties zijn opgebouwd en hersteld. De huidige kersen-, amandel- en olijfboomgaarden maken gebruik van een landschap dat eeuwenlang door mensen is gevormd.

Zelfs verdwenen nederzettingen blijven onderdeel van de geschiedenis. Namen als Apta, Benicapsell, Burbaca en Llombo herinneren aan gemeenschappen die na 1609 niet opnieuw als dorp werden opgebouwd.

Meer lezen over Planes

Wie de geschiedenis van Planes beter wil plaatsen, kan op MijnAlicante.nl verder lezen bij de algemene informatie over Planes. Daar staat meer over de ligging, bevolking, woonkernen, voorzieningen en bereikbaarheid.

De Barranc de l’Encantà, de Sierra de Almudaina, het stuwmeer van Beniarrés en de planten en dieren van het gebied worden uitgebreider beschreven bij de natuur rond Planes.

Wie het kasteel, aquaduct, kerk, hermitage en andere bezienswaardigheden zelf wil bezoeken, vindt praktische ideeën bij toerisme in Planes.

Nederlanders en Belgen die overwegen permanent in El Comtat te gaan wonen, kunnen verder lezen bij wonen in Planes. Voor gezinnen sluit ook onderwijs in Planes goed aan.

Bergdorp met een geheugen

De geschiedenis van Planes bestaat uit veel verschillende lagen. Grotten en rotsschilderingen vertellen over de eerste bewoners. De bronstijd- en Iberische nederzettingen laten zien dat de heuvels en valleien al vroeg strategisch en economisch waardevol waren.

Het almohadische kasteel, de landbouwterrassen en waterstructuren herinneren aan de islamitische eeuwen. De strijd rond Al-Azraq en de bevolkingsbrief van 1278 veranderden vervolgens de machtsverhoudingen en de bevolkingssamenstelling.

Als centrum van een baronie werd Planes eeuwenlang door verschillende adellijke families bestuurd. De moriscoverdrijving van 1609 trof vooral de omliggende dorpen, terwijl de overwegend christelijke kern van Planes beter standhield.

Kerk, hermitage, kruisen en feesten vertellen over de groei van het christelijke dorpsleven. Aquaduct, bronnen, molens en wasplaats laten juist zien hoe belangrijk water en dagelijks werk waren.

De negentiende en twintigste eeuw brachten het einde van de feodale baronie, politieke veranderingen, industrialisatie, vertrek naar steden en kustplaatsen en uiteindelijk nieuwe belangstelling voor plattelandstoerisme en erfgoed.

Wie Planes vandaag bezoekt, loopt daarom niet door een dorp dat in één periode is ontstaan. Iedere straat, muur en boomgaard maakt deel uit van een veel langer verhaal van bewoning, conflict, landbouw, geloof, vertrek en herstel.

Juist die gelaagdheid maakt Planes bijzonder. Het dorp heeft geen groot paleis of volledig gerestaureerde vesting nodig om zijn verleden voelbaar te maken. De geschiedenis ligt verspreid over de kasteelheuvel, het waterbassin, de kerktoren, de stenen terrassen en de namen van dorpen die verdwenen of opnieuw begonnen.

Planes is daarmee meer dan een schilderachtig bergdorp in het noorden van Alicante. Het is een gemeenschap met een uitzonderlijk lang geheugen, gevormd door mensen die steeds opnieuw leerden leven met dezelfde bergen, hetzelfde water en dezelfde vruchtbare maar veeleisende grond.

Dit artikel is voor het laatst bijgewerkt op 2 augustus 2026.