Wortels in de prehistorie
De geschiedenis van Penàguila, gelegen in het bergachtige binnenland van de provincie Alicante, gaat veel verder terug dan de middeleeuwse dorpskern die tegenwoordig het straatbeeld bepaalt. In de omgeving zijn verschillende rotsschuilplaatsen met prehistorische schilderingen bekend. De gemeente vermeldt zeven zogenaamde abrics, natuurlijke overhangende rotsschuilplaatsen, waarvan verschillende moeilijk bereikbaar zijn. Onder meer de Abric del Port de Penàguila en verschillende schuilplaatsen in de Barranc del Salt behoren tot het grote complex van prehistorische rotskunst langs de mediterrane zijde van het Iberisch Schiereiland dat door UNESCO als werelderfgoed is erkend.
Die rotsschilderingen laten zien dat mensen dit landschap al duizenden jaren vóór het ontstaan van het huidige Penàguila gebruikten. De beschutte berghellingen, natuurlijke waterbronnen en routes tussen valleien maakten het gebied aantrekkelijk voor gemeenschappen die hier jaagden, voedsel verzamelden en later landbouw bedreven. Wie tegenwoordig door de bergen rond Penàguila wandelt, beweegt zich daardoor door een landschap waarin menselijke aanwezigheid veel ouder is dan de huizen, kerken en muren van het dorp zelf.
Over bewoning in de Iberische en Romeinse periode is voor Penàguila veel minder duidelijk gedocumenteerd dan over de prehistorie en de middeleeuwen. Daarom is het verstandiger om niet te doen alsof de ontwikkeling van het huidige dorp rechtstreeks tot de Romeinse tijd kan worden gevolgd. Wat wel vaststaat, is dat dit deel van het binnenland van Alicante al zeer lang werd gebruikt en dat de strategische ligging tussen bergen en valleien later opnieuw een belangrijke rol zou spelen.
Islamitisch Penàguila ontstaat
De geschiedenis van het Penàguila dat we tegenwoordig herkennen, wordt duidelijker tijdens de islamitische periode van Al-Andalus. Vanaf de achtste eeuw stond een groot deel van het huidige Spanje eeuwenlang onder islamitisch bestuur. Ook de bergen van Alicante maakten daarvan deel uit. Waterbeheer, landbouwterrassen en versterkte nederzettingen speelden hier een belangrijke rol, omdat landbouw in het droge mediterrane klimaat alleen mogelijk was wanneer water zorgvuldig werd opgevangen en verdeeld.
De islamitische bewoners maakten gebruik van bronnen, natuurlijke waterlopen en berghellingen en ontwikkelden landbouw op terrassen. Zulke terrassen zijn nog altijd op veel plaatsen in het landschap rond Penàguila herkenbaar. Olijven, granen, fruit en andere gewassen konden daardoor worden verbouwd op grond die zonder aanpassingen veel moeilijker bruikbaar zou zijn geweest. De relatie tussen water en landbouw zou eeuwenlang bepalend blijven voor de ontwikkeling van het dorp.
Een van de belangrijkste tastbare herinneringen aan deze periode is het kasteel van Penàguila. Het bouwwerk wordt toegeschreven aan de Almohadische periode in de twaalfde eeuw. De Almohaden vormden een islamitische dynastie die in die tijd grote delen van het zuiden en oosten van het Iberisch Schiereiland bestuurde. Het kasteel lag op een strategische positie op een steile hoogte en vormde vóór de christelijke verovering het centrum van een islamitische gemeenschap.
Van het kasteel resteren tegenwoordig vooral muren, fundamenten en andere bouwsporen. In het hoogste gedeelte zijn onder meer resten van een vierkante toren, een overwelfde ruimte en een rechthoekige wateropslagplaats zichtbaar. Zo'n waterreservoir wordt in Spanje een aljibe genoemd. Het diende om regen- of bronwater te bewaren, iets wat binnen een versterkte nederzetting van levensbelang kon zijn.
Christelijke verovering verandert Penàguila
In de dertiende eeuw veranderde de politieke situatie in het huidige Valenciaanse gebied ingrijpend. Tijdens de christelijke veroveringen breidde koning Jaume I, in het Nederlands doorgaans Jacobus I van Aragón genoemd, zijn macht uit over grote delen van het huidige Valencia. Penàguila kwam uiteindelijk in 1276 definitief onder christelijke controle.
Op 8 april 1276 beloofde Jaume I volgens historische bronnen aan Berenguer de Lacera, die verantwoordelijk was voor het kasteel, dat grond zou worden verdeeld onder mannen die de vesting bewaakten. Dat laat zien hoe belangrijk Penàguila destijds vanuit militair oogpunt was. Het ging niet alleen om een landbouwdorp, maar om een versterkte positie waarmee routes door het bergachtige gebied konden worden gecontroleerd.
Twee jaar later volgde een gebeurtenis die voor de verdere ontwikkeling van Penàguila bijzonder belangrijk was. Op 26 september 1278 verleende koning Peter III van Aragón een Carta Puebla aan Penàguila. Een Carta Puebla, in het Nederlands ongeveer te omschrijven als een bevolkings- of stadsrechtbrief, legde vast onder welke voorwaarden mensen zich in een veroverd gebied mochten vestigen, welke grond zij kregen en welke rechten en verplichtingen daarbij hoorden.
Dit soort documenten speelde na de christelijke verovering van het koninkrijk Valencia een grote rol bij de organisatie en herbevolking van dorpen en landbouwgebieden. Nieuwe bewoners konden zich vestigen, landbouwgrond werd verdeeld en de bestuurlijke structuur veranderde. Tegelijk bleven veel bestaande landbouwterrassen, waterlopen en andere praktische elementen uit de islamitische periode gewoon in gebruik. De bevolking veranderde, maar het landschap kon niet zomaar opnieuw worden uitgevonden.
Een versterkt middeleeuws dorp
Na de christelijke verovering ontwikkelde Penàguila zich verder als versterkte nederzetting. De middeleeuwse kern werd tussen het einde van de dertiende en het begin van de veertiende eeuw volgens een opvallend regelmatig patroon aangelegd. Het historische centrum heeft daardoor een min of meer rechthoekige vorm, iets wat nog altijd herkenbaar is in het stratenplan.
De belangrijkste noord-zuidas werd gevormd door de huidige Calle Mayor, officieel Calle Arzobispo Company. Rond deze straat ontstonden de kerk, het gemeentehuis en verschillende zijstraten. Het dorp werd door muren beschermd en op strategische punten stonden torens. Aan de oostkant bood het natuurlijke ravijn extra bescherming, waardoor daar minder verdedigingstorens nodig waren.
In 1338 gaf koning Peter IV van Aragón, bekend als Pedro el Ceremonioso of Peter de Ceremoniële, opdracht om het kasteel verder te versterken. Dat onderstreept opnieuw het militaire belang van Penàguila. Het dorp lag in een gebied waar controle over passen, valleien en verbindingen tussen het binnenland en de kust van grote betekenis was.
Restanten van de middeleeuwse ommuring zijn tegenwoordig nog op verschillende plaatsen te zien. Ook Torre Vernet, aan de noordzijde van de historische kern, herinnert aan deze verdedigingsstructuur. Hoewel veel van de oorspronkelijke torens en muren door verbouwingen, huizenbouw en veranderende straatindelingen verdwenen, is het basispatroon van het versterkte dorp verrassend goed herkenbaar gebleven.
Dat maakt de geschiedenis van Penàguila bijzonder tastbaar. Je hoeft geen groot museum binnen te lopen om sporen van de middeleeuwen te zien. Een wandeling door de straten laat al zien hoe het dorp ooit werd ontworpen met militaire veiligheid in gedachten.
El Portalet opnieuw zichtbaar
Een belangrijk onderdeel van deze middeleeuwse verdedigingsstructuur is El Portalet. Deze oude toegang tot de ommuurde kern lag aan het einde van de belangrijkste dorpsas. De doorgang maakte een hoek van ongeveer negentig graden. Zo'n haakse toegang maakte het aanvallers moeilijker om rechtstreeks het dorp binnen te trekken en kon daarnaast worden gebruikt om goederen en reizigers te controleren.
El Portalet heeft de afgelopen jaren opnieuw veel aandacht gekregen. Tussen 2022 en 2025 werd de Plaça de El Portalet archeologisch onderzocht en opnieuw ingericht. Bij deze werkzaamheden kwam een deel van de middeleeuwse gracht aan het licht die ooit buiten de stadsmuur lag. De gracht werd volgens het archeologische onderzoek aangelegd tussen 1304 en 1330, tijdens de regering van Jaume II.
De ontdekking was bijzonder omdat historische documenten wel melding maakten van grachten rond de ommuring, maar er in Penàguila nog geen tastbare resten van waren gedocumenteerd. Tijdens het onderzoek werden eveneens stukken natuursteen en bewerkte stenen aangetroffen die waarschijnlijk deel uitmaakten van de brug waarmee bezoekers vroeger over de gracht naar de hoofdingang van de stad liepen.
Onder de plek van die brug zijn bovendien vernauwingen in de gracht uit de vijftiende en zeventiende eeuw vastgesteld. Daarmee werd El Portalet in één archeologisch onderzoek een soort dwarsdoorsnede van verschillende eeuwen Penàguilaanse geschiedenis.
De werkzaamheden werden in 2025 afgerond. De archeologische resten zijn geconsolideerd en de inrichting van het plein maakt het mogelijk om beter te begrijpen hoe de toegang tot de middeleeuwse stad heeft gewerkt. Voor bezoekers is dit een mooi voorbeeld van hoe historisch erfgoed niet alleen wordt bewaard, maar ook opnieuw leesbaar kan worden gemaakt.
Kerk groeide met het dorp
Religie speelde na de christelijke verovering vanzelfsprekend een steeds grotere rol. De parochiekerk Nuestra Señora de la Asunción, gewijd aan Maria-Tenhemelopneming, behoort tegenwoordig tot de belangrijkste monumenten van Penàguila. De kerk heeft een middeleeuwse oorsprong uit de veertiende eeuw.
Het oorspronkelijke gebouw was aanzienlijk kleiner dan de huidige kerk. Naarmate de bevolking groeide, werd het gebouw aangepast en uitgebreid. In de zeventiende eeuw vond een belangrijke uitbreiding plaats en werd ook de klokkentoren gebouwd. In de achttiende eeuw volgden opnieuw verbouwingen. Daardoor toont het gebouw tegenwoordig verschillende historische bouwfasen in plaats van één enkele bouwstijl.
Een van de kapellen is gewijd aan de Virgen de los Dolores, Onze-Lieve-Vrouw van Smarten, en heeft een neoklassiek karakter. De kerk vormde eeuwenlang niet alleen het religieuze middelpunt, maar ook een belangrijk punt in het sociale leven van de gemeenschap. Doop, huwelijk, overlijden, processies, feestdagen en andere belangrijke momenten in het leven van inwoners waren nauw met de parochie verbonden.
Ook buiten de parochiekerk zijn religieuze sporen zichtbaar. Ten zuiden van Penàguila staat de Ermita del Calvario, eveneens bekend als de kapel van de Santos Médicos Cosme y Damián, de heiligen Cosmas en Damianus. De kapel wordt gerekend tot het Valenciaanse gotische erfgoed en heeft wortels die teruggaan tot de periode van de christelijke herovering.
Penàguila in de vroegmoderne tijd
Tijdens de vijftiende en zestiende eeuw veranderde de politieke positie van Penàguila opnieuw. Het lokale bestuur en bezit waren enige tijd verbonden met de familie Fenollar, waarna Penàguila opnieuw rechtstreeks onder de kroon kwam te vallen. Het dorp kreeg de status van koninklijke stad en had in een bepaalde periode zelfs stemrecht binnen de Valenciaanse Statenvergadering, de historische Corts Valencianes.
Dat betekent niet dat het dagelijks leven bijzonder stedelijk was. De meeste inwoners bleven afhankelijk van landbouw, veeteelt en lokale ambachten. Het ritme van de seizoenen, de beschikbaarheid van water en de oogst waren voor gewone families veel belangrijker dan gebeurtenissen aan het koninklijke hof.
Olijven, granen, wijn, amandelen en andere mediterrane landbouwproducten speelden een belangrijke rol. Het terrassenlandschap rond Penàguila werd door generaties inwoners onderhouden. Stenen muurtjes hielden de grond tegen op steile hellingen en maakten het mogelijk om zelfs relatief moeilijke grond landbouwkundig te gebruiken.
Een opvallend hoofdstuk volgde in 1609, toen koning Filips III opdracht gaf de Moriscos uit Spanje te verdrijven. Moriscos waren moslims die zich, vaak onder druk, tot het christendom hadden bekeerd of afstammelingen daarvan. In veel Valenciaanse dorpen leidde deze verdrijving tot een enorme bevolkingsdaling, omdat een groot deel van de lokale bevolking uit Moriscos bestond.
Penàguila werd minder zwaar getroffen dan veel andere plaatsen in de omgeving, omdat er relatief veel christelijke inwoners woonden. Historische gegevens vermelden dat ongeveer tweehonderd huishoudens vóór de verdrijving terugliepen naar ongeveer 145 daarna. Dat was nog altijd een duidelijke afname, maar aanzienlijk minder dramatisch dan in verschillende andere dorpen in het Valenciaanse binnenland.
Van Xàtiva naar Alicante
Ook bestuurlijk veranderde Penàguila verschillende keren van positie. Tot het begin van de achttiende eeuw maakte de plaats deel uit van het bestuurlijke gebied van Xàtiva. Na de Spaanse Successieoorlog en de bestuurlijke hervormingen die daarop volgden, kwam Penàguila vanaf 1707 binnen het bestuurlijke district van Alcoy te liggen.
Die situatie bleef bestaan tot de grote provinciale herindeling van Spanje in 1833. Vanaf dat moment maakte Penàguila officieel deel uit van de provincie Alicante, zoals dat tegenwoordig nog steeds het geval is. Zulke bestuurlijke veranderingen lijken op papier misschien abstract, maar bepaalden waar inwoners terechtkonden voor rechtspraak, belastingen en verschillende vormen van bestuur.
De band met Alcoy bleef ondertussen sterk. De grotere stad ontwikkelde zich tot het economische centrum van l’Alcoià, terwijl Penàguila vooral agrarisch en kleinschalig bleef. Voor handel, ambachten en later werkgelegenheid werd Alcoy steeds belangrijker.
Negentiende eeuw brengt vernieuwing
De negentiende eeuw was in heel Spanje een turbulente periode. De Napoleontische invasie, politieke machtswisselingen, de Carlistenoorlogen en grote maatschappelijke veranderingen zorgden ook in het Valenciaanse binnenland voor onzekerheid. Voor een klein dorp als Penàguila kwamen zulke nationale conflicten vooral tot uiting in economische druk, dienstplicht, veranderende bestuursvormen en perioden van onrust.
Tegelijk was de negentiende eeuw voor Penàguila een periode waarin verschillende voorzieningen werden verbeterd. Water bleef daarbij centraal staan. Een prachtig voorbeeld is de Font Major, ook bekend als het Riuet. Deze monumentale bron dateert uit 1856 en heeft dertig wateruitlaten die het naastgelegen openbare washuis van water konden voorzien.
De bron geeft alleen volop water wanneer er voldoende regen is gevallen. Juist daardoor laat de Font Major mooi zien hoe afhankelijk Penàguila altijd van het natuurlijke watersysteem is geweest. Tegenwoordig is zo'n fontein vooral historisch erfgoed, maar in de negentiende eeuw was het een praktische voorziening die direct invloed had op het dagelijkse leven.
Ook het Pont de l'Arc dateert uit deze periode. Dit aquaduct werd in 1845 gebouwd om water vanaf een oudere dorpsbron te vervoeren. De bron, het aquaduct en andere waterwerken zijn stille herinneringen aan een tijd waarin toegang tot water letterlijk bepaalde welke landbouwgrond gebruikt kon worden en hoe een gemeenschap kon groeien.
Jardí de Santos ontstaat
Een van de meest bijzondere historische nalatenschappen uit de negentiende eeuw is het Jardí de Santos, in het Spaans Jardín de Santos. De historische tuin werd in 1841 aangelegd door Joaquín Rico y Soler en ligt iets buiten de dorpskern. Wie vanuit Penàguila naar de tuin loopt, volgt een karakteristieke route langs cipressen voordat de toegangspoort verschijnt.
De aanleg weerspiegelt de romantische tuinmode van de negentiende eeuw. Waar de omgeving van Penàguila wordt gedomineerd door landbouwterrassen, bergen en mediterrane begroeiing, werd hier bewust een groene wereld gecreëerd met water, bomen, wandelpaden, bouwwerken en verrassende doorkijkjes.
Achter de ingang staat een neoklassiek gebouw dat als huis en later als museumruimte heeft gediend. Verder bevinden zich in de tuin een grote vijver, een klein doolhof van hoge hagen, oude cipressen en taxusbomen, beelden, uitzichtpunten en een kleine grot. Ook is er een pergola die toegang geeft tot een ruimte waarin orchideeën en andere planten worden gehouden.
Het is die combinatie van natuur en ontworpen landschap die Jardí de Santos zo bijzonder maakt. Midden in het ruigere berglandschap ontstond een tuin waarin vrijwel ieder element bedoeld was om bezoekers te laten kijken, wandelen en ontdekken. Dat sluit aan bij het romantische idee dat een tuin emoties en verwondering moest oproepen.
De tuin kwam uiteindelijk in handen van de gemeente en is tegenwoordig een van de bekendste bezienswaardigheden van Penàguila. Daarmee is een particulier negentiende-eeuws project veranderd in openbaar erfgoed. Wie meer wil ontdekken over het landschap rond het dorp kan daarnaast verder lezen over de natuur rond Penàguila.
Landbouw bepaalde het dagelijks leven
Ondanks de bijzondere gebouwen en politieke veranderingen bleef Penàguila eeuwenlang vooral een landbouwgemeenschap. Het grootste deel van de bevolking was direct of indirect afhankelijk van grond, vee, water en lokale handel. Oogsten bepaalden of een jaar goed of moeilijk verliep.
Olijfbomen en amandelbomen horen al generaties bij het landschap, terwijl in vroegere eeuwen ook granen, wijn en andere gewassen belangrijk waren. Gezinnen combineerden vaak verschillende activiteiten. Een boer kon bijvoorbeeld olijven verbouwen, enkele dieren houden en daarnaast ambachtelijk werk uitvoeren.
Het huidige etnologische museum van Penàguila herinnert aan deze wereld. Daar wordt onder meer getoond hoe olijfolie ongeveer een eeuw geleden werd geproduceerd. Oude molenstenen, persen en andere werktuigen maken zichtbaar hoeveel arbeid nodig was voordat olijven uiteindelijk als olie konden worden gebruikt.
Voor moderne bezoekers is olijfolie een vanzelfsprekend streekproduct. Voor vroegere inwoners vertegenwoordigde het veel meer: voedsel, handelswaar, inkomen en een product dat maanden werk op het land vereiste. De geschiedenis van Penàguila is daardoor niet alleen een verhaal van koningen en kastelen, maar vooral ook van generaties mensen die dagelijks het landschap bewerkten.
Twintigste eeuw brengt leegloop
De twintigste eeuw veranderde het leven in Penàguila ingrijpend. In de eerste decennia bleef de samenleving sterk agrarisch. De Spaanse Burgeroorlog van 1936 tot 1939 en de moeilijke jaren die daarop volgden hadden, zoals in veel Spaanse dorpen, grote maatschappelijke en economische gevolgen. De oorlog verdeelde het land en werd gevolgd door een lange dictatuur onder Francisco Franco.
Voor dorpen in het binnenland kwam daar na verloop van tijd een andere ontwikkeling bij: de landelijke leegloop. Vanaf het midden van de twintigste eeuw verlieten veel inwoners kleine Spaanse dorpen om werk te zoeken in industriesteden en snel groeiende kustgebieden. In deze regio trok vooral Alcoy mensen aan vanwege zijn industrie en voorzieningen. Ook Alicante, Valencia en andere grotere plaatsen boden meer werk dan kleine landbouwgemeenschappen.
De gevolgen waren in dorpen als Penàguila duidelijk zichtbaar. Het inwonertal nam af, huizen kwamen leeg te staan en landbouwpercelen die generaties lang intensief waren onderhouden werden soms minder gebruikt of geheel verlaten. De traditionele samenleving, waarin vrijwel iedereen rechtstreeks van landbouw of plaatselijke ambachten afhankelijk was, veranderde langzaam maar definitief.
Tegelijk kwamen moderne voorzieningen beschikbaar. Elektriciteit, leidingwater, betere wegen, telefonie en later internet veranderden het dagelijkse leven. Een dorp dat eeuwenlang relatief geïsoleerd had gelegen, kreeg steeds betere verbindingen met Alcoy en de rest van de provincie Alicante.
Opvallend genoeg heeft juist het ontbreken van massale nieuwbouw eraan bijgedragen dat een groot deel van het historische karakter behouden bleef. Penàguila groeide niet uit tot een grote forensenplaats of toeristische urbanisatie. De middeleeuwse structuur, traditionele huizen en rustige straten bleven daardoor een belangrijk onderdeel van het dorpsbeeld.
Erfgoed bepaalt Penàguila vandaag
Vandaag is Penàguila een klein dorp, maar het bezit opvallend veel historisch erfgoed voor zijn omvang. De resten van het Almohadische kasteel, de middeleeuwse ommuring, Torre Vernet, El Portalet, de parochiekerk, oude woningen, kapellen, waterwerken en Jardí de Santos vertellen ieder een ander deel van het verhaal.
Het kasteel is officieel beschermd als Bien de Interés Cultural, afgekort BIC. Dat is een Spaanse beschermingsstatus voor cultureel erfgoed van bijzonder belang. De ruïne maakt duidelijk hoe strategisch deze plek ooit was, terwijl de muren in de dorpskern laten zien hoe de christelijke nederzetting daarna werd georganiseerd.
Ook de prehistorische rotsschilderingen voegen een veel oudere laag toe. Daardoor kun je binnen één relatief klein gemeentelijk gebied sporen vinden uit de prehistorie, de islamitische middeleeuwen, de christelijke herovering, de vroegmoderne tijd en de negentiende eeuw.
De recente werkzaamheden bij El Portalet laten bovendien zien dat de geschiedenis van Penàguila nog altijd niet volledig is blootgelegd. Archeologisch onderzoek kan ook vandaag nieuwe informatie opleveren over hoe het dorp honderden jaren geleden functioneerde. Dat maakt erfgoed hier geen afgesloten hoofdstuk, maar een verhaal waaraan nog steeds details worden toegevoegd.
Geschiedenis leeft in het dorp
Voor de huidige inwoners is geschiedenis meer dan een verzameling oude stenen. Dorpsfeesten, religieuze tradities, straatnamen en lokale verhalen zijn verbonden met gebeurtenissen en gebruiken uit het verleden. Sommige elementen worden al generaties doorgegeven, andere zijn aangepast aan het moderne leven.
Penàguila is daardoor geen openluchtmuseum. In de middeleeuwse straten staan gewoon auto's, achter eeuwenoude gevels wordt gewoond en op historische pleinen ontmoeten inwoners elkaar. Dat dagelijkse gebruik is juist een belangrijk onderdeel van de charme: het erfgoed is niet afgesloten achter hekken, maar vormt het decor van het gewone dorpsleven.
Voor Nederlanders en Belgen die de provincie Alicante voornamelijk kennen van Benidorm, Torrevieja, Alicante-stad of andere kustplaatsen geeft Penàguila een heel ander beeld van de regio. De geschiedenis van Alicante ligt niet alleen in kastelen langs de kust of grote stadsmusea, maar ook in kleine bergdorpen waar oude structuren veel dichter aan de oppervlakte liggen.
Dat maakt Penàguila eveneens interessant voor mensen die nadenken over wonen in Alicante of emigreren naar Spanje. Wie zich in zo'n dorp vestigt, komt terecht in een gemeenschap met een heel andere geschiedenis en identiteit dan de internationale woongebieden aan de Costa Blanca. Begrijpen waar een dorp vandaan komt, helpt daarom ook om beter te begrijpen hoe het huidige lokale leven in elkaar zit.
Verder ontdekken rond Penàguila
Wie de geschiedenis van Penàguila beter wil begrijpen, kan het dorp goed combineren met andere historische plaatsen in het binnenland van Alicante. Alcoy ligt op korte afstand en heeft een heel andere maar minstens zo interessante ontwikkeling doorgemaakt. Daar werden landbouw en ambachten uiteindelijk gevolgd door grootschalige industrie, waardoor Alcoy in de negentiende eeuw uitgroeide tot een belangrijk industrieel centrum.
Ook Cocentaina is interessant voor geschiedenisliefhebbers. De plaats heeft een middeleeuws centrum, het imposante Palau Comtal en een geschiedenis die nauw samenhangt met handelsroutes en de machtsverhoudingen in dit deel van het voormalige koninkrijk Valencia.
Wie juist kleinere bergdorpen wil vergelijken, kan verder kijken bij Benifallim. Het landschap, de landbouw en de nabijheid van de bergen vertonen overeenkomsten, maar ieder dorp heeft zijn eigen historische ontwikkeling en tradities.
Zo wordt duidelijk dat Penàguila geen op zichzelf staand historisch eiland is. Het dorp maakte eeuwenlang deel uit van een netwerk van kastelen, bergpassen, handelsroutes, waterlopen en landbouwgebieden. Mensen, goederen en ideeën bewogen voortdurend tussen plaatsen als Alcoy, Cocentaina, Benilloba, Benifallim en de kleinere dorpen rondom de Serra de Aitana.
Juist dat bredere perspectief maakt de geschiedenis van Penàguila zo interessant. Het dorp is klein, maar zijn geschiedenis raakt aan grote thema's uit de Spaanse en Valenciaanse geschiedenis: prehistorische bewoning, islamitisch waterbeheer, de christelijke verovering, middeleeuwse versterkingen, veranderende koninkrijken, landbouw, religie, negentiende-eeuwse vernieuwing en twintigste-eeuwse ontvolking.
Wie tegenwoordig door Penàguila loopt, ziet daarom veel meer wanneer hij weet wat er achter de stenen schuilgaat. Een smalle straat wordt een onderdeel van een middeleeuws verdedigingsplan, een fontein vertelt het verhaal van waterbeheer, een ruïne boven het dorp verwijst naar de islamitische periode en een romantische tuin herinnert aan de ambities van een negentiende-eeuwse inwoner. Zo draagt vrijwel iedere hoek van Penàguila een stukje bij aan het verhaal van dit bijzondere dorp in het binnenland van Alicante.
Dit artikel is voor het laatst bijgewerkt op 18 augustus 2026.