Geschiedenis van Sella

Oud stenen gebouw en historische waterconstructie in Sella

Oude wortels van Sella

Het verhaal van Sella, een klein maar karaktervol bergdorp in de Marina Baixa, begint veel eerder dan de middeleeuwen. In het gemeentelijke gebied zijn sporen gevonden die aantonen dat mensen hier al duizenden jaren geleden aanwezig waren. Bij de Font de l’Arc zijn rotsschilderingen bekend die ongeveer 4.000 tot 6.000 jaar oud zijn. Daarmee reikt de geschiedenis van deze omgeving ver terug in de prehistorie. Volgens de lokale geschiedschrijving is het bovendien waarschijnlijk dat de nederzetting waaruit het huidige Sella ontstond al een Iberische oorsprong heeft.

De plaats was daarvoor bijzonder geschikt. Sella ligt op een goed verdedigbare hoogte, met uitzicht over het omliggende bergland en dichtbij water. Het dorp bevindt zich tussen natuurlijke waterlopen. Het water uit het Barranc de l’Arc en uit de richting van Tagarina en Seguró komt lager in het gebied samen en vormt de rivier Sella. Voor vroegere bewoners betekende de combinatie van hoogte, landbouwgrond, water en natuurlijke bescherming een aantrekkelijke plek om zich te vestigen.

Hoewel de oorsprong van de nederzetting dus waarschijnlijk ouder is, kreeg Sella tijdens de islamitische periode een vorm die nog altijd herkenbaar is. De islamitische bewoners organiseerden het landschap rond water, landbouw en bewoning. Zij gebruikten bronnen, legden irrigatiekanalen aan, bouwden waterbekkens en molens en benutten de vruchtbare stukken grond rond het dorp. Ook de compacte bebouwing en de manier waarop straten tegen de helling omhooglopen, zijn verbonden met deze lange geschiedenis.

Wie tegenwoordig door Sella wandelt, kijkt daardoor niet naar een dorp dat in één bepaalde eeuw is ontstaan. Het landschap bestaat uit verschillende historische lagen. Prehistorische aanwezigheid, Iberische bewoning, de islamitische periode, het christelijke bestuur en latere eeuwen van landbouw hebben allemaal hun sporen nagelaten.

De naam Sella

Ook de naam Sella heeft een interessante geschiedenis. Soms wordt aangenomen dat de naam Arabische wortels heeft, maar de bekende Valenciaanse taalkundige Joan Coromines kwam na onderzoek naar oude vermeldingen tot een andere conclusie. De oudste bekende middeleeuwse vermeldingen gebruiken al een vorm die met een S begint. Een eerste schriftelijke vermelding dateert uit 1251.

Coromines achtte een Arabische oorsprong daarom niet waarschijnlijk. Ook een eenvoudige afleiding van het Latijnse cella, dat onder meer voorraadruimte of opslagplaats kan betekenen, overtuigde hem niet. Zijn verklaring zoekt de oorsprong uiteindelijk in het landschap zelf. Het Valenciaanse woord sella betekent zadel. De heuvel waarop het dorp en het kasteelgebied liggen, doet samen met de omliggende bergvormen denken aan de vorm van een zadel of bergpas.

Dat betekent niet dat iedere vraag over de plaatsnaam definitief is opgelost, maar het maakt wel duidelijk dat de veelgehoorde veronderstelling dat Sella eenvoudigweg een Arabische naam is te kort door de bocht is. Juist in een dorp met zoveel historische lagen is het goed om onderscheid te maken tussen wat bekend is, wat waarschijnlijk is en wat tot de lokale overlevering behoort.

Islamitisch Sella en het kasteel

De islamitische periode heeft een bijzonder diepe indruk op Sella achtergelaten. Boven het dorp bevinden zich de resten van het Castell de Sella, het kasteel van Sella. Dit verdedigingswerk heeft een Almohadische oorsprong en gaat in ieder geval terug tot de 12e eeuw. In het noordelijke deel is nog een stuk van de oorspronkelijke muur van aangestampte aarde bewaard gebleven. Bij het kasteel zijn bovendien keramische resten gevonden die minstens uit de Iberische periode stammen, wat opnieuw laat zien dat deze strategische heuvel al veel langer werd gebruikt.

Het kasteel lag op een logische plek. Vanaf de hoogte konden het dorp, de landbouwgronden en routes door de bergen worden overzien. Tegelijk lag beneden voldoende water voor menselijke consumptie en landbouw. In een bergachtige streek waarin reizen langzaam ging en toegangsroutes beperkt waren, had zo’n verdedigbare positie grote waarde.

De islamitische bewoners legden niet alleen een militaire structuur aan. Veel belangrijker voor het dagelijkse leven was hun invloed op de inrichting van het landschap. Irrigatiekanalen, in het Spaans en Valenciaans acequias of sèquies genoemd, brachten bronwater naar landbouwgrond. Kleine stuwen, waterbekkens en molens maakten het mogelijk om de beschikbare hoeveelheid water zo efficiënt mogelijk te gebruiken.

De lagere en beter bevloeibare gronden rond het dorp werden intensief gebruikt. Elders bestonden bossen en weidegebieden waar vee kon grazen. Water was daarmee niet alleen een natuurlijke rijkdom, maar vormde de basis van de economie en van het voortbestaan van de gemeenschap.

Sella onder christelijk bestuur

In de 13e eeuw veranderden de politieke verhoudingen in het gebied ingrijpend door de christelijke uitbreiding van het Koninkrijk Valencia onder Jaume I van Aragón, in het Spaans meestal Jaime I genoemd. Op 14 januari 1251 schonk Jaume I het kasteel en de plaats Sella aan Eximén Pérez d'Orís. Daarmee verschijnt Sella ook duidelijk in de schriftelijke middeleeuwse bronnen.

Historische stenen boogbrug over een waterloop bij Sella

De overgang naar christelijk bestuur betekende niet dat de bestaande islamitische bevolking onmiddellijk verdween. Zoals op veel plaatsen in het middeleeuwse Valencia bleef een groot deel van de oorspronkelijke bevolking wonen en werken. Zij stonden voortaan onder christelijke heren en kregen te maken met andere juridische, fiscale en religieuze verhoudingen, maar landbouw, veeteelt en waterbeheer moesten gewoon doorgaan.

Daardoor bleven veel oudere systemen lange tijd in gebruik. Water liep nog steeds door dezelfde kanalen, landbouwgrond moest worden bevloeid en molens moesten graan verwerken. Politieke macht kon relatief snel veranderen, maar het dagelijkse landschap veranderde veel langzamer.

In de eeuwen daarna ontwikkelde Sella zich tot een belangrijke gemeenschap van islamitische bewoners en later Moriscos. Met Moriscos worden de moslims en hun nakomelingen bedoeld die zich, veelal onder zware druk, tot het christendom hadden bekeerd. In delen van het Valenciaanse binnenland vormden zij nog lange tijd een groot of zelfs vrijwel volledig deel van de plaatselijke bevolking.

Santa Ana op oude moskee

De Parochiekerk van Santa Ana is een van de belangrijkste tastbare getuigen van de overgang tussen de verschillende perioden in de geschiedenis van Sella. Volgens de gemeente werd de kerk in verschillende fasen gebouwd op de resten van de vroegere moskee.

In 1574 maakte de Valenciaanse aartsbisschop Juan de Ribera de parochie van Sella zelfstandig van die van Relleu. Dat gebeurde onder de bescherming van Santa Ana. De kerkelijke geschiedenis van Sella kreeg daarmee een duidelijker eigen karakter, al stamde het grootste deel van het gebouw dat we tegenwoordig zien nog niet uit die tijd.

Het huidige kerkgebouw behoort hoofdzakelijk tot de 17e en 18e eeuw en is dus grotendeels van na de verdrijving van de Moriscos. Door verbouwingen en toevoegingen vertelt het gebouw zelf verschillende hoofdstukken uit de plaatselijke geschiedenis. Zo werden de deuren in 1885 geschonken door een dochter van Joan Thous, een invloedrijke figuur uit de Marina Baixa, terwijl de bovenste afwerking van de klokkentoren uit 1925 dateert.

Het interieur van de kerk werd tijdens de Spaanse Burgeroorlog zwaar getroffen en vernietigd. Tegenwoordig bevindt zich er onder meer de afbeelding van de Divina Aurora, de beschermheilige die een centrale plaats inneemt in een van de belangrijkste feesttradities van Sella.

De kerk is daardoor veel meer dan alleen een religieus monument. Ze staat letterlijk op een plaats waar verschillende geloofs- en geschiedenislagen elkaar opvolgden en is eeuwenlang verbonden geweest met geboorten, huwelijken, begrafenissen, processies en andere belangrijke momenten in het leven van de inwoners.

Moriscos bepalen het dorpsleven

Tot het begin van de 17e eeuw bleef Sella sterk verbonden met zijn Moriscobevolking. De bewoners leefden vooral van de landbouwgronden en boomgaarden die dankzij de beschikbare bronnen konden worden bevloeid. Rond waterpunten zoals de Font de l’Arc, de Font del Morer en bronnen in de omgeving van Tagarina lagen vruchtbare stukken landbouwgrond.

Volgens het zogenoemde Censo de Caracena bestond Sella in 1609 uit ongeveer 115 huishoudens of huizen. Voor een bergdorp in die tijd was dat een aanzienlijke gemeenschap. Het laat zien dat Sella vóór de uitwijzing geen vrijwel verlaten gehucht was, maar een gevestigde nederzetting waarvan de economie nauw was verbonden met landbouw, waterbeheer en veeteelt.

De Moriscos beschikten over generaties opgebouwde kennis van de bodem en het beschikbare water. Zij wisten welke bronnen betrouwbaar waren, hoe irrigatie moest worden verdeeld en welke grond geschikt was voor verschillende gewassen. Zulke praktische kennis werd niet in boeken bewaard, maar van generatie op generatie doorgegeven.

Dat maakt duidelijk waarom de gebeurtenis van 1609 voor Sella zo ingrijpend werd. Niet alleen mensen verdwenen, maar ook een groot deel van de dagelijkse kennis waarmee het landschap werd onderhouden.

1609 verandert Sella volledig

De grootste breuk in de geschiedenis van Sella kwam in 1609. Koning Filips III besloot toen tot de uitwijzing van de Moriscos uit Spanje. De maatregel trof het Koninkrijk Valencia bijzonder hard, omdat in veel dorpen een groot deel van de bevolking uit Moriscos bestond.

De redenen achter de uitwijzing waren een combinatie van religieuze, politieke en veiligheidsmotieven van de Spaanse kroon. Ondanks hun officiële bekering tot het christendom bleef er groot wantrouwen bestaan tegenover de Moriscobevolking. Uiteindelijk werd besloten dat de hele bevolkingsgroep moest vertrekken, ongeacht hoe lang families al in het gebied woonden.

Voor Sella waren de gevolgen extreem: volgens de lokale geschiedschrijving raakte het dorp volledig ontvolkt. De gemeenschap die eeuwenlang de akkers, irrigatiekanalen, bronnen en molens had onderhouden verdween in korte tijd. Huizen bleven achter zonder bewoners en landbouwgrond verloor de mensen die precies wisten hoe die moest worden bewerkt.

Dat betekende niet dat alle landbouwstructuren onmiddellijk verdwenen. Kanalen, molens, terrassen en paden bleven fysiek aanwezig. Maar zonder inwoners die ze dagelijks gebruikten en herstelden, verloor het systeem zijn samenhang. De uitwijzing vormde daardoor zowel een demografische als een economische en culturele breuk.

Voor wie tegenwoordig de geschiedenis van de provincie Alicante probeert te begrijpen, is Sella een goed voorbeeld van de enorme gevolgen van 1609 voor het bergachtige binnenland. De geschiedenis van het dorp kan nauwelijks worden verteld zonder deze gebeurtenis als duidelijk breekpunt te zien.

Nieuwe bewoners na 1609

Na de uitwijzing bleef Sella enige tijd vrijwel verlaten. De baron van Sella had er echter alle belang bij dat de grond opnieuw werd bewerkt en dat er weer inwoners kwamen. Een leeg dorp leverde immers nauwelijks landbouwopbrengsten, pachten en belastingen op. Daarom werden nieuwe christelijke bewoners aangetrokken.

Lange tijd werd ook over Sella het verhaal verteld dat de nieuwe bevolking vooral afkomstig was van Mallorca. Voor verschillende dorpen in de Marina Alta en delen van de Marina Baixa klopt die Mallorcaanse herbevolking inderdaad, maar onderzoek naar families in Sella wijst op een ander beeld. Nieuwe bewoners kwamen vooral uit de Huerta de Alicante, het landbouwgebied rond Alicante-stad, en uit andere nabijgelegen gebieden waar al christelijke bevolkingsgroepen woonden.

Genealogisch en lokaal historisch onderzoek noemt onder meer families met wortels in Agres, Alicante, Beniardà, Benimantell, Guadalest, Relleu, Mutxamel, Jijona en Elda. Later kwamen door huwelijken ook mensen uit onder andere Benilloba, Polop, Cocentaina en Sant Joan d’Alacant in de familiegeschiedenis van Sella terecht. Het beeld van een vrijwel uitsluitend Mallorcaanse herbevolking past daarom niet bij wat uit de plaatselijke documentatie naar voren komt.

De nieuwe bewoners moesten een dorp en landbouwsysteem opnieuw tot leven brengen. Zij namen bestaande waterstructuren en vruchtbare landbouwgrond in gebruik, maar moesten ook nieuwe akkers ontwikkelen. Daarbij stonden zij onder zware financiële verplichtingen tegenover de heer van Sella.

Een belangrijk historisch detail is dat daarom niet ieder landbouwterras dat tegenwoordig rond Sella zichtbaar is automatisch uit de islamitische periode stamt. Het oude irrigatiesysteem heeft duidelijke islamitische wortels, maar veel hoger gelegen terrassen ontstonden of werden later uitgebreid doordat de bevolking steeds meer grond nodig had. Juist in de 18e en 19e eeuw werden zelfs moeilijke berghellingen in gebruik genomen.

Water houdt Sella in leven

Stromend bergwater en kleine waterval in de natuur bij Sella

De geschiedenis van Sella is niet los te zien van water. In een provincie die lange droge perioden kent, was betrouwbaar bronwater letterlijk van levensbelang. De verschillende bronnen en waterlopen rond het dorp maakten bewoning en landbouw mogelijk en bepaalden waar akkers, boomgaarden, molens en woningen konden worden aangelegd.

Water werd via acequias, oftewel irrigatiekanalen, naar de landbouwgrond geleid. Azudes waren kleine stuwen waarmee water werd opgevangen of omgeleid, terwijl balsas waterbekkens zijn waarin water tijdelijk kon worden opgeslagen. Voor Nederlandse en Belgische lezers klinken deze Spaanse woorden misschien technisch, maar in Sella beschrijven ze voorzieningen die eeuwenlang net zo belangrijk waren als wegen of elektriciteit tegenwoordig zijn.

Ook de watermolens speelden een grote rol. In Sella zijn historische gegevens bekend over verschillende molens, waaronder de Molí del Pont Vell, de Molí de les Penyetes, de Molí de Dalt, de Molí de Baix en het Molinet. Ze maakten gebruik van hoogteverschillen en stromend water om graan te malen.

Het water werd daarbij slim hergebruikt. Molens konden als het ware achter elkaar in het watersysteem worden geplaatst: water dat de ene molen had aangedreven, stroomde verder en kon lagerop opnieuw worden benut. Dat maakte een efficiënte verdeling mogelijk tussen molenaars en landbouwers, al leidde de concurrentie om water begrijpelijkerwijs ook geregeld tot conflicten.

De Molí de Baix bleef uiteindelijk tot 1968 als molen in bedrijf. De geschiedenis van de watermolens loopt daardoor opvallend ver door tot in de moderne tijd. Wat tegenwoordig vooral als schilderachtig erfgoed wordt gezien, was voor eerdere generaties onderdeel van de economische infrastructuur van het dorp.

Ook de traditionele lavaderos of wasplaatsen maakten deel uit van die watercultuur. Daar wasten inwoners hun kleding en textiel. Tegelijk waren het ontmoetingsplaatsen waar nieuws werd uitgewisseld en sociale contacten werden onderhouden. Water bepaalde daarmee niet alleen het landbouwleven, maar ook het dagelijkse sociale ritme.

Sella groeit sterk

In de 18e en 19e eeuw groeide Sella opnieuw sterk. Volgens de lokale geschiedschrijving kwam de bevolking in deze periode ruim boven de 2.000 inwoners uit. Voor wie tegenwoordig een dorp met rond de zeshonderd inwoners kent, is het moeilijk voor te stellen hoe druk het berggebied toen moet zijn geweest.

De bevolkingsgroei was niet alleen zichtbaar in de dorpskern. Over het gemeentelijke grondgebied ontstonden en groeiden grote landelijke boerderijen en woonplaatsen, plaatselijk masies genoemd. Dat zijn vrijstaande landelijke boerderijen of boerenwoningen. Namen als Sagnon, Pedaç, Xarquer, Foia Llarga en Les Saleres herinneren aan een periode waarin veel meer mensen verspreid over het buitengebied leefden.

Landbouw bleef de economische basis. Olijven, amandelen, granen, druiven en johannesbrood maakten deel uit van het agrarische landschap, naast veeteelt en lokaal bosgebruik. Veel werkzaamheden waren zwaar en vrijwel volledig afhankelijk van menskracht, dieren, water en het seizoen.

Door de groeiende bevolking nam ook de druk op de beschikbare grond toe. Landbouwterrassen werden steeds hoger tegen de bergen aangelegd om vrijwel ieder bruikbaar stuk bodem te benutten. De stenen terrasmuren die tegenwoordig zo karakteristiek ogen, zijn daarom niet alleen romantisch erfgoed. Ze vertellen ook het verhaal van gezinnen die uit een moeilijk landschap voldoende voedsel en inkomsten moesten halen.

Het dorpsleven draaide rond het land, de kerk, bronnen, molens, ambachten en familie. Afstanden die tegenwoordig met een auto in korte tijd worden afgelegd, vroegen vroeger veel meer tijd. Sella was daardoor in veel opzichten op zichzelf aangewezen, terwijl verbindingen met Villajoyosa, Alicante en het binnenland tegelijkertijd noodzakelijk bleven voor handel.

Emigratie verandert het dorp

Aan het einde van de 19e en het begin van de 20e eeuw begon de bevolkingsgroei om te slaan. Inwoners van Sella vertrokken op zoek naar nieuwe economische mogelijkheden. Volgens de lokale geschiedenis ging een deel naar Amerika en Frankrijk, terwijl anderen verhuisden naar plaatsen als Villajoyosa, Alcoy en Alicante.

Dat was het begin van een proces dat gedurende de 20e eeuw steeds sterker werd. De traditionele berglandbouw kon steeds moeilijker concurreren met werkgelegenheid elders. Jongere inwoners zagen mogelijkheden in steden, industriegebieden en later vooral in de sterk groeiende toeristische economie langs de Costa Blanca.

De ligging van Sella, op ongeveer negentien kilometer van de Middellandse Zee, speelde daarin een opvallende rol. Het dorp bleef geografisch een berggemeenschap, maar de economie van de kust kwam steeds dichterbij. Verbeterde wegen maakten het mogelijk om buiten het dorp te werken zonder noodzakelijkerwijs alle banden met Sella te verbreken.

De verbinding met Villajoyosa was daarbij belangrijk. De vallei van de Amadorio vormde al eeuwen een natuurlijke verbinding tussen de kust en het bergachtige binnenland richting plaatsen als Alcoy en Cocentaina. Wat vroeger vooral een route voor landbouwproducten, vee en handel was, werd in de moderne tijd steeds meer een verbinding voor woon-werkverkeer en dienstverlening.

Burgeroorlog laat zichtbare sporen

Ook de Spaanse Burgeroorlog van 1936 tot 1939 liet zichtbare sporen achter in Sella. Het interieur van de kerk van Santa Ana werd tijdens het conflict vernietigd. Ook de oorspronkelijke 18e-eeuwse ermita van Santa Bárbara op het oude kasteelterrein ging tijdens de Burgeroorlog verloren.

De jaren rond de oorlog en de periode daarna waren voor veel kleine Spaanse plattelandsgemeenschappen moeilijk. Economische onzekerheid, politieke tegenstellingen en vervolgens de omstandigheden van de naoorlogse jaren vielen samen met veranderingen die het traditionele landbouwbestaan steeds minder aantrekkelijk maakten.

Toch bleef een deel van de bevolking in Sella wonen en werden gebouwen, tradities en het dorpsleven voortgezet. Het kasteelgebied, de kerk en de ermita zijn daardoor niet alleen toeristische bezienswaardigheden. Ze dragen ook herinneringen aan een 20e eeuw waarin Spanje en zijn dorpen diep veranderden.

Twintigste eeuw brengt leegloop

In de loop van de 20e eeuw verbeterden de levensomstandigheden geleidelijk, maar tegelijkertijd nam de ontvolking toe. Vooral vanaf de jaren zestig werd de trek naar de kust en grotere plaatsen sterker. Dat viel samen met de spectaculaire ontwikkeling van het toerisme aan de Costa Blanca.

Benidorm, Villajoyosa en andere plaatsen aan zee boden werk in hotels, horeca, bouw, handel en dienstverlening. Voor inwoners van een bergdorp als Sella ontstond daarmee een compleet nieuwe arbeidsmarkt. Landbouw was niet langer vanzelfsprekend de belangrijkste bron van inkomsten voor een gezin.

De gevolgen waren zichtbaar in het landschap. Sommige landbouwterrassen werden minder intensief onderhouden en afgelegen boerderijen verloren bewoners. Op plekken waar eeuwenlang grond was vrijgemaakt voor landbouw kon bos en struikgewas langzaam terugkeren.

Tegelijk verdwenen de banden met het dorp nooit volledig. Families die voor werk vertrokken bleven vaak terugkomen voor feesten, weekenden, familiebezoek en vakanties. Daardoor ontstond een situatie die in veel bergdorpen van Alicante herkenbaar is: het aantal permanente inwoners nam sterk af, maar de sociale gemeenschap was groter dan het officiële inwonertal deed vermoeden.

Klimmers ontdekken de bergen

In de tweede helft van de 20e eeuw kreeg Sella er een heel ander soort bezoekers bij. De indrukwekkende kalkstenen rotswanden rond het dorp bleken bijzonder aantrekkelijk voor bergbeklimmers. De eerste bekende klimroutes in de omgeving werden in de jaren zestig en zeventig ontwikkeld, onder andere op de rotswanden van de Divino.

Vanaf de jaren tachtig begon ook het moderne sportklimmen zich rond Sella te ontwikkelen. Daarbij werden vaste beveiligingspunten in de rots aangebracht en ontstonden steeds meer routes op de kalkstenen wanden. Wat aanvankelijk een activiteit voor een kleine groep pioniers was, groeide uit tot een belangrijke internationale reputatie.

Sella behoort tegenwoordig tot de bekendste klimgebieden van de Costa Blanca. Dat is een opmerkelijke nieuwe bladzijde in de geschiedenis van een dorp dat eeuwenlang vooral door landbouw, waterbeheer en veeteelt werd bepaald. Dezelfde steile bergen die het dagelijks leven voor vroegere bewoners moeilijk maakten, vormen tegenwoordig juist een van de redenen waarom bezoekers uit andere landen naar Sella komen.

De ontwikkeling van wandelen, klimmen en natuurtoerisme bracht ook nieuwe belangstelling voor oude huizen, paden, watermolens en het landschap. Sella werd geen massatoeristische bestemming zoals de kustplaatsen, maar vond een veel kleinschaliger vorm van toerisme die goed aansluit bij het bergachtige karakter.

Feesten bewaren de identiteit

Ermita de Santa Bárbara op het historische kasteelterrein van Sella

De geschiedenis van Sella leeft sterk voort in de lokale feesten. De belangrijkste jaarlijkse patroonfeesten worden gehouden ter ere van de Divina Aurora en vinden traditioneel in de eerste week van oktober plaats. Muziek, religieuze vieringen, vuurwerk, Valenciaans kaatsen en gezamenlijke activiteiten brengen het dorp tijdens deze dagen tot leven.

Een van de meest karakteristieke onderdelen is het Rosario de la Aurora, het Rozenkransgebed van de Dageraad. Deelnemers trekken vroeg door de straten, begeleid door traditionele muziek en gezang. Voor bezoekers kan dat vooral een kleurrijke traditie lijken, maar voor veel inwoners is het een belangrijk onderdeel van de identiteit van Sella.

Een tweede bijzondere viering vindt plaats tijdens het eerste weekend van december ter ere van Santa Bárbara. De traditie is nauw verbonden met het oude kasteelgebied, waar in de 18e eeuw een ermita, een kleine kapel, aan Santa Bárbara werd gewijd. Een processie of bedevaart naar de hoogte vormt een van de kenmerkende onderdelen van deze feestdagen.

Het kasteel en de ermita verenigen daardoor verschillende perioden van de geschiedenis op één plaats. Hier bevinden zich sporen van Iberische aanwezigheid, een Almohadisch kasteel uit de islamitische periode en een christelijke kapel uit een veel latere eeuw.

Voor Nederlandse en Belgische bezoekers is het goed om te begrijpen dat dorpsfeesten in Spanje vaak veel meer zijn dan amusement. Ze houden familiebanden, religieuze gebruiken, muziek, lokale verhalen en gemeenschapsgevoel levend. Mensen die tegenwoordig elders wonen keren er speciaal voor terug. Zo blijft de geschiedenis niet beperkt tot archieven en monumenten, maar wordt zij ieder jaar opnieuw beleefd.

Sella in de moderne tijd

In de 21e eeuw staat Sella opnieuw voor veranderingen. Auto’s, betere wegen, modernere woningen, internet en verbeterde voorzieningen hebben de afstand tussen het dorp en de kust in praktische zin veel kleiner gemaakt. Waar wonen in een bergdorp vroeger vaak betekende dat je vrijwel volledig afhankelijk was van de lokale landbouw, kunnen inwoners tegenwoordig in omliggende plaatsen werken of vanuit huis actief zijn.

Dat verandert ook de waardering voor het dorp. Eigenschappen die vroeger als een nadeel werden gezien, zoals rust, afstand tot grote steden en een ligging midden in de bergen, zijn voor andere bewoners en bezoekers juist aantrekkelijk geworden. Wandelaars, klimmers, natuurliefhebbers en mensen die bewust een rustiger leven zoeken, kijken anders naar Sella dan generaties die het dorp verlieten omdat er onvoldoende werk was.

Voor Nederlanders en Belgen die zich verdiepen in wonen in Alicante, leven in Spanje of zelfs emigreren naar Spanje, vertelt de geschiedenis van Sella daarom ook iets over het huidige dorpsleven. De rust en authenticiteit van vandaag zijn voor een belangrijk deel het resultaat van eeuwen waarin landbouw, ontvolking, emigratie en de nabijheid van de kust elkaar hebben beïnvloed.

Wie overweegt om naar het binnenland van Alicante te verhuizen, ziet in Sella bovendien hoe sterk landschap en geschiedenis met het dagelijkse leven verbonden blijven. Oude irrigatiekanalen lopen nog door het landschap, stenen terrassen liggen tegen de bergen en historische paden worden tegenwoordig gebruikt door wandelaars in plaats van boeren en herders.

Geschiedenis zichtbaar in landschap

Wie door Sella wandelt, hoeft niet voortdurend voor een monument te staan om geschiedenis te zien. De vorm van het dorp, de waterlopen, muren, terrassen, bronnen en paden vertellen minstens zoveel. De islamitische invloed is bijvoorbeeld niet alleen terug te vinden in archeologische resten, maar juist in de manier waarop water door het landschap werd geleid.

De hoge landbouwterrassen vertellen weer een ander verhaal. Zij herinneren aan de eeuwen na de herbevolking, toen een groeiende gemeenschap ieder bruikbaar stukje grond nodig had. De molens vertellen over een economie waarin waterkracht essentieel was, terwijl verlaten landbouwgrond laat zien hoe sterk de 20e-eeuwse emigratie het landschap opnieuw veranderde.

Zelfs het bos rond Sella vertelt daardoor geschiedenis. Waar op sommige hellingen tegenwoordig mediterrane begroeiing en dennen staan, konden vroeger terrassen, weilanden of intensief gebruikte stukken grond liggen. Het huidige natuurlijke landschap is dus deels het resultaat van het verdwijnen van menselijke activiteit.

Die wisselwerking tussen mens en natuur maakt de geschiedenis van Sella bijzonder interessant. Het dorp heeft geen enorme kathedraal, koninklijk paleis of wereldberoemd archeologisch complex nodig om een rijk verleden zichtbaar te maken. Wie weet waar hij naar kijkt, ziet de geschiedenis overal.

Meer lezen over Sella

Wie Sella beter wil leren kennen, kan op MijnAlicante.nl ook verder lezen over de algemene informatie over Sella, de natuur rond Sella, uitstapjes en toerisme in Sella en wonen in Sella. Deze onderwerpen sluiten sterk op elkaar aan, omdat landschap, water, dorpsleven, geschiedenis en bergcultuur hier al eeuwen met elkaar verweven zijn.

Ook omliggende plaatsen zoals Villajoyosa, Benidorm, Finestrat, Relleu en Benimantell helpen om deze bergachtige hoek van de Marina Baixa beter te begrijpen. Samen laten deze plaatsen zien hoe nauw kust, bergen, landbouw, handel, emigratie en toerisme in de provincie Alicante met elkaar verbonden zijn.

Bergdorp met geheugen

De geschiedenis van Sella is uiteindelijk geen eenvoudig verhaal van één volk of één tijdperk. Mensen waren hier al duizenden jaren geleden aanwezig, het huidige nederzettingsgebied heeft waarschijnlijk Iberische wortels en de islamitische periode gaf het waterbeheer en de ruimtelijke organisatie een vorm die eeuwenlang bepalend bleef. Daarna kwamen christelijk bestuur, de Moriscoperiode, de dramatische uitwijzing van 1609 en een herbevolking die een nieuwe gemeenschap moest opbouwen.

De daaropvolgende eeuwen brachten bevolkingsgroei, nieuwe landbouwterrassen, molens en boerderijen, gevolgd door emigratie en een geleidelijke verschuiving van landbouw naar werk aan de kust. In de 20e eeuw veranderde Sella opnieuw, terwijl wandelaars en klimmers juist begonnen te waarderen wat voor vroegere generaties soms een moeilijk en geïsoleerd landschap was geweest.

Sella is daardoor meer dan een mooi dorp in de Marina Baixa. Het is een bergdorp met geheugen, gevormd door water, steen, landbouw, geloof, verlies, emigratie en veerkracht. Wie hier rondloopt, ziet niet alleen witte huizen en berguitzichten, maar een landschap waarin duizenden jaren menselijke geschiedenis nog altijd zichtbaar zijn.

Dit artikel is voor het laatst bijgewerkt op 8 augustus 2026.