Bolulla bewaart zijn geschiedenis

Historisch straatbeeld van Bolulla in de Marina BaixaWie vandaag door de smalle straatjes van Bolulla wandelt, voelt het misschien niet meteen, maar onder het kalkwitte pleisterwerk en achter de gesloten luiken van de traditionele huizen schuilt een lange en gelaagde geschiedenis. Bolulla is, net als veel dorpen in het binnenland van de provincie Alicante, ontstaan uit een islamitische nederzetting. Het dorp ligt in de Marina Baixa, in een vallei die wordt gevormd door bergen, terrassen, waterlopen en oude landbouwgrond. Juist die ligging heeft de geschiedenis van Bolulla sterk bepaald. Water, bescherming, vruchtbare grond en bereikbaarheid waren eeuwenlang belangrijker dan toerisme of snelle verbindingen met de kust. Wie de geschiedenis van Bolulla leert kennen, begrijpt daardoor ook beter waarom het dorp er vandaag nog altijd zo anders uitziet dan plaatsen als Altea of Benidorm.

Islamitische oorsprong van Bolulla

De oorsprong van Bolulla ligt in de islamitische periode. Volgens de huidige historische informatie van de gemeente maakte de nederzetting deel uit van een netwerk van zogenoemde alquerías in de vallei. Een alquería was een kleine landelijke nederzetting waarin woningen, landbouwgrond en het gebruik van water nauw met elkaar verbonden waren. Zulke nederzettingen vormden tijdens Al-Andalus een belangrijk onderdeel van het landschap in de huidige provincie Alicante.

Ook de naam Bolulla wordt met deze periode verbonden. De gemeente verwijst naar een waarschijnlijke herkomst uit het Arabische Buluya. Over de precieze betekenis en taalkundige ontwikkeling van oude plaatsnamen bestaan vaak verschillende interpretaties, waardoor voorzichtigheid op zijn plaats is. Wel staat vast dat de naam, net als de oorsprong van de nederzetting zelf, diep verbonden is met de islamitische geschiedenis van de streek.

De bewoners maakten van het ruige terrein een bruikbaar landbouwgebied. Zij legden terrassen aan op hellingen, gebruikten waterkanalen en benutten bronnen en natuurlijke waterlopen. De officiële toeristische informatie van Bolulla noemt juist de bancales, acequias en fuentes als zichtbare getuigen van deze eeuwenoude erfenis. Bancales zijn landbouwterrassen en acequias zijn irrigatiekanalen waarmee water naar akkers en boomgaarden werd geleid.

Wie tegenwoordig buiten de dorpskern wandelt, ziet dat verleden nog overal terug. Stenen muurtjes houden stukken grond tegen op hellingen waar zonder menselijke inspanning nauwelijks landbouw mogelijk zou zijn geweest. Oude paden volgen de natuurlijke lijnen van het terrein en waterwegen lopen richting de lagere, vruchtbaardere delen van de vallei. De geschiedenis van Bolulla ligt daardoor niet alleen in documenten of gebouwen, maar letterlijk in het landschap.

Landbouw en water

Voor de vroegere bewoners van Bolulla was water geen vanzelfsprekendheid, maar een kostbaar goed. De rivier Bolulla, bronnen, ravijnen en kleinere waterstromen bepaalden waar landbouw mogelijk was en waar mensen zich konden vestigen. In het droge mediterrane klimaat van Alicante vroeg landbouw om kennis, samenwerking en een zorgvuldige verdeling van beschikbaar water.

Dat watergebruik heeft het landschap eeuwenlang gevormd. Op lagere en beter bevloeide gronden konden gewassen worden verbouwd die meer water nodig hadden. Hoger op de hellingen lag droge landbouw meer voor de hand. Graan, olijven, amandelen, druiven en andere mediterrane gewassen speelden op verschillende momenten een rol. Veel later zouden citrusvruchten en vooral de níspero, de Japanse mispel of loquat, belangrijk worden in de bredere omgeving van Callosa d’en Sarrià en Bolulla.

De boerengemeenschap was afhankelijk van het ritme van de seizoenen. Regen of het uitblijven daarvan kon het verschil betekenen tussen een goede en slechte oogst. Waterrechten en irrigatie waren daarom geen bijzaken, maar essentiële onderdelen van het economische en sociale leven.

Die landbouwcultuur bleef ook na het verdwijnen van het islamitische bestuur bestaan. Politieke machthebbers veranderden, godsdiensten veranderden en families kwamen en gingen, maar het landschap kon niet zomaar opnieuw worden uitgevonden. Wie in Bolulla wilde leven, moest zich blijven aanpassen aan dezelfde hellingen, hetzelfde water en hetzelfde mediterrane klimaat.

Jaume I verovert Bolulla

Een belangrijke omslag kwam in de dertiende eeuw. In 1254 werd Bolulla tijdens de christelijke expansie naar het zuiden veroverd door Jaume I van Aragón. Voor Nederlandse en Belgische lezers wordt deze periode vaak aangeduid als de Reconquista, de eeuwenlange uitbreiding van christelijke koninkrijken over gebieden die eerder onder islamitisch bestuur stonden.

Na de verovering kwam Bolulla binnen het nieuwe christelijke Koninkrijk Valencia te liggen, dat deel uitmaakte van de Kroon van Aragón. De plaats werd toegewezen aan de bisschoppelijke zetel van Valencia, in historische teksten aangeduid als de mitra van Valencia. Daarmee kreeg Bolulla een nieuwe politieke en bestuurlijke bovenlaag, maar dat betekende niet dat de oude bevolking en landbouwstructuur van de ene op de andere dag verdwenen.

Oude bebouwing en historische omgeving van Bolulla in AlicanteVeel islamitische inwoners bleven aanvankelijk onder christelijk bestuur wonen. Zij worden in deze periode mudéjares genoemd: moslims die binnen een door christenen bestuurd gebied hun geloof en een deel van hun gebruiken konden behouden. Voor de landbouw waren zij bovendien bijzonder belangrijk. Zij kenden de irrigatiesystemen, landbouwterrassen, bronnen en plaatselijke omstandigheden als geen ander.

Daarom is de geschiedenis van Bolulla in de dertiende en daaropvolgende eeuwen geen verhaal waarin de ene bevolking simpelweg verdween en onmiddellijk door een andere werd vervangen. Het was een veel langere overgang waarbij nieuwe eigendoms- en machtsverhoudingen ontstonden terwijl veel oudere landbouwpraktijken en dorpsstructuren bleven voortbestaan.

Baronie van Bolulla

Bolulla stond bovendien niet volledig op zichzelf. Samen met Alcia en Garx vormde het de baronie van Bolulla. Alcia en Garx zijn tegenwoordig verdwenen nederzettingen, maar waren in de middeleeuwen onderdeel van hetzelfde bewoonde landschap. Hun geschiedenis laat zien dat de huidige dorpskaart van Alicante niet dezelfde is als die van enkele eeuwen geleden.

Van Garx zijn nog archeologische resten bekend in de omgeving van de Penya del Castellet. Daar liggen resten van een oude nederzetting en verdedigingswerken. Garx was dus niet zomaar een gehucht waarvan uitsluitend een naam is overgebleven, maar maakte deel uit van het historische netwerk van bewoning in deze bergachtige streek.

Voor iemand die tegenwoordig door het landschap rond Bolulla trekt, is dat een interessante gedachte. Wat nu een rustige helling, een verlaten terras of een plek tussen struiken lijkt, kon eeuwen geleden deel uitmaken van een bewoonde gemeenschap. De geschiedenis van Bolulla strekt zich daardoor verder uit dan de huidige bebouwde kom.

De baronie stond lange tijd onder heerlijk gezag. Dat betekende dat bewoners niet alleen te maken hadden met de kroon en het Koninkrijk Valencia, maar ook met lokale en kerkelijke heren die rechten hadden over grond, belastingen, opbrengsten en andere aspecten van het dagelijks leven.

Van mudéjares naar Moriscos

In de loop van de late middeleeuwen en het begin van de zestiende eeuw veranderde de positie van de islamitische bevolking steeds verder. Na gedwongen bekeringen werden voormalige moslims en hun nakomelingen die officieel christen waren geworden Moriscos genoemd.

Voor een juiste historische beschrijving is dat onderscheid belangrijk. Mudéjares waren moslims die onder christelijk bestuur leefden. Moriscos waren mensen van islamitische afkomst die officieel christelijk waren geworden, vaak onder aanzienlijke druk. In het Koninkrijk Valencia bleef deze bevolkingsgroep zeer belangrijk, vooral in landelijke en bergachtige gebieden.

Veel Moriscos behielden elementen van hun eigen taal, cultuur, familiegewoonten en voedseltradities. Tegelijk werden zij steeds sterker gecontroleerd door de christelijke autoriteiten. De spanning tussen formele bekering en het voortbestaan van oude gebruiken werd gedurende de zestiende eeuw steeds groter.

In een gebied als de Marina Baixa had die ontwikkeling grote gevolgen. De Morisco-bevolking was sterk betrokken bij landbouw en beheer van het landschap. Hun eventuele vertrek zou dus niet alleen een religieuze of demografische verandering betekenen, maar ook een economische schok.

1609 verandert Bolulla voorgoed

Die schok kwam in 1609. Koning Filips III besloot de Moriscos uit het Koninkrijk Valencia en uiteindelijk uit Spanje te verdrijven. Het bevel werd op 22 september 1609 in Valencia openbaar gemaakt. Voor delen van de huidige provincies Alicante en Valencia had deze beslissing dramatische gevolgen.

In de berggebieden van de Marina was de Morisco-bevolking groot. Duizenden mensen kwamen in verzet of probeerden aan de verdrijving te ontsnappen. Ook rondom Callosa d’en Sarrià en andere berggebieden ontstond onrust. Uiteindelijk werden enorme aantallen mensen naar de havens gebracht en verscheept naar Noord-Afrika.

Voor Bolulla betekende de verdrijving een vrijwel volledige breuk met de bestaande bevolking. Historische informatie over het dorp vermeldt dat Bolulla na de verdrijving ontvolkt raakte. Dat is een veel concretere omschrijving dan alleen zeggen dat veel inwoners vertrokken. Een gemeenschap die eeuwenlang op dezelfde landbouwstructuren had gesteund, viel in zeer korte tijd uiteen.

Huizen stonden leeg en landbouwgrond verloor de mensen die precies wisten hoe die moest worden bewerkt. Waterkanalen en terrassen bleven bestaan, maar de gezinnen die deze systemen hadden onderhouden waren verdwenen. Ook Alcia en Garx zouden uiteindelijk als bewoonde plaatsen verdwijnen.

Langzame herbevolking

Na 1609 moesten de verlaten of sterk ontvolkte gebieden opnieuw worden bevolkt. Dat proces verliep lang niet overal even snel. Landheren hadden er belang bij dat velden opnieuw werden bewerkt, omdat landbouw de basis vormde van hun inkomsten. Nieuwe bewoners moesten echter bereid zijn zich te vestigen in dorpen waarvan landbouw, huizen en infrastructuur gedeeltelijk waren achtergelaten.

Voor Bolulla verliep dat herstel langzaam. Een bijzonder veelzeggend cijfer komt uit 1646: toen woonden er volgens historische tellingen slechts veertien families. Ruim een generatie na de verdrijving was Bolulla dus nog steeds een uiterst kleine gemeenschap.

Dat gegeven maakt duidelijk hoe groot de gevolgen van 1609 waren. Een dorp kan opnieuw bevolkt worden, maar een sociaal netwerk van families, kennis en plaatselijke gewoonten laat zich niet in enkele jaren vervangen. Nieuwe bewoners moesten opnieuw leren omgaan met grond, water, hellingen en landbouwmogelijkheden.

Daarbij bleef veel van het oudere landschap gewoon bestaan. Terrassen werden opnieuw gebruikt, waterwegen hersteld en oude paden bleven de natuurlijke routes door de vallei volgen. Het nieuwe christelijke Bolulla groeide daardoor verder op een structuur die voor een belangrijk deel in de islamitische periode was ontstaan.

Heerlijkheid en dagelijks leven

De herbevolking vond plaats binnen een maatschappij waarin feodale en heerlijke rechten nog een grote rol speelden. Het Spaanse woord señorío kan worden vertaald als een heerlijkheid: een gebied waarin een heer bepaalde bestuurlijke, economische en juridische rechten bezat.

Voor boeren kon dat betekenen dat zij niet alleen gewone belastingen betaalden, maar ook delen van opbrengsten of andere heffingen aan de heer verschuldigd waren. Grondgebruik en water konden aan voorwaarden zijn gebonden. Het dagelijks bestaan was daardoor sterk verweven met zowel landbouw als machtsverhoudingen.

De kerk werd tegelijkertijd steeds belangrijker in de christelijke gemeenschap. Religieuze feestdagen bepaalden het jaar, parochieregisters legden dopen, huwelijken en begrafenissen vast en kerkelijke gebeurtenissen waren belangrijke ontmoetingsmomenten.

Voor een klein dorp had de parochie daarmee een functie die veel verder ging dan alleen de zondagse mis. Kerk, familie, landbouw en plaatselijk bestuur vormden samen het raamwerk van het dagelijkse leven.

Kerk van Sant Josep

Een van de belangrijkste tastbare historische gebouwen van Bolulla is de huidige kerk van Sant Josep, in het Spaans San José. De kerk staat centraal in het dorp en vormt ook tegenwoordig een van de belangrijkste herkenningspunten.

Het huidige kerkgebouw werd voltooid in 1732 en is uitgevoerd in barokke stijl. Daarmee is het gebouw bijna een eeuw jonger dan de eerste moeizame periode van herbevolking na de verdrijving van de Moriscos. De bouw laat tegelijkertijd zien dat Bolulla zich in de loop van de zeventiende en achttiende eeuw opnieuw als stabielere christelijke gemeenschap wist te ontwikkelen.

In 1822 werd de kerk uitgebreid. Voor die uitbreiding werd een deel gebruikt van de ruimte die voor het gebouw lag. Daardoor vertelt ook de vorm van het huidige kerkgebouw iets over de groei en ontwikkeling van het dorp.

De kerk is tegenwoordig erkend als lokaal relevant erfgoed. Wie haar alleen van buiten bekijkt, ziet een vrij bescheiden dorpskerk. Voor de inwoners heeft zij echter een veel grotere betekenis. Hier zijn generaties gedoopt, getrouwd en begraven en hier kwamen inwoners bijeen tijdens feestdagen en moeilijke perioden.

Bolulla groeit in negentiende eeuw

De negentiende eeuw bracht grote politieke en maatschappelijke veranderingen in heel Spanje. Oude heerlijke structuren verloren geleidelijk hun betekenis en gemeenten kregen een modernere bestuurlijke vorm. Ook Bolulla maakte deel uit van deze ontwikkeling, al voltrokken veranderingen zich in een klein bergdorp veel minder spectaculair dan in steden als Alicante of Valencia.

Historische omgeving en dorpsbebouwing van BolullaDe bevolking groeide in de negentiende eeuw sterk en Bolulla telde in die periode aanzienlijk meer inwoners dan gedurende een groot deel van de twintigste eeuw. Dat lijkt vanuit het huidige kleine dorp misschien opmerkelijk, maar landbouwgemeenschappen hadden toen veel arbeidskracht nodig en gezinnen waren doorgaans groter.

Het leven bleef echter zwaar. De economische basis was smal en landbouw was kwetsbaar voor droogte, ziekten en slechte oogsten. Wegen door het bergachtige landschap waren veel minder comfortabel dan tegenwoordig en vervoer van mensen en producten kostte tijd.

Toch raakte Bolulla geleidelijk sterker met omliggende plaatsen verbonden. Callosa d’en Sarrià speelde door zijn ligging en grotere omvang een belangrijke regionale rol en verder richting de kust ontwikkelden Altea en andere plaatsen zich als handels- en contactpunten.

Landbouw bepaalt het bestaan

Gedurende de negentiende en vroege twintigste eeuw bleef landbouw de belangrijkste basis van het bestaan. De velden en terrassen waren geen schilderachtig decor zoals een bezoeker ze tegenwoordig misschien ziet, maar letterlijk de bron van inkomen en voedsel.

Op drogere gronden werden onder meer amandelen, olijven, graan en druiven verbouwd. Waar irrigatie mogelijk was konden andere gewassen worden geteeld. In de loop van de twintigste eeuw veranderde deze landbouw steeds verder en kregen geïrrigeerde fruitbomen een grotere betekenis.

Het werken op landbouwterrassen was zwaar. Machines konden op steile of kleine percelen nauwelijks worden ingezet en veel werk gebeurde met de hand of met dieren. Stenen muren moesten worden onderhouden en water moest zorgvuldig worden verdeeld.

Juist daardoor kreeg samenwerking binnen families en tussen buren grote betekenis. Mensen waren niet alleen voor gezelligheid op elkaar aangewezen, maar ook voor werkzaamheden, oogsten en praktische hulp.

Armoede en emigratie

Vanaf het einde van de negentiende en gedurende de twintigste eeuw kreeg Bolulla te maken met een ontwikkeling die in veel bergdorpen van Alicante zichtbaar was: mensen vertrokken op zoek naar werk en een stabieler inkomen.

Vooral jonge mensen hadden in een kleine landbouwgemeenschap beperkte mogelijkheden. Wanneer een gezin slechts een kleine hoeveelheid grond bezat, kon die niet eindeloos over nieuwe generaties worden verdeeld zonder dat percelen steeds kleiner werden. Werk buiten de landbouw werd daardoor aantrekkelijker.

Sommige inwoners zochten hun toekomst in grotere plaatsen of steden. Later zou vooral de snel groeiende kust steeds aantrekkelijker worden. Daar ontstonden banen in bouw, horeca, handel, dienstverlening en uiteindelijk het toerisme.

Vertrek betekende niet automatisch dat banden met Bolulla verdwenen. Familie bleef achter, huizen bleven in bezit en feesten vormden momenten waarop mensen terugkeerden. Dat verschijnsel is in veel kleine Spaanse dorpen nog altijd zichtbaar: het aantal mensen dat zich met een dorp verbonden voelt is aanzienlijk groter dan alleen het officiële inwonertal.

Burgeroorlog raakt ook Bolulla

De Spaanse Burgeroorlog van 1936 tot 1939 bereikte Bolulla niet in de vorm van grote veldslagen of een langdurige frontlinie. Dat betekent echter niet dat de oorlog aan het dorp voorbijging. De politieke en religieuze strijd raakte ook kleine gemeenschappen en daarvan zijn in Bolulla concrete sporen bekend.

De kerk van Sant Josep werd tijdens de Burgeroorlog zwaar getroffen. Volgens de huidige historische informatie van de gemeente werden de aanwezige religieuze beelden, schilderijen en standbeelden verbrand. Daarmee verloor Bolulla in korte tijd een groot deel van het kerkelijke erfgoed dat generaties inwoners hadden gekend.

Dat maakt de oorlogsgeschiedenis van het dorp tastbaarder dan een algemene verwijzing naar angst en verdeeldheid. Voor een kleine gemeenschap moet het verlies van vertrouwde religieuze beelden een zichtbare breuk zijn geweest. Deze beelden speelden immers niet alleen een rol tijdens missen, maar ook in processies, patroonsfeesten en familietradities.

Dorp bouwt kerkelijk erfgoed terug

Na afloop van de Burgeroorlog en het begin van de dictatuur van Francisco Franco moest de plaatselijke kerkelijke inventaris grotendeels opnieuw worden opgebouwd. In Bolulla gebeurde dat op een opmerkelijk lokale manier.

In 1940 organiseerden inwoners volkstoneel en andere voorstellingen waarmee stap voor stap geld werd ingezameld voor nieuwe religieuze beelden. Het is een klein detail uit de geschiedenis, maar juist daardoor bijzonder. In een tijd waarin veel gezinnen weinig geld hadden, zette het dorp gezamenlijke activiteiten in om verloren erfgoed te vervangen.

De nieuwe beelden werden besteld bij een gerenommeerd atelier in Valencia en uitgevoerd in gesneden hout. Het belangrijkste en meest vereerde beeld was dat van San José. Dat kostte in 1940 5.000 peseta, destijds een aanzienlijk bedrag.

Dit verhaal laat zien dat de geschiedenis van Bolulla niet uitsluitend wordt gevormd door koningen, oorlogen en bestuurlijke veranderingen. Ze wordt ook gemaakt door inwoners die een toneelstuk opvoeren om geld bijeen te brengen voor iets dat zij belangrijk vinden. Juist zulke lokale gebeurtenissen geven een klein dorp zijn eigen historische gezicht.

Langzame modernisering

Bolulla tijdens modernisering met behoud van dorpskarakterNa de moeilijke jaren van oorlog en wederopbouw veranderde Spanje langzaam. Elektriciteit, stromend water, betere wegen, auto's en moderne huishoudelijke voorzieningen maakten het dagelijkse leven ook in kleine dorpen steeds comfortabeler. De verschillen met de kust bleven echter groot.

Vanaf de jaren vijftig en vooral in de jaren zestig begon aan de Costa Blanca een ontwikkeling die de hele Marina Baixa zou veranderen. Toerisme groeide razendsnel en Benidorm werd daarvan het opvallendste voorbeeld. Hotels, appartementen, wegen en nieuwe bedrijven zorgden voor duizenden banen.

Voor inwoners van kleine binnenlandse dorpen betekende dat een fundamentele verandering. Wie vroeger vrijwel uitsluitend afhankelijk was van landbouw kon voortaan werk zoeken in bouw, horeca of dienstverlening aan de kust. Callosa d’en Sarrià, La Nucía, Altea en vooral Benidorm boden nieuwe mogelijkheden.

Het gevolg was tegelijkertijd dat veel kleine dorpen inwoners verloren. Jongeren hoefden niet meer in Bolulla te blijven wanneer een baan elders meer zekerheid en inkomen bood. De moderne economie van de kust trok mensen weg uit de traditionele landbouwgemeenschap.

Kust groeit, Bolulla blijft klein

Het contrast met Benidorm is misschien wel het duidelijkste voorbeeld van wat er in de twintigste eeuw gebeurde. Terwijl Benidorm uitgroeide tot een internationale vakantiebestemming met hoge hotels en appartementen, veranderde Bolulla veel langzamer.

Dat had duidelijke nadelen. Lokale werkgelegenheid bleef beperkt en verschillende voorzieningen waren in een klein dorp moeilijk rendabel te houden. Tegelijk ontstond achteraf gezien een voordeel: grootschalige toeristische bouw bereikte Bolulla nauwelijks.

De historische dorpsstructuur werd daardoor niet vervangen door grote appartementscomplexen. Landbouwterrassen bleven zichtbaar en de bergen rond het dorp werden geen aaneengesloten stedelijk gebied. Wat ooit vooral als economische achterstand kon worden ervaren, werd later juist een kwaliteit voor mensen die rust en authenticiteit zochten.

Bevolking krimpt sterk

De gevolgen van vertrek en veranderende werkgelegenheid zijn goed terug te zien in de bevolkingsontwikkeling. Nadat Bolulla in de negentiende eeuw nog een veel grotere agrarische bevolking had, liep het inwonertal gedurende de twintigste eeuw sterk terug.

In 1991 telde de gemeente nog slechts ongeveer 257 inwoners. Daarmee was een dieptepunt bereikt. Een dorp dat ooit een veel grotere landbouwgemeenschap had gedragen, was teruggebracht tot enkele honderden inwoners.

Voor het straatbeeld had dat gevolgen. Woningen konden leeg komen te staan en een verouderende bevolking maakte het moeilijker om voorzieningen in stand te houden. Dit was overigens geen uniek probleem van Bolulla. Veel dorpen in het Spaanse binnenland kregen in de twintigste eeuw met dezelfde leegloop te maken.

Vanaf de jaren negentig veranderde de richting opnieuw. Het inwonertal begon te herstellen en buitenlandse bewoners speelden daarbij een zichtbare rol. Mensen die vroeger juist uit het dorp vertrokken vanwege de afgelegen ligging, werden opgevolgd door nieuwkomers die precies voor die rust kwamen.

Nieuwe bewoners ontdekken Bolulla

Vanaf de laatste decennia van de twintigste eeuw ontdekten steeds meer buitenlandse woningzoekers niet alleen de kust, maar ook het achterland van Alicante. Britten, Duitsers, Nederlanders, Belgen en andere Europeanen gingen op zoek naar dorpshuizen, landelijke woningen en plekken met meer ruimte.

Bolulla paste goed in dat beeld. Het ligt dicht genoeg bij Altea, Benidorm en de rest van de Costa Blanca om praktische voorzieningen te bereiken, maar ver genoeg in het binnenland om een duidelijk andere woonomgeving te bieden.

Oude huizen werden opgeknapt en woningen die misschien langere tijd weinig gebruikt waren kregen nieuwe bewoners. Daarmee ontstond een bijzonder soort omkering. Waar jonge inwoners van Bolulla in eerdere generaties het dorp verlieten omdat elders meer kansen lagen, kwamen mensen uit andere landen juist naar Bolulla vanwege de kleinschaligheid die daardoor behouden was gebleven.

De ontwikkeling maakte Bolulla internationaler, maar veranderde het niet in een typische expaturbanisatie. De historische dorpskern, het gebruik van Spaans en Valenciaans en de plaatselijke tradities bleven het karakter bepalen.

Feesten bewaren tradities

De patroonsfeesten zijn een van de duidelijkste manieren waarop oudere tradities in Bolulla nog altijd in het dagelijks leven terugkomen. Volgens de gemeente worden de belangrijkste feesten gevierd rond de derde zondag, maandag en dinsdag van augustus en staan San José en de Virgen de los Dolores centraal.

Religieuze vieringen en processies worden gecombineerd met activiteiten die veel meer met het sociale dorpsleven te maken hebben. Muziek, traditioneel eten, kinderspelen, theater en pilota valenciana, de traditionele Valenciaanse balsport, brengen inwoners en bezoekers samen.

Juist theater heeft in Bolulla bovendien een bijzondere historische betekenis. De voorstellingen waarmee inwoners in 1940 geld inzamelden voor nieuwe kerkbeelden laten zien dat volkstoneel al veel langer onderdeel is van de plaatselijke gemeenschap.

Ook gezamenlijke maaltijden spelen een belangrijke rol. Een grote paella of andere lokale gerechten zijn niet alleen eten, maar een manier om het dorp bijeen te brengen. Voor oud-inwoners vormen de feesten bovendien een aanleiding om terug te keren naar Bolulla.

Historisch erfgoed buiten centrum

Wie de geschiedenis van Bolulla uitsluitend in de dorpskern zoekt, mist een belangrijk deel van het verhaal. Buiten het centrum liggen resten en plaatsnamen die herinneren aan oudere bewoning.

In de omgeving van de Penya del Castellet bevinden zich resten die worden verbonden met de verdwenen nederzetting en het kasteel van Garx. Ook natuurlijke plekken als de Cova de la Pataeta en de Cova de la Renyinyosa maken deel uit van het landschap waarin generaties inwoners zich bewogen.

De landbouwterrassen zijn misschien nog wel het grootste historische monument. Ze werden niet in één jaar aangelegd, maar zijn het resultaat van eeuwen menselijke arbeid. Iedere stenen muur vertelt iets over de noodzaak om op steile hellingen grond vast te houden.

Hetzelfde geldt voor irrigatiekanalen, bronnen en oude paden. Ze ogen eenvoudig, maar vormden essentiële infrastructuur in een tijd zonder waterleiding, vrachtwagens of moderne landbouwmachines.

Archieven en dorpsverhalen

Een deel van de geschiedenis van Bolulla is vastgelegd in burgerlijke, kerkelijke en andere historische archieven. Oude bevolkingsregisters, eigendomsdocumenten, dopen, huwelijken, overlijdens en belastinggegevens kunnen laten zien hoe families door de eeuwen heen veranderden.

Daarbij is het belangrijk rekening te houden met het feit dat veel oudere documenten niet specifiek vanuit het perspectief van gewone inwoners zijn geschreven. Officiële bronnen vertellen bijvoorbeeld wie eigenaar was van grond of hoeveel gezinnen in een dorp woonden, maar veel minder over hoe een gewone landarbeider zijn dag beleefde.

Daarom is mondelinge geschiedenis in kleine dorpen waardevol. Verhalen over landbouw, oude paden, verdwenen gewoonten, bijnamen, families en gebeurtenissen kunnen informatie bewaren die nooit officieel werd opgeschreven.

Niet ieder mondeling verhaal is automatisch historisch bewijs. Herinneringen kunnen veranderen en verhalen worden soms mooier of dramatischer naarmate ze vaker worden verteld. Maar samen met documenten geven ze kleur aan een geschiedenis die anders vooral uit jaartallen zou bestaan.

Bolulla leeft met verleden

Vandaag wordt de geschiedenis van Bolulla niet tentoongesteld in een groot museum. Ze is veel subtieler aanwezig. Je ziet haar in de kerk van Sant Josep, in de vorm van de straten, in de oude landbouwterrassen en in het water dat nog altijd door dezelfde vallei zijn weg zoekt.

Ook de taal draagt geschiedenis. Valenciaans klinkt nog altijd in gesprekken en staat op gemeentelijke informatie, straatnamen en aankondigingen. Voor Nederlanders en Belgen die hier komen wonen is dat soms even wennen, maar juist die taal maakt deel uit van het historische karakter van de streek.

De landbouw leeft eveneens voort. De gewassen zijn in de loop van de eeuwen veranderd en moderne technieken hebben oude methoden deels vervangen, maar Bolulla blijft sterk verbonden met zijn landschap. De huidige teelt van onder meer nísperos en citrusvruchten staat in een traditie die veel verder teruggaat dan deze specifieke gewassen.

Zelfs de verhouding tot de kust vertelt een historisch verhaal. Eeuwenlang was Bolulla vooral gericht op de eigen vallei en omliggende dorpen. In de twintigste eeuw werd de kust een bron van werk en economische ontwikkeling. Tegenwoordig vormt diezelfde kust voor veel nieuwe inwoners juist een voorziening die dichtbij genoeg ligt, terwijl zij bewust voor de rust van het binnenland kiezen.

Bolulla en de omgeving

Wie de geschiedenis van Bolulla beter wil begrijpen, moet ook de omliggende plaatsen bekijken. Callosa d’en Sarrià, Tàrbena, Guadalest, Altea en Benidorm vertegenwoordigen ieder een ander deel van de ontwikkeling van de Marina Baixa.

Tàrbena deelt met Bolulla de bergachtige ligging en een lange geschiedenis waarin de verdrijving van de Moriscos een belangrijke breuk vormde. Wie zich daarin verder wil verdiepen kan ook het artikel over de geschiedenis van Tàrbena lezen. Daar wordt zichtbaar hoe sterk de gebeurtenissen van 1609 hele valleien veranderden.

Altea laat vervolgens zien hoe een historische plaats aan de kust zich anders ontwikkelde dan Bolulla. Visserij, landbouw, handel en uiteindelijk toerisme zorgden er voor een heel andere dynamiek. Meer hierover staat bij de geschiedenis van Altea.

Het grootste contrast ontstaat met Benidorm. De kleine kustplaats die daar ooit lag veranderde in de twintigste eeuw in een internationale toeristische stad, terwijl Bolulla grotendeels zijn agrarische schaal behield. Juist door ook de geschiedenis van Benidorm te bekijken, wordt duidelijk hoe verschillend twee plaatsen op relatief korte afstand zich kunnen ontwikkelen.

Eeuwen geschiedenis in Bolulla

Wie zich verdiept in de geschiedenis van Bolulla ontdekt veel meer dan het verhaal van een klein dorp tussen de bergen. De plaats ontstond als islamitische landbouwgemeenschap, maakte deel uit van een netwerk met Alcia en Garx en kwam in 1254 onder christelijk gezag. Bolulla behoorde vervolgens tot een heerlijkheid waarin landbouw, water en feodale rechten eeuwenlang het dagelijks leven bepaalden.

De verdrijving van de Moriscos in 1609 was misschien wel de grootste breuk in de geschiedenis van het dorp. De bevolking verdween vrijwel volledig en tientallen jaren later woonden er nog maar veertien families. Toch werd Bolulla opnieuw opgebouwd. De huidige kerk van Sant Josep, voltooid in 1732, staat als tastbaar bewijs van die latere gemeenschap midden in het dorp.

Ook daarna bleef verandering komen. In de negentiende eeuw groeide de bevolking, waarna armoede, emigratie en nieuwe werkmogelijkheden elders in de twintigste eeuw juist tot sterke leegloop leidden. De Spaanse Burgeroorlog vernietigde een groot deel van het religieuze interieur van de kerk, waarna inwoners gezamenlijk geld bijeenbrachten om nieuwe beelden te laten maken.

Vanaf de jaren negentig volgde opnieuw een ommekeer. Nieuwe inwoners uit Spanje en andere Europese landen ontdekten de kwaliteiten van het dorp. De rust die ooit samenhing met economische afzondering werd ineens iets waarvoor mensen bewust kozen.

Dat maakt de geschiedenis van Bolulla bijzonder. Het dorp heeft zich keer op keer moeten aanpassen zonder dat de basis volledig verdween. De mensen veranderden, de politieke machthebbers veranderden, gewassen veranderden en de kust ontwikkelde zich razendsnel, maar bergen, waterwegen en landbouwterrassen bleven de structuur bepalen.

Wie vandaag door Bolulla wandelt, loopt daardoor niet door een decor dat speciaal voor bezoekers is bewaard. De straatjes, kerk en terrassen maken nog steeds onderdeel uit van het gewone leven. Precies daarin ligt de historische waarde van Bolulla. Het verleden is hier niet afgesloten achter vitrines, maar loopt ongemerkt mee met iedereen die door het dorp, langs de rivier of over een oud landbouwpad wandelt.

Dit artikel is voor het laatst bijgewerkt op 15 augustus 2026.