
Twee dorpen met diepe wortels
Sanet y Negrals, in het Valenciaans Sanet i els Negrals, is ontstaan uit twee afzonderlijke dorpskernen met een islamitische oorsprong. Sanet en Negrals lagen dicht bij elkaar, maar werden eeuwenlang door een ravijn en verschillende bestuurlijke grenzen van elkaar gescheiden. Pas in de negentiende eeuw groeiden zij definitief samen tot de kleine gemeente die tegenwoordig aan de voet van de Serra de Segària ligt.
De geschiedenis van Sanet y Negrals is nauw verbonden met die van La Rectoria, de historische streek rond de middenloop van de rivier Girona. Tot La Rectoria behoren naast Sanet y Negrals ook Benimeli, Sagra, Tormos en El Ràfol d’Almúnia. De naam Rectoria kan worden vertaald als vicariaat of kerkelijk bestuursgebied, maar wordt tegenwoordig vooral gebruikt voor deze kleinschalige geografische en historische streek in de Marina Alta.
Water en landbouw vormen de rode draad door het verhaal van het dorp. Islamitische landbouwers, christelijke heren, moriscos, nieuwe bewoners uit Valencia en Mallorca en latere generaties boeren maakten allemaal gebruik van dezelfde bronnen, irrigatiekanalen, waterputten, molens en vruchtbare gronden. Daardoor is de geschiedenis niet alleen zichtbaar in oude gebouwen, maar ook in het landschap rond het dorp.
Wie tegenwoordig door Sanet y Negrals loopt, ziet een rustige gemeenschap met kleurrijke gevels, een negentiende-eeuwse kerk en een landschap vol citrusboomgaarden. Onder dat vriendelijke dorpsbeeld liggen eeuwen van verovering, ontvolking, herbevolking, bestuurlijke veranderingen en economische aanpassing. Juist doordat de gemeente klein bleef, zijn veel van deze historische lagen nog op menselijke schaal herkenbaar.
Islamitische oorsprong en water
Sanet en Negrals ontstonden tijdens de islamitische periode van het Iberisch Schiereiland. De omgeving was geschikt voor kleine agrarische nederzettingen doordat de rivier Girona, natuurlijke bronnen en verschillende ondergrondse waterstromen landbouw mogelijk maakten. Tegelijk bood de nabijgelegen Serra de Segària beschutting en toegang tot hoger gelegen gronden.
Sanet werd in middeleeuwse christelijke documenten aangeduid met namen als Cenete, Zenete en Zaneta. Volgens de vroegmoderne geschiedschrijver Gaspar Escolano zou de naam verwijzen naar de Zenata, een verzameling Berberse stamgroepen uit Noord-Afrika. Leden van deze groepen zouden zich tijdens de islamitische periode in het gebied hebben gevestigd.
Deze verklaring wordt vaak genoemd, maar moet met enige voorzichtigheid worden gelezen. Middeleeuwse plaatsnamen veranderden door uitspraak, vertaling en de manier waarop schrijvers ze noteerden. Wel staat vast dat de naamvormen en de oudste nederzetting duidelijk verbonden zijn met de islamitische geschiedenis van de Marina Alta.
Regionale erfgoedbronnen omschrijven Sanet als een ràfol bij de Bolata. Een ràfol of rafal was een landelijke nederzetting, boerderij of landgoed uit de islamitische periode. Het ging meestal om een kleine groep woningen met landbouwgrond, waterrechten en voorzieningen voor het dagelijkse werk.
Negrals was volgens dezelfde bronnen een raval. Dit Valenciaanse woord is verwant aan het Spaanse arrabal en duidt op een nederzetting of wijk buiten een oudere kern. Sanet en Negrals waren dus geen grote steden, maar kleine agrarische gemeenschappen die gebruikmaakten van dezelfde vallei en waterbronnen.
De bewoners verbouwden waarschijnlijk granen, groenten, olijven, druiven, vijgen en amandelen. Het huidige landschap met grote citrusboomgaarden ontstond pas veel later. Voor de middeleeuwse bewoners waren voedselvoorziening, veeteelt en het betalen van belastingen belangrijker dan de commerciële export van sinaasappels en mandarijnen.
Water werd verdeeld via séquies, het Valenciaanse woord voor irrigatiekanalen. Ook bronnen, kleine stuwen en ondergrondse watergangen maakten deel uit van het systeem. De ligging van akkers en woningen werd mede bepaald door de beschikbaarheid van water en de mogelijkheid om overtollig regenwater af te voeren.
Christelijke verovering en heren
In de dertiende eeuw veranderde het bestuur van de regio ingrijpend. Koning Jaume I van Aragón bracht grote delen van het huidige Valenciaanse grondgebied onder christelijk gezag. Het gebied werd onderdeel van het nieuwe koninkrijk Valencia binnen de Kroon van Aragón.
Voor dit proces wordt vaak het woord Reconquista gebruikt. Voor Nederlandse en Belgische lezers is de omschrijving christelijke verovering duidelijker en neutraler. Het ging om een militaire en politieke machtswisseling waarbij grond, belastingrechten en bestuur overgingen naar de kroon, ridderorden en christelijke edelen.

Negrals werd in 1248 door Jaume I toegewezen aan Raimon de Villamair. Een jaar later, in 1249, werden rechten op de nederzetting toegekend aan Pere Joan de Girona. Zulke schenkingen waren gebruikelijk na de verovering. De koning beloonde personen die hem hadden gesteund en probeerde tegelijkertijd het nieuwe bestuur te organiseren.
De oorspronkelijke islamitische bevolking verdween niet onmiddellijk. Veel bewoners bleven als mudéjares in het gebied wonen. Mudéjares waren moslims die onder christelijk gezag leefden en aanvankelijk onder voorwaarden hun geloof, taal en gebruiken konden behouden.
Zij bleven een groot deel van het dagelijkse landbouwbedrijf uitvoeren. De nieuwe eigenaren hadden er belang bij dat akkers werden bewerkt, belastingen werden betaald en irrigatiesystemen bleven functioneren. Daardoor veranderden de bestuurlijke en juridische verhoudingen sneller dan het zichtbare landschap.
Sanet en Sagra kwamen in 1341 onder invloed van de Orde van Santiago. Dit was een christelijke militaire en religieuze ridderorde die tijdens en na de middeleeuwse veroveringen grond, rechten en inkomsten in verschillende delen van Spanje verwierf.
De overdracht aan de Orde van Santiago betekende niet dat ridders voortdurend in het dorp aanwezig waren. Belangrijker was dat de orde rechten bezat op grond, belastingen en bestuur. Voor bewoners bleef het dagelijkse leven vooral draaien om landbouw, water en verplichtingen aan de plaatselijke heer.
Negrals kwam later in handen van verschillende eigenaren. In 1570 werd de heerlijkheid verworven door Llorenç Merita. De familie Merita zou eeuwenlang zichtbaar blijven in de lokale geschiedenis. Haar herenhuis is nog altijd bewaard gebleven als het Palau de la Senyoria.
Mudéjares worden moriscos
De positie van de islamitische bewoners werd in de eeuwen na de verovering steeds moeilijker. In het begin van de zestiende eeuw werden moslims in het koninkrijk Valencia gedwongen zich tot het christendom te bekeren. Zij en hun nakomelingen werden vanaf dat moment moriscos genoemd.
Moriscos waren officieel christelijk, maar veel gezinnen behielden delen van hun taal, familietradities, kleding, keuken en landbouwcultuur. Kerkelijke en wereldlijke machthebbers wantrouwden deze gemeenschappen en verdachten hen ervan hun oude geloof in het geheim te blijven volgen.
In de Marina Alta vormden moriscos in veel kleine dorpen het grootste deel van de bevolking. Zij waren onmisbaar voor de landbouw en beschikten over veel kennis van het plaatselijke waterbeheer. Tegelijk moesten zij belastingen, pacht en delen van hun oogst afstaan aan adellijke en kerkelijke heren.
Sanet en Negrals bleven in deze periode afzonderlijke nederzettingen. Beide waren afhankelijk van dezelfde landbouwomgeving, maar hadden een eigen eigenaar en lokale organisatie. Het Palau de la Senyoria in Negrals symboliseerde de macht van de heren, terwijl de meeste bewoners in bescheiden huizen leefden en op het land werkten.
De verhouding tussen de moriscobevolking en de machthebbers was kwetsbaar. Religieuze druk, hoge lasten en economische afhankelijkheid veroorzaakten spanningen. Toch bleef de agrarische samenleving bestaan tot het begin van de zeventiende eeuw.
Uitwijzing maakt dorpen leeg
In 1609 gaf koning Filips III opdracht om de moriscos uit Spanje te verdrijven. Het koninkrijk Valencia werd als eerste en het zwaarst getroffen. In veel dorpen bestond bijna de volledige bevolking uit moriscogezinnen.
Ook Sanet en Negrals raakten na de uitwijzing vrijwel verlaten. De bewoners moesten hun huizen, landbouwgrond, dieren en persoonlijke bezittingen achterlaten. Vanuit verzamelplaatsen werden zij naar havens gebracht en vervolgens per schip naar Noord-Afrika vervoerd.
Voor de verdreven families betekende dit het gedwongen einde van een gemeenschap die soms al vele generaties in dezelfde vallei woonde. Voor de dorpen betekende het dat huizen leeg kwamen te staan en dat een groot deel van de beschikbare arbeidskracht en landbouwkennis verdween.
Het onderhoud van terrassen, irrigatiekanalen en molens kon niet zomaar worden stilgelegd. Stenen muren stortten in wanneer zij niet werden hersteld, kanalen groeiden dicht en boomgaarden leverden minder op zonder verzorging. De ontvolking veroorzaakte daarom naast menselijk leed ook een grote economische crisis.
De adellijke eigenaren verloren inkomsten uit pacht, belastingen en landbouw. Zij hadden er groot belang bij om snel nieuwe bewoners te vinden. Daardoor begonnen al kort na de uitwijzing onderhandelingen over de herbevolking van Sanet en Negrals.
Nieuwe bewoners in 1610
Op 7 februari 1610 werd een gezamenlijke carta pobla voor Sanet en Negrals ondertekend. Een carta pobla, in het Nederlands meestal bevolkingsbrief genoemd, was een overeenkomst tussen de eigenaar van een gebied en nieuwe bewoners.
In zo’n document werd vastgelegd welke huizen en akkers de bewoners mochten gebruiken, welke belastingen of delen van de oogst zij moesten betalen en aan welke regels zij zich moesten houden. De nieuwe bewoners kregen dus geen moderne volledige eigendom, maar het recht om onder feodale voorwaarden in het gebied te wonen en te werken.
De eerste herbevolkers kwamen volgens de regionale geschiedschrijving uit plaatsen als Torrent, Alcoi, Penàguila en Oliva. Zij troffen twee grotendeels verlaten nederzettingen en een landbouwlandschap dat dringend onderhoud nodig had.
De gezamenlijke overeenkomst van 1610 bleek niet goed te functioneren. Mogelijk waren de voorwaarden te zwaar, vertrokken gezinnen opnieuw of ontstonden er problemen tussen bewoners en eigenaren. Daarom volgden in 1611 nieuwe, afzonderlijke afspraken voor beide dorpen.
Voor Sanet werd op 7 januari 1611 een tweede bevolkingsbrief ondertekend. Voor Negrals volgde op 31 augustus 1611 een nieuwe carta pobla. De gronden van Negrals werden daarbij toegewezen aan verschillende inwoners van Pego, met de familie Pasqual als een van de belangrijkste groepen.
De afzonderlijke overeenkomsten onderstrepen dat Sanet en Negrals nog geen bestuurlijke eenheid vormden. Zij lagen dicht bij elkaar, maar hadden eigen heren, bewoners en juridische voorwaarden.
Mallorcaanse families vestigen zich
In de loop van de zeventiende eeuw vestigden zich ook kolonisten met een Mallorcaanse achtergrond in Sanet en Negrals. Dat sluit aan bij een bredere ontwikkeling in de Marina Alta, waar na 1609 bewoners van de Balearen werden aangetrokken om ontvolkte dorpen opnieuw te bewonen.
De familienamen Moll, Mut en Llull worden door regionale bronnen genoemd als aanwijzingen voor deze Mallorcaanse migratie. Deze namen komen nog altijd in de omgeving voor en laten zien hoe een gebeurtenis uit de zeventiende eeuw eeuwen later herkenbaar kan blijven.
De nieuwe bewoners namen een landschap over dat door islamitische en moriscogeneraties was ingericht. Zij gebruikten bestaande waterlopen, terrassen en paden, maar brachten ook hun eigen taalvarianten, familienamen, religieuze gebruiken en landbouwtradities mee.
De bevolking groeide langzaam. De bewoners moesten huizen herstellen, waterwerken onderhouden en akkers opnieuw in productie brengen. De economische en juridische lasten tegenover de heren bleven zwaar, waardoor het leven voor veel gezinnen onzeker was.
Toch ontstond geleidelijk een nieuwe dorpsgemeenschap. De christelijke kerk kreeg een steeds belangrijkere plaats in het sociale leven, terwijl de oudere islamitische structuren in het landschap bleven voortbestaan.
Deze combinatie is kenmerkend voor veel dorpen in de Marina Alta. De bevolking veranderde door de gedwongen breuk van 1609, maar de nieuwe bewoners bouwden verder op landbouwgrond en infrastructuur die door de verdwenen gemeenschap waren achtergelaten.
Sanet en Negrals worden één
Sanet en Negrals bleven gedurende de zeventiende en achttiende eeuw bestuurlijk gescheiden. Toch lagen de kernen zo dicht bij elkaar dat bewoners steeds meer dagelijkse belangen deelden. Zij maakten gebruik van dezelfde wegen, rivieromgeving, waterbronnen en landbouwmarkten.

In 1820 werden de twee plaatsen voor het eerst bestuurlijk verenigd. De nieuwe gemeente kreeg de naam Unión Legal, letterlijk Wettelijke Unie. Deze eerste samenvoeging vond plaats in een politiek onrustige periode waarin in heel Spanje hervormingen werden doorgevoerd.
De eenheid hield aanvankelijk niet lang stand. In 1823 werden Sanet en Negrals opnieuw van elkaar gescheiden. Deze verandering viel samen met het einde van het liberale bewind en het herstel van de absolute macht van koning Ferdinand VII.
In 1834 volgde de definitieve hereniging. Vanaf dat moment vormden Sanet en Negrals één gemeente. De officiële Spaanse naam werd Sanet y Negrals, terwijl de Valenciaanse vorm Sanet i els Negrals luidt.
De samenvoeging maakte het eenvoudiger om gezamenlijk bestuur, belastingen en openbare voorzieningen te organiseren. De afzonderlijke oorsprong bleef echter zichtbaar in de dorpsstructuur en in namen van straten, gebouwen en erfgoedplekken.
Sanet en Negrals groeiden langzaam naar elkaar toe. Tegenwoordig is voor een bezoeker niet altijd direct duidelijk waar de ene historische kern eindigt en de andere begint. Toch is vooral rond het Palau de la Senyoria nog herkenbaar dat Negrals ooit een eigen adellijk centrum had.
Kerk groeit als dorpshart
De huidige parochiekerk van Santa Anna, in het Spaans Santa Ana, werd tussen 1851 en 1861 gebouwd. De kerk ontstond enkele decennia na de definitieve bestuurlijke eenwording en gaf de nieuwe gemeente een duidelijk religieus en sociaal middelpunt.
Het oorspronkelijke gebouw werd in de twintigste eeuw uitgebreid. Ook de klokkentoren bestaat uit verschillende bouwfasen. De eerste twee verdiepingen van de toren werden tussen 1859 en 1861 opgetrokken, terwijl de bovenste verdieping pas in de twintigste eeuw werd toegevoegd.
De kerk en toren zijn aangewezen als Bien de Relevancia Local. Dit is een Valenciaanse erfgoedstatus voor een gebouw of monument van lokaal historisch en cultureel belang.
In de toren hangen drie klokken. De oudste klok dateert uit 1836 en is gewijd aan het Crist de la Salut, de Christus van de Gezondheid. Deze klok is ouder dan het huidige kerkgebouw en moet dus uit een eerdere religieuze voorziening afkomstig zijn.
De twee andere klokken werden in 1943 gegoten door de werkplaats van Manuel Roses Vidal. De kleinere is gewijd aan de Onbevlekte Ontvangenis en de grootste aan Santa Anna.
De klokken hadden vroeger niet alleen een religieuze functie. Zij kondigden missen, begrafenissen en feesten aan, maar konden bewoners ook waarschuwen bij brand, noodweer of andere bijzondere gebeurtenissen. Het geluid van de klokken bepaalde een deel van het dagelijkse dorpsritme.
Rond de kerk ontstond een plaats waar bewoners elkaar ontmoetten en waar processies, huwelijken, dopen en begrafenissen plaatsvonden. Voor veel families is het gebouw daardoor verbonden met persoonlijke herinneringen die verschillende generaties omvatten.
Palau bewaart adellijk verleden
Het Palau de la Senyoria staat in de historische kern van Negrals en wordt ook het Palauet dels Senyors de Merita genoemd. Een palau is een paleis of aanzienlijk herenhuis. Het gebouw herinnert aan de periode waarin de familie Merita rechten bezat op de nederzetting, landbouwgrond en plaatselijke inkomsten.
Het huidige paleis werd in de achttiende eeuw gebouwd en in de negentiende eeuw verbouwd in een academische stijl. Deze stijl wordt gekenmerkt door symmetrie, klassieke verhoudingen en een meer formele uitstraling dan veel traditionele dorpshuizen.
Het gebouw bestaat uit twee woonverdiepingen met daarboven een grote opslagruimte. Op de hoeken zijn heraldische wapenschilden van vroegere eigenaren bewaard gebleven. Ook natuurstenen delen van de gevel, de buitentrap en stukken traditionele bestrating dragen bij aan de historische uitstraling.
In de kelder bevindt zich een oude graansilo. Hier kon een deel van de oogst worden opgeslagen. Brede gangen, houten vloeren en plafonds, een wapenzaal, bibliotheek en marmeren trappen laten zien dat het gebouw veel rijker was ingericht dan de huizen van de meeste landbouwers.
Een toren aan het paleis had oorspronkelijk een verdedigende functie. Later werd deze gebruikt als kapel en tegenwoordig dient het gebouw als gebedsruimte. In de voormalige kapel stond een achttiende-eeuws beeld van het Crist de l’Agonia, de Christus van de Doodsstrijd.
Het Palau de la Senyoria is particulier eigendom en kan normaal gesproken niet van binnen worden bezocht. Vanaf de openbare straat is het gebouw wel te bekijken. Bezoekers moeten daarbij de privacy van de bewoners respecteren en niet zonder toestemming het terrein of de binnenplaats betreden.
Het paleis is historisch belangrijk omdat het zichtbaar maakt dat Sanet y Negrals niet uitsluitend een gemeenschap van boeren en landarbeiders was. De plaats maakte deel uit van een feodaal systeem waarin een kleine groep eigenaren grote invloed had op grondbezit, belastingen en bestuur.
Molens vertellen watergeschiedenis
Water speelde een hoofdrol in de ontwikkeling van Sanet en Negrals. De omgeving bevat bronnen, irrigatiekanalen, ondergrondse watergangen en de onregelmatig stromende Bolata. Dit systeem maakte niet alleen landbouw, maar ook het gebruik van watermolens mogelijk.
De belangrijkste historische molen is de Molí de la Senyoria. Een molí is een molen. Het gebouw staat in het gebied Les Hortes del Molí in de voormalige kern Negrals en werd waarschijnlijk tussen de zestiende en zeventiende eeuw gebouwd.
De molen ontving water van de kleine stuw van de Bolata, de bron van Les Hortes de Sanet en de Font de la Roda. Vanuit de molen liep het water via een irrigatiekanaal verder naar de Molí Cremat, die ook bekendstond als de Molí del Sastre of Molí de Truque.
De Molí de la Senyoria beschikte over een groot waterbekken, twee waterinlaten, twee waterraderen en twee molenstenen. De hoogte van het opgeslagen of aangevoerde water zorgde voor de kracht waarmee de maalinstallatie in beweging werd gebracht.
De molen bleef tot ongeveer 1915 in gebruik. Daarna namen moderne machines en andere energiebronnen de functie van de traditionele watermolens steeds verder over.
Bij de molen staat een grote magnolia die in regionale toeristische informatie wordt omschreven als een van de grootste exemplaren in de provincie Alicante. De boom behoorde eveneens tot het bezit van de familie Merita. Op hetzelfde terrein staat een iep die mogelijk nog ouder is.
De molen en bomen liggen op particulier terrein. Zij zijn daarom niet altijd vrij toegankelijk. Ook wanneer een historische plek in wandelinformatie wordt genoemd, betekent dit niet automatisch dat bezoekers gebouwen of tuinen zonder toestemming mogen betreden.
Het watererfgoed is tegenwoordig te ontdekken via het Camí de l’Aigua. Deze wandelroute verbindt dertien plaatsen die te maken hebben met bronnen, irrigatiekanalen, waterwielen, putten, stuwen en de rivier Girona. Zo wordt zichtbaar hoe ingewikkeld en belangrijk de waterhuishouding van het dorp was.
Landbouw verandert door eeuwen
Landbouw bleef tot ver in de twintigste eeuw de belangrijkste economische basis van Sanet y Negrals. Welke gewassen werden verbouwd, veranderde door de eeuwen heen onder invloed van de markt, beschikbare arbeidskracht en verbeteringen in irrigatie.
De bevolkingsbrieven uit de zeventiende eeuw noemen onder meer amandelbomen. Verder waren olijven, granen, druiven, groenten en fruit belangrijk. De meeste gezinnen combineerden verschillende teelten om het risico van een mislukte oogst te verkleinen.
In een latere periode werden moerbeibomen en zijderupsen belangrijk. De bladeren van de moerbeiboom dienden als voedsel voor zijderupsen. De cocons werden gebruikt voor de productie van zijde, een economische activiteit die in verschillende Valenciaanse streken voorkwam.
Vanaf de late negentiende en vooral de twintigste eeuw groeide de betekenis van geïrrigeerde citruslandbouw. Sinaasappels en later mandarijnen werden belangrijke handelsproducten. Een groot deel van het gemeentelijke grondgebied werd met citrusbomen beplant.
Deze omschakeling was alleen mogelijk dankzij water. Bronnen, kanalen, putten en mechanische pompen maakten het mogelijk grotere oppervlakten regelmatig te bevloeien. Het huidige groene landschap rond het dorp is dus niet uitsluitend natuurlijk, maar het resultaat van generaties landbouw en waterbeheer.
De citrussector bracht inkomen, maar maakte boeren ook afhankelijk van marktprijzen, weersomstandigheden en internationale handel. Vorst, langdurige droogte, plantenziektes en lage opbrengstprijzen konden grote gevolgen hebben voor een klein landbouwbedrijf.
Naast landbouw waren er kleine ambachten en diensten. Molenaars, bouwvakkers, smeden, winkeliers en vervoerders vervulden functies die nodig waren om het dorp te laten functioneren. De meeste gezinnen waren echter direct of indirect met het land verbonden.
Negentiende eeuw brengt verandering
De negentiende eeuw was voor Spanje een periode van oorlogen, politieke veranderingen en economische onzekerheid. Sanet y Negrals lag niet in het centrum van de grote nationale gebeurtenissen, maar de bewoners kregen wel te maken met de gevolgen.
De Spaanse Onafhankelijkheidsoorlog, de strijd tussen liberalen en absolutisten en de Carlistenoorlogen brachten belastingen, dienstplicht en economische verstoring met zich mee. Voor concrete gevechten in het dorp is beperkt gedocumenteerd bewijs beschikbaar, waardoor het verstandig is om geen grote lokale veldslagen aan Sanet y Negrals toe te schrijven.
De bestuurlijke vereniging van 1820, de scheiding in 1823 en de definitieve samenvoeging van 1834 passen in deze onrustige politieke periode. Lokale besturen werden hervormd en kleine gemeenten moesten zoeken naar een werkbare organisatie.
De bouw van de kerk tussen 1851 en 1861 wijst op een nieuwe fase van stabiliteit en gemeenschappelijke organisatie. Het project vergde geld, materiaal en samenwerking binnen een gemeente die nog altijd klein en voornamelijk agrarisch was.
Nieuwe wegen en verbeterde vervoersmogelijkheden maakten het geleidelijk gemakkelijker om landbouwproducten naar markten in Pego, Ondara, Dénia, Oliva en andere plaatsen te brengen. Toch verliep het meeste vervoer nog lange tijd met dieren en karren.
Familie en burenhulp bleven van groot belang. Oogsten, reparaties aan irrigatiekanalen en andere zware werkzaamheden werden vaak gezamenlijk uitgevoerd. Feesten, religieuze vieringen en ontmoetingen op straat hielpen de sociale gemeenschap bijeen te houden.
Twintigste eeuw moderniseert het dorp
In de twintigste eeuw veranderde het dagelijkse leven sneller. Elektriciteit, waterleidingen, gemotoriseerd vervoer en betere verbindingen brachten voorzieningen die eerdere generaties niet hadden gekend.
De Spaanse Burgeroorlog van 1936 tot 1939 en de moeilijke naoorlogse jaren hadden ook gevolgen voor Sanet y Negrals. Politieke tegenstellingen, schaarste en repressie raakten kleine gemeenschappen, al zijn veel persoonlijke verhalen alleen via zorgvuldig archiefonderzoek te reconstrueren.
Na de oorlog bleef landbouw belangrijk, maar veel jonge inwoners vertrokken op zoek naar werk. Zij gingen naar grotere Spaanse steden, de groeiende kustplaatsen of naar landen als Frankrijk, Duitsland en Zwitserland.

De ontwikkeling van het toerisme aan de Costa Blanca zorgde vanaf de tweede helft van de eeuw voor nieuwe banen. Bewoners konden werken in de bouw, horeca, dienstverlening en het onderhoud van woningen aan de kust, terwijl zij in Sanet y Negrals bleven wonen.
Verbeterde wegen versterkten de band met Dénia, Ondara, El Verger en Pego. Voor winkels, middelbaar onderwijs, gespecialiseerde zorg en werk werd het steeds gebruikelijker om buiten het dorp te reizen.
De landbouw werd gemechaniseerd. Elektrische en gemotoriseerde pompen vervingen een deel van de traditionele waterwielen, terwijl machines werkzaamheden overnamen die vroeger met dieren of met de hand werden uitgevoerd.
De teelt van citrus werd dominant. Sinaasappel- en mandarijnenboomgaarden bepaalden steeds sterker het landschap en de lokale economie. Tegelijk nam het aantal mensen dat uitsluitend van landbouw kon leven langzaam af.
Vanaf de laatste decennia van de twintigste eeuw vestigden zich ook buitenlandse bewoners in het dorp. Onder hen bevonden zich Britten, Nederlanders, Belgen, Duitsers en inwoners uit andere Europese landen die werden aangetrokken door het klimaat, de rust en de nabijheid van de kust.
Sommige oude huizen werden gerestaureerd en opnieuw bewoond. De komst van nieuwe inwoners bracht vraag naar bouw, onderhoud en dienstverlening, maar veranderde het fundamentele Spaanse en Valenciaanse karakter van de gemeente niet.
Feesten als levend geheugen
De geschiedenis van Sanet y Negrals leeft voort in de plaatselijke feesten. De belangrijkste patroonfeesten worden in de eerste week van september gehouden ter ere van het Crist de la Salut en Santa Anna.
De naam Crist de la Salut betekent Christus van de Gezondheid. Santa Anna is in het Nederlands bekend als Sint-Anna, volgens de christelijke traditie de moeder van Maria en de grootmoeder van Jezus.
Tijdens de feestweek kunnen processies, muziek, gezamenlijke maaltijden, kinderactiviteiten, vuurwerk en avondfeesten worden georganiseerd. Het exacte programma verandert ieder jaar, maar de religieuze en sociale betekenis blijft belangrijk.
In juni worden daarnaast de Festes de la Colombòfila gevierd ter ere van Sant Antoni en de jeugd. Het woord colombòfila verwijst naar de traditie van het houden en trainen van post- of wedstrijdduiven.
De feestdagen brengen inwoners, voormalige bewoners en familieleden samen. Mensen die elders wonen, keren voor enkele dagen terug naar het dorp. Daardoor functioneren de feesten als een levend geheugen van de gemeenschap.
Tradities worden niet alleen door officiële ceremonies doorgegeven. Ook recepten, muziek, familiebijeenkomsten, versieringen en verhalen over vroegere feesten verbinden nieuwe generaties met het verleden.
Voor bezoekers bieden de feesten een mooie kans om het dorp op zijn levendigst te zien. Het zijn echter in de eerste plaats vieringen van en voor de gemeenschap. Wie deelneemt, doet dat het best met respect voor processies, religieuze momenten en bewoners.
Geschiedenis in het dorpsbeeld
De geschiedenis van Sanet y Negrals is niet verzameld in één groot museum. Zij is verspreid over de straten, gebouwen, boomgaarden en waterwerken van de gemeente.
De islamitische oorsprong is zichtbaar in oude plaatsnamen, de ligging van de twee kernen en het historische waterbeheer. De christelijke periode leeft voort in de kerk en de feestkalender. De feodale machtsverhoudingen zijn herkenbaar in het Palau de la Senyoria.
De Molí de la Senyoria en andere waterwerken vertellen hoe landbouw en techniek met elkaar verbonden waren. De monumentale magnolia en iep herinneren aan de tuinen en eigendommen van de familie Merita.
De kleurrijke dorpshuizen laten zien hoe de woonomgeving veranderde, terwijl smalle straten en compacte bebouwing aansluiten bij een veel oudere nederzettingsstructuur. Moderne verbouwingen en gerestaureerde gevels vormen weer een nieuwe laag.
Buiten de dorpskern begint vrijwel direct het landbouwlandschap. De huidige citrusboomgaarden zijn vooral het resultaat van twintigste-eeuwse irrigatielandbouw, maar volgen deels dezelfde waterstructuren en perceelgrenzen die veel ouder zijn.
Het Camí de l’Aigua maakt deze geschiedenis zichtbaar tijdens een wandeling. De route van 7,15 kilometer passeert dertien punten die te maken hebben met bronnen, irrigatiekanalen, waterwielen, putten, stuwen en de rivier Girona.
Ook de langere Ruta de la Bolata verbindt Sanet y Negrals met de andere dorpen van La Rectoria. Daarmee laat de route zien dat de geschiedenis van het dorp niet losstaat van Benimeli, Tormos, Sagra en El Ràfol d’Almúnia.
Meer lezen over Sanet
Wie Sanet y Negrals beter wil leren kennen, kan op MijnAlicante.nl verder lezen over de algemene informatie over Sanet y Negrals, de natuur rond Sanet y Negrals, onderwijs in Sanet y Negrals, uitstapjes in Sanet y Negrals en wonen in Sanet y Negrals.
Deze onderwerpen sluiten nauw op elkaar aan. De natuurpagina gaat dieper in op de Serra de Segària, de rivier Girona en het landbouwlandschap. Op de toerismepagina staan de kerk, het paleis, wandelroutes, waterwerken en andere plaatsen die tijdens een bezoek bekeken kunnen worden.
Ook omliggende dorpen helpen om de ontwikkeling van Sanet en Negrals beter te begrijpen. Bekijk bijvoorbeeld Benimeli, Tormos, Beniarbeig, El Ràfol d’Almúnia, Pego en Dénia.
Benimeli, Tormos en El Ràfol d’Almúnia delen met Sanet y Negrals de geschiedenis van La Rectoria en het water van de Bolata. Pego en Dénia waren belangrijk als plaatsen voor handel, voorzieningen en verbinding met de kust.
Groot verhaal op dorpsschaal
De geschiedenis van Sanet y Negrals laat zien hoe grote ontwikkelingen een kleine gemeenschap beïnvloeden. De christelijke verovering veranderde het bestuur en grondbezit. De uitwijzing van de moriscos maakte beide nederzettingen vrijwel leeg. De bevolkingsbrieven van 1610 en 1611 bepaalden onder welke voorwaarden nieuwe gezinnen het land mochten bewonen.
De samenvoeging van Sanet en Negrals verliep eveneens niet in één rechte lijn. De eerste eenheid uit 1820 werd drie jaar later teruggedraaid, waarna pas in 1834 de definitieve gemeente ontstond.
De kerk vertelt over de groei van een gezamenlijke gemeenschap, terwijl het Palau de la Senyoria herinnert aan de vroegere macht van de landheren. De molen, irrigatiekanalen en boomgaarden laten zien dat water steeds bepalend bleef voor werk en welvaart.
Ook de moderne geschiedenis heeft sporen achtergelaten. Emigratie, toerisme, betere wegen, mechanisatie en de komst van internationale bewoners veranderden het dorp, zonder de oude identiteit volledig uit te wissen.
Wie langzaam door Sanet y Negrals wandelt, ontdekt daarom veel meer dan een rustig dorp aan de voet van de Segària. Een kleurrijke gevel, een oude klok, een irrigatiekanaal of een familienaam kan verwijzen naar een geschiedenis die honderden jaren teruggaat.
Sanet y Negrals hoeft niet groot te zijn om veel te vertellen. Juist op deze kleine schaal worden thema’s als geloof, macht, gedwongen vertrek, herbevolking, landbouw en gemeenschapszin begrijpelijk en tastbaar. Het dorp vormt daarmee een waardevol hoofdstuk in de lange en gelaagde geschiedenis van de Marina Alta.
Dit artikel is voor het laatst bijgewerkt op 6 augustus 2026.