Geschiedenis van Benimarfull

Moorse wortels

Historische straat in Benimarfull in El ComtatWanneer je door de smalle straatjes van Benimarfull loopt, is het niet moeilijk je voor te stellen hoe het leven hier eeuwen geleden moet zijn geweest. De geschiedenis van Benimarfull is nauw verbonden met de islamitische periode, toen het gebied dat tegenwoordig El Comtat heet bestond uit kleine landbouwgemeenschappen, kastelen en valleien waar water en vruchtbare grond van levensbelang waren. De gemeentelijke geschiedschrijving benadrukt dat er wel veel oudere menselijke bewoning in de omliggende streek bekend is, maar dat er geen bewijs is dat op de plaats van het huidige Benimarfull al in de Iberische, Romeinse of Visigotische tijd een echte nederzetting bestond.

Pas vanaf de islamitische periode begint het verhaal van Benimarfull zelf duidelijker vorm te krijgen. Na het uiteenvallen van het kalifaat van Córdoba in 1031 ontstonden verschillende kleine islamitische koninkrijken, de zogenoemde taifa’s. De Vall de Travadell, waarin Benimarfull ligt, maakte deel uit van het Taifa-koninkrijk Dénia. Daarmee lag het dorp in een gebied dat bestuurlijk en economisch verbonden was met een veel groter netwerk van valleien, kustplaatsen en handelsroutes.

De naam Benimarfull verraadt zijn Arabische oorsprong. Het voorvoegsel Beni komt veel voor in plaatsnamen in het oosten van Spanje en verwijst naar afstamming of een familiegroep. De naam Benimarfull wordt doorgaans vertaald als iets in de richting van zoon van de bittere bron. Helemaal zeker is de precieze oorspronkelijke betekenis niet, maar de verwijzing naar water past opvallend goed bij een dorp dat eeuwen later opnieuw bekend zou worden vanwege zijn zwavelhoudende bronnen en kuuroord.

In de islamitische periode bestond Benimarfull waarschijnlijk uit een kleine landbouwgemeenschap in de Vall de Travadell. Huizen, landbouwgrond, waterbronnen en sociale structuren waren nauw met elkaar verbonden. Smalle straten boden beschutting tegen de zomerhitte, terwijl landbouwterrassen ervoor zorgden dat hellingen toch bruikbaar waren voor de teelt van voedsel.

Veel van wat tegenwoordig als karakteristiek voor het binnenland van Alicante wordt gezien, heeft wortels in deze eeuwen. Terrassen, irrigatiesystemen, kleine waterlopen en de manier waarop dorpen zich aanpassen aan hoogteverschillen zijn geen toevallige onderdelen van het landschap. Ze ontstonden omdat bewoners voortdurend moesten zoeken naar manieren om het beschikbare water en de beperkte vlakke landbouwgrond zo efficiënt mogelijk te gebruiken.

Water vormde het landschap

De islamitische invloed was vooral belangrijk voor de landbouw en het beheer van water. In El Comtat draaide het bestaan eeuwenlang om het benutten van bronnen, ravijnen en regenwater en om het vruchtbaar maken van hellingen en kleine valleien. Benimarfull lag in een gebied waar landbouw mogelijk was dankzij een combinatie van natuurlijke waterbronnen en door mensen aangelegde systemen.

De omgeving wordt doorsneden door verschillende barrancos. Het Spaanse en Valenciaanse woord barranco of barranc betekent ravijn of natuurlijke watergeul. Rond Benimarfull zijn onder meer de Barranc del Sofre, de Barranc del Poble en de Barranc de l’Albacar belangrijk. Uiteindelijk voeren zij water af richting de rivier de Serpis.

De bewoners verbouwden in verschillende perioden graan, olijven, amandelen, groenten en andere gewassen die pasten bij het mediterrane binnenland. Door het gebruik van terrassen kon ook grond op hellingen worden benut. Stenen muurtjes voorkwamen dat vruchtbare aarde na hevige regen naar beneden spoelde.

Tot op de dag van vandaag is de band tussen Benimarfull en landbouw zichtbaar in het landschap. Boomgaarden, veldwegen, terrassen en droge stenen muren vertellen een verhaal dat vaak ouder is dan de huizen die tegenwoordig in het dorp staan. Voor Nederlandse en Belgische bezoekers die vooral de kust van Alicante kennen, laat Benimarfull zien hoe sterk het binnenland door menselijke landbouwactiviteit is gevormd.

Hier is natuur niet alleen een mooi uitzicht. Het landschap was eeuwenlang tegelijkertijd werkterrein, voedselbron en familiebezit. Iedere boomgaard, watergang of stenen muur kon onderdeel zijn van het dagelijkse bestaan van een familie die afhankelijk was van een goede oogst.

Onder christelijk bestuur

In de 13e eeuw veranderde de politieke situatie in de Vall de Travadell ingrijpend. De christelijke legers van de Kroon van Aragón breidden onder koning Jaume I hun macht steeds verder naar het zuiden uit. In 1244 en 1245 kwamen belangrijke gebieden ten zuiden van Valencia onder christelijke controle. Ook de berggebieden rond het huidige Benimarfull werden uiteindelijk opgenomen in het Koninkrijk Valencia.

Een belangrijke figuur in deze periode was Al-Azraq, een islamitische leider uit de bergen van het huidige noorden van Alicante. Zijn naam betekent ongeveer „de blauwogige”. Hij beheerste verschillende kastelen en gebieden in de valleien en verzette zich meerdere malen tegen de verdere uitbreiding van de christelijke macht.

Oude bebouwing en historische straten in BenimarfullDe politieke macht veranderde, maar de bestaande islamitische bevolking verdween niet onmiddellijk. Veel moslims bleven na de christelijke verovering op hun land wonen. Zij werden mudéjares genoemd: moslims die onder christelijk bestuur leefden en hun religie aanvankelijk mochten behouden.

Voor een kleine landbouwgemeenschap als Benimarfull betekende de machtswisseling niet dat het dagelijkse leven van de ene op de andere dag volledig veranderde. Dezelfde velden moesten worden bewerkt, dezelfde waterbronnen bleven noodzakelijk en dezelfde bergwegen verbonden de verschillende nederzettingen.

Wel kwamen grond, kastelen en belastingrechten onder nieuwe machthebbers. Benimarfull maakte deel uit van de Vall de Travadell, een gebied waarvan de heerlijkheidsrechten in de eeuwen daarna verschillende keren van eigenaar veranderden. Uiteindelijk raakte Travadell verbonden met de heren van Guadalest.

Een nieuwe religieuze orde

Na de christelijke verovering werd het gebied steeds sterker geïntegreerd in het christelijke Koninkrijk Valencia. Religie speelde daarbij een belangrijke rol. Kerkelijke autoriteiten probeerden de islamitische bevolking tot het christendom te bekeren en de maatschappelijke organisatie steeds sterker rond christelijke instellingen te laten draaien.

Dat proces duurde eeuwen en verliep niet vreedzaam. Tijdens de opstand van de Germanías aan het begin van de 16e eeuw werden veel moslims in het Koninkrijk Valencia onder dwang gedoopt. Hun nakomelingen werden later aangeduid als Moriscos: inwoners van islamitische afkomst die officieel christen waren geworden, maar die door de autoriteiten vaak werden verdacht van het in het geheim vasthouden aan islamitische gebruiken.

In de tweede helft van de 16e eeuw voerden kerkelijke autoriteiten de druk verder op. Tussen ongeveer 1570 en 1600 werd sterk ingezet op de evangelisatie van de Morisco-bevolking. Een belangrijke rol speelde Juan de Ribera, aartsbisschop van Valencia en patriarch van Antiochië.

In 1574 liet hij nieuwe parochiale structuren voor de Morisco-gemeenschappen oprichten. Daaronder viel de rectorie Benimarfull-Benillup. Het document waarin deze kerkelijke eenheid werd vastgelegd is volgens de officiële geschiedenis van de gemeente het oudste bekende document waarin de naam Benimarfull voorkomt.

Dat jaartal is belangrijk. Het betekent niet dat Benimarfull pas in 1574 ontstond, maar wel dat dit tot nu toe de eerste bekende schriftelijke vermelding van de plaatsnaam is.

Moriscos en grote breuk

Aan het begin van de 17e eeuw kwam een einde aan eeuwen van islamitische en Morisco-aanwezigheid in Benimarfull. De Spaanse kroon beschouwde de Moriscos steeds meer als een politiek en religieus risico. Er bestond angst dat zij zouden samenwerken met islamitische machten of zeerovers uit Noord-Afrika en het Ottomaanse gebied.

Op 9 april 1609 vaardigde koning Filips III het bevel uit om de Moriscos uit Spanje te verdrijven. In de bergstreken van Alicante werden inwoners verzameld en richting de haven van Dénia gebracht, vanwaar zij per schip naar Noord-Afrika werden vervoerd.

In Benimarfull woonden op dat moment volgens de gemeentelijke geschiedschrijving 29 Morisco-families. Na hun verdrijving was het dorp vrijwel volledig leeg. Voor een gemeenschap van deze omvang betekende het vertrek van 29 gezinnen niet alleen een verandering van bevolking, maar een bijna volledige onderbreking van het bestaande dorpsleven.

Landbouwgronden verloren hun bewerkers, huizen kwamen leeg te staan en kennis over percelen, watergebruik en plaatselijke omstandigheden verdween met de bewoners. In veel dorpen van El Comtat veroorzaakte de verdrijving daardoor langdurige economische en demografische problemen.

De Morisco-verdrijving is een van de grootste breuken in de geschiedenis van Benimarfull. Het dorp dat daarna ontstond had dezelfde ligging en gebruikte grotendeels hetzelfde landbouwlandschap, maar kreeg nieuwe families, nieuwe eigendomsverhoudingen en uiteindelijk een andere culturele identiteit.

Herbevolking vanaf 1609

Op ongeveer achthonderd meter ten zuiden van Benimarfull lag de kleine nederzetting l’Albacar. Daar woonden volgens de gemeentelijke bronnen vier families van zogenoemde „oude christenen”, mensen die niet afstamden van joodse of islamitische bekeerlingen. Zij hielden zich onder meer bezig met de wolhandel.

Toen Benimarfull na de verdrijving van de Moriscos leeg kwam te staan, vroeg de markies van Guadalest aan deze families om zich in het dorp te vestigen. In de eerste doopregisters na de herbevolking verschijnen familienamen als Parets, Marín, Camallonga en Cloquell.

Historisch centrum en oude woningen in BenimarfullLater kwamen daar nieuwe families bij uit onder meer Alcoy, Benialfaquí, Beniarrés en Muro. Zo ontstond langzaam een nieuwe bevolking die de verlaten huizen en landbouwgronden opnieuw in gebruik nam.

Een cruciaal moment volgde op 13 augustus 1611. Op die dag verleende de vierde markies van Guadalest de Carta Puebla de Benimarfull. Een Carta Puebla was een officiële herbevolkingsakte waarin werd vastgelegd onder welke voorwaarden nieuwe bewoners land en woningen konden gebruiken en welke rechten en verplichtingen zij tegenover de lokale heer hadden.

Voor Benimarfull vormde deze Carta Puebla feitelijk het juridische fundament van de nieuwe dorpsgemeenschap na de verdrijving van de Moriscos.

Herstel ging niet van de ene op de andere dag. Nieuwe bewoners moesten velden opnieuw bewerken, waterrechten regelen en huizen herstellen. Zij moesten bovendien een nieuwe gemeenschap vormen in een dorp waar enkele jaren eerder nog een vrijwel volledig andere bevolking had gewoond.

Kerk uit 1663

Ook de huidige parochiekerk is verbonden met deze periode van heropbouw. De kerk van Santa Ana dateert uit 1663. Dat is ruim een halve eeuw na de verdrijving van de Moriscos en de Carta Puebla.

Ongeveer honderd jaar later werd de kerk uitgebreid. Tegelijkertijd werd de klokkentoren gebouwd, die ongeveer 25 meter hoog is. In deze toren bevindt zich tegenwoordig het parochiale museum.

De kerk werd daarmee steeds meer het religieuze en sociale middelpunt van de gemeenschap. Doop, huwelijk, overlijden en jaarlijkse feestdagen waren nauw verbonden met het kerkelijke leven. In een klein dorp betekende de kerk daardoor veel meer dan alleen een plaats voor de mis.

Rond religieuze feesten kwamen families samen, processies trokken door de straten en belangrijke gebeurtenissen werden in kerkelijke registers vastgelegd. Juist dankzij dergelijke registers is tegenwoordig veel bekend over de families die Benimarfull na 1609 opnieuw bevolkten.

Groei in achttiende eeuw

De 18e eeuw bracht na de onrustige voorgaande periode een duidelijke bevolkingsgroei. Volgens historische tellingen telde Benimarfull in 1703 slechts twaalf families. Tegen 1793 waren dat er ongeveer tachtig.

Dat is een opvallende ontwikkeling voor een dorp dat minder dan een eeuw eerder vrijwel volledig ontvolkt was geraakt. Nieuwe generaties bouwden huizen, namen landbouwgrond in gebruik en zorgden ervoor dat Benimarfull opnieuw een stabiele dorpsgemeenschap werd.

Het leven bleef sterk afhankelijk van landbouw. Families waren kwetsbaar voor droogte, mislukte oogsten en veranderingen in belastingen of grondrechten. Tegelijk ontstond door de groei een duidelijker dorpscentrum.

De kerk en het plein werden belangrijke ontmoetingsplaatsen. Hier werden nieuwtjes uitgewisseld, afspraken gemaakt en religieuze en burgerlijke gebeurtenissen gevierd. In een gemeenschap van enkele tientallen families was het openbare leven sterk verweven met familie, landbouw en kerk.

De 18e eeuw was ook de periode waarin de huidige kerk werd uitgebreid en de klokkentoren verrees. Daarmee kreeg het dorp een herkenbaarder silhouet dat nog altijd onderdeel is van het straatbeeld.

Negentiende eeuw brengt verandering

De 19e eeuw was voor Spanje een periode van grote politieke veranderingen, maar in Benimarfull bleef het dagelijkse leven grotendeels verbonden met landbouw en de directe omgeving. Tegelijk begon de buitenwereld dichterbij te komen. Handel en contact met plaatsen als Cocentaina, Muro en Alcoy namen toe.

Alcoy groeide in de 19e eeuw uit tot een belangrijk industrieel centrum, vooral dankzij textiel- en papierproductie. Voor inwoners van omliggende dorpen betekende dat nieuwe mogelijkheden voor handel, werk en inkomsten buiten de traditionele landbouw.

Benimarfull bleef een klein dorp, maar was daardoor niet volledig afgesloten van de economische veranderingen in de regio. Markten, wegen en familiecontacten verbonden de gemeenschap steeds sterker met grotere plaatsen.

Juist in deze eeuw ontstond bovendien iets waardoor Benimarfull tijdelijk veel bekender werd dan zijn geringe omvang zou doen vermoeden: het kuuroord bij de Fuente de Santa Ana.

Kuuroord trekt bezoekers

Een bijzonder hoofdstuk in de geschiedenis van Benimarfull begint in 1847. In de omgeving kwam water uit verschillende zwavelhoudende bronnen aan de oppervlakte. Een bron met sulfaat- en kalkhoudend water kreeg bekendheid als de Fuente de Santa Ana.

Rond deze bron werd een balneario ontwikkeld. Een balneario is een kuuroord of badinrichting waar mensen verblijven om bronwater te gebruiken voor baden en andere behandelingen.

Het water van Benimarfull werd vooral aanbevolen voor huidaandoeningen. In een tijd waarin kuuroorden populair waren onder mensen die gezondheid, herstel en ontspanning zochten, kreeg de kleine plaats daardoor een regionale reputatie.

Het complex groeide uit tot twee grote gebouwen met samen ongeveer zeventig kamers. Daarnaast waren er eetruimten, een bar, een kleine kapel en tuinen. Voor een dorp van de omvang van Benimarfull was dat een bijzonder grote toeristische en economische voorziening.

Het kuuroord zorgde voor bezoekers van buiten de directe omgeving. Zij verbleven in Benimarfull, aten er, ontmoetten plaatselijke inwoners en brachten geld en nieuws van elders mee. Daarmee kreeg het dorp naast zijn agrarische functie ook tijdelijk een rol als kuurbestemming.

Sagasta en Canalejas kwamen langs

Dat het kuuroord meer was dan een onbeduidend lokaal badhuis blijkt uit enkele bekende bezoekers. In 1868 bezocht de Spaanse politicus Práxedes Mateo Sagasta Benimarfull. Sagasta zou later verschillende keren minister-president van Spanje worden.

In 1893 kwam ook José Canalejas naar Benimarfull. Canalejas was op dat moment een prominent politicus en zou later eveneens president van de Spaanse ministerraad worden.

Dat zulke invloedrijke figuren een klein dorp in El Comtat bezochten, laat zien welke reputatie het balneario in de 19e eeuw had opgebouwd.

Het kuuroord veranderde ook de manier waarop Benimarfull buiten de regio werd genoemd. In oudere bronnen duikt daarom regelmatig de benaming Baños de Benimarfull op. Die naam verwijst rechtstreeks naar het water en de badcultuur waarmee de plaats destijds werd geassocieerd.

Begin twintigste eeuw

Aan het begin van de 20e eeuw bleef landbouw belangrijk, maar het dorp kreeg geleidelijk meer voorzieningen. Ook de bebouwing begon zich verder buiten de oude kern uit te breiden.

Een belangrijke verbetering voor gezinnen kwam in 1927, toen een schoolgebouw werd gerealiseerd. Onderwijs kreeg daarmee een duidelijkere vaste plaats in de gemeentelijke infrastructuur.

Het historische kuuroord bleef tot 1936 functioneren. Met het uitbreken van de Spaanse Burgeroorlog kwam er een einde aan de normale activiteiten. Na de oorlog werd het balneario niet werkelijk nieuw leven ingeblazen en in 1940 werd het definitief gesloten.

Daarmee kwam na bijna een eeuw een einde aan een bijzonder tijdperk waarin Benimarfull naast landbouwdorp ook kuuroord was geweest.

Burgeroorlog en nasleep

Straatbeeld in Benimarfull in de twintigste eeuwDe Spaanse Burgeroorlog van 1936 tot 1939 betekende een grote breuk voor heel Spanje. Ook een klein dorp als Benimarfull kon zich niet aan de gevolgen van politieke polarisatie, economische ontwrichting en onzekerheid onttrekken.

Het duidelijkst aantoonbare lokale gevolg voor het toeristische leven was het stilvallen van het kuuroord. De bron en gebouwen verdwenen niet, maar het systeem van bezoekers en langdurige verblijven dat gedurende tientallen jaren inkomsten naar het dorp had gebracht, kwam ten einde.

Na afloop van de oorlog volgde de lange periode van de dictatuur van Francisco Franco. Zoals elders in het Spaanse binnenland waren de eerste naoorlogse decennia economisch moeilijk. Landbouw bleef voor veel families een belangrijke bron van inkomsten.

Tegelijk begonnen steeds meer mensen buiten het eigen dorp naar werk te zoeken. De industrie van Alcoy en andere plaatsen in de omgeving bood alternatieven voor het bestaan dat volledig afhankelijk was van landbouw.

Landbouw wordt moderner

In de loop van de 20e eeuw veranderde ook de landbouw. Machines namen steeds meer zwaar handwerk over en transport werd eenvoudiger. Daardoor konden producten gemakkelijker naar markten buiten het dorp worden gebracht.

Een belangrijk lokaal moment was de oprichting van de landbouwcoöperatie in 1948. Door samen te werken konden landbouwers productie, verwerking en verkoop beter organiseren.

De landbouw bleef zichtbaar in het landschap, maar steeds minder inwoners waren er volledig van afhankelijk. Dat proces kwam in veel dorpen van El Comtat voor. Mensen konden in een fabriek, winkel of dienstverlenend bedrijf in een nabijgelegen stad werken terwijl de familie nog landbouwgrond bezat.

Hierdoor veranderde ook het sociale ritme. Werk en dagelijks leven speelden zich steeds vaker buiten de gemeentegrenzen af, terwijl Benimarfull voor veel mensen hun woonplaats en familiecentrum bleef.

Meer moderne voorzieningen

De tweede helft van de 20e eeuw bracht voorzieningen die tegenwoordig vanzelfsprekend lijken, maar het dagelijkse leven in een klein dorp sterk veranderden. Elektriciteit, drinkwaterleidingen, geasfalteerde wegen en betere sanitaire voorzieningen maakten woningen comfortabeler en het dorp beter bereikbaar.

Ook werd een nieuwe brug over de Barranc del Poble gebouwd. Zulke infrastructurele verbeteringen waren belangrijk in een gemeente die door natuurlijke watergeulen en hoogteverschillen wordt doorsneden.

In 1982 werden het gemeentelijke zwembad en het sportcomplex aangelegd. Daarmee kreeg Benimarfull nieuwe recreatieve en sportieve voorzieningen die niet alleen praktisch waren, maar ook nieuwe ontmoetingsplaatsen voor bewoners vormden.

Aan het begin van de jaren negentig werd bovendien een bedrijventerrein ontwikkeld. Dat gaf de gemeente naast landbouw en lokale handel ruimte voor andere economische activiteit.

In 1999 kwam daar de Casa de Cultura bij. Het cultuurhuis bood ruimte voor bijeenkomsten en activiteiten en werd daarmee een moderne aanvulling op traditionele ontmoetingsplaatsen zoals kerk, plein en bar.

Uitbreiding van het dorp

Benimarfull groeide in de 20e eeuw ook fysiek. Eerst werd de Calle San Jaime verder in oostelijke richting uitgebreid. Later ontstond ten westen van de oude kern een nieuwe buurt met straten die namen dragen van bekende bergen en plaatsen uit de omgeving, zoals Aitana, Alcoy, Mariola en Montcabrer.

Die uitbreiding betekende echter niet automatisch dat het aantal permanente inwoners even sterk toenam. Een deel van de nieuwe woningen werd gebruikt als tweede huis door families die elders werkten en in weekenden of vakanties terugkeerden naar Benimarfull.

Dat patroon is herkenbaar in veel kleine dorpen in het Spaanse binnenland. Mensen verhuizen voor werk en studie naar grotere plaatsen, maar houden een sterke familieband met hun geboortedorp en keren regelmatig terug.

Volgens de gemeentelijke geschiedschrijving kan de bevolking van Benimarfull in de zomer daardoor aanzienlijk groter zijn dan gedurende de rest van het jaar. Families keren terug, tweede woningen worden gebruikt en de feesten trekken oud-inwoners en bezoekers naar het dorp.

Nieuwe bewoners arriveren

Vanaf de laatste decennia van de 20e eeuw en het begin van de 21e eeuw vestigden zich ook mensen van buiten Spanje in Benimarfull en andere dorpen van El Comtat. Zij kwamen af op rust, landschap, klimaat en de mogelijkheid om in een traditionele Spaanse omgeving te wonen.

Hun aanwezigheid bleef veel kleiner dan in internationale kustplaatsen als Jávea, Calpe, Altea of Torrevieja. Daardoor veranderde Benimarfull niet in een expatdorp.

Dat is voor sommige Nederlanders en Belgen juist aantrekkelijk. Wie kiest voor wonen in Alicante maar bewust niet tussen grote aantallen andere buitenlanders wil wonen, vindt in een dorp als Benimarfull een veel sterker Spaans en Valenciaans dagelijks karakter.

Nieuwe bewoners kunnen tegelijkertijd bijdragen aan het behoud van oude woningen. Dorpshuizen die anders leeg zouden staan, worden gekocht, gerenoveerd en opnieuw bewoond. Daarmee krijgt historische bebouwing soms een tweede leven.

Benimarfull in deze eeuw

De 21e eeuw begon met verdere uitbreiding van woongebied en bedrijventerrein. Tegelijk stond Benimarfull, net als veel kleine gemeenten in het binnenland van Spanje, voor de uitdaging om voldoende permanente inwoners en voorzieningen te behouden.

Een bijzonder moment in de lokale politieke geschiedenis was de komst van de eerste vrouwelijke burgemeester van Benimarfull, María Rosario Recio. Dat vormde een zichtbaar teken van maatschappelijke verandering in een dorp waar het bestuur eeuwenlang vrijwel uitsluitend door mannen was bepaald.

De moderne gemeente beschikt inmiddels over voorzieningen die het leven aanzienlijk comfortabeler maken dan enkele generaties geleden. Toch blijven veel kenmerken van het oude Benimarfull herkenbaar: de compacte dorpskern, de landbouwgronden, het plein, de kerk en de nauwe relatie met omliggende plaatsen.

Voor wie geïnteresseerd is in leven in Spanje buiten de toeristische kustregio’s is dat juist interessant. Benimarfull laat zien dat modernisering en traditie niet noodzakelijk elkaars tegenovergestelde hoeven te zijn.

Benimarfull vandaag

Oude straten en dorpskarakter van Benimarfull vandaagVandaag combineert Benimarfull zijn historische erfgoed met het dagelijkse leven van een moderne kleine gemeente. De oude straten, de kerk van Santa Ana, het verhaal van het vroegere balneario, traditionele huizen en het omliggende agrarische landschap vertellen nog steeds iets over de eeuwen die eraan voorafgingen.

Niet alles uit het verleden is als monument bewaard gebleven. Juist daarom is het belangrijk om naar het landschap en de structuur van het dorp te kijken. Geschiedenis zit hier niet alleen in één bijzonder gebouw, maar in de relatie tussen huizen, plein, kerk, landbouwgrond en water.

Het vroegere kuuroord herinnert aan een periode waarin bezoekers speciaal vanwege de bronnen naar Benimarfull reisden. De landbouwterrassen vertellen het verhaal van generaties boeren. De kerk verwijst naar de herbevolking en christelijke gemeenschap die na 1609 ontstond.

Zelfs familienamen kunnen in een klein dorp onderdeel zijn van het historische geheugen. Sommige families wonen al vele generaties in dezelfde streek en verbinden het Benimarfull van vandaag met de nieuwe bewoners die hier na de verdrijving van de Moriscos kwamen wonen.

Feesten houden geschiedenis levend

De belangrijkste dorpsfeesten worden tegenwoordig gehouden tijdens het eerste weekend van augustus. Ze staan in het teken van Santa Ana, San Jaime en het Santísimo Cristo de la Buena Muerte, oftewel de Heilige Christus van de Goede Dood.

Een opvallend onderdeel is de intocht van Moros y Cristianos, Moren en Christenen. Deze feesttraditie komt in veel plaatsen van de provincie Alicante voor en verwijst op theatrale wijze naar het middeleeuwse verleden van islamitische en christelijke machthebbers.

Ook de processie ter ere van het Cristo de la Buena Muerte is een belangrijk onderdeel van de feestdagen. De verering van deze Christusfiguur bestond al veel langer, maar in 1963 werd hij officieel tot beschermheilige van Benimarfull uitgeroepen.

Voor inwoners zijn de feesten veel meer dan een toeristische activiteit. Families die elders wonen keren terug, vrienden ontmoeten elkaar en verschillende generaties komen samen. Daarmee zorgen de feestdagen ervoor dat geschiedenis niet alleen in boeken wordt bewaard, maar jaarlijks opnieuw onderdeel wordt van het sociale leven.

Voor Nederlandse en Belgische bezoekers is zo’n feestweekend een bijzonder moment om Benimarfull te leren kennen. Op een gewone dag kan het dorp opvallend stil zijn; tijdens de feesten verandert het centrum in een ontmoetingsplaats vol muziek, optochten en gesprekken.

Erfgoed zit in details

Hoewel Benimarfull klein is, speelt geschiedenis een grote rol in de identiteit van het dorp. Verhalen over voorouders, oude landbouwmethoden, watergebruik, het vroegere balneario en de moeilijke perioden van ontvolking en emigratie worden binnen families doorgegeven.

Daardoor blijft geschiedenis hier niet beperkt tot een museum of informatiebord. Ze is aanwezig in plaatsnamen, familienamen, oude huizen en lokale gewoonten.

Een wandeling door Benimarfull kan daardoor interessanter worden wanneer je weet waar je naar kijkt. Een smalle straat vertelt iets over het compacte bouwen van vroegere nederzettingen. Een terrasvormige boomgaard laat zien hoe boeren hellingen geschikt maakten voor landbouw. Een ravijn maakt duidelijk waarom water tegelijkertijd nuttig en gevaarlijk kon zijn.

Ook de naam van het dorp zelf brengt je steeds terug bij dat water. Of de traditionele vertaling „zoon van de bittere bron” taalkundig exact is, blijft onderwerp van interpretatie, maar de historische relatie met zwavelhoudend bronwater is onmiskenbaar.

Een dorp met geheugen

Benimarfull is geen plaats van enorme kastelen of wereldberoemde monumenten. De waarde van het dorp zit juist in het kleine, doorleefde en nog herkenbare. De geschiedenis is niet altijd spectaculair, maar wel tastbaar.

Ze begint bij een islamitische gemeenschap in de Vall de Travadell en loopt via de christelijke verovering naar de Morisco-periode. Daarna kwam de dramatische verdrijving van 1609, waarbij het dorp vrijwel leeg achterbleef.

De Carta Puebla van 1611 bracht een nieuwe gemeenschap tot stand. De kerk van Santa Ana uit 1663 gaf die gemeenschap een religieus centrum en in de 18e eeuw groeide het aantal inwoners opnieuw duidelijk.

In de 19e eeuw maakte de Fuente de Santa Ana Benimarfull tijdelijk bekend als kuuroord. Het balneario trok bezoekers en zelfs prominente Spaanse politici naar een dorp dat verder hoofdzakelijk van landbouw leefde.

De 20e eeuw bracht vervolgens scholen, wegen, sportvoorzieningen, een landbouwcoöperatie, bedrijventerrein en cultuurhuis. Tegelijk verhuisden veel inwoners voor werk naar grotere plaatsen en kreeg het dorp te maken met dezelfde uitdagingen als andere landelijke gemeenten in Spanje.

Al die perioden zijn tegenwoordig nog met elkaar verbonden. De bewoners van nu lopen door straten die zijn gevormd door eeuwen geschiedenis en kijken uit over landbouwgrond die generaties vóór hen al werd gebruikt.

Geschiedenis rond Benimarfull

Wie de geschiedenis van Benimarfull interessant vindt, kan in de directe omgeving nog veel meer plaatsen bezoeken die met hetzelfde verhaal van Moriscos, christelijke heren, landbouw en industrialisering verbonden zijn.

Muro de Alcoy ligt dichtbij en groeide uit tot een belangrijker regionaal centrum. De geschiedenis van Muro laat zien hoe landbouw, handel en later industrie samen het binnenland van Alicante veranderden.

Cocentaina speelde door de eeuwen heen een veel grotere bestuurlijke en economische rol. Het historische centrum, het Palau Comtal en de oude marktfunctie maken de plaats interessant voor iedereen die de geschiedenis van El Comtat beter wil begrijpen.

Agres ligt aan de Serra de Mariola en heeft een eigen geschiedenis waarin landbouw, bergen, religie en bedevaart sterk samenkomen. Het dorp biedt bovendien toegang tot een landschap dat eeuwenlang belangrijk was voor bewoners van de hele streek.

Alcoy laat ten slotte zien hoe groot het verschil kon worden tussen een klein landbouwdorp en een stad die tijdens de industrialisering sterk groeide. Textiel, papierindustrie, arbeidersbewegingen en stedelijke ontwikkeling maakten Alcoy tot een van de belangrijkste steden van het binnenland van Alicante.

Door deze plaatsen samen te bezoeken ontstaat een veel completer beeld van de geschiedenis van Alicante. De provincie bestaat niet alleen uit kastelen, kuststeden en toeristische badplaatsen, maar ook uit honderden kleine gemeenschappen die eeuwen van politieke, religieuze en economische verandering hebben doorstaan.

Benimarfull vertelt Alicante

Wie vandaag Benimarfull bezoekt, wandelt door lagen van geschiedenis die teruggaan tot de islamitische periode. Het dorp laat zien hoe grote gebeurtenissen uiteindelijk op lokaal niveau worden ervaren: niet als abstracte jaartallen, maar als families die vertrekken, nieuwe bewoners die aankomen, velden die opnieuw moeten worden bewerkt en gebouwen die een nieuwe functie krijgen.

Van Moorse nederzetting tot christelijk dorp, van Morisco-gemeenschap tot herbevolking, van landbouwplaats tot kuuroord en vervolgens tot moderne kleine gemeente: Benimarfull draagt al die lagen nog in zich.

Juist daardoor is de geschiedenis van Benimarfull interessant voor wie verder wil kijken dan de bekende verhalen over Alicante. De grote geschiedenis van Spanje wordt hier zichtbaar op een schaal van een paar straten, een kerk, een bron en enkele landbouwterrassen.

Benimarfull bewijst daarmee dat een plaats geen grote monumenten of duizenden inwoners nodig heeft om een rijk verleden te hebben. Soms vertelt een klein dorp juist het duidelijkst hoe diep de geschiedenis van het binnenland van Alicante werkelijk gaat.

Dit artikel is voor het laatst bijgewerkt op 16 augustus 2026.